De Zuiderkerk in Assen werd gebouwd in 1924-1925 aan de Zuidersingel (tegenwoordig huisnummer 79) ten behoeve van de Gereformeerde Kerk. De eerste steen werd gelegd op 28 juli 1924. Het gebouw is eigendom van de Stichting Instandhouding Zuiderkerk Assen die het verpacht. Sinds 2011 is het gebouw in gebruik door Life Assen, tot 2024 bekend als City Life Church Assen. In oktober 2025 werd het gebouw te koop gezet omdat Life Assen een groter pand heeft aangekocht dat tot kerk wordt verbouwd. Het kerkgebouw maakt deel uit van het beschermd stadsgezicht Assen en is aangewezen als rijksmonument.
Ontstaansgeschiedenis en ontwerpproces Het architectenbureau stond tot 1925 op naam van Jan Smallenbroek en zijn zoon Albert Smallenbroek. Waar stilistische kenmerken sinds de bouw van het raadhuis van Peize in 1917 al wezen op een overwegende invloed van de zoon, leverde het dossier van de bouwvergunning voor de Zuiderkerk concrete aanwijzingen op dat het ontwerpproces voornamelijk in handen lag van Albert Smallenbroek; zo werd de architect in de officiële stukken in het enkelvoud aangeduid. De uitvoering van het complex, inclusief kosterswoning en vergaderlokalen, werd toevertrouwd aan aannemers Nauta en Hettema uit Leeuwarden.
Het bouwplan stuitte op kritiek bij de toenmalige directeur van Gemeentewerken in Assen, Dirk Jansen van Galen. Deze gaf te kennen teleurgesteld te zijn over de gang van zaken rond de opdrachtverlening en betreurde dat de kerkenraad geen openbare prijsvraag had uitgeschreven dan wel advies had ingewonnen bij een architect met een gevestigde reputatie in de protestantse kerkenbouw. Hoewel de ingediende tekeningen formeel voldeden aan de bepalingen van de plaatselijke bouwverordening, achtte hij het geheel vanuit esthetisch oogpunt onder de maat. Jansen van Galen wist Smallenbroek over te halen tot enkele aanpassingen in de geveluitvoering en details, maar behield desondanks reserves ten aanzien van het eindresultaat.
Deze kritische opstelling kreeg achteraf een ironische lading, aangezien Smallenbroek in exact dezelfde periode werkte aan een gereformeerd kerkgebouw aan de Van Toulon van der Koogweg in Oosterbeek. Het ontwerp voor die zusterkerk, dat qua vormentaal, plattegrond en gevelbehandeling grote overeenkomsten vertoonde met het Asser bedehuis, was daar kort tevoren door de plaatselijke kerkenraad unaniem uit een meervoudige prijsvraag van zeven inzendingen geselecteerd.
Gebouw De kerk verrees in een traditionalistische stijl met invloeden van de Amsterdamse School. De hoofdvorm van het uit rode en gele baksteen opgetrokken kerkgebouw is een Grieks kruis met vier armen van gelijke lengte, gedekt door zadeldaken met verbeterde Hollandse pannen. De gevels zijn hoofdzakelijk voorzien van met glas in lood ingevulde getoogde vensters op betonnen onderdorpels. De naar de singel gekeerde noordelijke puntgevel is symmetrisch van opzet en bezit een uitgemetselde entreepartij met archivolten, smalle staande vensters aan weerszijden van de rondboogvleugeldeur en een afsluitende puntgevel. Daarboven staan drie hoge vensters met smalle penanten. De randen van de geveltop zijn, evenals die van de andere drie puntgevels, licht uitgemetseld en afgewerkt met een tandlijst. De toppen bevatten elk vijf smalle gevelopeningen in velden met decoratieve metselverbanden.
Tegen de linkerzijgevel staat een vierkante toren die iets terugligt ten opzichte van de voorgevel. Aan de voorzijde heeft deze toren een rondboogvleugeldeur en kleine rechtgesloten vensters. Het onderste torendeel is uitgebouwd en sluit in hetzelfde vlak aan op de kopgevel van het dwarsschip. De hoeken van de bovenste geleding zijn voorzien van een eigentijdse interpretatie van de middeleeuwse waterspuwer. De toren wordt afgesloten door een met verbeterde Hollandse pannen belegd tentdak. Rechts van de voorgevel bevindt zich een terugliggend volume onder schild- en lessenaardak met vlechtingen en een rondboogdeur, corresponderend met het bouwdeel aan de linkerzijde.
De oost- en westgevel van het dwarsschip vertonen, afgezien van de entreepartij, dezelfde opzet als de noordelijke voorgevel. Achter de kopgevels van de dwarsarmen zijn de bouwdelen lager en smaller uitgevoerd onder platte daken; hierin zijn de vergaderlokalen en de kosterij ondergebracht, met rechtgesloten gevelopeningen onder strekken. Bij verbouwingen in de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd de oorspronkelijke kosterswoning linksachter vervangen door een woonhuis dat qua architectuur aansluit bij de vormentaal van de kerk.
Interieur De kerkzaal werd oorspronkelijk ingericht naar de liturgische en ruimtelijke opvattingen van Abraham Kuyper. Het interieur verkeert voor een aanzienlijk deel in originele staat en bezit een symmetrische ordening.
Het ingangsportaal biedt via overhoekse vleugeldeuren toegang tot de ruimte onder de noordelijke gaanderij. Deze gaanderij rust evenals de gaanderijen in de twee dwarsarmen op houten kolommen en heeft een hellende vloer. Aan weerszijden leiden de portaaldeuren naar korte gebogen wanden die garderobes omsluiten. Een in- en uitzwenkende gesloten balustrade scheidt het middenschip van het gedeelte onder de voorgalerij. De houten kapconstructie bestaat uit ribgewelven in de vorm van afgeknotte spitsbogen, onderling verbonden door metalen trekstangen. Aan de viering hangt een grote ijzeren verlichtingsarmatuur, aangevuld met pendanten in de zijarmen.
De binnenmuren zijn tot circa twee meter hoogte afgewerkt met een houten lambrisering. De deuren liggen verdiept binnen een getoogde omlijsting. De houten banken in de zijvleugels en op de gaanderijen zijn bewaard gebleven. In het verlaagde middenvlak van de kerkruimte zijn de vaste banken later vervangen door losse stoelen. De houten preekstoel met dubbel geknikte voorzijde staat verhoogd op een podium voor een wandnis met afgeronde hoeken en een liggende ellipsboog. Deze nisomlijsting, geflankeerd door trappen en steunbeermuren, kraagt aan de bovenzijde trapsgewijs uit in een fries met decoratieve tandlijst.
Achter de liturgische ruimte bevinden zich onder meer de kerkenraadskamer en de opgang naar de westelijke galerij. De inrichting van de liturgische zone is in recente decennia aangepast ten behoeve van de evangelische samenkomsten van Life Assen.
Orgel In 1932 werd in de kerk boven de kansel een tweeklaviers pneumatisch kegelladenorgel met vrij pedaal geplaatst van de orgelbouwers Valckx & Van Kouteren uit Rotterdam. Dit instrument werd in 1962 en 1975 aangepast en verbeterd.
De kwestie-Geelkerken De Zuiderkerk verwierf landelijke bekendheid doordat hier in 1926 de generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland bijeenkwam (bekend geworden als de Synode van Assen). Tijdens deze kerkvergadering escaleerde het leergeschil rond de Amsterdamse predikant Johannes Geelkerken, die twijfel had geuit over het letterlijke, zintuiglijk waarneembare karakter van de sprekende slang in het scheppingsverhaal uit Genesis. Dit geschil resulteerde in zijn schorsing en uiteindelijke afzetting, hetgeen leidde tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband. Dit kerkgenootschap ging in 1946 over naar de Nederlandse Hervormde Kerk.
Waardering Het kerkgebouw vertegenwoordigt cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van protestantse kerkbouw uit het interbellum. Daarnaast bezit het object stedenbouwkundige ensemblewaarde als beeldbepalend element in het beschermd stadsgezicht van Assen. Zie ook Lijst van kerken in Assen
Externe link Life Assen
Categorie:Kerkgebouw in Assen Categorie:Rijksmonument in Assen Categorie:Protestants kerkgebouw in Nederland Categorie:Bouwwerk van Albert Smallenbroek