Jozua (Hebreeuws: יהושע) is het zesde boek van de Hebreeuwse Bijbel (het Oude Testament). Het boek bestaat uit verhalen over hoe de Israëlieten onder leiding van Jozua (de opvolger van Mozes) het land Kanaän veroverden.

Plaats in de Bijbel Jozua is het eerste boek na de Thora, ook wel Pentateuch genoemd, de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel en in het jodendom het belangrijkste deel ervan. De verhalen in Jozua volgen op die in Deuteronomium, dat eindigt met de dood van Mozes. De overgang van Deuteronomium naar Jozua is ook de overgang van de Thora naar de Profeten. Ook inhoudelijk vindt er een overgang plaats: de Thora noemt de belofte van het Beloofde Land en deze vindt in het boek Jozua zijn vervulling. De Bijbelboeken die op Jozua volgen, vertellen hoe het de Israëlieten in dat beloofde land verging. Rechters gaat verder met de verhalen waar het boek Jozua ophoudt.

De eerste zes boeken van de Bijbel, de Thora plus Jozua, worden ook wel de Hexateuch genoemd.

Ontstaan en auteurschap Traditioneel wordt het boek Jozua toegeschreven aan Jozua zelf. De Babylonische Talmoed meldt dat Jozua het boek geschreven heeft, op de passage over zijn dood na, die geschreven zou zijn door Eleazar.Baba Batra 15a Sommige conservatieve of orthodox-christelijke uitleggers zijn nog steeds van mening dat het boek grotendeels door Jozua zelf geschreven is en dat het boek dus kort na de beschreven gebeurtenissen, ergens tussen 1500 en 1200 v.Chr., ontstaan is.

Dat Jozua het boek geschreven heeft werd al vroeg betwijfeld. Jitschak Abarbanel wees er in de 15e eeuw al op dat er gebeurtenissen beschreven worden die volgens het boek Rechters pas na Jozua's dood plaatsvonden en dat het (herhaalde) gebruik van de uitdrukking "tot op de dag van vandaag" er ook op wijst dat Jozua de auteur niet kan zijn.

Tegenwoordig neemt men meestal aan dat het boek in zijn huidige vorm het resultaat is van een redactieproces waarbij gebruikgemaakt is van verschillende bronnen. De boeken Deuteronomium, Jozua, Rechters, Samuel en Koningen worden samen wel de deuteronomistische geschiedenis genoemd, een term die in 1943 door de Duitse Bijbelwetenschapper Martin Noth geïntroduceerd werd. Veel onderzoekers nemen aan dat deze vijf boekenIn christelijke context is het gebruikelijk om Samuel als twee boeken te zien: 1 en 2 Samuel. Hetzelfde geldt voor Koningen. In dat geval bevat de deuteronomistische geschiedenis dus 7 boeken. het resultaat zijn van het werk van redacteur(s) uit de 7e en/of 6e eeuw v.Chr. Deze redacteurs maakten gebruik van bestaand materiaal dat zij samenvoegden, redigeerden en soms aanvulden, met het doel de geschiedenis van Israël vanaf de laatste toespraken van Mozes voor de inname van Kanaän tot aan de Babylonische ballingschap op schrift te stellen.

Het ontstaansproces van Jozua wordt meestal onderverdeeld in drie fases: Predeuteronomistische overleveringen: Tot de oudste predeuteronomistische overleveringen in het boek Jozua worden de zogeheten "verhalen over de stadsveroveringen" (Jozua 2-9) gerekend. Of deze voor de deuteronomistische redactie al een gezamenlijke tekst vormden, blijft omstreden. Martin Noth dacht van wel,M. Noth (1953): Das Buch Josua (HAT 1/7), 2e druk, Tübingen V. Fritz van niet. V. Fritz (1994): Das Buch Josua (HAT 1/7), Tübingen Mogelijk horen de lijsten van overwonnen koningen (Jozua 12:7,9-24), enkele geografische beschrijvingen en lijsten in Jozua 15-19 en de vertelling over de volksvergadering in Sichem (Jozua 24) tot de oudste bronteksten van het boek Jozua. Deuteronomistische redactie: De deuteronomistische redacteurs zijn waarschijnlijk verantwoordelijk voor de redes (Jozua 1:1-9, 10-18; 13:1-7; 22:1-6; 23:1-16), overzichten (Jozua 11:16-23; 21:43-45) en lijsten (Jozua 12:1-8). Er is geen consensus in wetenschappelijk onderzoek over de historische classificatie van de verschillende deuteronomistische lagen in het boek Jozua of dat er uiteindelijk slechts één deuteronomistische laag is. Priesterlijke toevoegingen: De verdeling van de steden onder de Levieten (Jozua 21:1-42) kan vrijwel zeker worden toegeschreven aan een priesterlijke redactie. Misschien geldt dit ook voor de regulering van de cultus op de oostelijke Jordaanoever (Jozua 22:9-34). Met betrekking tot het literaire ontwikkelingsproces van het boek Jozua is alleen consensus over de fundamentele erkenning van het deuteronomistische redactiewerk.

Stijl en structuur Het boek kan in twee grote delen en een inleiding en appendix verdeeld worden. Na de inleiding (hoofdstuk 1) vertelt het eerste hoofddeel (hoofdstuk 1 t/m 12) over de inval in Kanaän en de verovering van het land. Dit deel bevat voornamelijk verhalende gedeelten. Het tweede hoofddeel (hoofdstuk 13 t/m 21) bevat voornamelijk geografische overzichten en lijsten betreffende de verdeling van het land en een aantal andere zaken. Ten slotte volgt nog een kort verhalend deel (hoofdstuk 22 t/m 24) met twee redevoeringen van Jozua. Het boek eindigt met de dood van Jozua.

Een groot deel van Jozua, met name het eerste hoofddeel, heeft een etiologisch karakter: er worden verklaringen gegeven voor (plaats)namen, gebruiken en gedenktekens door het achterliggende verhaal te vertellen. Voorbeelden hiervan zijn Jozua 5:2-9 waarin de naam Gilgal ("Voorhuidenheuvel") wordt verklaard, Jozua 4 waarin de herkomst en betekenis van de steenhopen bij en in de Jordaan worden verklaard en Jozua 9 waarin de maatschappelijk positie van de Gibeonieten wordt verklaard. Mogelijk hadden deze verhalen tot doel om jonge Israëlieten aan de hand van eigentijdse, zichtbare zaken bekend te maken met de geschiedenis van het volk.

De persoon Jozua De beschrijving van Jozua kent parallellen met die van Mozes. Hij trok zijn schoenen uit bij een ontmoeting met God (5:15), net zoals Mozes dat deed (Exodus 3:5). Mozes leidde het volk door de Rode Zee, Jozua leidde het volk door de Jordaan. Net als Mozes (Deuteronomium 9:25-29) trad Jozua op als een soort advocaat voor het volk bij God toen het volk gezondigd had (7:7-9). Zoals Deuteronomium eindigt met de dood van Mozes, zo eindigt het boek Jozua met de dood van Jozua.

Stilistisch is er een verschil. Mozes wordt beschreven als een echt mens. Hij twijfelde en was soms onzeker. Op andere momenten was hij juist opvliegend en impulsief. Over het karakter en de emoties van Jozua lezen we echter eigenlijk niets, zelfs niet waar hij de hoofdpersoon is. Misschien was dit een bewuste keuze van de schrijver of redacteur, die op deze manier de overeenkomsten tussen Mozes en Jozua wilde benadrukken. Het is ook mogelijk dat dit verschil juist diende om aan te geven dat Jozua, hoeveel overeenkomsten er ook tussen hem en Mozes zijn, niet van hetzelfde statuur was: Mozes was "de dienaar van de Heer" en Jozua "de rechterhand van Mozes" (Jozua 1:1).

Indeling A. Inleiding (hoofdstuk 1) 1. Jozua wordt aangesteld en krijgt de opdracht het land te veroveren (1:1-1:9) 2. Jozua instrueert het volk en het volk reageert positief (1:10-1:18) 1. De verovering van het land (hoofdstuk 1 t/m 12) 3. Rachab en de spionnen in Jericho (2) 4. Het oversteken van de Jordaan (3,4) 5. Besnijdenis en Paasfeest (5:1-12) 5. Jozua ontmoet de aanvoerder van het leger van de Heer (5:13-15) 6. De verovering van Jericho (6) 7. De schending van de ban (7) 8. De verovering van Ai (8:1-29) 9. De plechtigheid op de Ebal (8:30-35) 10. De list van de Gibeonieten (9) 11. De slag bij Gibeon (10:1-28) 12. De verovering van het zuiden (10:29-43) 13. De verovering van het noorden (11:1-15) 14. Overzichten van veroveringen (11:16-13:7) 2. De verdeling van het land (hoofdstuk 13 t/m 21) 1. De verdeling van het grondgebied ten oosten van de Jordaan (13:8-33) 2. De gebieden van Kaleb, Juda, Efraim en Manasse (14-17) 3. De gebieden van Benjamin, Simeon, Zebulon, Issachar, Aser, Naftali, Dan en Jozua (18-19) 4. Steden voor de Levieten en vrijplaatsen (20-21) B. Afsluitende hoofdstukken (hoofdstuk 22 t/m 24) 1. Terugkeer van de Overjordaanse stammen en de bouw van een altaar (22) 2. De afscheidsrede van Jozua (23) 3. De volksvergadering in Sichem (24:1-28) 4. De dood van Jozua en Eleazar (24:29-33)

Inhoud Het begin van Jozua sluit aan bij het einde van Deuteronomium. Het gebied ten oosten van de Jordaan is veroverd onder leiding van Mozes en verdeeld onder de stammen Ruben en Gad en een deel van Manasse. De Israëlieten hebben hun kamp opgeslagen bij Sittim (ook wel Abel-Sittim of Abel-Hassittim genoemd, Numeri 33:49) in Moab, aan de oostzijde van de Jordaan, buiten het land Kanaän. Mozes is inmiddels gestorven (Deuteronomium 34).

Deel 1: De verovering van het land De opdracht om Kanaän te veroveren (1) Na de dood van Mozes (Deut. 34) krijgt Jozua, de rechterhand van Mozes, van God de opdracht de leiding over het volk op zich te nemen en hen te leiden bij de inname van het beloofde land, Kanaän. God zal hen bij deze inname bijstaan en voor een goede afloop zorgen. Maar Jozua moet zich bij alles wat hij doet wel aan Gods wet houden en op God vertrouwen. Jozua laat opzieners (of: schrijvers) het kamp doorgaan om de mensen te vertellen dat ze over drie dagen (uiteindelijk zal dit langer duren) de Jordaan over zullen steken. Hij herinnert de stammen Ruben, Gad en een deel van Manasse, die zich al in de hun toegewezen gebieden aan de oostzijde van de Jordaan gevestigd hebben (Numeri 32:33-42), aan hun belofte (Numeri 32:17-18) om de rest van het volk te helpen bij de strijd om het land.

Rachab en de spionnen in Jericho (2) thumb|De oversteek van de Israëlieten verbeeld door Gustave Doré. Jozua stuurt twee spionnen naar Jericho, de eerste stad die aangevallen zal worden, om de stad en het gebied eromheen te verkennen. De spionnen vinden in Jericho onderdak bij Rachab, die een huis (of misschien een herberg) op of in de stadsmuur heeft. De koning van Jericho hoort van de aanwezigheid van de spionnen en hij stuurt mensen naar Rachab om ze op te halen. Rachab heeft de twee mannen op het dak onder bossen vlas verborgen en zegt tegen de mannen van de koning dat de spionnen inmiddels de stad uit zijn, waarop de mannen van de koning in de richting van de Jordaan vertrekken.

Rachab gaat naar de mannen op het dak en vertelt hen dat de inwoners van Jericho bang zijn voor Israël en ze vraagt of de mannen ervoor willen zorgen dat Rachab en haar familie tijdens de inname van Jericho niet gedood of slecht behandeld zullen worden. Rachab laat de spionnen langs een touw aan de buitenkant van de stadsmuur naar beneden zakken en zegt dat ze naar de bergen (en dus nog niet naar de Jordaan) moeten gaan. Daar moeten ze zich drie dagen schuilhouden. De spionnen beloven Rachab dat zij en haar familie gespaard zullen worden tijdens de inname van de stad, mits ze de plannen van Israël niet verraadt en zij en haar familie tijdens de inname binnen zijn, in Rachabs huis. Rachab moet een rood koord aan het venster binden zodat de soldaten van Israël weten welk huis het hare is.

De spionnen houden zich drie dagen schuil in de bergen, waarna ze de Jordaan oversteken en zich bij Jozua melden.

Overtocht over de Jordaan (3-5) De ochtend na de terugkeer van de spionnen vertrekt het volk vanuit Sittim naar de Jordaan, die ze na drie dagen oversteken. De priesters gaan met de Ark van het Verbond voorop. Wanneer de priesters de Jordaan instappen komt het water tot stilstand en vormt een dam. Als alle Israëlieten overgestoken zijn worden er twee gedenktekens, allebei bestaand uit twaalf stenen, opgericht: een in het (nieuwe) kamp in Gilgal en een in het midden van de Jordaan.

Nu krijgt Jozua van God de opdracht om de mannelijke Israëlieten te besnijden. Deze waren nog niet besneden omdat alle (besneden) mannen die de uittocht uit Egypte hadden meegemaakt inmiddels gestorven waren (Numeri 14, behalve Jozua en Kaleb) en er tijdens de reis in de woestijn niet besneden werd.

De verovering van Jericho (6)