Het Heilig-Hartcollege was een katholieke school voor middelbaar-, basis- en volwassenenonderwijs in Ganshoren (België), vlak bij de Nationale Basiliek van het Heilig Hart. Het werd in 1939 opgericht door het toenmalig Aartsbisdom Mechelen en bood algemeen secundair onderwijs (ASO) met naargelang de periode onder meer de richtingen Latijn-Grieks, Latijn-Wiskunde, Latijn-Wetenschappen, Economie-Moderne talen, Economie-Wiskunde, Moderne talen-Wetenschappen en Wetenschappen-Wiskunde. De school trok leerlingen uit een brede omgeving en had een goede reputatie. Omdat het leerlingenaantal achteruit ging, werd het aanbod uitgebreid met TSO (handel) en BSO (kantooradministratie en gegevensbeheer), maar op 30 juni 2008 werd de secundaire afdeling gesloten. Het volwassenenonderwijs (Lethas) bleef bestaan en de basisschool herdoopt tot Vrije Basisschool Heilig-Hartcollege Ganshoren binnen vzw Sint-Goedele. vzw Sint-Goedele, Brussel

Geschiedenis Gebouw Leopold II van België, was bekend als bouwheer. Na de bouw van het Justitiepaleis van Brussel was zijn oog gevallen op de hoogvlakte van Koekelberg waar hij een Pantheon wou bouwen ter ere van de Groten van het land en begraafplaats voor nationale figuren, naar analogie met de Cimetière du Père-Lachaise. Daartoe liet hij urbanisatieplannen ontwerpen waarbij lanen namen kregen zoals de Pantheonlaan, Landsroemlaan en Keizer Karellaan die tot heden hun naam hebben bewaard. Tijdens een van zijn vele bezoeken aan Parijs kwam Leopold onder de indruk van de Basilique du Sacré-Cœur en veranderde hij van gedachte. Hij voorzag er een soortgelijke basilica minor, maar het Belgisch Parlement voorzag geen financiële steun.Vandenbreeden 2005 p.14 Er moest dus worden gezorgd voor bijdragen van de bevolking. Er werd daartoe beroep gedaan op de Franse Oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria die reeds ervaring hadden bij de bouw van de Parijse Basilique du Sacré-Cœur. Op de hoek van de Landsroemlaan en de Keizer Karellaan werd dan in 1903 een gebouw in de neogotische stijl van de toekomstige Basiliek opgetrokken dat tegelijk diende als klooster en voorlopig bedevaartsoord.De gebedsruimte, met toegang langs de Keizer Karellaan, besloeg het gelijkvloers en de eerste verdieping, daarboven de verblijven van de paters. Op de hoek van de Keizer Karellaan en de Landsroemlaan was een winkel waar Devotionalia werden verkocht De plannen werden eveneens getekend door architect Pierre Langerock.De ontwerper van de neo-gotische versie van de basiliek van Koekelberg Op 10 april 1905 werden het gebouw ingewijd en op 12 oktober legde Leopold II de eerste steen van de toekomstige basiliekDe plannen werden getekend door de architect Pierre Langerock ter gelegenheid van de 75e verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid. De oblaten deden hun uiterste best om de cultus van het Heilig Hart te verspreiden in België. Tijdens en na WOI ijverde de toenmalige kardinaal Mercier voor een goedkopere uitvoering.Zie BOUW Nationale Basiliek van het Heilig Hart Tegelijkertijd wou hij de oblaten vervangen door de bisschoppelijke clerus zodat de bisschoppen meer toezicht zouden hebben. Hij slaagde in beide opzetten. In 1919 werd de kloosterruimte in gebruik genomen als pastorij voor de eerste pastoor Téophile Barette en zijn onderpastoors. De opvolger van Mercier, kardinaal Jozef Van Roey kon op 26 mei 1935Vandenbreeden 2005 p.31 de apsis van de basiliek inwijden en deze werd opengesteld voor de cultus, waardoor een einde kwam aan het gebruik van het voorlopig bedevaartsoord aan de Landsroemlaan, het diende nog slechts als pastorie. Er diende een nieuwe bestemming gezocht voor het gebouw. Gezien de gunstige ligging aan een belangrijke invalsweg zoals de Keizer Karellaan evenals de bediening door ettelijke tramlijnen zowel van de buurtspoorwegenLijn Al, Brussel Noord-Aalst (Buurtspoorwegen van de provincie Brabant) als van het Brussels tramnetzoals de lijnen 7,10,20,60 kwam de idee om er een aartsbisschoppelijk college te vestigen.

Heilig-Hartcollege (1939-1984) Oprichting thumb|left|Erekaart voor eerste prijs in rekenen van de 7de voorbereidende (Franstalig) in 1946. Heilig-Hartcollege Ganshoren. Op 21 juni 1939 krijgt Bernard Vanden BergheBernard Vanden Berghe, Odis (1912-2015), priester-leraar aan het Sint-Pieterscollege (Leuven), onverwacht de opdracht van het aartsbisdom Mechelen om een college te stichten in het vroegere Oblatenklooster te Ganshoren. Het college krijgt de toepasselijke naam “Heilig-Hartcollege”.Korte geschiedenis en lijst van priesters-leraars. Odis, Heilig-Hartcollege Een week later bezoekt de jonge directeur het pand en stelt vast dat er heel wat metsel- en timmerwerk zal van pas komen om het gebouw om te vormen tot een schoolgebouw volgens de plannen van de ingenieurarchitect Paul Rome.Paul Rome was de assistent van Albert Van huffel, de architect van de definitieve basiliek van Koekelberg, en volgde hem op na diens overlijden in 1935. Paul Rome kreeg de opdracht van kardinaal Van Roey . Paul Rome zal ook de plannen maken voor de latere gebouwen, zie Sofie Tack p.31. Sofie Tack, Leven en werk van Paul Rome, U. Gent, Academiejaar 2008-2009 (pdf). In totaal heeft P.Rome 254 plannen gewijd aan de gebouwen van het college. S. Tack a.w. p.74. Gearchiveerd op 20 september 2019. Er resten hem slechts twee en een halve maand om dat te verwezenlijken. In de kerkruimte komen twee verdiepingen klaslokalen. Op het gelijkvloers wordt de winkelruimte omgebouwd tot burelen en helemaal achteraan wordt van de vroegere sacristie een kapel gemaakt. In de kelders wordt een turnzaal ingericht en in een deel van de tuin een speelplaats en WC's. De werkzaamheden verlopen onder bescherming van het Franstalige Institut Saint-Louis (Brussel) Institut Saint-Louis (Bruxelles). Geraadpleegd 8 dec 2019., een eveneens aartsbisschoppelijk college gelegen in hartje Brussel waarvan het Heilig-Hartcollege voorlopig de Vlaamstalige humaniora zal vormen. Op 16 september 1939 kan er gestart worden met een groep van 94 leerlingen, allen tussen 9 en 13 jaar oud en voldoende in aantal om er een eerste jaar Latijnse en Moderne en enkele voorbereidende klassen mee te bevolken. Directeur Vanden Berghe gaf zelf les en had slechts drie medewerkers: E.H. H.FineauHendrik Fineau en de heren Desmet en Van Gijsseghem. De leerlingen zijn niet enkel afkomstig uit Ganshoren en uit een aantal Brusselse gemeenten, een aanzienlijk gedeelte komt uit verder afgelegen dorpen in het Pajottenland en het noordwestelijke gedeelte van Brabant. De lagere school bestaat uit een Nederlands- en een Franstalige afdeling. Het lerarenkorps bestaat hoofdzakelijk uit priesters. Het is de tijd dat de leerkrachten nog geen staatswedde ontvangen en de leerlingen nog schoolgeld moeten betalen.

Oorlogsjaren Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden leraars en leerlingen geconfronteerd met dwingende verordeningen van het strenge Duits Bestuur in Brussel, met verplichte verduistering, de rantsoeneringskaarten, de slijmerige levertraan van Winterhulp. Behoorlijk en geregeld onderricht loopt evenmin van een leien dakje. Zo krijgen tijdens de eerste maanden van 1944 de buitenjongens les in Asse, terwijl de leerlingen van de lagere cyclus slechts enkele uren naar het college komen. Zo worden er ondanks alles nog voortreffelijke resultaten geboekt.

Groei en bloei

De school van "de pastoors achter de basiliek" verwerft stilaan een goede naam. Ze biedt hoogstaand onderwijs, er heerst een gezonde studiementaliteit en een niet onaardig tuchtsysteem. Een pluspunt is de oprichting in 1946 van een internaat dat tot in 1975 zal blijven voortbestaan.Op de zolder werden twee slaapzalen gemaakt een kleine voor leerlingen van de hoogste klassen en een grotere voor de anderen. Er was ook een gemeenschappelijke zaal met lavabo's en een ruimte met enkele WC's. In de kelder werd een refter gemaakt. (Pas in de jaren '50 kwamen er stortbaden). Om de veertien dagen mochten de internen voor een weekend naar huis. Er waren internen afkomstig van Oostende tot Maaseik. E.H. A.Wouters,Albert Wouters, Odis , was tevens de klasleraar van de eindklas van de Franstalige lagere school, leraar Fans voor de hoogste klassen van de humaniora en regieassistent van Henri Deligne was de internenprefect.

Het College beperkte zich niet tot enkel lesgeven. Daar er in het College geen ruimte was voor de godsdienstige plechtigheden werd gebruikgemaakt van de apsis van de Basiliek (het autoverkeer was toen nog minimaal). Het oprichten van een zangkoor was dan nodig, er waren voldoende knapen en jongens om het te bevolken. Het was E.H. J. Van Craenenbroeck(1941-1949)Jozef Van Craenenbroeck, Odis die daar voor zorgde, zijn opvolger was E.H. Frans Bruurs (1950-1960).Frans Bruurs, Odis . Zijn broer Jos Bruurs (Hoogstraten, 1928 - Hoogstraten, 2013) was gedurende zestig jaar de organist van de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten. Op verzoek van zijn broer gaf Jos ooit een pianorecital voor de internen. Het koor trad ook op in het voorprogramma van de jaarlijkse toneelopvoeringen en nam deel aan een korentornooi in de Henry Le Boeufzaal van het Paleis voor Schone Kunsten. Een van de jaarlijkse hoogtepunten was de Middernachtmis in de Basiliek van Koekelberg. Leerlingen zoals Bob Boon (Bob Boon Singers) en de gebroeders Guido en Jean-Jacques Cassiman (Trio Cassiman) verdienden hun eerste muzikale sporen in het koor. Frans Bruurs leidde het koor op 13 en 14 oktober 1951 toen de Basiliek plechtig werd ingewijd door kardinaal Van Roey en alle Belgische bisschoppen en abten. Latere optredens waren o.a. in 1954 bij een uitvoering van Jeanne d'Arc au bûcher van Arthur Honegger en Paul Claudel in het Kursaal van Oostende. Toen E.H. F.Bruurs in 1960 een nieuwe benoeming kreeg werd hij opgevolgd door E.H. R. Van Put. Het koor trad op in mei 1962 op een groots opgezet kunstfeest ter ere van de moeders in het Paleis van Schone Kunsten. In hetzelfde jaar kwam een nieuw hoogtepunt met nieuwe opvoeringen van Jeanne d'Arc au bûcher in het Paleis van Schone Kunsten en in de Stadsschouwburg Brugge, samen met het koor Cantores uit Brugge en het Nationaal Orkest van België o.l.v. André Cluytens. In juli 1964 mocht het koor meewerken aan de Belgische creatie van het War Requiem van Benjamin Britten in de Sint-Maartenskerk (Kortrijk), samen met het koor Singhet ende Weset Vro uit Kortrijk, het koor en orkest van de B.R.T. o.l.v. Daniel Sternefeld. In maart 1965 volgde een tweede uitvoering in de Koningin Elisabethzaal te Antwerpen. Einde 1968 na een laatste optreden bij het toneelfeest hield het collegekoor op te bestaan.

Zoals in zovele katholiek scholen werd er een jeugdbeweging gesticht en was het evident dat dit de Katholieke Studentenactie (KSA) zou zijn. De stichter was directeur Vanden Berghe met o.a. Jos Pelgrims en Jacques De Staercke als leden van de kerngroep. E.H. P. VranckxPaul Vranckx, Odis was jarenlang de proost. De voornaamste activiteit was het jaarlijkse kamp. Een van de hoogtepunten was de deelname aan de Studentenbedevaart naar Rome naar aanleiding van het Heilig jaar 1950. Later evolueerde de KSA naar het gemengde KSJ.