Petrus Alamire (ook Pierre Alamire, Petrus Imhoff, Imhove of Van den Hove), (Neurenberg, circa 1470 – Mechelen, 26 juni 1536) was een Duitse muziekkopiist, componist, instrumentalist, ondernemer, diplomaat en spion uit de Renaissance. Hij was in zijn tijd een belangrijke verdeler van luxeuze muziekmanuscripten. Verschillende, ondertussen beroemde componisten van de derde generatie van Franco-Vlaamse polyfonisten, danken het voortbestaan van hun oeuvre aan zijn beroemde verluchte handschriften waarin hun werk werd opgenomen. Onder zijn toezicht produceerde een schare kopiisten muziekhandschriften die in totaal meer dan zeshonderd meerstemmige werken bevatten. Er zijn meer dan 49 volledige handschriften en verschillende fragmenten bewaard gebleven.David J. Burn, 'Inleiding,' in Meerstemmigheid in beeld: zeven meesterwerken uit het atelier van Petrus Alamire, 9-14 (Davidsfonds Uitgeverij, 2015) Hij leefde en werkte in de tijd waarin de muzikale creatieve explosie die in de Habsburgse Nederlanden plaatsvond een hoogtepunt had bereikt; Vlaanderen, Henegouwen en het hertogdom Brabant leverden samen meer componisten dan de rest van Europa en deze componisten emigreerden naar andere streken, in het bijzonder naar die vorstelijke en adellijke hoven die over de middelen beschikten om hen te werk te stellen.
Leven Petrus Imhoff, zoals zijn geboortenaam luidde, werd geboren in Neurenberg in Beieren in de rijke koopmansfamilie Imhoff. Over zijn exacte afkomst, zijn jeugd en zijn opleiding is weinig met zekerheid geweten.Eugeen Schreurs, 2015, p.56. In 1496 duikt de naam Petrus Alamire voor het eerst op in de Habsburgse Nederlanden. Alamire was zijn echte naam niet; de naam was een pseudoniem, dat verwijst naar de toonhoogte A (la) in de drie hexachorden (la - mi - re) in de muzieknotatie van Guido van Arezzo (991-1033). In 1516 treffen we in een document een Vlaamse versie van zijn naam aan, 'Peter van den Hove, alias Alamire'. Als we ervan uitgaan dat hij volwassen was in 1496, toen hij zijn eerst bekende opdracht uitvoerde, zou hij rond 1470 geboren zijn. Een precieze datum is niet gekend.
Loopbaan Hij werd in 1496 voor het eerst genoemd als Petrus Alamire ‘Van Nuerenborch’, in een opdracht voor muziekboeken met zeventien sexternenSextern: Term uit de codicologie voor een katern dat samengesteld is uit zes dubbelbladen, men vindt ze voornamelijk in laatmiddeleeuwse papieren en encarté-handschriften. G.J. van Bork, H. Struik, P.J. Verkruijsse, G.J. Vis, Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek, 2002 met ‘nuwer musiken van missen’, achttien sexternen met ‘mutetten van Magnificat ende meer anderen’ en kopieerwerk van een nieuwe Missa Salve sancta parens, van een nieuw Credo en van drie andere missen, dat alles voor de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in 's-Hertogenbosch.Kristine K. Forney, Music, Ritual and Patronage at the Church of Our Lady, Antwerp, Early Music History, Vol. 7 (1987), pp. 1-57, p.2. Het is onwaarschijnlijk dat hij in ’s-Hertogenbosch heeft gewoond. Hij stond namelijk geregistreerd bij de Broederschap als 'buitenlid', een status die geen residentie verplichtte.
In 1499 bezorgde hij de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw en het kapittel van de Lieve-VrouwekerkDe kerk werd pas kathedraal in 1559 bij de oprichting van het bisdom Antwerpen. in Antwerpen een boek met motetten en Magnificats. Beide broederschappen bleven de jaren daarop belangrijke afnemers van Alamire's output. Spijtig genoeg is geen enkel handschrift dat hij voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk maakte, bewaard gebleven.Kristine K. Forney, 1987, pp. 37-38. We kennen zijn werk dus vooral uit de rekeningen, hoewel recentelijk een aantal fragmenten zou zijn ontdekt in een handschrift in het Plantin-Moretus museum (MS. m. 18.13).Kristine K. Forney, 1987, pp. 38, noot 97.
In 1503 werkte Alamire voor het hof van Filips de Schone als ‘escripvain de libres de musicke’. Hij had dan al een eerste muziekhandschrift gemaakt voor de dagelijkse diensten in de hofkapel. In datzelfde document werd gespecificeerd dat hij in Antwerpen woonde: ‘demourant à Anvers’.Eugeen Schreurs, 2015, p.57. Voor 1505 was hij getrouwd met Katlijne Vander Meeren zoals blijkt uit de akte van aankoop van een huis in Antwerpen door het echtpaar op 29 december 1505. Zeer kort daarna op 6 februari 1506 werd het huis opnieuw verkocht.
Begin zestiende eeuw kreeg hij opdrachten van het Bourgondisch-Habsburgse hof in Mechelen waar Margaretha van Oostenrijk regeerde als landvoogdes vanaf 1507. In 1508 werd Petrus Alamire aangesteld tot ‘escripvain et garde des livres de la chapelle domestique de mondit Sr. l'archiduc’Schrijver en beheerder van boeken van de huiskapel van de voornoemde aartshertog. van de jonge aartshertog Karel, de latere Karel V.Eugeen Schreurs, 2015, p.58. Hij begon toen met de vervaardiging van prachtige muziekmanuscripten in opdracht van Margaretha. Tussen 1509 en 1517 was hij lid van de ‘chapelle domestique’ van Karel. Alamire verhuisde ergens tussen 1505 en 1516 van Antwerpen naar Mechelen. Via een Antwerpse schepenakte zijn we zeker dat hij in 1516 in Mechelen woonde, het is in hetzelfde document dat voor het eerst de naam ’Peter van den Hove alias Alamire’ gebruikt werd.Eugeen Schreurs, 2015, p.61. Hoewel hij vaak op reis was, zou Mechelen vanaf 1516 zijn vaste stek blijven. Hij was later ook actief aan het hof van Maria van Hongarije die haar tante in 1530 opvolgde.Louis Peter Grijp, Ignace Bossuyt, Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, Amsterdam University Press, 2001, p. 108. Na 1517 wordt hij niet meer genoemd in de rekeningen van het hof maar hij bleef verbonden aan het hof zoals kan afgeleid worden uit zijn briefwisseling.Eugeen Schreurs, 2015, p.59.
Atelier
Men heeft niet kunnen vaststellen of Alamire zelf een atelier heeft gehad of dat het leden van de hofkapel in Mechelen waren die voor hem de muziek kopieerden. Hoe het ook zij, hij beschikte over een groep assistenten die kopiewerk deden zowel voor grote koorboeken als voor kleine stemboekjes,Een liedboek bestond toen uit afzonderlijke stemboekjes, een per partij. op perkament of papier, afhankelijk van wat de opdrachtgever te besteden had. Alamire zou zelf weinig betrokken geweest zijn bij de productie van de handschriften maar hij was wel de handelaar en de coördinator.Louis Peter Grijp, Ignace Bossuyt, 2001, pp. 109 - 111. Hoewel notenschrift vrij gestandaardiseerd was, kan men aan de vorm van de noten en de muzieksleutels en aan spellingvarianten in de tekst in de bewaarde handschriften, vaststellen dat er verschillende handen bij het kopiëren betrokken waren. Als versiering werden vaak in penwerk uitgewerkte initialen gebruikt maar ook getekende of geschilderde initialen die dikwijls opgebouwd waren uit stengels, takken en stronken met grijnzende gezichten ertussen. De luxueuze handschriften waren versierd met miniaturen en margeversiering, vaak in Gent-Brugse stijl. Ook dit werk werd uitbesteed evenals het inbinden van de boeken. Aan de hand van die miniaturen kan men vaak de opdrachtgever of de bestemming van het werk identificeren. Voor het schilderen van de miniaturen werden specifieke miniaturisten ingehuurd, waaronder de Meester van de gebedenboeken omstreeks 1500 en Gerard Horenbout.
Hoe de handschriften van Alamire in het buitenland terecht kwamen is niet met zekerheid vast te stellen, maar het is best mogelijk dat Margaretha bij hem koorboeken bestelde die als diplomatieke geschenken voor vorsten en belangrijke personen waren bedoeld. Een aanwijzing hiervoor is te vinden in twee koorboeken van Alamire in de Vaticaanse Bibliotheek die zowel de wapens van het Vaticaan als die van het Bourgondisch-Habsburgse huis bevatten, dit lijkt duidelijk te wijzen op een geschenk van Margaretha aan de paus.
Ook enkele van de handschriften die in het bezit waren van Frederik de Wijze, hertog van Saksen waren waarschijnlijk geschenken van de Habsburgers als promotie voor de verkiezing van Karel tot keizer van het Heilige Roomse Rijk.
Spion thumb|Koorboek van Hendrik VIII Van de periode van 1515 tot 1518 zijn een aantal brieven bewaard gebleven die de relatie van Alamire met Hendik VIII illustreren. Het gebeurde vaker in die tijd dat musici werden ingezet voor diplomatieke en geheime opdrachten omdat zij door hun functie vrij mobiel waren en niemand er wat achter zocht als ze van hof naar hof reisden. Uit die brieven, vier van Alamire aan Hendrik VIII en meer dan twintig van Engelse ambassadeurs aan Alamire kan men het volgende verhaal distilleren.Eugeen Schreurs, 2015, pp. 61-65.
Richard de la Pole, hertog van Suffolk en pretendent van de Engelse kroon, was door Hendrik VIII verbannen. De Franse Koning Lodewijk XII had Richard als koning van Engeland erkend en Richard dreigde ermee Engeland met een leger binnen te vallen. Hendrik VIII had dus alle reden om op de hoogte te zijn van het doen en laten van Richard. Alamire en de speelman Hans Nagel krijgen de rol van spion toebedeeld. Hendrik VIII wordt op de hoogte gehouden door zijn Lord Chancellor, Thomas Wolsey die op zijn beurt zijn informatie krijgt van de ambassadeur aan het hof te Mechelen, Thomas Spinelly.
In 1515 schrijft Alamire een eerste brief aan Hendrik VIII vanuit Lotharingen, Richard verbleef meestal in Metz, om aan de koning te melden dat Hans Nagel en Claes Packer (Bakker) Richard bespioneerd hadden, en stuurde ook zes kleine stemboekjes, een manicordium en dertien kromhoorns. Op 2 oktober van dat jaar schreef Spinley aan Wolsey dat Alamire en Hans Nagel naar Richard zouden gaan; ze kregen ook een uitnodiging om naar het Engelse hof te komen. Op 22 december toont Alamire aan Spinelly en Tunstal, ook een ambassadeur van Hendrik VIII, zijn briefwisseling met Jan van Reth wiens broer Dirk in dienst was bij Richard de la Pole, en die hem zou helpen nauwere contacten te leggen met die laatste. Aanvang januari 1516 vertrekken Hans Nagel en Alamire naar Metz om Richard een pakket brieven te bezorgen. Alamire beloofde Spinelly hem de inhoud van de brieven op korte termijn te bezorgen.
In april 1516 informeerde Spinelly Hendrik VIII dat hij ondertussen Alamire was gaan wantrouwen. Op 19 juni vertrok die uiteindelijk met Hans Nagel en nog enkele andere speellieden naar Engeland waar hij zich bij kardinaal Wolsey moest melden. Van zijn verblijf aan het hof is verder niets geweten. In september 1516 was Alamire weer in Metz bij Richard. Er blijven nog wat brieven over en weer gaan maar in september 1517 brengt ambassadeur Tunstal Hendrik VIII ervan op de hoogte dat De la Pole twee spionnen had in Mechelen, een zekere ‘Hans Nagle’ en een andere, mogelijk ‘Alamyre the singer’.
Met een laatste brief aan Wolsey gedateerd in 1517 maar zonder maand, waarin Alamire zich bekloeg over de manier waarop hij was behandeld, er was zelfs geen bedankje gekomen voor de handschriften en de muziekinstrumenten die hij aan de koning had bezorgd, neemt het spionageverhaal een einde. Richard de la Pole sneuvelde in 1525 in de slag bij Pavia waar hij streed aan de zijde van Frans I.
Diplomaat