thumb|Pompen thumb|180px|ECG-registratie van één hartslag De systole begint bij het QRS-complex en eindigt met de T-top. thumb|180px|Onder meer de druk in de ventrikel en aorta

Systole () is de fase van de hartslag waarin de kamers van het hart zich samentrekken.

De linkerventrikel pompt zuurstofrijk bloed door de aorta naar de weefsels, de rechterkamer pompt tijdens de systole zuurstofarm bloed naar de longen, waarna dit zuurstofrijk in de linkerboezem terugkomt, die het bloed aan de linkerventrikel doorvoert. Tijdens de systole zijn de atrioventriculaire kleppen, de kleppen tussen boezems en ventrikels gesloten. De aortaklep en de pulmonalisklep, dat zijn de kleppen tussen de ventrikels of kamers en de aorta en de longslagader, staan wijd open. De systole begint als de atrioventriculaire kleppen sluiten, wat te horen is als de eerste harttoon. Ze maakt plaats voor de diastole als de aortaklep en de pulmonalisklep sluiten en zo de tweede harttoon doen klinken.

Door een elektrische prikkel die ontstaan is in de sinusknoop en via de boezems en de atrioventriculaire knoop via de bundel van His de hartspier bereikt, verliest de wand van de spiercellen zijn elektrische lading en trekt de spier samen. Op het elektrocardiogram ECG is dit als het QRS complex te zien. De celmembraan blijft nog even ontladen tot de celmembraan weer gepolariseerd raakt, dat is zichtbaar tijdens de T-top op het ECG. Dan begint de diastole waarin de kamers zich weer vullen.

Tijdens de systole loopt de bloeddruk in de linkerventrikel en de aorta op tot normaal zo'n 125 mm Hg. Dit is de systolische bloeddruk. Tijdens de diastole zakt de druk voorbij de aortaklep iets tot ongeveer 80 mm Hg: de diastolische bloeddruk. Deze drukgolven, of polsgolven, hebben enige tijd nodig om van de aorta naar bijvoorbeeld de pols te komen. De bloeddruk in de rechterventrikel en de longslagader is ongeveer zes keer zo laag.

Categorie:Bloeddruk Categorie:Hart en vaatstelsel