Robert Waseige (VottemRobert Waseige : « j’ai retiré la prise du foot » L'Avenir, 27 januari 2014, 26 augustus 1939 – Luik, 17 juli 2019) was een Belgische voetballer en voetbalcoach. Na een bescheiden carrière als speler maakte hij in België furore als coach. Hij werd tijdens zijn trainersloopbaan drie keer verkozen tot Belgisch trainer van het jaar. Van 1999 tot 2002 was hij bondscoach van de Rode Duivels, met wie hij deelnam aan EURO 2000 en het WK 2002.
Spelerscarrière De ouders van Robert Waseige waren afkomstig van de Luikse gemeente Rocourt, maar omdat zijn vader aan astma leed, verhuisden zijn ouders nog voor zijn geboorte naar het dorpje La Gleize. Net voor de geboorte van hun zoon Robert verhuisden ze naar Vottem, omdat ze daar in de nabijheid waren van een ziekenhuis. Toen Robert zeven jaar was, verkaste het gezin Waseige naar de Luikse stadsbuurt Sainte-Walburge.
Als kind droomde Waseige van een baan als gymleraar.Robert Waseige, un homme ordinaire Le Soir, 8 juni 2000 Op 8-jarige leeftijd sloot hij zich aan bij Club Luik. In 1959 maakte hij als middenvelder zijn debuut in het eerste elftal, dat twee jaar later vicekampioen zou worden. Waseige stond niet bekend als een groot talent, maar werd vooral geprezen om zijn inzet en werkkracht. Reeds als twintiger toonde hij interesse in de functie van voetbalcoach.
Na vier seizoenen in de hoogste afdeling werd hij getransfereerd naar de Brusselse fusieclub Racing White. Bij de tweedeklasser werd hij in de loop der jaren een ploegmaat van onder meer Jean Dockx, André Stassart en Fons Haagdoren. In 1965 promoveerde de club naar de hoogste afdeling. Vier jaar later bereikte Racing White onder leiding van coach Jef Vliers de bekerfinale. De Brusselaars verloren daarin met 2-0 van Lierse SK.
Na negen seizoenen in Brussel belandde Waseige in Limburg. Bij derdeklasser KFC Winterslag was hij even speler-trainer alvorens voltijds coach te worden. In 1972 promoveerde de club naar de Tweede Klasse, twee jaar later volgde de promotie naar de hoogste divisie. Het was de eerste maal dat Winterslag in de Eerste Klasse mocht aantreden. Waseige leerde bij Winterslag onder meer Vince Briganti kennen. De Italiaanse Belg was bij Winterslag eerst zijn speler, later zijn assistent.
Trainerscarrière Winterslag In drie jaar tijd loodste Waseige de Limburgse mijnclub van de derde naar de hoogste afdeling. Hoewel hij nog tot 1973 als voetballer actief was, waren het vooral zijn kwaliteiten als trainer die in die periode indruk maakten. Winterslag, dat over spelers als Paul Theunis, Eric Vanlessen, Pierre Denier, Tony Rombouts en Vince Briganti beschikte, zakte in 1975 nog even terug naar de Tweede Klasse, maar keerde nadien voor lange tijd terug in de Eerste Klasse.
Standard Luik Nadat Standard in 1976 op een teleurstellende achtste plaats was geëindigd, nam de Luikse club Waseige aan als opvolger van de Fransman Lucien Leduc. De inmiddels 37-jarige Waseige kreeg bij de Rouches spelers als Michel Preud'homme, Eric Gerets, Michel Renquin, Gerard Plessers, Ásgeir Sigurvinsson en Alfred Riedl onder zijn hoede.
Met Waseige aan het roer werd Standard drie seizoenen op rij derde in de competitie, hoewel de club in 1978 met Harald Nickel onder meer de topschutter in zijn rangen had. Waseige had beter gepresteerd dan zijn voorgangers, maar wist net als hen geen prijzen te pakken. In 1979 werd hij vervangen door de Oostenrijkse coach Ernst Happel.
Terug naar Winterslag Na een afwezigheid van drie jaar keerde de Luikenaar terug naar Winterslag. Daar zette hij de sportieve opmars die hij negen jaar eerder had gestart verder. Winterslag, dat inmiddels ook Luxemburgs international Carlo Weis en gewezen PSV- en Anderlechtspeler Johan Devrindt had aangetrokken, eindigde in het seizoen 1980/81 voor het eerst in de top vijf en bemachtigde zo een ticket voor de UEFA Cup.
Lokeren In de zomer van 1981 volgde Waseige bij vicekampioen KSC Lokeren het trainersduo Urbain Haesaert en Jozef Vacenovsky op. De Luikenaar, die door zijn overstap het Europese debuut van Winterslag miste, mocht met Lokeren ook deelnemen aan de UEFA Cup. De Waaslanders, die over talentvolle buitenlanders als Preben Larsen, Wlodzimierz Lubanski, Grzegorz Lato en Arnór Guðjohnsen en Belgische internationals Raymond Mommens, René Verheyen en Maurits De Schrijver beschikten, schakelden Europees FC Nantes en Aris FC uit. In de 1/8 finale werd het team van Waseige door FC Kaiserslautern uit het toernooi gewipt. In de competitie werd Lokeren vierde, waardoor het een jaar later opnieuw mocht aantreden in de UEFA Cup.
In de zomer van 1982 nam Waseige afscheid van Lato en Lubanski en trok de club met René van der Gijp een wispelturige versterking aan. De Nederlandse rechtsbuiten noemde Waseige later "geen alcoholist, maar wel een gezellige drinker".VIDEO: Van der Gijp over 'gezellige drinker' Robert Waseige Voetbal International, 6 oktober 2009 Lokeren zakte in het seizoen 1982/83 terug naar de middenmoot en werd in de tweede ronde van de UEFA Cup uitgeschakeld door latere finalist Benfica. Na het seizoen werd Waseige vervangen door Dimitri Davidović.
Club Luik Precies twintig jaar na zijn afscheid als speler keerde Waseige terug naar Rocourt. De Luikenaar werd coach van Club Luik, waar hij net als bij zijn vorige werkgevers de kans kreeg om met een talentvolle generatie samen te werken. Met spelers als Jean-François De Sart, Benoît Thans, Roger Henrotay, Luc Ernes, Bernard Wégria, Raphaël Quaranta en later ook Danny Boffin en Jean-Marie Houben wist Waseige de Luikse club uit te bouwen tot een subtopper. Club Luik bereikte in 1985 de halve finale van de beker en eindigde in de competitie op de derde plaats, ver boven stadsrivaal Standard. Daardoor mocht het team van Waseige een jaar later voor het eerst deelnemen aan de UEFA Cup. Waseige zelf werd in 1985 voor de eerste keer verkozen tot trainer van het jaar.
In 1987 leidde Waseige de Luikse club voor het eerst in haar geschiedenis naar de bekerfinale. Club Luik verloor daarin met het kleinste verschil van KV Mechelen. In het seizoen 1988/89 legden Waseige en zijn team opnieuw beslag op de derde plaats en schakelden ze in de 1/16 finale van de UEFA Cup Benfica uit. Een ronde later bleek het Juventus van trainer Dino Zoff te sterk voor de Luikenaars.
In het seizoen 1989/90, het zevende voor Waseige als coach van Club Luik, bereikten de rood-blauwen opnieuw de bekerfinale. Ditmaal won het elftal van Waseige met 2-1 van Germinal Ekeren. De Joegoslavische spits Nebojša Malbaša scoorde in het slot van de wedstrijd het beslissende doelpunt. Datzelfde jaar bereikte Club Luik ook voor het eerst de kwartfinale van de UEFA Cup.
In 1990/91 speelde Club Luik voor het laatst Europees. Als bekerwinnaar mochten de spelers van Waseige deelnemen aan de Europacup II. Daarin werden de Luikenaars net als twee jaar uitgeschakeld door Juventus.
Nadien kreeg de club te kampen met financiële problemen. Waseige werd in 1992 opgevolgd door Eric Gerets, met wie hij nog had samengewerkt bij Standard.
Sporting Charleroi In 1992 volgde Waseige de Kroaat Luka Peruzović op bij Sporting Charleroi, dat in die dagen kon rekenen op onder meer Pär Zetterberg, de Zweedse middenvelder die door Anderlecht aan Charleroi werd verhuurd. De jonge spelverdeler ontbolsterde volledig in het seizoen 1992/93 en loodste het team van Waseige naar de zevende plaats in het klassement en de bekerfinale, waarin Charleroi, nota bene in het stadion van Anderlecht, met 2-0 verloor van Standard. Hoewel de terugkeer van Zetterberg naar het Astridpark in 1993 een aderlating betekende, leek Charleroi niet aan kwaliteit in te boeten. Met spelers als Dante Brogno, Eric Van Meir, Cedomir Janevski, Michel Rasquin en oude bekenden als Raymond Mommens en Nebojša Malbaša slaagde Waseige erin om met Charleroi op de vierde plaats te eindigen, de beste prestatie van de club sinds 1969. Na afloop van het seizoen werd de Luikenaar voor de tweede keer uitgeroepen tot beste trainer in de Belgische competitie.
Terug naar Standard De inmiddels 56-jarige Waseige kreeg in 1994 een herkansing bij Standard, waar hij ditmaal René Vandereycken opvolgde. De club, die al beschikte over sterkhouders als Gilbert Bodart, Marc Wilmots, Michaël Goossens, Gunther Schepens en Guy Hellers, plukte in de zomer van 1994 de Australische spits Aurelio Vidmar weg bij KSV Waregem. Met een spelerskern die bijna ongewijzigd was ten opzichte van het vorige seizoen wist Waseige toch enkele plaatsen op te schuiven in het klassement. Standard, dat in 1994 zesde was geworden, streed onder Waseige tot op de laatste speeldag mee om de landstitel. De Rouches werden uiteindelijk vicekampioen met een punt achterstand op landskampioen Anderlecht. Na het seizoen 1994/95 werd Waseige voor de derde keer uitgeroepen tot trainer van het jaar.
Een seizoen later moest Waseige het stellen zonder Vidmar. De Australiër die in 1995 topschutter was geworden, verhuisde naar Feyenoord. In zijn plaats trok Standard onder meer aanvallers Nebojša Malbaša en Shalom Tikva aan. Maar ondanks een zo goed als ongewijzigde kern zakte Standard weer naar de zesde plaats. In de UEFA Cup werd de Belgische vicekampioen in de eerste ronde uitgeschakeld door Vitória SC. Na het seizoen 1995/96 zochten de meeste spelers dankzij het Bosman-arrest andere oorden op. Waseige zelf werd in de zomer van 1996 vervangen door Jos Daerden.
Sporting Lissabon Waseige zelf trok in 1996 voor het eerst naar het buitenland. De Luikenaar werd coach van de Portugese topclub Sporting Lissabon. Octávio Machado, die het vorige seizoen als interim-trainer had afgesloten, hoopte hoofdcoach te blijven. Na de komst van Waseige werd hij echter opnieuw assistent-trainer. De Luikse coach, die later zei dat zijn beperkte kennis van het Portugees voor moeilijkheden zorgde met de persWaseige waarschuwt Vercauteren: "Pas op als je verliest" Voetbalkrant.com, 25 oktober 2012, maakte op 23 augustus 1996 zijn officieel debuut voor Sporting.Robert Waseige - Técnico experiente que não "vingou" em Alvalade Sporting Canal De club won toen zijn eerste competitiewedstrijd met 1-3 van SC Espinho.
Waseige probeerde zijn stempel te drukken op het elftal. Zo kon hij in zijn kern rekenen op de Belgische doelman Filip De Wilde en de Kameroense aanvaller Jean-Jacques Missé-Missé, met wie hij al eens had samengewerkt bij Charleroi. Daarnaast lanceerde hij ook de carrière van de jonge verdediger Beto, die nadien nog tien jaar voor Sporting zou uitkomen.
Maar hoewel de club aanvankelijk goede resultaten haalde - Waseige was in de competitie zeven wedstrijden ongeslagen en schakelde in de UEFA Cup Montpellier uit - nam de druk van buitenaf zienderogen toe. Nederlagen tegen onder meer FC Porto, SC Braga en FC Metz zorgden ervoor dat hij al na enkele maanden mocht vertrekken. Na zijn ontslag werd Octávio Machado opnieuw hoofdcoach.
Terug naar Charleroi Na enkele maanden zonder club keerde Waseige in de zomer van 1997 terug naar de Zebra's. Net als vier jaar eerder volgde hij er Luka Peruzović op. Twee seizoenen op rij streed Waseige tegen de degradatie; telkens wist hij de Henegouwers naar een veilige plaats te loodsen. In 1998 liet hij de 20-jarige Daniel Van Buyten debuteren op het hoogste niveau. De latere verdediger van Bayern München werd door Waseige op het middenveld uitgespeeld.
Bondscoach van België