Polen (Pools: Polska), officieel de Republiek Polen (Pools: Rzeczpospolita Polska), is een land in Centraal-Europa. In het westen wordt het begrensd door Duitsland (Oder-Neissegrens), in het zuiden door Tsjechië en Slowakije, in het oosten door Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne en in het noorden door de Oostzee en de Russische exclave Kaliningrad. Polen heeft een oppervlakte van en een inwonertal van 38.282.325 (2020). De hoofdstad en grootste stad van het land is Warschau (Pools: Warszawa).
De West-Slavische Polanen vestigden zich vanaf de zesde eeuw in de regio tijdens de Grote Volksverhuizing. Vorst Mieszko I geldt met zijn bekering tot het christendom in 966 als grondlegger van de eerste Poolse staat, een gebied dat onder zijn bewind grotendeels samenviel met de huidige landsgrenzen. Het Koninkrijk Polen werd in 1025 opgericht en zou zich later samenvoegen tot het Pools-Litouwse Gemenebest, destijds een van de grootste rijken in Europa. Vanaf de 18e eeuw werd Polen opgedeeld door rivaliserende grootmachten, waardoor het in 1795 geheel van de kaart verdween. Na de Eerste Wereldoorlog ontstond de onafhankelijke Tweede Poolse Republiek, maar niet lang daarna werd het land het slachtoffer van de Duitse en Russische bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog was Polen via het Warschaupact verbonden als satellietstaat aan de Sovjet-Unie. Polen liep in 1989 voorop bij de democratische revoluties die de val van het communisme inleidden. Het land kende als eerste vrije verkiezingen in het voormalige Oostblok.
Staatkundig is Polen een parlementaire republiek en een eenheidsstaat, onderverdeeld in 16 woiwodschappen. Polen is lid van een groot aantal internationale organisaties, waaronder de Europese Unie, de Verenigde Naties, de NAVO, de Wereldhandelsorganisatie en de OESO. Sinds het einde van het communisme en de overgang naar een vrije markteconomie is Polen een sterke economische mogendheid in Midden-Europa. Ondanks de verwoestingen die het land troffen tijdens de Tweede Wereldoorlog, is een groot deel van het Poolse culturele erfgoed bewaard gebleven. In 2019 stonden er 16 Poolse erfgoedplaatsen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Geschiedenis
Het woord Polen is afkomstig van het Poolse woord Pole, hetgeen veld of vlakte betekent. Het woord Polska echter, wat in het Pools Polen betekent, is afgeleid van de woorden pola en lasy, wat velden en bossen betekent.
De meeste historici dateren de oprichting van een Poolse staat in 966, toen Mieszko I, heerser over een territorium dat min of meer overeenkomt met het hedendaagse Polen, zich bekeerde tot het christendom. Zijn zoon Bolesław de Dappere werd tot eerste koning gekroond en verstevigde de positie van de jonge staat in Midden-Europa. In 1025 werd het Koninkrijk Polen opgericht, dat zou bestaan tot 1385.
thumb|Casimir de Grote|links Onder koning Casimir de Grote (regerend van 1333 tot 1370) moderniseerde Polen; de Universiteit van Krakau (1364) werd gesticht, de economie groeide en het land breidde zich uit in oostelijke richting. In 1386 werden Polen en Litouwen in personele unie samengevoegd in het Pools-Litouws Gemenebest onder leiding van Władysław II Jagiełło, koning van Polen, grootvorst van Litouwen (1386-1444). Het Pools-Litouwse rijk was tussen 1386 en 1572 qua oppervlakte het grootste rijk in Europa. Het strekte zich uit vanaf de Oostzee tot aan de Zwarte Zee, met het huidige Wit-Rusland en grote delen van het huidige Oekraïne binnen zijn grenzen. Tijdens de reformatie bleef, in tegenstelling tot in West-Europa, het Pools-Litouws Gemenebest vredig en vonden er geen grootschalige religieuze vervolgingen plaats. Polen kreeg in 1791 de eerste geschreven grondwet in Europa.
Het hervormingsproces eindigde met de verdelingen van Polen onder Rusland, Oostenrijk en Pruisen (1772, 1792 en 1795).'Rijk ging binnen 23 jaar ten onder', in: Historia nr. 3, 2016, p. 14 Het tijdens de napoleontische oorlogen opgerichte Hertogdom Warschau werd door de Russische tsaren geannexeerd.
Tussen 1795 en 1918 vonden er twee grote opstanden plaats met als doel het herstel van een soeverein Polen. Beide opstanden, in 1830 en 1863 mislukten met grotere repressie van de overheersers tot gevolg. Polen kende echter een sterke bloei van het (veelal clandestiene) culturele leven, dat belangrijk was bij het in stand houden van het Poolse onafhankelijkheidsstreven. In 1915 werd door Oostenrijk-Hongarije en het Duitse Keizerrijk het Regentschap Polen opgericht in het voormalig Congres-Polen, maar oude Poolse gebieden zoals de provincie Posen (Poznań, Wielkopolska) maakten hiervan geen deel uit.
miniatuur|De grenzen van de Tweede Poolse Republiek tussen 1921 en 1939 lagen een stuk oostelijker dan nu. Wat sinds 1945 West-Polen is, was destijds onderdeel van de Weimarrepubliek (Duitsland). De Poolse oostgrens bevond zich in het huidige Oekraïne, Belarus en Litouwen. Polen herwon zijn onafhankelijkheid na afloop van de Eerste Wereldoorlog in 1918, in de vorm van de Tweede Poolse Republiek. Er werd een nieuw, groter Polen opgericht, dat zijn onafhankelijkheid tegenover de Sovjet-Unie succesvol verdedigde tijdens de Pools-Russische Oorlog van 1919-1921. In die oorlog stond Polen lange tijd met de rug tegen de muur. Uiteindelijk wonnen ze toch, onder andere na de Slag bij Warschau. Deze slag wordt ook wel het wonder van Warschau genoemd en betekende het keerpunt in de oorlog tegen de Russen. De nieuwe grenzen werden vastgelegd na de Vrede van Riga (1921). Te zien op de afbeelding hiernaast is de Tweede Poolse Republiek. Het land had een corridor naar de Oostzee en het had een vrije stad binnen de grenzen, namelijk Danzig (Gdańsk).
Op 1 september 1939 begon de Tweede Wereldoorlog met de inval in Polen door nazi-Duitsland. Deze inval had de operatienaam Fall Weiss en de eerste Duitse aanvallen vonden plaats op de Westerplatte. Zestien dagen later (17 september 1939) viel ook de Sovjet-Unie Polen aan, in het oosten. De Sovjet-Unie en nazi-Duitsland verdeelden vervolgens het verslagen Polen, zoals beoogd werd in de geheime afspraken die de landen maakten, het Molotov-Ribbentrop Pact. Polen werd tijdens deze oorlog zwaar getroffen: twintig procent van de Poolse bevolking kwam om het leven, meer dan 6 miljoen Poolse burgers. In 1939–1941 werden ongeveer 325.000 Polen gedeporteerd door de Sovjet-Unie. Uiteindelijk echter stierven in deze oorlog ‘slechts’ ongeveer 100.000 Polen door toedoen van de Russen, tegenover minstens vijf miljoen – waarvan 3 miljoen Poolse Joden – door toedoen van de Duitsers. links|miniatuur|Warschau werd tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest door de nazi's, als deel van de invasie van Polen en later als vergelding voor de Opstand van Warschau in 1944. Het hedendaagse Warschau is hierom vooral een moderne stad geworden, van wat ooit voor de oorlog 'het Parijs van het oosten' genoemd werd. Ruim 20.000 Polen werden in april 1940 door de Sovjet-Russische NKVD vermoord tijdens het Bloedbad van Katyn. Deze gruwelijke oorlogsmisdaad trof Poolse intellectuelen, officieren en andere hooggeplaatste ambtenaren. Het was een poging van Stalin om de Polen monddood te maken. Na overleg met Stalin, en druk vanuit het Verenigd Koninkrijk, konden Polen vanaf 1943 dienst nemen in het Britse leger. Hun vrouwen en kinderen mochten mee. Dit was de basis voor het Poolse Tweede Korps. Verzetsactiviteiten zoals de Opstand van Warschau (augustus 1944) eindigden met bloedvergieten en verwoesting. Door de bouw van zes vernietigingskampen in het bezette Polen door het Duitse naziregime, waaronder Auschwitz, Sobibor en Treblinka, werd de Holocaust voor een groot deel op Poolse bodem uitgevoerd.
Na de Tweede Wereldoorlog werden zowel de oostgrens als de westgrens naar het westen opgeschoven. De grens aan de Oder en de Neisse (Pools: Odra en Nysa) is de staatsgrens tussen Polen en Duitsland die na de Tweede Wereldoorlog is vastgelegd als gevolg van geallieerde beslissingen op de conferenties van Jalta en Potsdam. Polen kreeg er uitgestrekte gebieden bij van het overwonnen Duitsland (gebied 1931, zuidelijk Oost-Pruisen, Pommeren, Neder-Silezië, Opper-Silezië, Danzig, Neumark/Oost-Brandenburg), maar verloor anderzijds veel oostelijke gebieden (Kresy) aan de Sovjet-Unie (Litouwse, Oekraïense en Wit-Russische sovjetrepublieken). Dit had voor Polen enorme gevolgen: in de voormalige Duitse gebieden hadden voor de oorlog 9,2 miljoen Duitsers gewoond; zij werden verdreven, gedeporteerd en soms vermoord door de Poolse autoriteiten, bijgestaan door het Sovjet-leger. Aan de andere kant moesten bijna één miljoen Poolse burgers de gebieden die aan Wit-Rusland en Oekraïne toekwamen verlaten. Polen werd een communistische satellietstaat van de Sovjet-Unie in 1945 en kreeg in 1952 de naam Volksrepubliek Polen.
Studenten protesteerden in 1968 massaal tegen de communistische dictatuur. In de jaren 1980-1989 werd met massale protesten in Gdańsk onder leiding van Lech Wałęsa van de vakbond Solidarność en met steun van de Poolse paus Johannes Paulus II de val van het communisme ingeleid. In augustus 1989 won deze vakbond de verkiezingen, de eerste vrije verkiezingen achter het IJzeren Gordijn. Daarna volgde de ineenstorting van alle communistische regimes van de overige Centraal- en Oost-Europese landen, met als symbolisch hoogtepunt de val van de Berlijnse Muur. Een nieuwe grondwet maakte daarna van Polen een democratie.
Polen is na de omwenteling van de muur lid geworden van de NAVO (jaartal: 1999) en de Europese Unie (2004). Het land heeft sindsdien forse economische groei doorgemaakt. Het land staat inmiddels op plek 20 van de grootste economieën ter wereld.
Geografie
thumb|Satellietfoto van Polen waarop de grootste steden zijn aangegeven thumb|Het meer Morskie Oko, diep in het Tatragebergte in Zuid-Polen Polen heeft een oppervlakte van . De totale omtrek van de Poolse landsgrenzen bedraagt 3014 km, er is een kustlijn van 524 km. De grenzen met Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland zijn tegelijkertijd de buitengrens van de Europese Unie en het Schengengebied.
Qua oppervlakte heeft het de 69e plaats in de wereld en de negende in Europa. Met een bevolking van 37 of 38 miljoen inwoners (2020) - het is moeilijk precies vast te stellen door de emigratie - staat het qua bevolking op de 38e plaats in de wereld en op de 5e plaats in de Europese Unie.
De grootste rivieren van het land zijn de Wisła (ook bekend als Vistula/Weichsel; 1047 km) en de Oder (Pools: Odra). Het grootste meer is het Śniardwymeer in het Mazoerisch merengebied met ruim 110km². In het noordoosten ligt het grootste restant van het Europese oerbos, het oerbos van Białowieża. De gehele zuidelijke grens met Tsjechië en Slowakije bestaat uit gebergte. Langs de Tsjechische grens worden de bergen de Sudeten genoemd, waarvan de hoogste berg de Śnieżka (Tsjechie: Sněžka) is (1602 m boven de zeespiegel). Oostelijker gaan de bergen over in het Tatragebergte (onderdeel van de Karpaten). Aan de Poolse kant is de berg Rysy, op de grens met Slowakije, het hoogst met zijn 2499 m boven zeeniveau. De Tatra staat bekend om zijn prachtige, heldere dalmeren, zoals het Morskie Oko. Een belangrijke bergpas tussen Polen en Slowakije is de Starorobociańska Przełęcz. Het Tatra-gebergte is hierom een populaire toeristische bestemming. In de winter kan er ook geskiet worden in Zakopane. Deze stad is het gezicht van de Poolse bergen.
Klimaat Het klimaat van Polen is een overgang van een gematigd zeeklimaat in het noorden en westen van het land naar een droog landklimaat in het zuiden en oosten. De neerslag bedraagt in de Karpaten en de Sudeten meer dan 800 mm per jaar; op de plateaus en meervlakten 600 tot 800 mm per jaar en in Centraal-Polen 450 mm. In de maanden september en oktober wordt het frisser en neemt de kans op regen toe, maar het aantal zonnige dagen is nog behoorlijk groot. November en december hebben veel mist en regen.