Václav Neumann (Praag, 29 september 1920 – Wenen, 2 september 1995) was een Tsjechische dirigent, musicoloog, historicus en filosoof.

Levensloop thumb|300px|Wiener Flötenuhr 1982 Neumann toonde al op jonge leeftijd aanleg voor de muziek. Op de Praagse muziekschool volgde hij lessen viool en altviool. Aan de Karelsuniversiteit Praag studeerde hij vervolgens geschiedenis, Tsjechische filosofie en musicologie. Aansluitend bezocht hij het Conservatorium van zijn geboortestad. Hier studeerde hij onder andere viool bij Josef Micka, orkestdirectie bij Pavel Dědecěk en Method Doležil.

In 1941 stichtte hij samen met Antonín Kohout het Smetana Kwartet. In 1945 werd hij violist in hetTsjechische Philharmonie in Praag. Van 1948 tot 1950 was hij dirigent van dit orkest. Aansluitend was hij dirigent en artistiek leider van het Symfonisch Orkest van Brno, het Symfonisch Orkest van Karlovy Vary en van het Praags Symfonisch Orkest.

In 1956 werd hij door Walter Felsenstein naar Oost-Berlijn gehaald, waar hij chef-dirigent werd van de Komische Oper. Hier toonde hij zich specialist in de Tsjechische muziek. Zo dirigeerde hij de opera Příhody lišky Bystroušky (Het sluwe vosje) van Leoš Janáček meer dan 200 keer in Berlijn. Neumann was van meer markten thuis. Ook Jacques Offenbach's Les contes d'Hoffmann stond in zijn Berlijnse tijd herhaaldelijk geprogrammeerd.

In 1964 werd hij benoemd tot Generalmusikdirektor van de opera en chef-dirigent van het Gewandhausorchester te Leipzig. Hij bekleedde die positie tot 1968. Uit protest tegen de invasie van de troepen van het Warschaupact in Tsjechoslowakije, die het einde van de Praagse Lente betekende, legde hij al zijn functies in Leipzig neer.

Terug in zijn vaderland werd hij nog in datzelfde jaar (1968) chef-dirigent van het Tsjechisch Filharmonisch Orkest. Met dit orkest verzorgde hij meer dan driehonderd concerten in vele landen van Europa, Rusland, Japan en de Verenigde Staten. Hij bleef tot 1990 bij dit orkest. Neumann was een van de Oost-Europese dirigenten die ook in het westen een naam en een loopbaan konden opbouwen. Hij vervulde talrijke gastdirecties en was van 1970 tot 1972 Generalmusikdirektor van de Staatsopera in Stuttgart.

Hij was een bekend interpreet van de werken van Leoš Janáček, Antonín Dvořák, Bohuslav Martinu en Gustav Mahler, maar hij voerde ook werken internationaal minder bekende Tsjechische componisten in zijn programma's uit, zoals Miloslav Kabeláč.

Bibliografie

Mário Moreau: Concertos, in: O Teatro de S. Carlos: Dos Séculos de História, Vol. II, Lisboa: Hugin Editores, 1999, 1440 p., , Franco Rossi, Michele Girardi: Indice Dei Nomi, in: Il teatro la Fenici : chronologia degli spettacoli 1938-1991, Venezia: Albrizzi Editore, 1992, 650 p., David M. Cummings, Dennis K. McIntire: International who's who in music and musician's directory - (in the classical and light classical fields), Twelfth edition 1990/91, Cambridge, England: International Who's Who in Music, 1991. 1096 p., Maurice W. Riley: The history of the viola, Vol. II, Ann Arbor, Michigan: Braun-Brumfield, 1991, 454 p., Kurtz Myers: Performer Index : Conductors, in: Index to record reviews 1984-1987 : based on material originally published in "Notes", the quarterly journal of the Music Library Association between 1984 AND 1987, Boston, Massachusetts: G.K. Hall, 1989, 639 p., Kurtz Myers: Performer Index : Conductors, in: Index to record reviews, 1978-1983 : based on material originally published in "Notes", the quarterly journal of the Music Library Association, between 1978 and 1983, 1st Suppl., Boston, Massachusetts: G K Hall, December 1985, 873 p., Kurtz Myers: Performer Index : Instrumentalists, in: Index to record reviews, 1949-1977 : based on material originally published in "Notes", the quarterly journal of the Music Library Association Between 1949 and 1977, Vol. 5: indexes, Boston, Massachusetts: G.K. Hall, 1980, 664 p., Alain Pâris: Dictionnaire des interprètes et de l'interprétation musicale au XXe siècle, Paris: Robert Laffont, 1989. 906 p., John L. Holmes: Conductors : a record collector's guide : including compact discs, London: Victor Gollancz Ltd., 1988 John L. Holmes: Conductors on record, London: Victor Gollancz, 1982, 734 p., Sabine Keck, Floria Jannucci: Gespräche mit Musikern : Große Interpreten, Westermann, 1987, 160 p. Enrico Stinchelli: I grandi direttori d'orchestra, Rome: Gremese Editore, 1987 Stefan Jaeger: Das Atlantisbuch der Dirigenten, Zürich: Atlantis Musikbuch-Verlag, 1985, The Czech viola virtuosi, in: Die Viola. Jahrbuch der International Viola-Forschungsgesellschaft : 1983/84, Bärenreiter, 1984 Internationale Stiftung Mozarteum Salzburg; Mozartwoche 1982. Vom 22. bis 31. Jänner; Programm, Salzburg: 1982, 175 p. Peter Muck: Einhundert Jahre Berliner Philharmonisches Orchester. Darstellung in Dokumentation im Auftrag des Berliner Orchesters. Tutzing: Hans Schneider Verlag, 1982, 3 Bände: 1. Band: "1882-1922", 512 Seiten, ; 2. Band: "1922-1982", 483 Seiten, ; 3. Band: "Die Mitglieder des Orchesters - Die Programme - Die Konzertreisen - Erst- und Uraufführungen", 509 Seiten, Vilem Pospisil: Vaclav Neumann, Praha: Supraphon 1981. 46 S. Klaus Blum: Musikfreunde und Musici : Musikleben in Bremen seit der Aufklärung, Tutzing: Verlegt bei Hans Schneider, 1975, 685 p., Gösta Morin, Carl-Allan Moberg, Einar Sundström: Sohlmans musiklexikon - 2. rev. och utvidgade uppl., Stockholm: Sohlman Förlag, 1975-1979, 5 v. Svaz ceskych skladatelu a koncertnich umelcu, Prague: Editio Supraphon, 1975, 291 p. Paul Frank, Burchard Bulling, Florian Noetzel, Helmut Rosner: Kurzgefasstes Tonkünstler Lexikon - Zweiter Teil: Ergänzungen und Erweiterungen seit 1937, 15. Aufl., Wilhelmshaven: Heinrichshofen, Band 1: A-K, 1974, ; Band 2: L-Z, 1976, Vladimir Sefl: Smetanovo kvarteto, Praha: Editio Supraphon, 1974 Československý hudební slovník osob a institucí, Praha: Státní hudební vydavatelství: 1963, 1965

Categorie:Tsjechisch dirigent Categorie:Tsjechisch filosoof Categorie:Tsjechisch historicus Categorie:Tsjechisch musicoloog