thumb|Posthorenslak(Planorbarius corneus),bovenzijde thumb|Posthorenslak(Planorbarius corneus),onderzijde thumb|Planorbella trivolvisin het aquarium thumb|TraktorwieltjeGyraulus crista,onderzijde thumb|Anisus vorticulus thumb|Anisus septemgyratus thumb|Planorbis planorbis thumb|Planorbarius corneus Planorbidae zijn een familie van de slakken die over de hele wereld voorkomen in zoet water. De Nederlandstalige naam is schijfhorens. Dit is verwarrend omdat er ook soorten tot deze familie behoren met een hoger gewonden schelp en zelfs soorten met een schelp die in het geheel niet gewonden is maar napvormig is. Vaak wordt de naam posthorens of posthorenslakken voor deze familie gebruikt. Dit is echter niet de officiële Nederlandstalige naam voor deze groep. Gebruik van deze naam voor deze groep zorgt voor veel verwarring en moet vermeden worden. De familie bestaat uit ongeveer 250 soorten.Strong E. E., Gargominy O., Ponder W. F. & Bouchet P. (2008). "Global Diversity of Gastropods (Gastropoda; Mollusca) in Freshwater". Hydrobiologia 595: 149-166. http://hdl.handle.net/10088/7390 doi:10.1007/s10750-007-9012-6.

Typegenus Planorbis Müller, 1773 is het typegenus van deze familie.

Schelpkenmerken Schelpen zijn in een plat vlak gewonden of in een hoger gewonden spiraal. Schelpen uit de laatste groep zijn linksgewonden. In feite zijn alle Planorbidae anatomisch linksgewonden, ook de soorten met schelpen die in een plat vlak gewonden zijn zoals de verschillende 'posthoren' soorten. Dit was vroeger niet bekend en daarom werden schelpen van deze groep altijd afgebeeld als rechtsgewonden soorten. Het is tegenwoordig nog steeds gebruikelijk om de schelpen rechtsgewonden af te beelden. In feite is dit dus fout. De meeste soorten hebben een betrekkelijk dunne en gladde schelp, echter soorten met opvallende sculptuur komen ook voor. De mondrand is scherp, niet verdikt en niet omgeslagen. Soorten met een hoog gewonden schelp hebben een meestal spleetvormige navel die echter vaak geheel bedekt is.

In hoogte variëren de meeste soorten tussen ongeveer 6 mm en 6 cm. De platte soorten bereiken meestal geen grotere hoogte dan ongeveer 2 cm.

Schijfhorens hebben geen operculum om de schelp mee af te sluiten.

Dier Schijfhorens hebben in tegenstelling tot de meeste andere weekdieren hemoglobine in het 'bloed' zitten. Hierdoor zijn deze dieren in staat zuurstof efficiënter op te nemen dan andere weekdieren. Door de aanwezigheid van deze stof heeft het lichaam een roodachtige tint. Dit wordt vooral duidelijk bij albino dieren.

Habitat en levenswijze De meeste soorten leven in zoet water, er zijn er ook die zwak brak water verdragen.

Geologische historie Voorouders van de Schijfhorens komen met zekerheid sinds het Jura voor, de modernere soorten zijn zich sinds het Krijt beginnen te ontwikkelen.

Voorkomen in de Noordwest Europa In Noordwest Europa komen ongeveer 20 levende soorten voor. Daaronder zijn enkele exoten. Verder zijn van deze regio uit het Cenozoïcum (vooral uit het Kwartair) enkele fossiele soorten bekend.

Verspreiding Deze familie heeft vertegenwoordigers verspreid over de hele wereld in alle vochtige tropische en gematigde klimaatzones.

Zie ook Lijst van Mollusca

Taxonomie en systematiek Er is nog veel onduidelijkheid over de hiërarchie en de plaatsing van de genoemde genera, soms worden hier als genus opgevoerde taxa als subgenera beschouwd, terwijl andere subgenera soms als genus worden beschouwd en hier niet als zodanig zijn opgenomen. Het is zelfs zo dat voor enkele genera geen eenstemmigheid bestaat over het feit of plaatsing in de schijfhorenfamilie terecht is. Dit geldt o.a. voor Ferrissia en Ancylus. Beide worden ook wel tot de poelslakken of ieder zelfs tot geheel eigen families gerekend. Voor de taxonomie en systematiek van deze groep wordt in eerste instantie uitgegaan van de indeling en naamgeving door CLECOM. Geeft CLECOM geen uitsluitsel dan is van andere bronnen gebruikgemaakt. Hoewel hier ook verwezen wordt naar de taxonomische databases op internet (NCBI en Taxonomicon, zie verwijzingen), moet worden benadrukt dat zij incompleet zijn en dat zij bovendien fouten bevatten (ook in deze familie) wat zich uit in de aanwezigheid van dezelfde soort in verschillende genera.

Indeling Familie: Planorbidae Geslacht: Acrorbis (Odhner, 1937) Geslacht: Afrogyrus (Brown & Mandahl-Barth, 1973) Geslacht: Afroplanorbis (Thiele, 1931) Geslacht: Amerianna (Strand, 1928) Geslacht: Amphigyra (Pilsbry, 1906) Geslacht: Anisopsis (Sandberger, 1875) Geslacht: Anisus (S. Studer, 1820) Geslacht: Antillorbis (Harry & Hubendick, 1964) Geslacht: Armigerus (Clessin, 1884) Geslacht: Australorbis (Pilsbry, 1934) Geslacht: Bathyomphalus (Charpentier, 1837) Geslacht: Bayardella (Burch, 1977) Geslacht: Berellaia (Laubrière & Carez, 1880) Geslacht: Biomphalaria (Preston, 1910) Geslacht: Bulinus (Müller, 1774) Geslacht: Camptoceras (Benson, 1843) Geslacht: Camptoceratops (Wenz, 1923) Geslacht: Carinifex (W. G. Binney, 1865) Geslacht: Carinogyraulis (Polinski, 1929) Geslacht: Ceratophallus (Cope, 1893) Geslacht: Choanomphalus (Gerstfeldt, 1859) Geslacht: Drepanotrema (Crosse & Fischer, 1880) Geslacht: Ferrissia (Walker, 1903) Geslacht: Fossulorbis (Pilsbry, 1934) Geslacht: Glyptophysa (Crosse, 1872) Geslacht: Gyraulus (Charpentier, 1837) Geslacht: Helicorbis (Benson, 1855) Geslacht: Helisoma (Swainson, 1840) Geslacht: Hippeutis (Charpentier, 1837) Geslacht: Indoplanorbis (Annandale & Prashad, 1920) Geslacht: Intha (Annandale, 1922) Geslacht: Isidorella (Tate, 1896) Geslacht: Kessneria (Walker & Ponder, 2001) Geslacht: Leichhardtia (Walker, 1988) Geslacht: Lentorbis (Mandahl-Barth, 1954) Geslacht: Macrophysa (Meek in Dall, 1870) Geslacht: Menetus (H. & A. Adams, 1855) Geslacht: Miratesta (P. & F. Sarasin, 1897) Geslacht: Paraplanorbis (Hanna, 1922) Geslacht: Patelloplanorbis (Hubendick, 1957) Geslacht: Pecosorbis (D. W. Taylor, 1985) Geslacht: Pentagoniostoma (Branson, 1935) Geslacht: Perrinilla (Hannibal, 1912) Geslacht: Physastra (Tapparone-Canefri, 1883) Geslacht: Physopsis (Krauss, 1848) Geslacht: Pingiella (F. C. Baker, 1945) Geslacht: Pitharella (F. Edwards, 1860) Geslacht: Planorbarius (Duméril, 1806) Geslacht: Planorbella (Haldeman, 1842) Geslacht: Planorbifex (Pilsbry, 1935) Geslacht: Planorbina (Haldeman, 1842) Geslacht: Planorbis (O. F. Müller, 1773) Geslacht: Planorbula (Haldeman, 1840) Geslacht: Platyphysa (P. Fischer, 1883) Geslacht: Platytaphius (Pilsbry, 1924) Geslacht: Plesiophysa (P. Fischer, 1883) Geslacht: Polypylis (Pilsbry, 1906) Geslacht: Promenetus (F. C. Baker, 1935) Geslacht: Protancylus (P. & F. Sarasin, 1897) Geslacht: Pygmanisus (Iredale, 1943) Geslacht: Segmentina (Fleming, 1817) Geslacht: Segmentorbis (Mandahl-Barth, 1954) Geslacht: Syrioplanorbis (F. C. Baker, 1945) Geslacht: Taphius (H. & A. Adams, 1855) Geslacht: Trochorbis (Benson, 1855) Geslacht: Vorticifex (Meek in Dall, 1870)

Taxonomie volgens WoRMS Onderfamilies Ancylinae Rafinesque, 1815 Bulininae P. Fischer & Crosse, 1880 Neoplanorbinae Hannibal, 1912 Planorbinae Rafinesque, 1815 Rhodacmeinae B. Walker, 1917

Geslachten Africanogyrus Özdikmen & Darılmaz, 2007 Afrogyrorbis Starobogatov, 1967 Amphigyra Pilsbry, 1906 Anisus Studer, 1820 Bathyomphalus Charpentier, 1837 Burnupia , 1912 Fuchsogyra Bandel, 2010 † Glyptamoda Iredale, 1943 Glyptophysa Crosse, 1872 Gyraulus Charpentier, 1837 Helicorbis Benson, 1855 Hippeutis Charpentier, 1837 Indoplanorbis Annandale & Prashad, 1920 Isidorella Tate, 1896 Kessneria J. C. Walker & Ponder, 2001 Leichhardtia J. C. Walker, 1988 Lenameria Iredale, 1943 Marinescugyra Bandel, 2010 † Menetus H. Adams & A. Adams, 1855 Micromenetus F. C. Baker, 1945 Mioplatytaphius Čtyroký, 1972 † Mutalena Iredale, 1944 Orygoceras Brusina, 1882 † Planorbella Haldeman, 1843 Promenetus F. C. Baker, 1935 Pygmanisus Iredale, 1943 Segnitila Cotton & Godfrey, 1938 Steklovidiscus Gozhik & Prysjazhnjuk, 1980 Tasmadora Iredale, 1943 Vorticifex Meek, 1870

Externe links ITIS: Planorbidae NCBI Taxonomy Browser: Planorbidae Systema naturae 2000 (classification) - Taxon: Planorbidae CLECOM (Check List of European COntinental Mollusca)