Elsken Joosten Aerts (Strijp (Eindhoven), ca. 1605 – Hapert, tussen 16 oktober 1687 en 9 maart 1696) is bekend onder de bijnamen Geuze Els en Moeder Els in volksrijmpjes uit de Kempen en overige delen van de historische meierij van 's-Hertogenbosch dat verwijst naar een talrijk en protestants nageslacht door een groot kindertal.Reize door de majorij van 'sHertogenbosch in den jaare 1799 (Zevende brief deel 4) stephanushanewinckel.nl, 11 december 2019

Joosten gold als de stam- en oermoeder van met name de Kempische protestanten, aangezien het overgrote deel tot aan de 19e eeuw verwant waren aan haar. Deze protestantse nakomelingen hebben zich op hun beurt in eerste instantie verspreid en gevestigd over het Kempenland en vervolgens over de rest van de meierij van 's-Hertogenbosch. Om deze reden en het bijbehorende verwantschap werd Geuze Els door de overwegend rooms-katholieke bevolking op ludieke wijze afgeschilderd als de zondebok voor de in verhouding kleinschalige opkomst van de protestanten in deze regio, en werd hierdoor tot aan het begin van de 20e eeuw beschouwd als een legendarisch fenomeen in de Meierij.Rooijakkers, Rituele repertoires: volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant, 1559-1853 (1994) (p. 291 & 292)

Volksrijm Het van oorsprong spottende volksrijmpje is een vorm van orale literatuur die ruim 100 jaar na de dood van Elsken Joosten schriftelijk werd vastgelegd als een distichon. Het volksrijmpje heeft meerdere eeuwen centraal gestaan binnen de Kempense en later ook in mindere mate de Meierijse volkscultuur. De Geuze Els,heeft de heele Kempen gevelst. Het woord gevelst betekent in het Meierijs letterlijk vervalst en moet gelezen worden als "bedorven", "aangestoken" of "verpest", Geuze verwijst naar het scheldwoord geus, wat in de volksmond een benaming was voor een protestant, en Kempen is een afkorting voor het in de Kempen gelegen kwartier Kempenland. De laatste letter van het woord gevelst weerhoudt het rijmpje van traditionele eindrijm. In werkelijkheid is er sprake van paronomasie, een woordspeling op basis van klankovereenkomst die verweven is in het versje. Het woord gevelst is een klankmatige versmelting van twee concepten: het dialectwoord voor vervalst (verpest) en de naam Els. De naam Geuze Els is hierdoor onlosmakelijk verbonden met de daad waarnaar verwezen wordt. Daarnaast kent het rijmpje een vorm van assonantie aangezien de beklemtoonde klinkers in zowel Els als ge-velst precies hetzelfde zijn met uitzondering op het voorvoegsel ge-, deze wordt uitgesproken als een stomme e. Hoewel in het verleden het rijmpje afgeschilderd werd als anti-protestants, is het aannemelijker dat er in dit geval sprake is van volkshumor. Literaire overlevering

Dit spotrijm is voor het eerst schriftelijk overgeleverd in een van de reisverslagen van de hervormde predikant Stephanus Hanewinkel. De predikant trok in 1799 door de Meierij van 's-Hertogenbosch toen hij het rijmpje opving. Hierdoor kan gesteld worden dat het rijmpje eind 18e eeuw in zwang was onder de Kempense bevolking en wellicht in overige delen van de Meierij. Het is niet duidelijk wanneer het rijmpje voor het eerst in gebruik raakte. Uit een van zijn reisverslagen bleek dat hem ter ore was gekomen dat het grootste deel van de protestanten in het Kempenland aan elkaar verwant waren. Dit zou het resultaat geweest zijn van een bepaalde vrouw die vele protestantse kinderen zou hebben nagelaten en nog altijd spottend Geuze Els genoemd werd in een lokaal volksrijmpje.

Hanewinkel was van mening dat het spreekwoord hoogstwaarschijnlijk van katholieke herkomst was, aangezien de predikant hier veel verbittering uit kon opmaken. Daarnaast stond de predikant in zijn publicaties bekend om zijn neerbuigendheid naar de katholieke bevolking toe en schreef dan ook onder een pseudoniem. Op het moment dat Hanewinkel het rijmpje memoreerde, beweerde hij in het Kempenlandse Valkenswaard te verblijven, zijn laatste Kempenlandse verblijfplaats voordat hij richting het Peellandse Budel afreisde. Echter is niet uitgesloten dat de reisverslagen gebaseerd zijn op fictieve reizen en bestaan er twijfels of de predikant de beschreven reizen gemaakt heeft in de vorm en de volgorde zoals hij ze beschreven heeft. Aangezien de familie Hanewinkel een vermaard predikanten- en schoolmeestersgeslacht betreft, is het niet uitgesloten dat de kennis omtrent Geuze Els en het bijbehorende rijmpje hem eerder ter oren is gekomen dan hij in zijn publicatie doet vermoeden.Stephanus Hanewinkel, auteur en predikant Erfgoedbrabantverhalen.nl, 8 november 2024

Varianten Er bestaan meerdere varianten die zeer waarschijnlijk afgeleid zijn van het door Hanewinkel overgeleverde volksrijmpje. Echter valt niet uit te sluiten of deze rijmpjes al voor of pas na 1799 in gebruik waren en uit welk deel van de Meierij deze afkomstig zijn.

Regionaliserend rijmpje In 1883 beschreef Arnold Kremer in het blad De Navorscher een volksrijmpje wat zich richt tot de gehele Meierij, wat het gevolg was van het feit dat de nakomelingen van Geuze Els zich steeds verder over de Meierij hebben weten te vestigen: Geuze Elst,heeft de heele Meyerij verfelst. Het is het eerste rijmpje die voldoet aan zowel eind- als volrijm doordat de naam Geuze Elst is voorzien van een extra medeklinker. Het woord verfelst is eveneens afkomstig uit het Meierijse dialect en kan net als het woord gevelst gelezen worden als "vervalst". Bij het woord gevelst heeft een vorm van prefigering plaats gevonden waarbij het voorvoegsel ge- in de loop der jaren is vervangen voor ver-. Met de Meierij wordt naast Kempenland de stad 's-Hertogenbosch en de voormalige kwartieren Peelland, Oisterwijk en Maasland bedoeld. Deze streek komt globaal overeen met het huidige Oost-Brabant. Kremer refereerde eveneens naar een talrijk nageslacht, maar voegde daaraan toe dat deze over de Meierij verspreide afstammelingen als ijverige voorstanders van het gereformeerde geloof bekend stonden.De Navorscher: Een middel tot gedachtenwisseling en letterkundig verkeer, tusschen allen die iets weten: iets te vragen hebben, of iets kunnen oplossen (Jaargang 33, p.335-336) books.google.nl, 3 november 2020

Lokaliserend rijmpje Petrus Panken leverde omstreeks 1902 in een manuscript over de geschiedenis van Hapert een rijmpje aan bestaande uit twee varianten. Dit rijmpje was gericht op het dorp waar Elsken Joosten grotendeels gewoond heeft en waar haar kinderen zijn geboren en opgegroeid: Geuze Elst heeft heel Hapert gefelst. Moeder Elst heeft heel Hapert gefelst. Opmerkelijk is te noemen dat Elsken Joosten in een variant van het door Panken overgeleverde Hapertse rijmpje, naast haar originele bijnaam, Moeder Els genoemd wordt. Een bijnaam die voor zover bekend nog niet eerder terug te vinden was tot dit geschrift uit circa 1902 en in het Kempenlands uitgesproken werd als Moeier Els. Panken beschouwde zowel het Meierijse als het Hapertse rijmpje als een monostichon door het op te tekenen in een enkele versregel. Hierdoor komt het eindrijm te vervallen en betreft het binnenrijm.

Expliciterend rijmpje Hendrik Ouwerling schreef in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek deel 4 van 1918, naast het originele rijmpje, een Kempense variant die zich nog meer toespitst op het protestantse nageslacht: Moeder Els heeft heel de Kempen met Geus gevelst. Ook in dit rijmpje komt de protestantse benaming geus terug naar voren. Alleen in dit geval werd het op zijn Brabants uitgesproken en geschreven in enkelvoud, terwijl hiermee de meervoudsvorm geuzen bedoeld werd. Verder vermeldt Ouwerling dat beide rijmpjes bekend zijn over de gehele Meierij, wat inhoud dat Elsken Joosten naast haar bijnaam Geuze Els ook bekend stond als Moeder Els in de overige delen van de Meierij.Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek deel 4 (1918) (p.653) Resources Huygens ING - KNAW, 27 november 2019

Emfatisch rijmpje In een publicatie uit 1949 van Klaes Sierksma, die na 1945 schreef onder het pseudoniem Okke Haverkamp, dook het originele volksrijmpje op met een toevoeging waarbij de boodschap nadrukkelijker wordt aangezet: Ja, ja, de Geuze-Els,heeft de hele Kempen gevels.

Daarnaast werd door Sierksma de t van het woord gevelst bewust weggelaten om zo het rijmpje qua spelling rijmend te maken.En Nederland lacht: deel. Noord-Brabant books.google.nl, 11 januari 2021. Gearchiveerd op 28 juni 2023.

Identificatie Mede doordat er voor 1969 in geen enkele historische bron een naam vermeldt werd die te koppelen viel aan de bijnaam Geuze Els, is de identiteit van deze vrouw onder de geschiedschrijvers enige tijd een mysterie gebleven. Wanneer de naam Elsken Joosten in de vergetelheid is geraakt is niet duidelijk, maar er kan met zekerheid gesteld worden dat eind 19e eeuw onder de Kempische bevolking geen familienaam meer bekend was van Geuze Els.Beschrijving van Bergeik (p.259-263) Delpher, 5 november 2019

De protestantse naam 'Fabri' Eind jaren negentig van de 19e eeuw gingen de heemkundige Petrus Panken en historicus Alexander van Sasse van Ysselt tijdens hun onderzoek ervan uit dat Geuze Els de vrouw moest zijn geweest van een fabri, wat in de 17e eeuw ontleend werd aan het woord smid. Deze theorie werd gebaseerd op de aannemelijke orale traditie dat Geuze Els nabij de middeleeuwse kerk te Hapert zou hebben gewoond en het feit dat Fabri, ook wel geschreven als Fabrie of Fabry, in de 18e eeuw een bekende protestantse naam was in de Kempen die eveneens voorkwam in Hapert. Aangezien het schepenarchief van de fusiegemeente Hoogeloon, Hapert en Casteren niet volledig was, kon er niet met zekerheid gezegd worden of het hier de bloedlijn van de Geuze Els betrof.

Na verder onderzoek bleek dat er in Westerhoven ook een protestantse familie Fabri leefde die vermoedelijk afkomstig was van de Hapertse. De eerste Fabri die in het dorp kwam wonen was de vorster Jacob Aerts Fabri in 1662. Een van zijn kinderen droeg de naam Elsken, wat vaak ook geschreven werd als Els of Elsje, waardoor het vermoeden bestond dat dit een familienaam zou moeten zijn. Ook het vak van smid was terug te vinden in deze familie. Zo had bijvoorbeeld Isaac Aerts Fabri, de broer van deze vorster, een zoon die smid bleek te zijn in Leende. Hierdoor werd aangenomen dat Geuze Els zeer waarschijnlijk tot dit geslacht behoorde, ontstond het vermoeden dat Geuze Els de moeder moest zijn geweest van deze vorster uit Westerhoven en de vrouw van een smid met de vermoedelijke naam Aart Fabri.

Het ontbrekende stukje van de genealogische puzzel In het Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie deel 23 bevindt zich het artikel "Nakomelingen van de beroemde "Geuze Els"" van dr. Willem de Vries over de resultaten van zijn genealogisch onderzoek naar nakomelingen van de Geuze Els. In dit onderzoek werd de theorie over de familie Fabrie grotendeels bevestigd. De aanleiding van het onderzoek was een brief uit 1828 afkomstig uit het archief van de Maatschappij tot Bevordering van Welstand te Breda, die steun verleende aan landbouwers van protestanten huize in Brabant. Volgens deze brief zou oprichter ds. Jacob van Heusden uit Hilvarenbeek bezoek hebben gehad van een zekere Peter Michael uit Hoogeloon die verwant zou zijn aan de Geuze Els.