Sociale zekerheid is in Nederland het publieke stelsel dat bedoeld is om inkomen en/of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen ten tijde van pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden of werkloosheid.

Het sociale-zekerheidsrecht regelt, als onderdeel van het bestuursrecht, de rechten en verplichtingen van degenen die een rol hebben met betrekking tot sociale zekerheid (werkgevers, werknemers, werklozen, arbeidsongeschikten, ouderen en zelfstandigen).

De term zekerheid moet niet helemaal letterlijk genomen worden. In het tijdperk toen de wettelijke regelingen ingevoerd werden, was de brede gedachte erachter om als maatschappij in het algemeen belang aan alle burgers een bepaalde zekerheid van bestaan te kunnen bieden. In uitzonderlijke gevallen wordt gesproken van een "garantie".Zie bijvoorbeeld http://wetten.overheid.nl/BWBR0010510 In principe is de "zekerheid" dan groter. Maar elke regeling biedt slechts zekerheid zolang een meerderheid in het parlement niet vindt dat er ook anders bepaald kan worden, in negatieve zin.

Types sociale zekerheid Sociale zekerheid in Nederland bestaat uit werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen worden samen aangeduid als sociale verzekeringen, er wordt door werknemers en werkgevers premie voor betaald.

Het onderscheid tussen volksverzekeringen en sociale voorzieningen is enigszins willekeurig. Het meest in het oog springende verschil is dat ter zake van sociale voorzieningen geen premies verschuldigd zijn, ze worden geheel uit de algemene middelen van het Rijk gefinancierd, ofwel uit belastinggelden van burgers en bedrijven en andere inkomsten. De kinderbijslag (AKW) wordt formeel tot de volksverzekeringen gerekend, maar er is geen premie verschuldigd; soms wordt de AKW daarom ook wel tot de sociale voorzieningen gerekend. Daarnaast worden sommige volksverzekeringen, waaronder de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) gedeeltelijk uit de algemene middelen van het Rijk gefinancierd, gedeeltelijke fiscalisering genoemd.

Het onderscheid tussen werknemersverzekeringen en de overige sociale zekerheid is concreter dan tussen volksverzekeringen en sociale voorzieningen: werknemersverzekeringen gelden alleen voor werknemers. Bij de Werkloosheidswet (WW) waren er in 2012 plannen voor een "omgekeerde fiscalisering": heffing van "premie" die deels naar de algemene middelen gaat.kamerstukken 2012 -Schriftelijke antwoorden begrotingsbehandeling szw 2013

Werknemersverzekeringen Werknemersverzekeringen in het Europese deel van Nederland zijn onder meer:

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA: WGA en IVA) met voor oude gevallen de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO); Werkloosheidswet (WW); en Ziektewet (ZW).

De premies worden berekend tot een grens die maximumloon wordt genoemd, ook de uitkeringen worden tot deze grens berekend: in januari 2020 is het maximumdagloon € 219,28 en per maand € 4.769,34. Er is dus geen algemene regel dat een werknemer bij onverschuldigd werkeloosheid een bepaald percentage van het laatstverdiende loon krijgt, daar geldt tot een maximumbedrag. Werknemersverzekeringen in het Caribische deel van Nederland zijn onder meer:

Wet ziekteverzekering BES (ZV) Cessantiawet BES Wet ongevallenverzekering BES (OV)

De werknemersverzekeringen gelden uitsluitend voor werknemers en met hen gelijkgestelden. De werknemersverzekeringen worden gefinancierd door inkomensafhankelijke premies.

Volksverzekeringen De volksverzekeringen gelden onder meer voor het gros van de ingezetenen van Nederland. De volksverzekeringen worden gefinancierd door inkomensafhankelijke premies en belastingen.

De volksverzekeringen in het Europese deel van Nederland zijn:

Algemene Ouderdomswet (AOW) Wet langdurige zorg (Wlz), voor 1 januari 2015 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) Algemene nabestaandenwet (Anw) Algemene Kinderbijslagwet (AKW) - soms ook wel tot de sociale voorzieningen gerekend omdat deze geheel uit de algemene middelen wordt gefinancierd Wajong (met oude versies voor oude gevallen)http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/12/19/sociale-verzekeringen-per-1-januari-2013.html

Volksverzekeringen in het Caribische deel van Nederland zijn:

Algemene Ouderdomsverzekering (AOV) Algemene Weduwen- en Wezenverzekering (AWW) Zorgverzekering Caribisch Nederland

Sociale voorzieningen De sociale voorzieningen zijn in het Europese deel van Nederland:

Participatiewet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) Toeslagenwet (TW)

Periodiek wordt een inflatiecorrectie toegepast.

Zoals gezegd wordt de kinderbijslag (AKW), hoewel formeel een volksverzekering, soms ook wel tot de sociale voorzieningen gerekend.

Een sociale voorziening in het Caribische deel van Nederland is onder meer:

Onderstand

De sociale voorzieningen gelden in de regel voor alle ingezetenen van Nederland. De sociale voorzieningen worden uitsluitend gefinancierd door belastingen.

Juridische aspecten Recht versus voorziening In een bepaalde context wordt onderscheid gemaakt tussen een recht en een voorziening. Extramurale AWBZ-zorg van ongeveer 10 miljard euro, vooral bestaande uit de functies verzorging, begeleiding en dagbesteding, is overgeheveld naar de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en veranderde daarmee van een verzekerd recht in een voorziening. De gemeenten (uitvoerders van de Wmo) hebben in principe beleidsvrijheid maar moeten daarmee in feite ervoor zorgen dat ze binnen het krimpende budget blijven.

Passende of algemeen geaccepteerde arbeid Wanneer men algemeen geaccepteerde arbeid moet accepteren dan is dat in sommige gevallen een zwaardere eis dan het moeten accepteren van passende arbeid. Met algemeen geaccepteerde arbeid wordt werk bedoeld dat algemeen maatschappelijk aanvaard is. Niet algemeen geaccepteerde werkzaamheden, zoals prostitutie, illegale arbeid en arbeid voor onder minimumloon zijn uitgesloten. Ook werkzaamheden die ingaan tegen de integriteit van de persoon, zoals werkzaamheden die gewetensbezwaren oproepen, zijn uitgesloten.

Wat onder passende arbeid wordt verstaan kan ruimer zijn naarmate men langer een uitkering heeft, zie ook de voorwaarden tijdens de uitkeringsperiode WW.

Boetes en maatregelen Op overtreding van verplichtingen in socialezekerheidswetten moet het UWV, respectievelijk de SVB of gemeenten een maatregel of een bestuurlijke boete opleggen. Bovendien wordt het te veel betaalde als onverschuldigde betaling teruggevorderd of verrekend met latere betalingen. Aangenomen is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving. In geval van de uitvoering Participatiewet is een duidelijke schifting gemaakt tussen schenden van de inlichtingenplicht en het schenden van andere verplichtingen. Bij het schenden van de inlichtingenplicht dient het opleggen van een bestuurlijke boete het gevolg te zijn indien er sprake is van verwijtbaarheid.

Daarnaast is strafrechtelijke vervolging mogelijk. In 2009 is met het Openbaar Ministerie afgesproken de zogenaamde aangiftegrens te stellen op € 10.000 voor zwarte fraude en € 35.000 voor witte fraude. In 2013 is deze grens verhoogd naar € 50.000,-. Een eventuele boete kan ook hier het gevolg zijn, deze zal dan echter op basis van artikel 23 Wetboek van Strafrecht opgelegd worden.

Het Boetebesluit socialezekerheidswetten regelt bestuurlijke boetes. Het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten regelt de maatregelen, behalve voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ, omdat de gemeenten hier budgetverantwoordelijkheid voor dragen, en in verband daarmee zelf bij verordening regels stellen met betrekking tot de maatregelen (een zogeheten afstemmingsverordening) en voor de bestrijding van fraude. Weliswaar hebben gemeenten ook budgetverantwoordelijkheid voor de Bbz 2004 voor wat betreft startende ondernemers, maar voor de Bbz 2004 worden de regels voor alle ondernemers gelijk gehouden.

De overtredingen zijn ingedeeld in categorieën, naar de verplichtingen waar zij betrekking op hebben. Per overtreding wordt verwezen naar de wetten en artikelen waar ze betrekking op hebben. Voorbeelden:

Eerste categorie: Het tijdig aanvragen van de uitkering WW/WAO/WIA/WAZ/Wajong. Het tijdig doen van aangifte van werkloosheid en het tijdig melden van ziekte bij WW/ZW. Het naleven van vastgestelde controlevoorschriften die noodzakelijk zijn voor een juiste uitvoering van WW/IOW/ZW/WIA/Wajong/TW/AOW/Anw/AKW. Het binnen de vastgestelde termijn gevolg geven aan een verzoek om alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag dat wordt betaald, bij WW/IOW/ZW/WIA/WAO/WAZ/Wajong/TW/AOW/Anw/AKW. Onder uitkering wordt tevens verstaan toeslag in de TW, ouderdomspensioen en toeslag in de AOW, en kinderbijslag in de AKW, en onder feiten en omstandigheden wordt onder meer verstaan informatie in het kader van re-integratie. Het onverwijld op verzoek inzage verstrekken in een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet SUWI.

Tweede categorie Registratie als werkzoekende en het tijdig verlengen van die registratie, bij WW/ZW/WAO/WIA/WAZ/Wajong/IOW.

Derde categorie: Het voorkomen werkloos te zijn of te blijven door in onvoldoende mate te trachten passende of algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of door in verband met de te verrichten arbeid eisen te stellen die het aanvaarden of verkrijgen van passende of algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren bij WW/IOW.

Deelname terroristische organisatie Er is de Wet van 16 januari 2017 tot wijziging van de socialezekerheidswetgeving, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet studiefinanciering 2000, de Wet studiefinanciering BES, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in verband met opname van een grondslag voor beëindiging van uitkeringen, studiefinanciering en tegemoetkoming bij deelname aan een terroristische organisatie.

Daarbij wordt in de genoemde wetten uitreiziger gedefinieerd als persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan de betreffende uitvoeringsorganisatie, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die door de Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.

Zolang iemand uitreiziger is heeft hij geen recht op uitkeringen, toeslagen en studiefinanciering, om te voorkomen dat daarmee bedreiging van de nationale veiligheid wordt gefinancierd. Het is daarnaast bedoeld als prikkel om de uitreis te ontmoedigen. Het betrof ten tijde van het wetsvoorstel personen die zich aansluiten bij de jihadistische strijd, maar kan ook worden toegepast als een vergelijkbare dreiging uitgaat van andere stromingen of groeperingen.

Toeslagen Er zijn naast de toeslagen die zijn geregeld in de Toeslagenwet, die door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) wordt uitgevoerd, ook vier andere uitkeringen die toeslag worden genoemd, en het toeslagenstelsel vormen. Deze zijn op andere wetten gebaseerd en vormen geen aanvulling op werknemersverzekeringen. Ze worden uitgevoerd door de Dienst Toeslagen van het Ministerie van Financiën. Het gaat om de volgende uitkeringen en wetten: