Het Metamodel in de pseudowetenschappelijke methodiek neurolinguïstisch programmeren (NLP) is een heuristische set van vragen met als doel informatie nauwkeuriger of concreter te maken door de grenzen van iemands wereldbeeld uit te dagen en uit te breiden. Niet geuite, verborgen informatie zou aldus volgens NLP naar buiten komen.

Definitie van het model Volgens NLP reageren mensen op gebeurtenissen op basis van hun interne beelden, geluiden en gevoelens. Deze ervaringen zouden in de hersenen worden gelabeld en verzameld in groepen of categorieën. Het metamodel is volgens NLP een methode om iemand te helpen om van een wereldarm model terug te gaan naar de oorspronkelijke, door zintuigen opgedane ervaringen waarop dat model gebaseerd was. Binnen deze informatierijke, specifieke ervaringen zouden bruikbare veranderingen worden gemaakt die gedrag zouden veranderen. Steve Andreas, 2003

Het metamodel wordt professioneel gebruikt door in NLP geïnteresseerde therapeuten, counselors en coaches. De betreffende taalpatronen, overtredingen volgens het model, worden aangetroffen in alle menselijke communicatie. Op een overtreding kan de gesprekspartner reageren met een uitdaging, waardoor de cliënt/patiënt gevraagd wordt de informatie concreter te herformuleren.

Bron van het model De taalpatronen van het metamodel zijn gebaseerd op de gezinstherapie van Virginia Satir, de gestalttherapie van Fritz Perls, de linguïstische patronen uit de transformationele grammatica van Noam Chomsky en de algemene semantiek van Alfred Korzybski. NLP claimt dat ook de wijze waarop deze wetenschappers zich in de praktijk gedroegen, in het model werd meegenomen. Het metamodel vormt de basis voor NLP en werd ontwikkeld door John Grinder, destijds assistent-professor in de linguïstiek, en psychologie student Richard Bandler.Bandler, Richard & John Grinder, The Structure of Magic I: A Book About Language and Therapy (1975)Grinder, John & Carmen Bostic St Clair, Whispering in the Wind (2001)

Toepassing Gebruik van het model in psychotherapie De vraag die een slachtoffer van een posttraumatische stressstoornis vaak stelt is: Waarom gebeurde dit mij? Een scherpzinnig psychotherapeut moet doordringen in de diepere betekenis van het woord dit. Bijvoorbeeld met de vraag: Welke specifieke aspecten van het voorval hebben een schadelijke betekenis voor het individu? Bovendien moet de therapeut vaststellen welke attributies de patiënt geeft aan zijn reacties. Wanneer een patiënt bijvoorbeeld vanwege opdringerige gedachten gelooft dat hij gek is, zal de attributie leiden tot verhoogd lijden.Intergrative approaches in the treatment of post-traumatic stress disorder in Schwarz, R. & Proute, M., Psychotherapy: Theory, Research, Practice, Training. 28(2) pp.364-373.

Verhelderende communicatietechniek Het metamodel is niet uitsluitend een model voor therapie, maar zou ook toepassing kennen in coaching, mediation, management, journalistiek, onderzoek en ontwikkeling. In feite overal waar heldere communicatie gewenst of noodzakelijk is en het belangrijk is dat zaken niet onuitgesproken blijven.

Storend gebruik Een te letterlijk nemen van de term overtreding levert bij overenthousiaste, beginnende gebruikers van dit model nogal eens een overmatig gebruik aan uitdagingen op, waardoor de gesprekspartner geïrriteerd raakt. Een gebruiker van dit model doet er goed aan voorrang te geven aan de goede verstandhouding, binnen NLP rapport (psychologie) [uitspraak: rappòrt] genoemd, en te stoppen met uitdagen wanneer het gebruik ervan overdadig wordt. In dit model moet overtreding gezien worden als de technische aanduiding van vervormingen, weglatingen en generalisaties in het taalgebruik. Ze komen frequent voor bij alle mensen, dus ook bij psychische gezonde mensen zonder onderhuidse problemen. Volgens NLP bedient de mens zich om verschillende redenen van dergelijke 'overtredingen', omwille van bijvoorbeeld beleefdheid, jargon, privacy, bescherming van de eigen belevingswereld en om een verhaal kort te kunnen weergeven. Gebruik van 'overtredingen' is tot op zekere hoogte zeker niet altijd storend of onwenselijk.

Het model Het metamodel is wordt door veel volgers van de NLP-methodiek opgepakt, waarbij geregeld nieuwe terminologie wordt bedacht om het model handzaam te maken. Hierdoor verschillen afzonderlijke modellen van elkaar. De volgende indeling bundelt enkele gangbare visies van het metamodel. Uitgangspunt is hierbij een gebundeld overzicht te geven die duidelijk is en nagenoeg compleet. Er is dus geen keuze gemaakt voor het model van één bepaalde school.

Overtredingen aan de grenzen van het wereldmodel Het wereldmodel is een uitgewerkte pseudowetenschappelijke theorie in NLP en kortweg uit te leggen als het wereldbeeld van een bepaald mens. Uitgangspunt is dat we vanuit ons wereldmodel reageren op de impulsen die ons bereiken. We geven daar betekenis aan die vervolgens ook weer onderdeel wordt van ons wereldmodel. Het is een continu proces van ordening van ervaringen, overtuigingen en verwachtingen. Met het uitdagen van de grenzen van het wereldmodel wordt daardoor ons wereldbeeld getoetst en eventueel aangepast aan de daadwerkelijke wereld.

Modale hulpwerkwoorden Modale hulpwerkwoorden, ook wel modale operatoren, geven een bepaalde houding aan ten opzichte van het werkwoord. De belangrijkste Nederlandse hulpwerkwoorden zijn: hoeven, kunnen, moeten, mogen en willen. Hulpwerkwoorden komen in de regel niet zelfstandig voor. Bij modale hulpwerkwoorden gaat dit niet helemaal op. Zinnen als "ik wil het" en "je moet" zijn immers correct Nederlands. In deze gevallen is het echter zo dat er impliciet wél een werkwoord bij hoort. In de genoemde zinnen zijn dat bijvoorbeeld hebben of doen. In het metamodel onderscheidt NLP twee soorten modale hulpwerkwoorden. In het ene geval is er sprake van een vereiste (zoals bij moeten), bij de andere van onvermogen (zoals bij niet kunnen). Intuïtief wordt er in feite een ontkenning uitgesproken ten opzichte van het probleem.

Onder de categorie vereiste vallen onder andere moeten, niet mogen en nodig hebben. Ze geven weer dat een persoon iets moet doen of niet moet doen, terwijl het de vraag is of dat echt voorgeschreven staat. Vaak zit er een wens in: Als het gebeurt dan voel ik me lekker. Terwijl ik mij bijvoorbeeld verdrietig voel als het niet gebeurt. Er zou ook een goede reden of wetmatigheid aan ten grondslag kunnen liggen, zoals in: Ik moet dagelijks eten en drinken. Maar ook dingen die niet altijd opgaan, zoals in: zij moeten naar mij luisteren. Met de uitdagingen is het de bedoeling dat degene die vaak moeten zegt, gaat nadenken over zijn of haar beweringen. Echter, iemand denkt nooit zomaar iets; ooit is er die conclusie getrokken. Aan een reactie als dat is onzin heeft de ander niets, omdat hij of zij er dan nog niet wijzer van geworden is. Een standaarduitdaging op deze 'overtreding' is: Wat gaat er mis als...?

Onder de modale hulpwerkwoorden van onvermogen vallen bijvoorbeeld niet kunnen, niet lukken, niet mogelijk zijn, niet in de gelegenheid zijn, niet horen en de kans niet krijgen. Hierbij veronderstelt de spreker dat hij of zij ergens van weerhouden wordt. Een standaarduitdaging op deze overtreding is daarom: Wat weerhoudt je? of Wat belet je?

Uitdagingen van de eventuele overtreding: Je moet altijd klaarstaan voor je kinderen. Uitdaging: Wat gaat er mis wanneer je vanavond een keertje niet klaarstaat? Ik heb een toeziend oog nodig wanneer ik die klus klaar. Uitdaging: Wat zou er mislukken wanneer je het alleen uitvoert? Ik kan geen schoonmaakwerkzaamheden doen. Uitdaging: Wat houdt je tegen?

Alles of niets Alles of niets, in het model ook wel universal quantifiers (universele kwantoren) genoemd, gebeurt wanneer iemand een onechte uitspraak doet over een gehele groep van mensen, situaties, kenmerken, enz. Ofwel, een poging een denkbeeld in een vorm brengen die waar is voor elk relevant ding. Voorbeelden zijn: alles, altijd, overal, iedereen, absoluut, helemaal, totaal, niks, nooit, nergens en niemand. De standaardwijze om de alles-of-niets-overtreding uit te dagen is door het tegendeel te overdrijven. Hierbij moet worden voorkomen dat de gemaakte overtreding niet in de wedervraag wordt genoemd. De uitdaging kan ook geconcretiseerd worden.

Uitdagingen van de eventuele overtreding: Zij is het nooit met mij eens. Uitdaging: Was er echt geen moment waarbij jullie op één lijn lagen? Ik ken daar niemand. Uitdaging: Is er daar echt geen enkele persoon die je kent? Mijn collega's zijn allemaal lui. Uitdaging: Welke collega's in het bijzonder?

Nominalisatie De 'overtreding' bij nominalisatie is dat er een doorgaand proces van levende handelingen wordt neergezet als een ding, zoals Het besluit is genomen. Aan dit besluit is een heel proces voorafgegaan, waarover verder geen verslag wordt gedaan. Kenmerkend aan een nominalisatie is dat een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord wordt omgezet in een zelfstandig naamwoord. {| | valign="top" | Omzetting uit werkwoord de toepasbaarheid (toepassen) het onderzoek (onderzoeken) de reactie (reageren) het zwemmen (zwemmen) | valign="top" | Omzetting uit bijvoeglijk naamwoord de zorgeloosheid (zorgeloos) de moeilijkheid (moeilijk) de intensiteit (intens) de fout (fout) |} Een eenduidige omvorming gaat niet altijd op zoals liefde (niet liefden, maar houden van), energie (energie krijgen), drive (anglicisme). Een andere manier om een nominalisatie snel te herkennen, is door vast te stellen dat het niet vast te pakken is. Wel vast te pakken zijn dingen als een huis, een koelkast en een jas. Niet tastbaar en daardoor nominalisaties zijn bijvoorbeeld: liefde, aandacht, energie, bevrediging, motivatie, drive. De standaardwijze om een nominalisatie uit te dagen, is door vragen te stellen die naar een gesprek over de handelingen leiden.

Uitdagingen van de eventuele overtreding: De communicatie is slecht in dit bedrijf. Uitdaging: Hoe zouden we hier effectiever kunnen communiceren? Onze relatie werkt verstikkend. Uitdaging: Hoe ziet jullie relatie er precies uit? De caseload kan ik niet meer aan. Uitdaging: Wat is het precies dat jij onder caseload verstaat.?

Overtredingen door ontbrekende informatie In algemeen spraakgebruik wordt vaak informatie weggelaten, omdat het gesprek anders te uitvoerig wordt. Wanneer het van nut is, kan op een specifiek deel van het verhaal doorgevraagd worden.

Vergelijkingen Bij een halve vergelijking is de eerste helft van de tweezijdige vergelijking niet gegeven. Een andere mogelijkheid is dat bij een overtreffende trap niet wordt weergegeven wat wordt overtroffen. Deze vergelijkingen zien we vaak in reclame-uitspraken gebruikt, zoals: Je doet meer met kip, Merk X wast beter, of Nu 50% meer. In sommige gevallen is het eenvoudig af te leiden wat het ontbrekende element is. Soms is het juist bedoeld de nadruk alleen op het eigen product te leggen, om niet tussen de regels door ook aandacht te geven aan de concurrent.

We spreken van een impliciete vergelijking wanneer er geen standaard vergelijkingswoord wordt gebruikt, maar er in feite wel sprake is van een vergelijking. Deze zijn herkenbaar aan woorden als: echte, pure, ware, onmisbare, wezenlijke, elementaire, essentiële, fundamentele, enz. De standaardwijze om een halve of impliciete vergelijking uit te dagen, is door te vragen naar de andere helft van de vergelijking of te vragen waarvan het een onderdeel uitmaakt.

Uitdagingen van de eventuele 'overtreding': Dat was het beste plan. Uitdaging: Wat waren de andere plannen? Onze monitoren hebben een scherper beeld. Uitdaging: Scherper in vergelijking waarmee? Ik wil een wezenlijke verandering zien in deze onderneming. Wat moet er wezenlijk veranderd zijn in vergelijking tot de vorige verandering?

Weglating