thumb|Chojun Miyagi. is een van de vier traditionele karatestijlen en is Japans voor hard-zachte stijl. De stichter van deze stijl is Chojun Miyagi sensei, wiens leraar Kanryo Higaonna was. De stijl kent zowel harde als zachte technieken. Om hetzelfde resultaat te krijgen, is de filosofie, hoeft men niet altijd hard aan te vallen; zacht kan een net zo goede en soms zelfs betere werking hebben. De stijlnaam goju is opgebouwd uit de woorden go en ju, welke respectievelijk hard en zacht betekenen. In de training van het goju-ryu karate-do zijn deze principes terug te vinden in de veelvuldige afwisseling van ‘zachte’ en ‘harde’ technieken. Zachte, met muchime uitgevoerde bewegingen, waarbij de kracht van de tegenstander geabsorbeerd wordt; harde, met kime uitgevoerde technieken, waarmee een aanvaller veelal definitief onschadelijk wordt gemaakt. Er wordt in het goju-ryu veel belang gehecht aan de verschillende manieren van ademhalen en het gebruik van de juiste ademhaling bij de juiste techniek. Het goju-ryu gebruikt zowel lineaire/directe als circulaire technieken.
Oorsprong Basis De basis van het goju-ryu ligt voornamelijk in de kata's. Kata's zijn bewegingspatronen van logische en praktische verdedigings- en aanvalscombinaties. Elke kata bestaat uit een voorgeschreven patroon dat de karatestudent zonder partner uitvoert. Deze kata's zijn overgeleverd door vroegere grootmeesters, die ze destilleerden uit hun jarenlange onderzoek, training en ervaringen opgedaan in feitelijke gevechtssituaties.
De ware betekenis en geest van het Okinawa goju-ryu karate-do zijn te vinden in de kata, en alleen door de studie ervan kan de karatestudent deze betekenis leren begrijpen. Om deze reden worden binnen de traditionele stijlen de overgeleverde bewegingspatronen uit de kata dan ook niet gewijzigd. Wanneer om esthetische redenen, of om het leerproces te vergemakkelijken deze patronen gewijzigd zouden worden, zou het karate zijn overgeleverde ware betekenis en geest verliezen.
Chinese Oorsprong Het Okinawa goju-ryu karate-do vindt zijn oorsprong in diverse Zuid-Chinese zelfverdedigingskunsten. Okinawa – vroeger een zelfstandig koninkrijk tot 1879 – had vanaf de vroege middeleeuwen (1349) ruim 500 jaar een goede relatie met China en behalve een levendige handel werden ook ambassadeurs, diplomaten, studenten en ambachtslieden uitgewisseld. China stond ook bekend om zijn effectieve zelfverdedigingskunsten. Okinawa kende een eigen stijl welke eenvoudig Te (Hand) werd genoemd. Diverse Okinawanen wilden naar China om zich daar te verdiepen in de Chinese stijlen. Zo ook de jonge Kanryo Higaonna.
Kanryo Higaonna (1853 – 1915) Kanryo Higaonna werd geboren op 1853 in de Okinawaanse stad Naha. Zijn vader bezat drie zeilschepen en de jonge Kanryo moest vanaf zijn 10e jaar al meehelpen. Op veertienjarige leeftijd werd zijn vader in een gevecht gedood. Kanryo wilde zijn vader wreken en zocht naar mogelijkheden om naar China te gaan. Op voordracht van een bevriende zakenman verkreeg Kanryo Higaonna een studentenvisum en kon hij in de herfst van 1867 op vijftienjarige leeftijd afreizen naar de Okinawaanse enclave in de stad Fuzhou, hoofdstad van de provincie Fujien (Okinawanen en Chinezen tellen de zwangerschapstijd van 9 maanden mee in de leeftijd). Het was in die tijd erg moeilijk om les te krijgen in een krijgskunst omdat men dat liever geheimhield. Uiteindelijk werd hij geïntroduceerd bij Ryu Ryu Ko en deze besloot hem in dienst te nemen. Ryu Ryu Ko was oorspronkelijk een edelman en een persoonlijke lijfwacht van een belangrijk man in de provincie Fujien. Deze werd na een burgeroorlog verstoten en om wraak te voorkomen ging Ryo Ryo Ko ondergronds. Hij liet zijn haar lang groeien en werkte als bouwvakker. Later maakte hij meubels en diverse gebruiksvoorwerpen van bamboe en in die periode werd Kanryo zijn medewerker. Pas na langere tijd, nadat Kanryo's karakter was beoordeeld en Ryu Ryu Ko vertrouwen in hem had verkregen, kreeg hij les. Na jaren van basistraining waarin het vertrouwen groeide, werd hun relatie meer als vader en zoon en ging Kanryo in het huis van zijn leraar wonen. Vanaf die tijd kreeg Kanryo heel intensief les.
De eerste naamgeving: NAHA-TE In 1881 keerde Kanryo Higaonna terug naar zijn geboorteplaats Naha in Okinawa. Vele Okinawanen die eerder waren teruggekeerd hadden verteld over de kennis en kunde van Kanryo. Zo vroeg de politie af en toe zijn assistentie bij het aanhouden van gevaarlijke criminelen. De moordenaar van zijn vader had ook gehoord van zijn terugkomst, hij betuigde zijn spijt en vroeg om vergeving. Kanryo Higaonna antwoordde dat de man niets hoefde te vrezen: wraak nemen is niet de juiste weg.
In eerste instantie weigerde Kanryo Higaonna om les te geven. Pas na enkele jaren later, nadat hij getrouwd was, begon hij met les geven. Dit gebeurde eerst bij hem thuis. In september 1905 begon hij met les geven op de nieuwe Naha Commercial High School. Er was geen officiële naam voor de stijl en daarom werd dit Naha-Te (Naha hand) genoemd. Er bestonden nog twee andere stijlen op Okinawa, beide eveneens genoemd naar de stad waar deze stijl werd beoefend: Shuri-Te en Tomari-Te.
Chojun Miyagi (1888 – 1953) Chojun Miyagi kwam uit een rijke adellijke Okinawaanse familie en om hem op zijn toekomstige taak als hoofd van de familie voor te bereiden werd hij op 11-jarige leeftijd naar meester Ryuko Aragaki gebracht die bedreven was in Tomari-Te. Deze verwees hem op 14-jarige leeftijd door naar Kanryo Higaonna sensei. Hier trainde Miyagi 6 dagen per week en na enkele jaren was hij de beste leerling. Maar pas nadat Kanryo Higaonna overtuigd was van het goede karakter van Chojun Miyagi besloot hij hem de essentie van de stijl te leren. Na de reguliere training die ongeveer twee uur duurde, gingen de andere leerlingen naar huis en kreeg Chojun Miyagi individueel les. Inmiddels was Japan bezig zich militair voor te bereiden op expansie en moesten ook de Okinawanen een militaire dienstplicht vervullen. Chojun Miyagi werd in 1910 opgeroepen om naar Japan te gaan. De Japanners discrimineerden de Okinawanen, maar kwamen er al gauw achter dat Chojun Miyagi een uitzonderlijke man was met wie men niet moest spotten. Na de basisopleiding koos Chojun Miyagi voor de medische dienst alwaar hij veel kennis op deed over de werking van het menselijk lichaam. Hij was inmiddels een gerespecteerd onderofficier en de Japanners wilden graag dat hij bleef. Chojun Miyagi had echter bericht ontvangen dat zijn leraar in grote armoede leefde en ging daarom in november 1912 terug naar Okinawa. In de volgende drie jaar kreeg Chojun Miyagi dagelijks les van Kanryo Higaonna totdat deze in oktober 1915 op 62-jarige leeftijd in zijn slaap overleed. Kort hiervoor had Kanryo Higaonna aangegeven dat hij Chojun Miyagi als zijn opvolger had aangewezen.
Vrij snel na het overlijden van zijn leraar ging Chojun Miyagi naar China om onderzoek te doen naar Ryu Ryu Ko. Hij vond zijn graf en enkele oud-leerlingen en maakte vele aantekeningen, onder andere over de geschiedenis. Later zou Chojun Miyagi in de jaren 20 en in 1936 weer naar China gaan voor onderzoek. Helaas zouden al zijn aantekeningen verloren gaan tijdens een bombardement op Okinawa in de Tweede Wereldoorlog. Chojun Miyagi verkreeg steeds meer aanzien en zo werd hij in 1922 gevraagd om les te geven op de politieacademie. Later werd hij uitgenodigd om lezingen en demonstraties te geven aan diverse Japanse universiteiten in Osaka en Kyoto. Ook werd hij uitgenodigd naar Hawaï waar hij een klein jaar les heeft gegeven. Toen men hem in Kyoto tijdens een diner een dikke gevulde envelop overhandigde met de zin “een penstreek alstublieft” [een verzoek om een dan-graad te krijgen] heeft hij dit vanzelfsprekend geweigerd en is hij teruggegaan naar Okinawa. Deze mensen hebben het karakter Do 道 wat levensweg betekent duidelijk niet begrepen. Zoals Chojun Miyagi later had voorspeld zouden de zucht naar geld, macht en prestige later nog voor veel onrust zorgen in het moderne karate.
Goju-ryu als officieel geregistreerde stijl In mei 1930 werd een vechtsportdemonstratie gegeven ter ere van kroonprins Hirohito die troonopvolger was geworden. Chojun Miyagi was ook uitgenodigd en hij stuurde zijn top student Jin’an Shinzato. Na de demonstratie stelde men vragen over de naam van de stijl: Naha-te. Na terugkomst op Okinawa vertelde hij hierover aan Chojun Miyagi. Chojun Miyagi besefte dat het belangrijk was dat zijn stijl een eigen identiteit met goede formele naam kreeg, anders zou deze nooit kunnen worden geregistreerd. In een belangrijk boek over Chinese vechtsport (de Bubishi) staan acht belangrijke zinnen. De derde luidt: Ho Go Ju Don To wat betekent “de manier van inademen en uitademen is hard en zacht”. En omdat de stijl zowel harde als zachte technieken bevat waarbij nadruk wordt gelegd op de juiste ademhaling, is goju-ryu een perfecte keuze.
Shime door Chojun Miyagi goju-ryu is de eerste karate stijl die in 1933 officieel werd geregistreerd bij het prestigieuze Japanse Dai Nippon Butokukai, het regulerende Japanse budo-instituut. Chojun Miyagi deed dit echter niet om reclame te maken. Hij wilde Karate niet commercialiseren en een mooi uithangbord wat hij eens had gekregen hield hij altijd binnenshuis.
Jin’an Shinzato (1901 – 1945) Jin’an Shinzato begon in 1922 met karate in de dojo van Chojun Miyagi. Hij was klein van stuk (1,57 m) maar zeer gemotiveerd en trainde zoals gebruikelijk in die tijd zes dagen per week. Op voorspraak van Miyagi kreeg hij een baan bij de politie alwaar hij snel aanzien kreeg. Ook werd hij een getalenteerd judoka. Als hij dienst had, vermeden criminelen het gebied. Niet omdat hij agressief was, maar omdat vluchten geen zin had. Alom was bekend dat deze zeer getalenteerde karateka Chojun Miyagi zou opvolgen om het goju-ryu verder uit te dragen. Helaas werd hij opgeroepen voor militaire dienst en kwam hij tijdens een bombardement op Okinawa in 1945 te overlijden.
De periode na de Tweede Wereldoorlog Na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië besloot Miyagi om voorlopig geen onderricht meer te geven in karate. In de oorlog waren diverse familieleden, waaronder twee van zijn kinderen, zijn topleerling Shinzato en andere leerlingen omgekomen. Okinawa lag volledig in puin en de bevolking verkeerde in grote armoede en hongersnood. Het was geen tijd om les te geven. De inwoners van Naha respecteerden Chojun Miyagi zeer en vroegen of hij zich verkiesbaar wilde stellen voor een belangrijke tijdelijke commissie. Alhoewel hij niet geïnteresseerd was in politiek, besloot hij dit te doen om te helpen het eiland weer op te bouwen. Hij won de verkiezing met overweldigende meerderheid en verrichtte goed werk totdat de commissie weer werd opgeheven. In 1947 werd hij opnieuw karate instructeur bij de Naha politieacademie. In 1948 nam hij slechts vier leerlingen aan, waaronder An’ichi Miyagi (geen familie). Andere belangstellenden verwees hij door naar andere scholen. Van deze vier bleef konden drie de zware training niet aan en na een jaar bleef alleen An’ichi Miyagi over. In 1951 kwam Miyagi's eerste leraar Ryuko Aragaki op bezoek met het verzoek zijn kleinzoon Shuichi les te geven. Chojun Myiagi kon dit niet weigeren en nam hem aan waarbij hij An’ichi les liet geven. Een jaar lang waren zij de twee enige leerlingen in de tuin achter zijn huis, later bekend als “the garden-dojo”. Pas in 1952 besloot hij meerdere leerlingen aan te nemen. Na de reguliere les moest An’ichi Miyagi nablijven waarbij hij privéles kreeg en hij de essentie leerde van het goju-ryu.