miniatuur|rechts Van Bronckhorst (vanaf 1315 ook van Batenburg) is de naam van een oud riddermatig geslacht van baanderheren, dat uit de omgeving van het Gelderse Wijchen stamde en het bestuur had over Bronkhorst en Olburgen.

Geschiedenis thumb|400px|Graafschap Zutphen (1757) De heren van Bronckhorst hebben vanaf de late middeleeuwen altijd een bijzondere positie bekleed, als een van de vier baanderheren en als eerste lid van de Staten van het kwartier Zutphen. Hun aanzien nam toe toen omstreeks 1530 Joost van Bronckhorst-Borculo door keizer Karel V tot graaf werd verheven. Vanwege deze verheffing werd de bannerij van Bronckhorst vaak 'graafschap' genoemd, maar aangenomen wordt dat de grafelijke stand uitsluitend betrekking had op het geslacht Bronckhorst, niet op hun gebied. Hun gebied was wel een allodiaal goed, dat niet aan het rijk en gewest leenplichtig was. Ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog verkiezen de Bronckhorsten de kant van Willem van Oranje. Maximiliaen van Bronckhorst is de laatste heer van Batenburg die beweert alleen ondergeschikt te zijn aan de keizer en geen leen van Gelderland. Na zijn dood komt Batenburg via zijn dochter in handen van het huis van Horn.

Hun grondbezit, dat geregeld uitgebreid werd, leidde daartoe dat hun invloed in het gewest steeds meer toenam. Onder de voornaamste bezittingen hoorden: Batenburg, het aan Gelderland grenzende Anholt en Borculo. Te Borculo verbleven de leden van het geslacht Van Bronckhorst en de latere heren, de Van Limburg Stirums veel waardoor een zeer groot gedeelte van het familie-archief op het kasteel Borculo is bewaard gebleven. Onbekend is of de Bronckhorsten vernoemd zijn naar het kasteel Bronckhorst of andersom. Eerste naamdrager Adam van Bronckhorst wordt in een akte vermeld die tussen 1127 en 1131 werd opgemaakt. Gedurende de 14e eeuw, waren zijn nazaten betrokken in langdurige twisten tussen Heeckerens en Bronckhorsten in het hertogdom Gelre. Kasteel Bronckhorst was toen in bezit van de familie. Het nageslacht van Adam heeft de heerlijkheid Bronckhorst tot 1553 bezeten. In dat jaar stierf Joost van Bronckhorst kinderloos. De heerlijkheid ging over naar Ermgard van Wisch. Zij hertrouwde met graaf Georg van Limburg Stirum. Tot 1721 bleef Bronkhorst in het bezit van de Van Limburg Stirums, die het toen verkochten aan J. P. van Raesfelt. Hij verkocht de heerlijkheid in 1754 aan J. R. van Glasenapp. Hij verkocht weer aan baron Z. D. W. van Tengnagell in 1760, graaf F. A. van Limburg Stirum (1793), C. J. Wolterbeek (1805) en H. L. Ketjen (1824). Op 19 Maart 1830 ruilde Ketjen de heerlijkheid met D. de Haas, wiens erfgenamen Bronkhorst op 8 Augustus 1846 verkochten aan den heer A. Th. L. Metelerkamp. Deze schonk op 12 Februari 1879 de heerlijkheid aan zijn zoon A. J. P. MetelerkampHuis Bronkhorst op:geldersarchief.nl.

Bezittingen Kasteel Bronkhorst (1127- ) thumb|Kasteel Bronkhorst (1731) Het kasteel Bronkhorst was het stamslot van de heren van Bronckhorst in de gemeente Bronckhorst, westelijk gelegen van het centrum van Bronkhorst, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het kasteel was gelegen aan een strategische plek aan de IJssel ten zuiden van Zutphen. Van het kasteel resten alleen de opgeworpen slotheuvel bij het stadje Bronkhorst. De lege slotheuvel werd in 1962 door de erven Metelerkamp overgedragen aan de Staat der Nederlanden en wordt sindsdien beheerd door Staatsbosbeheer.De Graafschap in de Middeleeuwen

Bronkhorster Molen thumb|Molen van Bronckhorst De huidige Bronkhorstermolen is een in 1844 gebouwde korenmolen. Deze beltmolen ligt aan de Spaensweertweg, even buiten Steenderen. Tot 1844 stond op deze plaats een standerdmolen die in de nacht van 17 op 18 mei dat jaar afbrandde. De heren van Bronckhorst hadden tot 1795 het recht op gebruik van de wind. De inwoners van Bronkhorst waren verplicht hun koren in hun dwangmolen te laten malen.

Kasteel Batenburg (1315-1408) thumb|Kasteel Batenburg Willem I van Bronckhorst trouwde in 1315 met Johanna van Batenburg. Door hun huwelijk viel de heerlijkheid Batenburg in handen van de van Bronckhorsten. Het kasteel Batenburg bleef tot 1641 in bezit van de familie Van Bronckhorst, daarna ging het over naar de graaf van Hoorne.WimHoes.nl. Het Kasteel Batenburg behoorde tot de belangrijkste en oudste kastelen van Gelderland.

Molen van Batenburg thumb|Molen van Batenburg De huidige molen van Batenburg stamt uit het begin van de 18e eeuw. De heer van Batenburg had het windrecht, hij kon een vergoeding eisen voor het gebruik van de wind door de windmolens. Het windrecht behoorde in vroeger tijden tot de voorrechten, de rechten die veelal in handen waren van de landheer. Alleen hij was gerechtigd een molen te laten bouwen en zo het recht van de wind te gebruiken. Ook bezaten zij het banrecht. De ingezetenen waren verplicht gebruik te maken van de banmolen. De molen van Batenburg behoorde tot de heerlijkheid Batenburg. Molenaars konden tegen betaling van een jaarlijks bedrag, het zogenaamde windgeld, dit recht pachten. Veelal werd de molen dan ook doorverpacht en verkreeg de molenaar een windbrief. Batenburg bezit twee kerken, de Oude St.Victor uit de 11de eeuw en de Nieuwe St.Victor op de Molendijk uit 1873, die gewijd zijn aan Sint Victor, de schutspatroon van de korenmolenaars.

Landgoed het Holtslag ( -1401) Een voormalig landgoed het Holtslag in de gemeente Bronckhorst. Het enige dat er nog aan herinnert is het straatnaambordje Holtslagweg in de buurt van Toldijk. "Het Holtslag" wordt op 23 augustus 1401 vermeld als landgoed van de heren Bronkhorst, de graven van Limburg Stirum. Het kasteel Holtslag is gebouwd voor familie of een kind van de Heeren van Bronkhorst. Door Deryckz van Steinre is het tussen 1401 en 1442 verkocht aan Deryck Heyinck. Deze laatste was mogelijk de eerste bewoner van het kasteel.

Huis te Eerbeek thumb|Huis te Eerbeek Het Huis te Eerbeek, dat gebruikt werd als jachtslot was al voor 1417 in het bezit van de familie. In dat jaar werd het bij de verdeling van de nalatenschap van Gijsbert VI van Bronckhorst-Borculo toebedeeld aan zijn oudste zoon Willem V van Bronckhorst-Borculo die in 1429 kinderloos stierf waardoor het huis kwam aan zijn broer Otto van Bronckhorst en Borculo die getrouwd was met Elisabeth van Nassau-Beilstein een dochter van Johan I van Nassau-Beilstein. Na het overlijden erfde diens oudste zoon Gijsbrecht VII van Bronckhorst en Borculo het huis te Eerbeek. Na het overlijden van Gijsbrecht VII van Bronckhorst en Borculo kwam de heerlijkheid Borculo en het huis te Eerbeek aan zijn jongste broer Frederik van Bronckhorst heer van Bronckhorst, Borculo en Steenderen. Diens enige zoon Joost van Bronckhorst en Borculo stierf kinderloos waardoor in 1553 het Kasteel Bronkhorst, het Huis te Eerbeek en de heerlijkheid Borculo via zijn nicht Ermgard van Wisch door haar huwelijk met Georg van Limburg Stirum in handen kwam aan het huis Limburg Stirum. Deze familie had het landgoed 12 generaties in haar bezit. Ook zij gebruikten het als jachtslot. Van 1895 tot 1937 waren huis en landgoed eigendom van de biologen, Max Wilhelm Carl Weber en zijn echtgenote Anna Weber-van Bosse. De laatste legateerde het bezit bij haar dood in 1942 aan de stichting Het Geldersch Landschap & Kasteelen.

Kasteel Notenstein / Oosterhout thumb|Huis Oosterhout Het kasteel Notensteyn werd in de 14e eeuw door de heren van Bronckhorst gebouwd. In 1585 ging het omgrachte kasteel in vlammen op en werd herbouwd. In 1627 werd het kasteel vernoemd naar het nabijgelegen dorp Oosterhout. In 1809 brak de Waaldijk door en werd het kasteel door de kracht van het water verwoest. Bij deze overstromingen ontstonden overigens drie nog bestaande kolken, die in de uiterwaarden liggen. De grootste daarvan, het Groote Wiel, werd in de vorige eeuw tot Waaiensteinkolk omgedoopt. Deze naam houdt de herinnering levend aan het Huis Waaienstein, dat bij diezelfde overstroming in 1809 geheel wegspoeldehttp://wiki.worldflicks.org/waaienstein_kolk.html landschapsfoto.Huis Oosterhout werd herbouwd, maar in 1820 andermaal verwoest na een dijkdoorbraak. Pas dertig jaar later werd het, nu iets verder van de rivier af, herbouwd als neoclassicistisch landhuis met een boerderij. Vanaf 1870 is het Huis Oosterhout in het bezit van de familie van Boetzelaer. Het landhuis werd door deze familie in 1896, 1912 en 1932 vergroot. Het landgoed telde 159 hectare. Door de bouw van de Nijmeegse woonwijk Oosterhout is daar een flink stuk vanaf gegaan.

Kasteel Hackfort (1324-1702) thumb|Kasteel Hackfort (1718) thumb|Kasteel Hackfort (ca. 2010) Al voor 1324 verwerven de Bronckhorsten het goet to Hacvorte. In 1392 staat in het leenregister van de heren van Bronckhorst een huis tot "Hacforden" met voorburcht en grachten vermeld.

In 1324 koopt Jacob I van der Weelle (of Weele), de stamvader van het geslacht Hackfort, het goed Hackfort van Willem I van Bronckhorst-Batenburg. Door de koop krijgt Jacob het goed Hackfort echter niet in vrij bezit, het goed blijft een Bronckhorster leen. Over de herkomst van Jacob I is weinig bekend. Vermoed wordt dat hij een zoon of broer is van Henricus van der Welle, die in 1319 't Goed De Welle in de Bakerwaard (kerspel Steenderen) bestiert. De familie Van Der Welle is mogelijk een (bastaard-)tak van het geslacht Baak. In ieder geval voert het geslacht Hackfort hetzelfde wapen als Baak; in zilver een blauwe balk. Merkwaardigerwijs is over Jacob I's vrouw Lutgard meer bekend. Zij is een dochter van Rudolf IV van Sinderen en Catharina van Bronckhorst. Haar grootvaders zijn Dirk van Sinderen en Willem III van Bronckhorst, zodat het goed Hackfort bestemt blijkt te zijn voor Willem III's kleindochter. Alles blijft dus binnen de familie.

Jacob I en Lutgard krijgen vier zonen: Gerrit (I), Hendrik, Dirk en Evert. Gerrit I noemt zich naar het goed Baak en Hendrik naar Hackfort. Na de dood van Jacob I in 1367 treedt Gerrit I in zijn vaders voetsporen.

In 1367 geeft Willem IV van Bronckhorst tienden over de boerderij Tiodinck in leen aan Gerrit I van Hackfort. In 1392 beleend hij diens zoon Jacob II van Hackfort met geheel Hackfort. Dit goed zal tot de verkoop in 1702 bij de bannerij Bronckhorst horen.

Gijsbert van Bronckhorst, de heer van Bronkhorst, die door zijn huwelijk heer van Borculo en Lichtenvoorde werd in 1385, droeg de leengerechtigheid van 't Goet to Hackvorte in het geheim op aan de bisschop van Munster, terwijl het sinds onheugelijke tijd aan de hertog van Gelder toebehoorde.

Rekem (1134 - 1335) De heren van Bronckhorst verbleven vaak in Rekheim, het toenmalige Rekem.www.grensschap.eu Het oudste wapen van Rekem bevat ook een leeuw, evenals die van Bronckhorst in gewijzigde kleuren.website: kasteleningelderland.nlA.P. van Schilfgaarde, De heren en graven van Bronkhorst, In: De Nederlandsche Leeuw, Jg. LXXIV, nr. 3, 1957, kolom 67. Van 1134-1335 verbleven zij er in het Kasteel d'Aspremont-Lynden.

Heerlijkheid Borculo (1360-1579) thumb|Heerlijkheid Borculo (1741) De heerlijkheid Borculo was van 1360 tot 1553/1579 in het bezit van de Van Bronckhorsts. Door het huwelijk van Gijsbert van Bronckhorst (overleden 1402) in 1360 met Henrica van Dodinckweerde, vrouwe van Borculo kwam de heerlijkheid in zijn bezit.

In 1553 overlijdt de laatste graaf van Bronckhorst, Joost van Bronckhorst en Borculo (1505-1553). In 1579 overlijdt de gravin-weduwe en vruchtgebruikster Maria van Bronckhorst-van Hoya.

Tot aan het einde van het vorstbisdom in 1802 voerde de bisschop van Münster de titel van her te Borculo, ook al was de heerlijkheid Borculo tijdens de Tachtigjarige Oorlog aan de macht van de bisschop onttrokken. Vorst-bisschop Christoph Bernhard von Galen probeerde in zijn ambtsperiode van 1650 tot zijn dood in 1678 tweemaal tevergeefs het gebied voor het bisdom te herwinnen. Pas in 1821 werden de dioceesgrenzen gelijkgesteld aan de politieke grenzen, waarna de gehele Achterhoek onder het bisdom Utrecht kwam te vallen.

Kasteel Lichtenvoorde (1397-1615)