D. Sebastião José de Carvalho e Melo, graaf van Oeiras en markies van Pombal (Sernancelhe, 13 mei 1699 - Pombal, 8 mei 1782), bekend als markies van Pombal was een Portugees staatsman uit de 18e eeuw. Hij was van 1750 tot 1756 staatsecretaris van Buitenlandse Zaken en Oorlog en van 1756 tot 1777 staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van Portugal tijdens de regeerperiode van Jozef I. De vorst zou hem de titel van Conde de Oeiras (graaf van Oeiras) en Marquês de Pombal (markies van Pombal) schenken. Carvalho e Melo speelde een leidende rol in de wederopbouw van Lissabon na de aardbeving van 1755 en hij moderniseerde het onderwijs en de economie van Portugal tijdens zijn in feite dictatoriale bewind als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken (1756-1777).

Afkomst, jeugd en opleiding Sebastião José de Carvalho e Melo werd op 13 mei 1699 vermoedelijk geboren in Sernancelhe. Sommige hedendaagse wetenschappers betwisten dit echter en stellen dat hij in Lissabon of mogelijk Soure is geboren. Zeker is echter dat hij de zoon was van grondbezitter Manuel de Carvalho e Ataíde (1676-1720) en zijn vrouw Teresa Luísa de Mendonça e Melo (c. 1684-?). Zijn vader was afkomstig uit de landadel (fidalguia) en bezat grote stukken grond in de regio Leiria; zijn moeder stamde af van Portugese adel die zich in Brazilië had gevestigd. Sebastião werd op 6 juni 1699 gedoopt in de parochie Mercês in Lissabon en groeide op als oudste in een gezin van twaalf kinderen zonder te leven in adellijke weelde.

Hij studeerde een jaar rechten aan de Universiteit van Coimbra, waar zijn oom Paulo de Carvalho werkzaam was als hoogleraar. Na een jaar onderbrak hij zijn rechtenstudie om over te stappen op een carrière in het leger in Lissabon, geholpen door enkele connecties van zijn familie, te danken aan zijn vaders tijd bij de cavalerie. Sebastião wist ondanks zijn connecties geen hogere rang in het leger te behalen dan die van korporaal door een gebrek aan discipline en moeite met de acceptatie van autoriteit. Na zijn vertrek bij het leger wijdde hij zich aan een studie rechten en geschiedenis in hoofdstad.

In Lissabon probeerde hij zich als ambitieuze jongeman in de kijker te spelen van de stedelijke aristocratie, hoewel zijn pogingen hiertoe vaak tevergeefs bleken te zijn vanwege zijn afkomst uit de eenvoudige landadel. Uiteindelijk trouwt hij in 1723 tegen de zin van zijn aanstaande schoonfamilie met de weduwe Teresa de Noronha e Almada (1689–1737), een nicht van de graaf van Arcos. Kort na het huwelijk verhuisden zij naar een familielandgoed in Soure, in de buurt van Coimbra, alvorens terug te keren naar Lissabon. In 1733 werd Sebastião, onder invloed van kardinaal en latere minister-president João da Mota e Silva, aartsbisschop van Braga en vertrouweling van koning Johan V, benoemd tot lid van de in 1720 opgerichte Koninklijke Academie voor Portugese Geschiedenis (Academia Real da História Portuguesa). Zonder dat hij tijdens zijn studie noemenswaardige academische prestaties had geleverd, begon Calvalho e Melo vanaf zijn aanstelling desalniettemin aan een aanzienlijke carrière. Zijn oom, Paulo de Carvalho, tipte hem bij kardinaal Mota voor een post als ambassadeur voor Portugal in Londen, waarna de kardinaal er bij koning Johan V op aandrong om Sebastião aan te stellen.

Ambassadeurschap in Londen In 1739 arriveert Carvalho e Melo in Londen. Hij beschikte over een riante erfenis na het overlijden van zijn vrouw in datzelfde jaar. Carvalho werd in zijn Londense jaren voornamelijk geconfronteerd met maritieme geschillen tussen het zeevarende Portugal en het maritiem superieure Groot-Brittannië. Het eerste pijnpunt waar hij mee werd geconfronteerd was het Portugese eiland Salsette, voor de kust van India. Het eiland werd aanhoudend bedreigd door vijandige Maratha’s uit continentaal India. Carvalho trachtte Britse steun te verwerven in de bescherming van het eiland, maar dit lukte hem niet. De Portugese marine wist vervolgens echter wel het eiland in Portugese handen te houden.

Nadat De Carvalho e Melo in deze kwestie in feite onsuccesvol was, had geruime tijd zijn handen vol aan de Britse inmenging in de Oostenrijkse Successieoorlog vanaf 1740. De Britse marine ondermijnde tientallen keren de Portugese neutraliteit, omdat zij de Portugese territoriale wateren begonnen te bevaren nadat de Spanjaarden gebruik hadden gemaakt van onschendbaarheid aldaar. De Britten zegden toe hun kapiteins te instrueren de Portugese wateren te mijden, maar de Portugezen konden dit niet onvoorwaardelijk afdwingen vanwege de maritieme inferioriteit ten opzichte van Groot-Brittannië.

Tijdens zijn periode in Groot-Brittannië ziet hij in dat Groot-Brittannië aanzienlijk voorloopt op Portugal in economisch opzicht. Hij stelde dat de Portugese economie in een greep werd gehouden door de katholieke kerk en veel minder dynamisch was dan de Engelse. Daarnaast sprak hij zijn onvrede uit over de handelsverdragen die Portugal met de Britten had gesloten, die weliswaar wederkerig waren, maar door de kleine hoeveelheid Portugese handelaren in Groot-Brittannië vaak veel voordeliger uitpakten voor de Britten. Portugal was afhankelijk van import van bijvoorbeeld graan en vis, waardoor het hard werd geraakt door de Britse exportstop van graan in 1740.

Sebastião was in Groot-Brittannië geïnspireerd geraakt door de East India Company, de Britse handelsgeest en economie en wilde graag een Portugese compagnie in wijn opzetten, maar hij werd hierin tegengewerkt door zijn meerderen in Lissabon, waaronder ook kardinaal Mota.

Hoewel De Carvalho e Melo geen internationale doorslaggevende successen wist te boeken, lukte het hem wel om de positie van Portugese handelaren in Groot-Brittannië te verbeteren en gunstige exportvoorwaarden voor wijn naar Engeland te bewerkstelligen.

Bemiddelaar in Wenen miniatuur|299x299px|Leonor Ernestina van Daun (1721-1789), tweede echtgenote van Carvalho e Melo In 1745 werd Carvalho e Melo aangesteld als bemiddelaar in een conflict tussen keizer Frans I van het Heilige Roomse Rijk en paus Benedictus XIV, die in een conflict waren geraakt over de benoeming van kardinalen en de toekomst van het Heilige Roomse Rijk onder de Oostenrijkse Habsburgers. Portugal had dynastieke connecties met het Heilige Roomse Rijk (de Portugese koningin Maria Anna was de tante van Maria Theresa van Oostenrijk) en was van oudsher een katholiek land. Hij zag zijn benoeming als een afrekening vanuit Lissabon, omdat hij gefrustreerd was over zijn onsuccesvolle ambassadeurschap in Londen en geloofde dat deze verplaatsing naar een nieuwe functie een effectief middel zou zijn om de oprichting van zijn compagnie te verhinderen. Hij geloofde zelf tevens niet dat het conflict tussen het Heilige Roomse Rijk en de paus kon worden opgelost.

In Wenen ontmoette Sebastião zijn tweede vrouw, Eleonora Ernestina von Daun, dochter van de graaf Von Daun, met wie hij vijf kinderen zou krijgen. Ironisch genoeg was bij dit huwelijk zijn adellijke komaf juist een doorslaggevende factor geweest voor zijn schoonfamilie om in te stemmen met het huwelijk, waar zijn landadelijke komaf in 1723 nog een bezwaar was geweest. Het koude Weense klimaat deed hem echter geen goed en in 1749 vroeg hij op advies van arts Gerard van Swieten ontslag aan, wat hij daarop verleend kreeg. Hij keerde terug naar Portugal, nadat in 1748 wel mede door zijn bemiddeling het conflict tussen de Oostenrijkers en de paus was opgelost.

Portugese politieke carrière Carvalho’s doorbraak in de binnenlandse politiek kwam na de dood van koning Johan V in 1750. Johan werd opgevolgd door zijn zoon, Jozef I, die zeer gesteld was op De Carvalho e Melo. Hij stelde hem op 3 augustus 1750 aan als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, terwijl hij zich zelf het liefst zo min mogelijk met politiek bezighield. In de jaren die volgden kreeg Carvalho steeds meer bevoegdheden, die hij inzette om de macht van de kerk en aristocratie geleidelijk in te perken ten faveure van het centrale monarchale staatsgezag. Vanaf 2 augustus 1750 bekleedde hij de functie van staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en Oorlog, samen met die van premier en staatssecretaris van Marine de belangrijkste functies in de regering. Hij zou deze functie bekleden tot 6 mei 1756, waarna hij staatssecretaris van Binnenlandse Zaken werd tot maart 1777.

Aardbeving in Lissabon (1755)

Op 1 november 1755, tijdens de viering van Allerheiligen, werd Lissabon getroffen door een zeer zware aardbeving, geschat op ongeveer 9 op de schaal van Richter, gevolgd door een tsunami en een grote brand. Carvalho overleeft de ramp doordat hij met de koning en de rest van de regering in Belém was. De koning vroeg zich af wat er moest worden gedaan, waarna Sebastião reageerde:Begraaf de doden en voed de levenden.Hij handelde zeer snel en vaardigde binnen twee dagen zijn al zijn eerste decreten uit, terwijl de koning zich in een uitgebreid tentencomplex buiten de stad ophield en hij verplichtte iedereen die daartoe in staat was zich in te zetten voor het ruimen van puin, verdelen van levensmiddelen en het bouwen van schuilplaatsen. Hij vaardigde daarnaast tal van noodmaatregelen uit, liet lichamen in zee gooien om de verspreiding van ziektes tegen te gaan en hij liet plunderaars en misdadigers executeren. links|miniatuur|297x297px|Gravure van de aardbeving en vloedgolf die Lissabon in 1755 troffen Koning Jozef I hield zich voor de ramp vooral bezig met onder meer de jacht, en keerde zich na de ramp tot het geloof. Premier Pedro da Mota was oud en niet in staat daadkrachtig op te treden, zeker niet na een enorme ramp. Staatssecretaris van Marine, Diogo de Mendonça, was timide en vluchtte onmiddellijk na de aardbeving, waardoor Carvalho e Melo de enige was die doortastend kon optreden.

Wederopbouw van de hoofdstad Carvalho e Melo verbood de snelle bouw van provisorische hutjes binnen en rond de stad en eiste dat vanaf 1756 enkel mocht worden gebouwd volgens moderne bouwvoorschriften om hygiëne en ruimtelijke ordening te waarborgen. Hij legde bovendien de basis voor de seismologie door het uitvaardigen van enquêtes over de situatie voorafgaand aan de ramp en diens impact en verzamelen voor data over de aardbeving. Zijn aantekeningen en maatregelen die volgen op de ramp werden in 1758 in een boek, de Providências, vastgelegd, wat kan worden gelezen als een handboek voor noodmaatregelen.

Carvalho besloot dat de verwoeste binnenstad moest worden herbouwd met ruimere straten in een rasterpatroon, een groot contrast met de nauwe middeleeuwse straten die Lissabon voor de ramp kenmerkten. Daarnaast moest er alles aan worden gedaan om eenzelfde soort ramp te voorkomen. Zo werden er er waterreservoirs aangelegd om toekomstige branden snel te kunnen blussen en werden huizen zo aardbevingsbestendig mogelijk gemaakt door ze te voorzien van flexibele houten skeletten, de zogenoemde gaiola pombalina (Pombalijnse kooi). De laaggelegen binnenstad herrees en kreeg de naam Baixa Pombalina.

Melo krijgt als beloning voor zijn werk de titel van graaf van Oeiras in 1759, waarnaast hij ook absolute macht krijgt, waarmee hij ook landelijk zijn stempel kan gaan drukken.

Portugees nationaal beleid Carvalho e Melo’s Verlichte gedachtegoed domineert zijn politieke ideeën die hij na de wederopbouw van Lissabon initieert.

Wijn