De Toronto Maple Leafs zijn een professioneel ijshockeyteam uit Toronto, Ontario, Canada. Ze komen uit in de NHL en zijn ingedeeld in de Atlantic Division van de Eastern Conference. De officiële benaming is “Toronto Maple Leafs Hockey Club”. Ook worden vaak de verkorte namen gebruikt zoals “Maple Leafs” of “Leafs”.

De Leafs spelen hun wedstrijden sinds 1999 in de Scotiabank Arena . Daarvoor speelden ze 68 jaar in de Maple Leaf Gardens.

De Toronto Maple Leafs zijn ondergebracht in het Canadese bedrijf Maple Leaf Sports & Entertainment Ltd. die eigenaar zijn van alle grote sportploegen, accommodaties en mediaonderdelen van Toronto.

De grootste concurrenten van de Leafs zijn de Montreal Canadiens, de Ottawa Senators en de Buffalo Sabres. De Leafs wonnen tot nu toe 11 keer de Stanley Cup, de laatste keer in 1967. Dit was tevens de enige cup in het nieuwe franchise-tijdperk.

Met een waarde van ongeveer 470 miljoen dollar zijn de Maple Leafs het meest waardevolle team uit de NHL gevolgd door de New York Rangers en de Montreal Canadiens.

Historie Beginjaren De NHL werd opgericht in 1917 in Montréal door teams die eerst onderdeel waren van de National Hockey Association (NHA). Deze teams hadden een geschil met Toronto Blueshirts-eigenaar Eddie Livingstone. De vier teams hadden voldoende stemmen om Livingstone uit de NHA te zetten maar kozen ervoor om een eigen league op te zetten, de huidige NHL, en lieten zo Livingstone en zijn team alleen achter in de NHA.

thumb|Arena Gardens rond 1917 De andere teams vonden het echter ondenkbaar dat er geen team uit Toronto deel zou nemen aan de nieuwe competitie. Daarbij had een van de teams zich teruggetrokken en moest er een team bij komen om een speelbare competitie te maken. De NHL stemde toe met een tijdelijk team dat in bezit was van de Arena Company, tevens eigenaar van de Arena Gardens, die de spelers van de Toronto Blueshirts kon huren tot het geschil was opgelost. Het team heeft echter nooit een officiële naam gehad, maar werd meestal “the Blueshirts”of “the Torontos” genoemd. Onder leiding van manager Charlie Querrie en coach Dick Carrol won het team de Stanley Cup in het eerste jaar van de NHL.

Voor het volgende seizoen (1918/19), vormde de Arena Company een eigen team, de Toronto Arena Hockey Club en werd daarmee een volwaardig lid van de NHL, en werd besloten dat in de Arena Gardens alleen nog NHL-teams mochten spelen. Livingstone riep zijn spelers daarop terug. Toen duidelijk werd dat de Arena’s het seizoen niet konden uitspelen kregen ze van de NHL dispensatie en werden direct in de playoffs geplaatst. Dit seizoen is nog steeds het slechtste in de geschiedenis van het team. thumb|Logo Toronto St. Pats Het geschil bracht de Arena Company bijna ten val en deze werden gedwongen om de Arena’s te verkopen. Charlie Querrie vormde een team met voornamelijk spelers van een amateurteam uit St. Patrick dat uitkwam in de Ontario Hockey Association. De nieuwe eigenaren doopten het team daarna om tot de Toronto St. Patricks of kortweg de St. Pats en die naam bleef tot 1927. In deze periode veranderde de shirtkleur van blauw naar groen en werd in 1922 voor de tweede maal de Stanley Cup gewonnen. Inmiddels werd de Arena Gardens ook weer opengesteld voor andere teams, als deze door de weersomstandigheden geen goed ijs konden leveren. In die tijd was de Arena Gardens de enige accommodatie ten oosten van Manitoba met kunstmatig ijs.

Conn Smythe-tijdperk Querrie verloor een rechtszaak van Livingstone en moest de St. Pats te koop zetten, een bod van 200.000 dollar uit Philadelphia werd in overweging genomen, maar Toronto Varsity Graduates coach Conn Smythe zocht een groep mensen bij elkaar en deed een bod van 160.000 dollar. Met steun van St. Pats aandeelhouder J.P. Bickell wist Conn Smythe Querrie te overtuigen en het bod vanuit Philadelphia af te wijzen met als argument dat trots belangrijker is dan geld.

Nadat het team op 14 februari 1927 in handen kwam van Conn Smythe, doopte hij het team direct om in “Maple Leafs”, de afkomst van deze naam roept nogal wat discussie op, de Maple Leafs verklaren dat het een naam is ter ere van een regiment uit de Eerste Wereldoorlog (Maple Leaf Regiment). Een ander verhaal is dat Conn Smythe ooit een team had gescout dat East Toronto Maple Leafs heette, en de kleinzoon van Conn Smythe vertelde ooit dat het de naam was van de Maple Leaf insigne die was gedragen in de Eerste Wereldoorlog. Het volgende seizoen verschenen de Leafs voor het eerst in het bekende blauw/witte tenue dat tot op de dag van vandaag nog steeds wordt gedragen.

Jaren 30: Opening Maple Leaf Gardens en eerste succes thumb|Toronto Maple Leafs openingsprogramma van 12 november 1931 Na nog 4 magere seizoenen, waarvan 3 onder coach Conn Smythe, kwam er een nieuwe arena de zogenaamde Maple Leaf Gardens, de openingswedstrijd was op 12 november 1931 tegen de Chicago Blackhawks en ging met 2-1 verloren.

Onder leiding van de “Kid Line” (Busher Jackson, Joe Primeau en Charlie Conacher) en coach Dick Irvin, wonnen de Leafs in het openingsjaar van de nieuwe arena hun derde Stanley Cup door achtereenvolgens de Montreal Maroons (1e Ronde), de Boston Bruins (1/2 finale) en de New York Rangers (finale) te verslaan. Voor Conn Smythe had de overwinning op de New York Rangers een apart tintje omdat hij manager en coach zou worden in het allereerste seizoen van de Rangers (1926/27) maar werd door een onenigheid met het management al voor het seizoen ontslagen.

In het seizoen 1933/1934 kwam sterspeler Ace Bailey bijna om het leven na een zware aanval van Boston Bruins speler Eddie Shore, Leafs verdediger Red Horner sloeg Shore knock-out maar het was voor Bailey te laat, zijn carrière was te einde. De eerste All Star’s wedstrijd werd door de Maple Leafs opgedragen aan Bailey.

In de volgende 7 jaar werd nog 5x de finale bereikt maar werd de Stanley Cup niet meer gewonnen na verloren finales tegen de Montreal Maroons (1935) de Detroit Red Wings (1936) de Chicago Blackhawks (1938) de Boston Bruins (1939) en de gehate New York Rangers (1940). Conn Smythe gaf coach Dick Irvin toestemming om naar de noodlijdende Montreal Canadiens te vertrekken, en stelde voormalig aanvoerder Hap Day aan tot coach. thumb|Maple Leaf Gardens

Jaren 40: verdere successen In het seizoen 1941/42 stonden de Leafs in een best-of-7 serie met 3-0 achter tegen de Detroit Red Wings. Maar aanvaller Don Metz deed het team opleven met een hattrick in de vierde wedstrijd en een winnende goal in de vijfde, de Leafs wonnen beide wedstrijden. In de zesde wedstrijd hield goalie Turk Broda zijn doel schoon, en Sweeney Schriner scoorde twee goals in de beslissende wedstrijd die de Leafs met 3-1 wonnen. Hierdoor mocht captain Syl Apps de vierde Stanley Cup in ontvangst nemen. Het was voor het eerst dat een professionele sportploeg uit een van de grote competities terug wist te komen van een 3-0-achterstand.

Drie jaar later was de selectie van 1942 flink geslonken vanwege gezondheid, leeftijd en de oorlog, en moesten de Leafs terugvallen op minder bekende en jongere spelers zoals Goalie Frank McCool en verdediger Babe Pratt. Maar wisten in de finale de Detroit Red Wings te verrassen.

In 1947 troffen de Leafs de regerend kampioen Montreal Canadiens, deze ploeg was op dat moment onklopbaar. Maar Ted Kennedy scoorde de winnende goal in de zesde wedstrijd en schonk daarmee de Maple Leafs hun zesde titel. Ook in 1948 en 1949 wisten de Leafs de titel te veroveren en waren inmiddels de Montreal Canadiens voorbijgegaan met het aantal gewonnen titels. Het kostte de Canadiens 10 jaar om dit record terug te pakken.

Jaren 50: de Barilko-vloek In de finale van 1951 troffen de Maple Leafs en de Canadiens elkaar weer, de eerst 5 wedstrijden werden pas in overtime beslist. In de zesde wedstrijd scoorde Tod Sloan met nog 42 seconden op de klok zodat ook deze wedstrijd in overtime beslist moest worden. Bill Barilko scoorde de winnende en gaf de Leafs hun vierde titel in vijf jaar. Nog geen 4 maanden na zijn goal verdween Barilko na een vliegtuigcrash bij Timmins, Ontario. De Leafs zouden de titel dit decennium niet meer winnen.

Jaren 60: nieuwe eigenaars en hockeytijdperk Vlak voor het seizoen 1961/62 verkocht Smythe bijna al zijn aandelen aan zijn zoon Stafford Smythe, krantenbaas John Basset en Toronto Marlboros eigenaar Harold Ballard. Hij verdiende daar 2,3 miljoen dollar mee, flink meer dan het bedrag dat hij 34 jaar eerder betaald had.

Onder de nieuwe eigenaars wonnen de Leafs de Stanley Cup in 1962, 1963 en 1964 en bracht het vele grote namen voort zoals: Frank Malkovlich, Red Kelly, Johnny Bower, Dave Keon, Andy Bargate en Tim Horton. Het team werd geleid door general manager en coach Punch Imlach.

In het seizoen 1966/67 troffen de Leafs en de Canadiens elkaar voor het laatst in de finale van de Stanley Cup, de NHL was dat jaar inmiddels uitgebreid met zes nieuwe teams, Montreal was topfavoriet. Maar de goal van Bob Pulford in de overtime van wedstrijd drie en de winnende goal van Jim Pappin in de zesde ontmoeting gaven de Leafs de 4-2-overwinning op de eeuwige rivaal. De Stanley Cup was tevens de laatste die de Leafs ooit wonnen, ze kwamen zelfs nooit meer in de finale.

In het seizoen 1967/68 vertrok Mahovlich naar Detroit, en in 1968/69 werd in de eerste ronde verloren van de Boston Bruins. Imlach werd ontslagen Tim Horton was het er niet mee eens en vertrok naar de New York Rangers in 1969/70.

Jaren 70 en 80: het Ballard-tijdperk Na de dood van Stafford Smythe kocht Harold Ballard zijn aandelen en leidde vanaf toen in zijn eentje de Maple Leafs. Zijn manier van besturen was controversieel en leverde tal van conflicten op met spelers, waaronder Dave Keon, Lanny McDonald, en Darryl Sittler. Wedstrijden werden verloren en er werd ook geen kampioenschap meer gevierd.

In de jaren 70 werd het talent in de NHL uitgedund vanwege een uitbreiding van nog eens 12 teams en de oprichting van de WHA. Ondanks de aanwezigheid van grote namen als Darryl Sittler, Lanny McDonald, Dave “Tiger” Williams, Ian Turnbull en Börje Salming, werd slechts eenmaal de tweede ronde van de playoffs overleefd. Het enige hoogtepunt uit deze tijd waren toch wel de 6 goals en 4 assists van Sittler tegen de Boston Bruins. Deze 10 punten zijn nog altijd het recordaantal in een wedstrijd.

De teloorgang begon pas echt in juli 1979, toen Ballard Imlach terughaalde en hem benoemde tot General Manager. Imlach ruilde McDonald naar de Colorado Rockies. Dit was een grote schok voor Darryl Sittler die twee jaar later naar de Philadelphia Flyers vertrok, zijn 389 goals voor de Leafs bleven een record tot Mats Sundin het in 2007 verbrak.

Het vertrek van McDonald zorgde ervoor dat de Leafs in een neerwaartse spiraal terechtkwamen, ze haalden nog maar net de play-offs. De volgende 12 jaar konden de Maple Leafs geen indruk maken, ze misten zes maal de play-offs. Slechts eenmaal werd een acceptabele plaats op de ranglijst gehaald, dit was in het seizoen 1989/90. Tweemaal werd de eerste ronda van de playoffs overleefd, in 1985/86 en 1986/1987. Het absolute dieptepunt was het seizoen 1984/85, 60 van de 80 wedstrijden werden verloren en de Leafs bleven nog maar net boven het negatieve record van de Toronto Arenas in 1919.

Het enige lichtpuntje was Wendell Clark die in de draft van 1985 werd gekozen en het tot captain schopte.

Begin jaren 90: wederopstanding Ballard overleed in 1990 en zijn goede vriend en supermarkt-tycoon Steve Stavro kocht het merendeel van de Maple Leaf-aandelen. Anders dan Ballard verscheen Stavro niet graag in de spotlights en hield hij zich ook nauwelijks bezig met hockeyzaken. Zijn eerste actie was het binnenhalen van Calgary Flames general manager Cliff Fletcher, die in 1988/89 de Flames naar de titel loodste.