Het Belgisch witblauw, of afgekort BWB, ook als BBB, naar de Franstalige naam, blanc bleu belge, is een Belgisch runderras. Een andere naam die gebruikt wordt is Belgisch(e) blauw(e). Het wordt voornamelijk gehouden voor het vlees. Het ras kwam tot wasdom in Midden- en Hoog-België,Practicum 1 : Overzicht van verschillende Europese rassen van landbouwhuisdieren, KU Leuvenmaar het is om zijn economische kwaliteiten over de hele wereld verspreid. Het Belgisch witblauw staat bekend om zijn na doorgedreven veredeling verkregen spiermassa en om de noodzaak tot het veelvuldig gebruik van keizersnedes.https://web.archive.org/web/20160309073704/https://doclib.uhasselt.be/dspace/bitstream/1942/1261/1/neven_marijke1.pdf

Geschiedenis Oorsprong Het Belgisch witblauw ontstond in België in het begin van de 19e eeuw uit kruisingen tussen Shorthorns of Durhams, ingevoerd door de overheid vanaf 1845, Charolais en lokale rundveerassen uit de Ardennen, om deze laatste te verbeteren. Deze kruisingen van Shorthorns leidden echter tot ontgoochelende resultaten. De melkproductie en het slachtrendement waren te laag en de kruisingen hadden ook nog eens te veel dekvet. Jaar na jaar verminderde de inmenging met Shorthornbloed en men stopte zelfs met kruisen nog voor het einde van de 19e eeuw. Maar het huidige witblauwras heeft nog steeds sommige eigenschappen van de Shorthorn overgeërfd, zoals: zijn lijn, vruchtbaarheid en de blauwe, witte of zwarte kleurslag. Op het einde van de 19e eeuw weerde men niet alleen inmengingen van Shorthorn in het ras, maar tegelijkertijd begon men ook de negatieve eigenschappen van de Shorthorn uit het witblauw te fokken, zodat men een nieuw blauw ras ontwikkelde. Niet veel later, in 1896, werd in België het eerste stamboek van het ras, Herd Book Hesbignon, opgestart.

Tijdens de twee wereldoorlogen Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het veeverbeteringsproject ingevroren, maar in 1919 vaardigde de overheid met een Koninklijk Besluithttps://web.archive.org/web/20140812210247/http://www.kuleuven.be/cwte/viewpic.php%3FLAN%3DN%26TABLE%3DDOCS%26ID%3D256 een effectieve rundselectie uit, dat als doel had het rundvee in België te verbeteren. Zodra de dieren geselecteerd werden, was het doel duidelijk: een drievoudig doel vee - voor melk, vlees en werk - ontwikkelen, De dieren moesten geblokt zijn en een goed formaat bezitten; een middelmatige bespiering vertonen en tegelijk ook een goede melkproductie verschaffen (4000 liter aan 3,5%). Deze doelstelling werd aangehouden tot in 1950. Na het selecteren van de dieren - waarbij Shorthornkruisingen zoveel mogelijk werden vermeden - bestond de volgende stap uit het afbakenen van de geografische raszones. Binnen deze zones mocht enkel het toegewezen ras voor selectie in aanmerking komen. Deze zones besloegen de provincies Brabant, Henegouwen, het zuiden van Limburg (Haspengouw), de Condrozstreek en Luxemburg met uitzondering van het syndicaat Vielsalm. Op dat ogenblik telde het ras ongeveer 928 000 runderen. Deze veeverbeteringspolitiek werd gevoerd tot aan de Tweede Wereldoorlog. Intussen had de fokkerij geopteerd voor een witte haarkleur en werd de benaming van het ras gewijzigd tot Witras van Midden- en Hoog-België. Het was een van de vijf veerassen die op dat moment (1922) officieel in België voorkwamen.

Nieuwe koers De periode 1950-1960 is een overgangsperiode waarin duidelijk wordt dat er een nieuwe koers zal gevaren worden, doordat kunstmatige inseminatie (KI) in de veeteelt zijn intrede doet en de consument meer vraag heeft naar de luxere en magere delen van het rundvlees, die bovendien snel konden worden bereid. Deze nieuwe koers in de fokkerij komt er effectief tussen 1960-1970. Oorspronkelijk was het witblauw een gemengd type, dat zowel voor de productie van vlees als melk instaat, maar er wordt, eerst bij de stieren, en daarna bij de koeien, duidelijk voorkeur gegeven aan een ontwikkeling van de bespiering. Dikbillen kwamen al in 1807 als natuurlijke mutatie in het ras voor en via kunstmatige inseminatie (KI) wordt deze mutatie door fokkers in de jaren 60 in het ras zo ingefokt dat het aantal dikbilrunderen stijgt.https://web.archive.org/web/20130318131110/http://www.animalwelfareapproved.org/wp-content/uploads/2009/08/TAFS-1-Welfare-and-Belgian-Blue-Cattle-9-22-09.pdf Er verschijnt een nieuwe type, dat kenmerken verenigt van zowel een sterk ontwikkelde bespiering (schouders, schoft, rug, lenden, achterhand), als een groot formaat, een fijn maar stevig beendergestel, een mooie harmonie van de lijnen met ronde ribben, een gebogen maar stevig achterdeel, verscholen heupen en een losse staart. In 1971 werden de raszones afgeschaft. En het Belgisch witblauwras is in 1973 ontstaan toen het ras in twee types werd opgesplitst: het vleestype en het dubbeldoeltype.

Moderne aanpak In de ontwikkeling van het moderne witblauw heeft de wetenschap een aanzienlijke rol gespeeld. Wetenschappers en wetenschappelijke teams veranderden de intuïtieve selectie van deze runderen naar een wetenschappelijke aanpak.

Prof. Hanset Een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Belgisch witblauwras is weggelegd voor professor emeritus Roger Hanset, die beschouwd kan worden als de wetenschappelijke vader van het Belgisch witblauwras. Hij legde onder meer de aanwezigheid en het mechanisme van het dikbilgen bloot en begeleidde het Belgisch witblauw stamboek met wetenschappelijk advies bij de selectie-activiteiten. De eerste fokwaardenschattingen in het ras alsook de lineaire exterieurbeoordeling waren van zijn hand.

Types miniatuur|Het vleestype. miniatuur|Het dubbeldoeltype (niet-dikbil) in Puyenbroeck.

Sinds de oprichting van het ras hebben er altijd al twee types bestaan. Het vleestype Het dubbeldoeltype

Vleestype Het vleestype werd na WO II gefokt, als reactie op het toenmalig overschot aan melk en tekort aan vlees. Het BWB-ras is nu voornamelijk een echt vleesras geworden. Het vlees is mager, mals en sappig dankzij de fijne spiervezels. Het slachtrendement schommelt tussen de 65 en 70%, wat zeer hoog is.

Dubbeldoeltype Het dubbeldoeltype of gemengd type, wordt voor zowel het vlees als voor de melk gefokt. In 2005, waren er ongeveer 150 fokkers van dit type, die vooral in de provincies Henegouwen en Waals-Brabant gelokaliseerd zijn. Dieren van het gemengd type zijn vrij zeldzaam. In 2006 waren er in Wallonië 3205 geregistreerde koeien dankzij allerlei instandhoudacties, want in 1995 waren er nog slechts 300 over. Een zeer verwant rund is het Blauwe rund van het Noorden (Bleue du Nord). Dit type is nog eens onderverdeeld in twee genotype's. Genotype mh/mh Genotype mh/+ of +/+ Mh staat voor myostatine mutatie

Genotype mh/mh Het genotype mh/mh is genetisch identiek aan de dieren van het zuivere vleestype. De selectie ligt hier echter meer op gemakkelijker kalven (zie subkop "Kalven"). 43% van de dieren valt binnen deze categorie. Dieren die van genotype mh/mh zijn, zijn echte dikbillen.

Genotype mh/+ of +/+ Het genotype mh/+ of +/+ heeft meer melkproductiepotentieel, 20% van de dieren hoort bij +/+ en 37% bij mh/+. Dieren die +/+ hebben, hebben geen afwijking; Mh/+ zijn dieren met één mutatie, hetzij overgedragen via de vader dan wel de moeder.

Kenmerken Eigenschappen Een Belgisch witblauwrund is meestal een dikbil, een rund met een overmatige spierontwikkeling. Dit fenotype, dat door selectie vaak voorkomt bij het Belgisch witblauw, wordt veroorzaakt door het dikbil-allel van het myostatine-gen dat normaal de spierontwikkeling remt.http://edepot.wur.nl/119714 Dit autosomaal recessief overervend gen is gelegen op chromosoom 2 van het rundergenoom. Het volledig genoom van het rund omvat 30 chromosoomparen die naar schatting 100.000 genen bevatten. De mutatie is een 11 basenpaar deletie in het myostatine gen wat leidt tot een functieverlies van dit gen.https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/788/863/RUG01-001788863_2012_0001_AC.pdf

Elk dier heeft een specifieke behoefte aan essentiële aminozuren. Methionine, phenylalanine en arginine zijn de meest limiterende aminozuren bij Belgisch witblauwe stieren.https://web.archive.org/web/20140813210024/http://www2.vlaanderen.be/landbouw/downloads/dier/57.pdf

De organen kunnen 10 tot 15% minder groot zijn dan bij andere runderrassen, maar normaliter komen hierbij geen complicaties aan te pas.https://web.archive.org/web/20080516211937/http://www.britishbluecattle.org/breed/misconceptions.pdf

Bij het Belgisch witblauw is de 1:1 geslachtsverhouding niet van toepassing, want 52,5% van de dieren die geboren worden zijn mannelijk.https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/893/704/RUG01-001893704_2012_0001_AC.pdf

Uiterlijk Vorm miniatuur|Een Belgisch witblauw vaars wordt geshowd op land- en tuinbouwbeurs Agriflanders De kop is relatief klein ten opzichte van de rest van het lichaam; het heeft een harmonische bouw, afgeronde lijnen, diepe borst en brede rug, gespierde achterhand en is zwaargebouwd, met weinig dekvet.

Vacht Ondanks de naam schuilen onder het witblauwras drie kleurvariëteiten: volledig wit (47%), witblauw tot blauw (43%) en wit-zwart (10%). Deze kleurslagen zijn uiteindelijk terug te voeren tot de introductie van Shorthornbloed. Daarnaast zijn er ook enkele zeldzamere kleurslagen, zoals rood-withttp://edepot.wur.nl/119555 of zelfs witrik.

Vachtkleuren

Deze tabel toont wat de kans is op de vachtkleur van de nakomelingen van ouders met een bepaald kleurtype: Vachtkleur ouders Vachtkleur nakomelingen wit blauw zwart wit x wit 100% wit x blauw 50% 50% wit x zwart 100% blauw x blauw 25% 50% 25% blauw x zwart 50% 50% zwart x zwart 100%

Het haar is dik, bij vaarzen bijna wollig.

Gewicht en lengte Stieren wegen 1100-1250 kg, maar stieren van meer dan 1300 kg zijn geen zeldzaamheid. Bij BWB-koeien bedraagt het volwassen gewicht 700 kg met een maximaal gewicht van 850–900 kg.

Karakter Het BWB heeft een rustig karakter.

Verspreiding Het BWB-ras vertegenwoordigt, op het totaal aantal rassen, 50% van de Belgische veestapel (2004), wat neerkomt op 1.083.408 individuen. 61% van de BWB-veestapel bevindt zich in Wallonië en 39% in Vlaanderen. Luxemburg, Henegouwen en West-Vlaanderen zijn de provincies waar het BWB het meest vertegenwoordigd is. Terwijl het BWB als zuiver ras in het noorden van Europa voor de productie van vlees wordt gekweekt, hebben andere streken andere prioriteiten en gebruiken het onder meer om te kruisen met andere vleesrassen. Het ras kent een wijde verspreiding en is aanwezig in: Land Aandeel inseminaties* Ingevoerd in Nederland 90%https://web.archive.org/web/20160306230821/http://www.vilt.be/belgisch_witblauw_bekoort_deense_fokkerij Duitsland 30% Denemarken 19% Frankrijk Groot-Brittannië Verenigde Staten eind jaren 1980 Ierland Canada 1978https://www.canadiancattlemen.ca/2011/12/12/belgian-blues-change-with-the-times/ Brazilië Mexico Namibië Argentinië Nieuw-Zeeland 1987https://web.archive.org/web/20140530020130/http://bluebulls.co.nz/index.php Australië 1988http://www.belgianblues.com.au/about.html Portugal Tsjechië 1994http://www.belgianblue.cz/english/index.php?page=page&kid=20 * van de nationale veestapelHet Belgisch witblauw past zich gemakkelijk aan bij de grote diversiteit van bodems en klimaten waarmee het ingevolge van de internationale uitzetting wordt geconfronteerd en door zijn zacht karakter en ook door zijn geschiktheid voor kruising vertoont men veel interesse vanuit het buitenland om het te fokken.

Kruising Bij kruisingen met andere zuivel- of vleesrassen, verhoogt de opbrengst van het karkas met 5 tot 7% in vergelijking met de moederlijke lijn.

Stamboek Om de bekendheid van het BWB in alle streken te promoten, zijn 16 stamboeken in Europa, Azië, Australië en in Amerika ontstaan. Deze 16 stamboeken zijn verenigd in de Internationale Vereniging van het Belgisch witblauwras, genoemd Belgian Blue International, die ten doel heeft: