miniatuur|Jonge kamikazepiloten (1945) Kamikaze (Japans: 特別攻撃隊) waren Japanse zelfmoordeenheden tijdens de Tweede Wereldoorlog, opgericht op 19 oktober 1944. Ze voerden hun eerste officiële missie uit op 25 oktober en hielden pas op te bestaan bij de Japanse overgave op 15 augustus 1945.
Etymologie en hedendaags gebruik van de term Tokubetsu Kōgekitai (特別攻撃隊), kortweg tokkōtai (特攻隊) (letterlijk: Speciale Aanvalseenheid), was de overkoepelende term voor de Japanse zelfmoordeenheden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De naam werd al gebruikt sinds de aanval op Pearl Harbor in 1941, vooral wanneer men het had over eenheden die zeer gewaagde aanvalstactieken gebruikten. Deze hadden meestal nog een kleine kans om te overleven. Vanaf 1944 werden de Speciale Aanvalseenheden echter onlosmakelijk verbonden met jibaku (自爆), zelfmoordbomaanvallen.
Het eerste eskader van de tokkōtai doopte men shinpū, een naam die niet toevallig gekozen is. Het is de on-lezing, ook wel vertaallezing, van het Kanji kamikaze (神風) (goddelijke wind) en verwijst naar de verhalen over de storm die Japan in de dertiende eeuw tot twee keer toe gered zou hebben van een Mongoolse invasie. Na de eerste operatie is men de term shinpū blijven gebruiken voor alle zelfmoordacties van de Japanse marine die met vliegtuigen gebeurden. Aanvallen met andere voertuigen, alsook acties die uitgingen van het Japanse landleger, kregen andere benamingen.
Hoewel de officiële benaming van het eerste squadron shinpū luidde, gebruikten de meeste Japanners vooral de kun-lezing: kamikaze. Men was veel vertrouwder met deze uitspraak, aangezien die ook gebruikt werd wanneer men het had over de hierboven vermelde wind. De geallieerden namen het woord al snel over en gingen het gebruiken om – zonder onderscheid – alle Japanse zelfmoordeenheden aan te duiden. De term vond ingang in het Westen en werd in vele talen (ook het Nederlands) als leenwoord opgenomen.
Tegenwoordig wordt het woord in een bredere context gebruikt. Naast de Japanse zelfmoordpiloten worden er nu alle zelfmoordstrijders en -terroristen mee bedoeld. Ook zelfvernietigende machines kunnen het predicaat "kamikaze" krijgen, bijvoorbeeld kamikaze-drone. In de volksmond spreekt men ook weleens van een kamikaze wanneer men het heeft over een roekeloos persoon. Een roekeloze of kansloze actie wordt ook wel een kamikaze-actie genoemd. Ook Japanners gebruiken het woord nu breder. Zo noemen ze een gevaarlijke chauffeur een kamikaze untenshu (神風運転手), een kamikazebestuurder.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog thumb|Kamikazeaanval op de USS Bunker Hill.
Historische achtergrond Na de geslaagde aanval op Pearl Harbor (7 december 1941) en kort daarna de bezetting van verschillende gebieden (waaronder de Filipijnen, Maleisië, Hongkong, Java en Sumatra), verkeerde Japan in een zegeroes. Deze was echter van korte duur. De Amerikaanse strijdkrachten, die zowel een materieel als numeriek voordeel hadden, waren namelijk vastbesloten het Japanse imperialisme een halt toe te roepen.
Bij de Doolittle Raids op 18 april 1942 bombardeerden Amerikaanse vliegtuigen verschillende Japanse steden, waaronder Tokio, Nagoya en Yokohama. Hoewel deze aanvallen relatief weinig materiële schade aanrichtten en er niet snel andere zouden volgen, was het toch een belangrijk moment. De bombardementen doorbraken namelijk de mythe dat het Japanse grondgebied onaantastbaar was. Het keerpunt in de oorlog kwam een maand later, bij de slag om Midway (4 tot 7 juni 1942). De 1e vloot van de Japanse marine leed hierbij zware verliezen en verloor vier belangrijke vliegdekschepen.
Hierna ging het enkel bergaf met de ernstig verzwakte Japanse strijdkrachten. In de Slag in de Filipijnenzee (18-20 juni 1944) leed Japan zulke zware verliezen dat het bijna onmogelijk werd om in de toekomst nog een offensieve missie uit te voeren. Er waren zelfs niet meer genoeg piloten om alle vliegtuigen te bemannen. De Japanse strijdkrachten raakten zwaar in de minderheid en hadden tijd nodig om zich te herstellen.
Ondertussen hadden de Amerikanen reeds vele van de door Japan bezette gebieden bevrijd. Op 15 juni 1944 vielen ze Saipan binnen, een eiland dat Japan samen met de Filipijnen had veroverd. Amerika won na een zeer bloedige en meedogenloze strijd. Van op de bases die men op dit eiland bouwde kon men veel gemakkelijker het Japanse vasteland aanvallen, wat vanaf dat moment ook bijna dagelijks gebeurde. Na de val van Saipan richtten de Amerikanen hun pijlen op de Filipijnen. Japan wilde dit tot elke prijs voorkomen, maar stond er nog steeds niet goed voor. Stilaan begon de gedachte om onconventionele tactieken te gebruiken meer opgang te maken.
Oprichting van een zelfmoordeenheid thumb|De USS White Plains wordt aangevallen door een kamikaze. Al in het begin van de oorlog werden er zelfmoordaanvallen uitgevoerd, zowel aan Amerikaanse als Japanse zijde. Dit waren steeds individuele acties en ze gebeurden meestal omdat de piloot zijn vliegtuig toch niet meer kon redden. Daarnaast waren er piloten die vijandelijke vliegtuigen probeerden te rammen, een actie die meestal ook de dood van de aanvaller tot gevolg had. De Japanse strijdkrachten gebruikten ook kesshi 決死 (bereid om te sterven) tactieken. Dit waren zeer gewaagde aanvallen, zoals een bom loslaten op zo kort mogelijke afstand van het doel.
De zelfmoordgedachte was zeker niet vreemd in Japan. Vele Japanse soldaten pleegden nog liever zelfmoord dan in handen te vallen van de Amerikanen. Een treffend voorbeeld hiervan zijn de zogenoemde Banzai-aanvallen, waarbij soldaten of burgers luid “Banzai!” schreeuwend en meestal zwaar onderbewapend op de vijand afstormden. Ook bond men soms bommen aan het lijf, waarmee men zich dan onder tanks of ander zwaar oorlogstuig wierp. Saipan was dan weer het decor voor de beruchtste groepsgewijze zelfmoordactie. Toen Japan daar het pleit verloren had, wierpen zowel soldaten als burgers – deze laatsten al dan niet opgezweept door de eersten – zich van een rots te pletter.
Tegen de herfst van 1944 gingen er onder de Japanse bevelvoerders steeds meer stemmen op om zelfmoordaanvallen te gebruiken. Er was echter ook veel tegenstand, onder andere van de bevelvoerder van de eerste luchtdivisie van de marine, Teraoka Kimpei. Arima Masafumi, een van de eskaderleiders van deze divisie, organiseerde daarop zijn eigen zelfmoordmissie. Op 15 oktober 1944 ging hij de geschiedenis in als eerste kamikaze door met zijn vliegtuig op de USS Franklin in te vliegen. Volgens sommige bronnen heeft zijn actie diepe indruk gemaakt op Toyoda Soemu, opperbevelhebber van de marine, en heeft ze meegespeeld bij diens keuze om het kamikazeprogramma op te starten. De voornaamste reden voor deze beslissing was natuurlijk de moeilijke situatie waarin de Japanse strijdkrachten verkeerden. Op 17 oktober waren de Amerikanen het eiland Suluan binnengevallen, vanwaar ze gemakkelijk de rest van de Filipijnen konden veroveren. Om dit te beletten werd operatie Shōgo (overwinning) gelanceerd, die volgens het Japanse opperbevel cruciaal zou zijn voor de afloop van de oorlog. De vloot had echter geen vliegdekschepen meer en kon het luchtruim dus niet meer verdedigen.
Om luchtsteun te vinden voor de operatie werd viceadmiraal Onishi Takijiro op 19 oktober naar de luchtmachtbasis van Mabalacat gestuurd. Onishi, een warme voorstander van zelfmoordaanvallen, was aangesteld als nieuwe commandant van de eerste luchtdivisie van de marine. Bij zijn aankomst belegde hij onmiddellijk een vergadering met de aanvoerders van het 201ste squadron, een groep die tijdens de oorlog al een stevige reputatie had opgebouwd. De belangrijkste aanwezigen waren commandant Tamai Asaichi en stafchef van de eerste luchtdivisie Inoguchi Rikihei. Onishi vroeg hun de operatie te steunen en adviseerde hun daarbij hun squadron om te vormen tot een zelfmoordeenheid. Aangezien er een groot gebrek aan vliegtuigen was, was dit volgens hem de enige mogelijkheid om de operatie tot een goed einde te brengen. Na enig overleg gingen de eskaderleiders akkoord. Het kamikazekorps was geboren.
Commandant Tamai ging onmiddellijk op zoek naar een leider voor de eerste missie. Uiteindelijk werd dit Seki Yukio, die zich zeer enthousiast toonde. Samen met 25 andere vrijwilligers vormde hij de eerste zelfmoordeenheid. De helft ervan had de taak zich te pletter te storten, de andere helft diende als escorte. Op 20 oktober hing Onishi in de basis een bericht op om de oprichting van de Shinpū Tokubetsu Kōgekitai (神風特別攻撃隊) bekend te maken. De eenheid werd verdeeld in vier secties: Shikishima, Yamato, Asahi en Yamazakura, poëtische namen uit een bekende en patriottische waka.
Niet lang hierna richtte Nakajima Tadashi, een andere aanvoerder van het 201ste squadron, op het eiland Cebu de tweede kamikaze-eenheid op.
Evolutie van het kamikazekorps thumb|Kamikaze-piloot op weg naar zijn doel
De eerste missie Tijdens operatie Shōgo werd de vloot onderverdeeld in vier stukken, die elk een specifieke functie hadden. De belangrijkste groep (SHO-1), onder leiding van viceadmiraal Kurita Takeo, moest naar de golf van Leyte varen om daar de Amerikaanse landing te beletten. De taak van de kamikazes was vooral de Amerikaanse vliegdekschepen die op hun pad lagen voor minstens een week uit te schakelen. Als dit zou lukken zou Kurita zijn bestemming kunnen bereiken zonder gehinderd te worden door vijandelijke vliegtuigen. Op 21 oktober werden de kamikazes van de Shikishimasectie uitgestuurd, maar door slechte weersomstandigheden konden ze hun doel niet vinden. Twee dagen later was Kurita bijna in de golf van Leyte aangekomen, waardoor hij binnen het aanvalsbereik van de Amerikanen kwam te liggen. Twee schepen van zijn vloot waren al tot zinken gebracht en op 24 oktober ondergingen er nog meer hetzelfde lot. Een van de verloren schepen was het slagschip Musashi, wat een zware psychologische klap betekende voor de Japanse strijdkrachten.
De eerste officiële kamikazemissie vond plaats op 25 oktober. Op die dag voerde zowel de Yamato- als de Shikishimasectie voor het eerst aanvallen uit op Amerikaanse schepen. Seki Yukio zou de USS St. Lo tot zinken hebben gebracht, maar dat was meteen ook de enige voltreffer. Vele vliegtuigen slaagden er wel in hun doel te raken, maar konden niet genoeg schade toebrengen om een schip voor langer dan een paar dagen uit te schakelen. Algemeen gezien was deze eerste missie dus niet echt een succes, net als de rest van operatie Shōgo. De Japanse propagandamachine draaide echter op volle toeren. Ze verheerlijkte de moed en efficiëntie van de zelfmoordstrijders. Het resultaat was dat er nog meer kamikaze-eenheden werden opgericht en dat er zich ook steeds meer vrijwilligers voor deze missies aanmeldden. Hierbij moet vermeld worden dat Onishi volgens vele bronnen de kamikazes oorspronkelijk als een tijdelijke oplossing zag. Zijn doel was hen het tij te laten keren in operatie Shōgo, waarna men dan opnieuw aan de traditionele gevechtsstrategieën genoeg zou hebben. Hij had nooit voorzien dat zijn eenheid een dergelijk succes zou kennen, zowel bij de strijdkrachten als bij de Japanse burgers. Iedereen beschouwde kamikazemissies nu echter als een noodzaak.
Verschillende zelfmoordwapens