miniatuur|Radio-interview door Gustav Czopp in 1935 Joseph Wilhelm Mengelberg (Utrecht, 28 maart 1871 – Zuort (Zwitserland), 22 maart 1951) was een Nederlandse dirigent die van 1895 tot 1945 aan de leiding stond van het Concertgebouworkest in Amsterdam. Na de Bevrijding werd hem door zijn gedragingen tijdens de Duitse bezetting de toegang tot het Nederlandse muziekleven ontzegd.
Biografie Opleiding en muziekcarrière miniatuur|Mengelberg in 1924 thumb|In het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen (Den Haag), 1931 Willem Mengelberg werd in Utrecht geboren als vierde kind in een rooms-katholiek kunstzinnig gezin met zestien kinderen, van wie er enkele vroeg overleden. Zijn vader was de beeldhouwer, kerkinterieurbouwer en architect Friedrich Wilhelm Mengelberg, moeder was Helene Schrattenholz. Beide ouders waren Duitsers van afkomst. Vader en zoon behoorden tot een tak van de familie Mengelberg die meerdere kunstenaars heeft voortgebracht.
Mengelberg kreeg pianoles en ging op tienjarige leeftijd zingen in het koor Sint Gregorius Magnus (Kathedrale Koor Utrecht) van de Utrechtse kathedraal. Hij studeerde piano, compositie en orkestdirectie, dit laatste bij Franz Wüllner de vriend, vertrouweling en medewerker van Johannes Brahms, aan het conservatorium van Keulen. Na zijn glansrijk afstuderen ging hij in 1892 in Luzern werken als koor- en orkestdirigent. In 1895 werd hij uitgenodigd om Willem Kes bij het Concertgebouworkest in Amsterdam op te volgen. Dit gebeurde mede op voorspraak van Johan Cornelis Marius van Riemsdijk, een van zijn muziekleraren in zijn jonge jaren. Kes had het orkest omgevormd tot een gedisciplineerd beroepsorkest. Mengelberg bouwde het in vijftig jaar verder uit tot een van de toonaangevende orkesten ter wereld.
Mengelberg werd veel gevraagd voor het geven van gastdirecties over de hele wereld. Tussen 1921 en 1930 was hij voor de helft van zijn tijd werkzaam bij de Philharmonic Society of New York (nu de New York Philharmonic), waaraan vanaf 1927 ook zijn 'rivaal' Arturo Toscanini verbonden was. Beroemd - en typerend voor de uitvoeringspraktijk van die tijd - waren zijn uitvoeringen van Bachs Matthäus Passion, die vanaf 1899 jaarlijks in Amsterdam plaatsvonden met het Toonkunstkoor Amsterdam. Op 14 april 1911 leidde hij een zeer grote uitvoering in Frankfurt met 1650 musici.
Mengelberg was bevriend met Gustav Mahler en dirigeerde in Amsterdam vele uitvoeringen van diens werk. Dit groeide uit tot de Mahlertraditie van het Concertgebouworkest, met als hoogtepunt het Mahlerfeest in 1920. Mengelberg stond toen op de top van zijn roem, ook internationaal. Hij heerste over de programmering van het orkest en het daarmee (toen nog) één geheel vormende Concertgebouw. Vanuit die positie deed hij veel voor grote namen als Mahler en Richard Strauss, maar ook voor zijn tweede dirigent Cornelis Dopper, wiens symfonieën vaak op het programma stonden. Componisten wier werk hij onspeelbaar achtte, zoals Matthijs Vermeulen, uitten echter felle kritiek op zijn conservatisme en op zijn machtige positie in het Nederlandse muziekleven. Die bleef echter onaantastbaar, dankzij zijn grote landelijke populariteit die zich niet beperkte tot het concertpubliek alleen. Die positie was echter niet vanzelfsprekend en het heeft jaren geduurd voordat hij zich het overwicht over het orkest had verworven. Hij zag de jonge en ambitieuze Evert Cornelis, die moderne ideeën had, als een bedreiging en door de commotie rond Vermeulen maakte hij in 1919 gebruik van de kans zich van deze tweede dirigent te ontdoen.
Tijdens de bezetting en na de oorlog thumb|Mengelberg luistert naar de radio thumb|Mengelberg (links) met Reichskommissar Seyss-Inquart (1942) In de jaren dertig bleek Mengelberg sympathiek te staan tegenover het opkomende nazisme. In 1930 werd hij met alle egards ontvangen door de Italiaanse dictator Benito Mussolini.KUNST EN WETENSCHAP. Mengelberg bij Mussolini., Nieuwsblad van het Noorden (19-11-1930), op website Delpher. En na de machtsovername van de nazi's in 1933 was hij regelmatig te gast in Nazi-Duitsland.Te veel eer., De Indische Courant (23-09-1941), Delpher.
Ook tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 op 10 mei was Mengelberg in Duitsland. Hij verbleef ondanks de acute oorlogsdreiging in Frankfurt am Main. Twee weken later reisde hij door naar het Duits-Oostenrijkse kuuroord Bad-Gastein om te kuren; begin juli vertrok hij naar Berlijn voor grammofoonopnamen en concerten met de Berliner Philharmoniker. Terwijl Nederland bezet was door Duitsland trad Mengelberg op in de hoofdstad van het Duitse Rijk. Op 5 juli 1940 verscheen een interview in de Völkischer Beobachter, de officiële krant van de heersende NSDAP. Het pro-Duitse en collaborerende ochtendblad De Telegraaf publiceerde onder de kop 'Mengelberg heeft vertrouwen in onze cultureele toekomst' in Nederlandse vertaling grote delen van dit interview.Mengelberg heeft vertrouwen in onze cultureele toekomst. „Voortaan blijf ik in Nederland”. Een gesprek na zijn concert te Berlijn, Telegraaf, 11 juli 1940 De goede naam van Mengelberg liep door de volgende passage onherstelbare schade op: “Toen de wapenstilstand gesloten werd, bleven wij den heelen nacht op; het was in Bad-Gastein, en al was ik er tien maal voor de kuur, wij zetten ons met alle vrienden, lieten champagne komen en vierden dit grootsche uur. [...] Europa komt in nieuwe banen. [...] Natuurlijk waren er in Holland personen en kringen die anders georiënteerd waren, maar naar ik hoor laat zich vaststellen, dat die al rijkelijk veel geleerd hebben. [...] Wat zijn het allemaal kortzichtige lieden geweest. En hoe verstoken van alle inzicht waren de politici der Westelijke mogendheden, die den oorlog veroorzaakt hebben.”
Willem Mengelberg werd vanaf dat moment door veel Nederlanders als een landverrader gezien. In Amsterdam werden anonieme pamfletten verspreid met daarop de tekst: “Professor Mengelberg drinkt champagne, terwijl Nederland capituleert”.
Later in 1940 verscheen onder de kop Een interview over een interview een tweede interview in De Telegraaf.Prof. Mengelberg lucht zijn gemoed. Interview over een interview, Telegraaf, 2 augustus 1940 Willem Mengelberg verklaarde dat hij helemaal geen champagne op de Nederlandse capitulatie had gedronken en dat het eerder gepubliceerde interview was gehouden op verschillende momenten. De redactie van de Völkische Beobachter zou van alles door elkaar hebben gehaald.
Tijdens het hoger beroep tegen de uitspraak van de Ereraad heeft ook de advocaat van Willem Mengelberg met succes aangevoerd dat het interview in de Völkischer Beobachter onbetrouwbaar was. De redactie zou gebruik hebben gemaakt van teksten uit verschillende gesprekken over gebeurtenissen op verschillende tijdstippen.
Tijdens de Duitse bezetting in Nederland verdween veel sympathie voor Mengelberg. Hij was tussen 1942 en 1944 vooraanstaand lid van de Nederlandsche Kultuurraad. Hij bleef concerten dirigeren in aanwezigheid van hooggeplaatste nazi-leiders, zoals rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, en liet zich met hen fotograferen. Hij verdedigde zijn opstelling door erop te wijzen dat "de muziek, net zoals de zon, voor iedereen bestemd" was. Dit argument werd niet geaccepteerd, omdat hij geen publiekelijk protest had laten horen toen de joodse orkestmusici in 1942 het Concertgebouworkest hadden moeten verlaten. Hij was echter wel degelijk naar Seyss-Inquart gestapt om voor deze orkestleden te pleiten, en kreeg toestemming er drie in het orkest te houden. Voor de andere dertien kreeg hij gedaan, dat ze op de Lijst-Frederiks werden geplaatst, waardoor ze lange tijd bleven gevrijwaard van deportatie.Herman Vandormael, Kinderen van Theresienstadt, 2012Het Parool 3 mei 2021
Mengelberg wist aan het begin van de bezetting nog muziek uitgevoerd te krijgen van zijn joodse (maar later tot het katholicisme bekeerde) vriend Mahler, maar dit werd hem later verboden. Ook van andere joodse componisten zoals Mendelssohn of van Russen als Tsjaikovski, die hij altijd graag had gedirigeerd, mocht de muziek op bevel van de Duitse bezetter niet meer gespeeld worden. Mengelberg legde zich er zonder protest bij neer.
Tijdens de bevrijding in 1945 was Willem Mengelberg in Zwitserland. Hij had in 1944 voor het laatst in Nederland opgetreden in een Beethovencyclus met het Concertgebouworkest. De nazi's, die andere Nederlanders niet lieten reizen, stonden hem wel toe om naar het neutrale Zwitserland te vertrekken.
De Ereraad, bestaande uit J.C. van Oven, Jos Vranken, Eduard Reeser en H. van den Bosch, sprak op 2 juli 1945 zijn eerste ‘vonnis’ in een lange rij van zuiveringen uit. Willem Mengelberg werd levenslang uitgesloten van het Nederlandse muziekleven. Later werd dit beperkt tot zes jaar. Hij had zich volgens de ereraad tijdens de oorlogsjaren zodanig schuldig gemaakt aan “ontoelaatbare handelingen in strijd met de nationale eer, dat hij nooit weer de dirigeerstaf in Nederland behoort op te heffen.”In deel 2 van zijn Mengelberg-biografie (2016) toonde wetenschapper Frits Zwart aan dat Mengelberg al vanaf 1933 een trouw lezer was van de Völkischer Beobachter en de berichten in die nazikrant voorzag van instemmende opmerkingen met dezelfde potloden waarmee hij aantekeningen in zijn partituren maakte. Zie: Frits Zwart, Willem Mengelberg: een biografie 1920-1951, Prometheus, Amsterdam, 2016,
Onderscheidingen miniatuur|Silhouet uit 1918 van Hans Schließmann Mengelberg was in de jaren tot aan 1940 binnen Nederland een ware volksheld, werd koninklijk onderscheiden, kreeg eredoctoraten en vele buitenlandse onderscheidingen. 1898: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (al na drie jaar dirigeren) 1902: Officier in de Orde van Oranje-Nassau (bij bevordering) 1903: Officier de l'Instruction Publique 1907: ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw 1907: Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje 1913: Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje in goud 1914: Commandeur 2e klasse in de Orde van de Dannebrog van Denemarken 1914: Commandeur 2e klasse in de Orde van de Italiaanse Kroon 1927: doctor honoris causa van de Columbia-universiteit New York 1932: Commandeur in de Kroonorde en de Orde van Leopold II van België 1932: Commandeur in de Orde van Isabella de Katholieke van Spanje 1932: Commandeur in de Orde van het Legioen van Eer van Frankrijk 1934: bijzonder hoogleraar in de reproductieve toonkunst aan de Universiteit Utrecht 1939: Grootofficier in de Orde van Sint-Gregorius de Grote van de Heilige Stoel
Hij verloor tijdens de eigen zuiveringsactie van de Huisorde van Oranje door Koningin Wilhelmina in 1947 zijn exclusieve eremedaille in een door haar genomen besluit op grond van een, in haar ogen, "eerloze daad". Ook zijn twee onderscheidingen van de Nederlandse staat - de Orde van Oranje-Nassau en de Orde van de Nederlandse Leeuw - moest hij in 1950 inleveren na de wettelijk geregelde zuivering van de staatsorden.Nederlandse Staatscourant 10 mei 1950, blz 1,2, Zuivering Nederlandse Ridderorden De buitenlandse onderscheidingen kon Mengelberg echter wel behouden, zelfs de onderscheidingen van staten die geallieerd waren geweest en geen lid van de Asmogendheden.
Een ander eerbetoon werd verricht door liedtekstschrijver Jacques van Tol; hij noemt Willem Mengelberg in zijn lied (van voor de oorlog) "De bokswedstrijd" ook wel "Concertgebouw" genoemd, gezongen door Louis Davids.Tekst van De bokswedstrijd
Postuum miniatuur|Chasa Mengelberg