thumb|Fukuyama (2015) Francis Yoshihiro Fukuyama (Chicago, 27 oktober 1952) is een Amerikaanse socioloog, politicoloog en filosoof. Zijn bekendste werken zijn The End of History and the Last Man (1992) en zijn twee boeken over politieke ontwikkeling The Origins of Political Order: From Prehuman Times to the French Revolution (2011) en Political Order and Political Decay: From the Industrial Revolution to the Globalisation of Democracy (2014).
Fukuyama is hoogleraar aan de faculteit politieke wetenschappen van de universiteit van Stanford. Aldaar is hij sinds 2010 ook hoofdonderzoeker bij het Freeman Spogli Institute for International Studies, directeur van het Center on Democracy, Development and the Rule of Law en onderwijsdirecteur van Ford Dorsey master's of International Policy. Voordien was hij hoogleraar en directeur van het internationale ontwikkelingsprogramma aan de School of Advanced International Studies van de Johns Hopkins-universiteit. Voorheen was hij hoogleraar aan de School of Public Policy van de George Mason-universiteit.
Levensloop Francis Fukuyama is geboren in Chicago in 1952, maar groeide op in New York. Zijn grootvader langs vaderlijke zijde was gevlucht voor de Russisch-Japanse oorlog van 1905 en was een ondernemer in Los Angeles tot hij werd geïnterneerd vanwege zijn Japanse afkomst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn vader, geboren in Los Angeles, werd congretionalistisch predikant en onderwees godsdienstwetenschappen in de Pennsylvania State University en daarna de Universiteit van Chicago. Zijn moeder was geboren in Kyoto in Japan en was de dochter van de eerste voorzitter van de Universiteit van Osaka en oprichter van het Departement Economie aan de Universiteit van Kyoto. Zij kwam in 1949 naar de Verenigde Staten. Hij heeft weinig connecties met de Japanse cultuur overgehouden en noemt zichzelf gewoon 'Amerikaan' i.p.v. 'Japans-Amerikaan' of 'Aziatisch-Amerikaan':En ik dacht dat dat het Amerika was, dat ik had zien ontstaan na het burgerrechtentijdperk in de Verenigde Staten. Ik herinner me dat mijn vader me altijd vertelde: 'Als iemand zei: 'Waar kom je vandaan?' - dan moet je zeggen: 'Ik ben een Amerikaan, want een Amerikaan zijn heeft geen raciale connotatie.' Of je voorouders uit Japan komen, maakt niet uit.' En, weet je, dat is het soort Amerika waar ik bewondering voor had toen ik opgroeide, en ik dacht dat we het echt voor elkaar hadden gekregen.Francis Fukuyama behaalde een bachelor klassieke talen aan Cornell-universiteit en studeerde o.a. politieke filosofie bij Allan Bloom, een professor die een grote invloed zou hebben op zijn denken en op de neoconservatieve beweging in het algemeen. Daarna ging hij naar Yale-universiteit om literatuurwetenschap te studeren - samen met deconstructionist Paul de Man - waarvan hij zei dat het "een soort intellectuele zijreis [was]." Vervolgens trok hij voor 6 maanden naar Parijs om bij Roland Barthes en Jacques Derrida te studeren, maar raakte gedesillusioneerd: Ik werd afgeschrikt door hun nihilistische idee van wat literatuur was. Het had niets te maken met de wereld. Ik kreeg zo'n afkeer van die hele overintellectuele benadering dat ik me in plaats daarvan op kernwapens richtte. In een interview in 2018 zei hij zelfs:
Hij begon politieke wetenschappen te studeren in Harvard-universiteit - o.a. onder Samuel Huntington (wiens these van botsende beschaving tegenover Fukuyama's universalistisch liberalisme zou staan na de Koude Oorlog, hoewel Fukuyama altijd respect zou behouden voor zijn oudprofessor) en Harvey Mansfield - en zou in 1981 zijn doctoraat behalen met zijn these over Sovjet-beleid in het Midden-Oosten, waarover hij ook veel onderzoek deed bij RAND Corporation sinds 1979. In 1981 zou hij door Paul D. Wolfowitz - die een goede vriend van hem was tot een dispuut over de Irakoorlog - uitgenodigd worden om te werken in het Amerikaanse State Department om mee te helpen met de beleidsplanning van de regering-Reagan, wat hij twee jaar deed (1981-1982) en nam onder andere deel aan een Amerikaanse delegatie voor een Egyptisch-Israëlische conferentie over Palestijnse autonomie. In 1983 ging hij terug voor RAND werken en schreef 6 jaar lang rapporten over o.a. de Sovjet-oorlog in Afghanistan (in 1980 was hij al eens naar Pakistan gegaan om te rapporteren) en Sovjet-beleid t.o.v. 'de Derde Wereld'. In 1987 werkte hij mee aan The Soviet Union and the Third World: The Last Three Decades en in 1989 ging hij terug bij de State Department als adjunct-directeur voor Europese politiek-militaire zaken. Maar hetzelfde jaar al zou hij op eigen initiatief weer vertrekken na de publicatie van zijn artikel 'The End of History?' om het boek The End of History and the Last Man te schrijven dat in 1992 werd gepubliceerd. Het artikel was gebaseerd op een lezing die Fukuyama eerder had gegeven op de Universiteit van Chicago (o.a. op initiatief van zijn voormalige prof Allan Bloom die ook een antwoord schreef op Fukuyama's artikel en het aanprees). In de jaren 90 zou hij twee andere boeken schrijven - Trust: The Social Virtues and the Creation of Prosperity (1995); The Great Disruption: Human Nature and the Reconstitution of Social Order (1999) - en verscheidene artikelen publiceren. Van 1995 tot 1996 werkte hij terug bij de RAND Corporation en in 1996 werd hij hoogleraar aan de George Mason-universiteit tot 2001. In 2002 schreef hij Our Posthuman Future: Consequences of the Biotechnology Revolution, waarin hij waarschuwt voor mogelijke gevaren van biotechnologie: hij is niet tegen biotechnologie an sich en de medische toepassingen zijn beloftevol, maar hij denkt dat "de problemen veel subtieler zijn en dat ze vermengd zijn met de goede dingen die het gaat brengen, en daarom is het [heel problematisch]." Een verandering of beter begrip van de menselijke natuur zou kunnen leiden tot nieuwe pogingen tot sociale controle waar utopistische revolutionairen van de 20ste eeuw hadden gefaald door hun onbegrip van die menselijke natuur (zo heeft Marx' communisme, volgens Fukuyama, "de natuurlijke neiging om verwanten en privé-eigendom te bevoordelen" niet meegerekendF., Fukuyama (2002). Our posthuman future : consequences of the biotechnology revolution. p. 127). Fukuyama was omwille van deze bezorgdheid lid geworden van de Presidentsraad over bio-ethiek (2001-2004) onder de regering-George W. Bush (waarmee hij het nochtans over buitenlands beleid sterk oneens was).
Fukuyama rekende zichzelf tot de neoconservatieven en verdedigde vaak conservatieve standpunten, zoals in het migratiedebat en buitenlands beleid als een van de ondertekenaars van het Project for the New American Century. Een jaar voor de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 veranderde hij van standpunt en hij keurde de Irakoorlog vervolgens af en over de neoconservatieven spreekt hij in de derde persoon:
Deze breuk zorgde voor het einde van vriendschappelijke relaties met Paul D. Wolfowitz (vriend en collega sinds 1980') en Charles Krauthammer (die zijn The End of History and the Last Man nog 'Gewaagd, helder, schandalig briljant.' had genoemd). In een interview met de VPRO zei hij dat als hij zelf de "Marx" van deze beweging is, dat de regering-Bush dan "leninistisch" bezig is, zoals Ken Jowitt - Amerikaans journalist - het ook formuleerde:
Hierover schreef hij in 2006 America at the Crossroads: Democracy, Power, and the Neoconservative Legacy (Amerikaanse editie)/After the Neo Cons: Where the Right went Wrong (Britse editie). Hij heeft zich sinds de 21ste eeuw beziggehouden met ontwikkelingssamenwerking en schreef daar veel over, zoals zijn boeken State-Building: Governance and World Order in the 21st Century (2004), Nation-Building: Beyond Afghanistan and Iraq (2006), Falling behind: explaining the development gap between Latin America and the United States (2008), The Origins of Political Order: From Prehuman Times to the French Revolution (2011) en Political Order and Political Decay: From the Industrial Revolution to the Globalisation of Democracy (2014) en zijn artikels, o.a. Social capital, civil society and development (2001), "Stateness" first (2005), The Post-Washington Consensus Development After the Crisis (2011) en Governance: What Do We Know, and How Do We Know It? (2016). Hij heeft zich ook met andere politieke onderwepen beziggehouden, o.a. islam in de 21ste eeuw, immigratie en verdedigingen van zijn 'einde van de geschiedenis'-these.
Fukuyama zit in de adviesraad van verschillende instellingen, zoals NED en Freedom House en leidt het ontwikkelingsprogramma Center on Democracy, Development and the Rule of Law van zijn Stanford-universiteit.
Huidige wereldbeschouwing In een interview in 2018 voor het Engelse tijdschrift The New Statesman zei Francis Fukuyama over de terugkeer van het socialisme in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië:
Daarnaast steunt hij Oekraïne in het conflict tegen Rusland en gelooft dat Oekraïne kan/zal winnen en in het tijdschrift American Purpose - waar hij deel uitmaakt van de redactie - doet hij allerlei voorspellingen:
Rusland stevent af op een regelrechte nederlaag in Oekraïne. De Russische planning was incompetent, gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat de Oekraïners Rusland gunstig gezind waren en dat hun leger onmiddellijk na een invasie zou instorten. De ineenstorting van hun positie zou plotseling en catastrofaal kunnen zijn, in plaats van langzaam te gebeuren via een uitputtingsslag. Er is geen diplomatieke oplossing voor de oorlog mogelijk voordat dit gebeurt. Er is geen denkbaar compromis dat voor zowel Rusland als Oekraïne aanvaardbaar zou zijn, gezien de verliezen die zij op dit moment hebben geleden. Poetin zal de nederlaag van zijn leger niet overleven. Hij krijgt steun omdat hij wordt gezien als een sterke man; wat heeft hij te bieden zodra hij incompetent blijkt en zijn dwangmatige macht wordt ontnomen? De invasie heeft al enorme schade toegebracht aan populisten overal ter wereld, die vóór de aanval eenstemmig hun sympathie voor Poetin uitspraken. Daartoe behoren Matteo Salvini, Jair Bolsonaro, Éric Zemmour, Marine Le Pen, Viktor Orbán en natuurlijk Donald Trump. De politiek van de oorlog heeft hun openlijk autoritaire neigingen blootgelegd. Turkse drones zullen steeds belangrijker worden op het slagveld. Een Russische nederlaag zal een "nieuwe geboorte van de vrijheid" mogelijk maken, en ons uit de put halen over de achteruitgang van de mondiale democratie. De geest van 1989 zal voortleven, dankzij een stel dappere Oekraïners.
In 2022 heeft Aleksandr Doegin nog een antwoord geformuleerd op ieder van Fukuyama's punten.
Fukuyama heeft ook het belang van nationale identiteit aangekaart, aangezien enkel de natiestaat de macht en legitimiteit heeft om liberale rechten af te dwingen. Hoewel een territoriaal beperkt nationalisme moeilijk lijkt overeen te stemmen met liberaal universalisme, tracht Fukuyama in Foreign Affairs deze paradox te overstijgen: Hij is erg kritisch voor de 45ste President van de Verenigde Staten Donald Trump en voor de Republikeinse Partij. Hij zegt dat liberale democraten de problemen van Trump-aanhangers serieus moeten nemen en dat een inclusieve nationale identiteit moet worden opgebouwd.
Werk Het einde van de geschiedenis