1984 is een dystopische toekomstroman van de Britse schrijver George Orwell, grotendeels geschreven in de periode 1946-1948 en gepubliceerd in 1949, kort voor het overlijden van de auteur in 1950. Orwell presenteert in dit boek zijn visie op de westerse wereld anno 1984. Het is een waarschuwing tegen totalitaire regimes, zoals nazi-Duitsland dat net verslagen was en Stalins Sovjet-Unie. Orwell beschrijft een staat waarin de overheid elk aspect van het menselijk leven bewaakt en controleert. Het hoofdpersonage, de timide Winston Smith, poogt hiertegen te rebelleren, maar ondervindt dat de macht van de regering verder reikt dan hij zich had kunnen voorstellen. In de strijd tegen de Partij en Big Brother gaat de enkeling kansloos ten onder.
De roman speelt zich af in een sombere toekomst, waarover in de verleden tijd verteld wordt vanuit het perspectief van een alwetende verteller. Achter de roman is een appendix opgenomen over het door Orwell geïntroduceerd begrip Newspeak dat een belangrijke rol speelt bij de daarin beschreven politieke hersenspoeling, hoewel die term bij het schrijven en verschijnen ervan nog niet bestond. Orwell liep met deze fictie vooruit op de theorievorming in de politieke wetenschap over het fenomeen totalitarisme.
Achtergrond In de jaren dat Orwell in die tijd als verslaggever in de verschillende oorlogen werkte, merkte hij met regelmaat op dat de pers soms een dubbele agenda had en gebeurtenissen verzon. In het voorwoord van zijn boek Animal Farm schreef hij over de persvrijheid in Engeland die sterk te wensen overliet, en waarschuwde hij voor de totalitaire tendensen die hij waarnam. Dat de linkse intellectuelen, bij uitstek de mensen die vrijheden zouden moeten bewaken, heulden met het totalitarisme van de Sovjet-Unie, waar de vrijheden juist onder vuur lagen, beangstigde hem. Het publiceren van Animal Farm, dat een kritische kijk heeft op de Sovjet-Unie, zou hem ook de nodige moeite hebben gekost.
1984 is een bittere satire op een politiek systeem dat een perfecte greep heeft op het doen en laten van de onderdanen. Het Eenpartijstelsel beheerst de ziel van de mens en dus het hele mechanisme van liefde en haat. De ideologie van deze partij heet Engsoc (Engels: "Ingsoc"). Hoewel deze oorspronkelijk een socialistisch ideaal nastreefde, is hiervan na de revolutie niets overgebleven. Hierbij zij opgemerkt dat zowel de bolsjewieken/stalinisten als de nazi's zichzelf (nationaal)socialisten noemden.
Een kenmerkende uitspraak is dan ook: Freedom is the freedom to say that two plus two make four. If that is granted, all else follows. Het gaat erom dat als de Partij zegt dat twee plus twee vijf is, dat dan de gehele geschiedenis in de archieven veranderd wordt, alsof ze nooit anders geweest is. Met andere woorden: twee plus twee is "wat de Partij zegt dat het is". Een paar partijleuzen uit het boek zijn: Oorlog is vrede (war is peace) Vrijheid is slavernij (freedom is slavery) Onwetendheid is kracht (ignorance is strength)
George Orwell weet dit met een heel heldere argumentering een kern van waarheid mee te geven. Verder zijn er de verschillende ministeries met hun opvallende namen: het Ministerie van Vrede houdt zich bezig met oorlogvoering, het Ministerie van Waarheid verricht geschiedvervalsing in de staatsarchieven om te zorgen dat de Partij altijd perfecte voorspellingen doet, het Ministerie van Overvloed (Engels: "Plenty") distribueert levensmiddelen en draagt zorg voor een laag levenspeil en het Ministerie van Liefde houdt zich bezig met totalitaire controle, straffen en martelen zodat alle onderdanen toegewijde volgelingen van Grote Broer (Engels: "Big Brother") worden (als ze dat al niet zijn).
Een van de middelen waarmee de Partij de greep op de burgers probeert te houden is een nieuwe taal: Nieuwspraak (in het originele Engelse boek als 'Newspeak' aangeduid). Nieuwspraak is een extreem gecomprimeerde vorm van de Engelse taal, waarin alle woorden die een negatieve werking voor de Partij zouden kunnen hebben zijn geschrapt of een andere betekenis gekregen hebben. Het onder woorden brengen van 'misdenk' (Nieuwspraak voor 'onjuiste meningen' Engels: thoughtcrime) wordt hiermee bij voorbaat onmogelijk gemaakt.
1984 is daarmee ook een boek over taal en semantiek. Wanneer woorden hun betekenis verliezen en mensen niet over voldoende woorden beschikken om hun gedachten uit te kunnen drukken, kunnen zij niet alleen niet meer spreken maar ook niet meer denken.
Het regime weet in het boek zelfs in het hoofd van de hoofdpersoon door te dringen, en hem ten slotte van de Staat en Partij te laten houden. Gedrag wordt volledig voorgeprogrammeerd. Romantische krachten als liefde en tradities worden volledig uitgewist. Een zeer grimmige parallel wordt getrokken met Stalins Rusland. Big Brother zou voor Jozef Stalin kunnen doorgaan, Emmanuel Goldstein voor Lev Trotski. Op een gegeven moment komt de hoofdpersoon oude bekenden tegen in de gevangenis, waarvan sommigen zelfs verraden zijn door hun eigen kinderen (ook dit kwam voor in Stalins Rusland: het betreffende kind kreeg hiervoor direct een onderscheiding).
De lezer zal niets meer voor waar aan kunnen nemen. Is de oorlog wel werkelijk aan de gang, of schiet de regering zelf de raketten af om de bevolking gedwee te houden? Is het boek van Goldstein wel werkelijk van Goldstein? Bestaan Big Brother en Emmanuel Goldstein wel? De hoofdpersoon leeft als in een (nare) droom.
Belangrijkste personages Winston Smith - een lager lid van de regerende partij in Londen in de nabije toekomst. Een magere, kwetsbare, beschouwende, intellectuele en fatalistische negenendertigjarige man. Winston haat de totalitaire controle en gedwongen repressie die kenmerkend zijn voor zijn regering. Hij koestert revolutionaire dromen. Julia - Winstons geliefde, een jonge vrouw die werkt op de fictieafdeling van het ministerie van Waarheid. Julia houdt van seks en beweert affaires te hebben gehad met veel partijleden. Julia is pragmatisch en optimistisch. Haar rebellie tegen de partij is klein en persoonlijk, voor haar eigen plezier, in tegenstelling tot de ideologische motivatie van Winston. O'Brien - een mysterieus, krachtig en verfijnd lid van de Kernpartij waarvan Winston gelooft dat hij ook lid is van het Broederschap, de legendarische groep anti-partij rebellen.
Het verhaal Deel 1 (Hoofdstuk 1 - 8) Op de eerste pagina´s van het eerste hoofdstuk wordt door een verteller in de verleden tijd aan de lezer het leven getoond van de hoofdpersoon Winston Smith en diens situatie geschetst in de dictatuur Oceanië waarin hij leeft, een duistere superstaat die in een staat van oorlog verkeert met andere superstaten: aan muren in de openbare ruimte hangen portretten van een leider met de waarschuwende tekst ¨Grote Broer ziet u¨, er bestaat een gevreesde Gedachtepolitie (ook wel: Denkpolitie) die burgers ongemerkt afluistert om hen te betrappen op een blijk van incorrecte opvattingen of illegale oppositie en er is een planeconomie met Driejarenplannen die moeten worden vervuld. Er bestaat een politiek correcte taal die Nieuwspraak wordt genoemd.
Deze hoofdpersoon Winston Smith is een lagere partijmedewerker in het ministerie van Waarheid dat zich in deze dictatuur bezighoudt met propaganda en geschiedvervalsing. Zijn taak is het aanpassen van de krantenarchieven. Als Partijmedewerker staat hij bloot aan strenge controle, tot in zijn eigen flat, met behulp van een 'telescherm'. Het leven is saai en kleurloos. Hij woont in Londen, hoofdstad van de provincie Luchtstrook 1 van Oceanië. Dit land is voortdurend in oorlog.
Oorlogvoering is een doel op zich voor de staten van de wereld van Winston Smith. Met beroep op de oorlog en de oorlogseconomie worden levensmiddelen gedistribueerd en vrijheden beknot. Hierin kan men een parallel zien met de politieke situatie van de jaren veertig en vijftig, maar wellicht ook met hedendaagse ontwikkelingen.
Het keurslijf waarin hij moet lopen gaat hem meer en meer tegenstaan. Op een gegeven moment doet hij iets ongehoords: hij koopt een dagboek en begint hierin zijn gedachten op te schrijven. Deze zijn volgens hem het enige wat de Partij niet van hem kan afpakken of kan manipuleren.
Deel 2 (Hoofdstuk 1 - 10) Winston ontmoet Julia, op wie hij verliefd wordt. Zij is, hoewel naar buiten een fanatieke partijmedewerkster, ook iemand die genoeg heeft van het maatschappelijk keurslijf en twijfelt aan de door de Partij opgelegde normen en waarden. Ze gaan met elkaar naar bed. Ook dit is ongehoord, daar seks voor de voortplanting moet dienen, en niet voor het plezier. Ten einde raad nemen ze contact op met O'Brien, een hoger Partijlid die tevens lid is van het Verzet. Hij geeft Winston een boek van Emmanuel Goldstein, de gevluchte tegenstander van Grote Broer, waarin ENGSOC vernietigend bekritiseerd wordt.
Deel 3 (Hoofdstuk 1 - 6) De Gedachtepolitie, die afwijkende ideeën bestrijdt, krijgt hen uiteindelijk te pakken. O'Brien blijkt een agent te zijn en neemt zelf de ondervraging en marteling ter hand. Goldsteins boek blijkt door hemzelf geschreven te zijn. Op de vraag van Winston of Grote Broer wel bestaat, krijgt hij een ontwijkend antwoord. Op zijn vraag waar het nu eigenlijk om gaat, krijgt hij wel antwoord: macht. Dit betekent voor hem onder meer dat hij niet zelf mag uitmaken of twee plus twee vier is. Winston wordt gemarteld, mentaal afgebroken, geïndoctrineerd en uitgeleverd aan zijn grootste angst: ratten; niet alleen om hem te laten bekennen dat hij twijfelde aan de officiële waarheid, maar ook om hem de Partij en Grote Broer te doen liefhebben.
Na deze behandeling wordt Winston vrijgelaten en vinden we hem terug in een café. Het telescherm roept met veel fanfare iets over een grote militaire overwinning in Afrika. Aan het einde van het verhaal dagdroomt Winston, zittend in het café dat hij een nekschot krijgt in het ministerie van Liefde, het nekschot dat hem door O'Brien was 'beloofd'. Aan het einde van het boek denkt Winston: 'Ik heb de overwinning behaald op mezelf. Ik heb Grote Broer lief.'
Samenleving beschreven in de roman Wereldorde van 1984 thumb|300px|right|De grenzen van de drie superstaten worden niet duidelijk genoemd. De vierhoek Tanger, Brazzaville, Darwin, Hong Kong wordt als betwist gebied aangegeven. De wereld is verdeeld in drie superstaten. Oceanië met zijn 300 miljoen inwoners is opgebouwd rond de Verenigde Staten en Engeland, Eurazië omvat Rusland en het Europese continent, Oostazië gaat over China en Japan.
De drie superstaten zijn voortdurend met elkaar in oorlog, in wisselende allianties. Het machtsevenwicht blijft ongeveer gelijk, want de tegenstanders kunnen elkaar nooit verslaan. Elk van de drie staten is onoverwinnelijk. Het grondgebied dat de kern van elke superstaat vormt, blijft steeds onaangetast. Nooit wordt een invasie van vijandelijk grondgebied ondernomen. De heersende klasse loopt niet langer het gevaar de oorlog te verliezen.
De drie superstaten hebben geen materiële redenen om te vechten, want iedereen heeft voldoende arbeid, kapitaal en grondstoffen. De levensomstandigheden zijn in alle drie vrijwel gelijk. Ze hebben geen ideologische redenen om te vechten, want de drie wijsgerige stelsels zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. In Oceanië heet de heersende filosofie Engels Socialisme, in Eurazië Neo-Bolsjevisme en in Oostazië Doodsverering of Zelfvernietiging. Overal heeft de maatschappij dezelfde piramidale structuur, hetzelfde gecentraliseerde bestuur, dezelfde verering van een halfgod-leider. Ze houden elkaar overeind, als drie korenschoven.