thumb|260px|Macedonië in 336 v.Chr. Philippus II (ook Philippos II of Filips II; Grieks: Φίλιππος Β' ὁ Μακεδών) (Pella, 382 v.Chr. - Aigai, 336 v.Chr.) was koning van Macedonië van 359 tot 336 v.Chr., uit het huis der Argeaden.

Familie Philippus II werd in 382 v.Chr. geboren in Pella als jongste zoon van Amyntas III van Macedonië en diens tweede vrouw Eurydice, een Illyrische prinses. Zijn broers waren Perdiccas III en kroonprins Alexander II van Macedonië en hij was de oom van Amyntas IV. Hij was vader van Alexander III, later bekend als Alexander de Grote, die hij had verwekt bij Olympias, en van de latere koning Philippus III van Macedonië, die hij bij een bijvrouw verwekte.

Philippus was een directe afstammeling van alle koningen van Macedonië, van Perdiccas I tot en met Alexander I. Hij was ook de kleinzoon van Arrhidaeus, en daarmee achterkleinzoon van de vijfde zoon van Alexander I. Hij had ook een zus, Eurynoë, en een zwager, Ptolemaeus I.

Jeugd en verblijf in Thebe Hij werd in 382 v.Chr. in Pella geboren als jongste zoon van Amyntas III en diens tweede vrouw Eurydice. Zijn moeder, die had leren lezen en schrijven aan het Macedonische hof, onderwees hem en gaf hem een gezonde opvoeding en een hoop kennis mee die hem later van pas zouden komen. Mogelijk kreeg hij net als zijn zoon ook een zeer goede militaire training. Philippus II werd al gauw een zelfverzekerde jongeman die misschien een grote koning zou worden. Toen hij geboren werd, werd Macedonië steeds zwakker ten gevolge van interne conflicten, en toen in 370 v.Chr. zijn vader stierf, werd Philippus' oudste broer Alexander II minderjarig koning van Macedonië. Ptolemaeus werd tot zijn regent benoemd, maar Alexander en Ptolemaeus kregen hevige ruzie, wat ontaardde in een burgeroorlog in 369 v.Chr. De Thebaanse generaal Pelopidas regelde een vredesverdrag, en om er zeker van te zijn dat ze zich er beiden aan zouden houden nam Pelopidas dertig zonen van belangrijke personen, en Philippus zelf, als gijzelaars mee naar Thebe. Daar werd Philippus goed behandeld, maakte hij kennis met de nieuwste strijdtactieken en wapenuitrustingen van Epaminondas en kreeg hij een gedegen opleiding. Uiteindelijk vermoordde Ptolemaeus Alexander alsnog en besteeg hij de troon. Philippus' oudere broer Perdiccas III pleegde daarop een staatsgreep en vermoordde Ptolemaeus. In 359 v.Chr. leed Perdiccas een gigantische nederlaag tegen de Illyriërs onder koning Bardylis, waarna zijn minderjarige zoon Amyntas IV koning werd en Macedonië zich op een dieptepunt bevond. Philippus was ondertussen teruggekeerd naar Macedonië en had al onder de regering van zijn broer een hoop ambten bekleed, een eigen leger gekregen en zelfs een groot deel van Oost-Macedonië bestuurd, en werd, 23 jaar oud, tot regent van Amyntas benoemd. Macedonië was op dat moment gigantisch verzwakt. Decennia van burgeroorlogen, intriges en moordaanslagen hadden het politieke bestuurssysteem ondermijnd, de militaire kracht van Macedonië zwaar doen afnemen en voor een grote economische terugval gezorgd, waardoor het tijdens Archelaüs I eens machtige koninkrijk een wrak geworden was. Ook stroomden van alle kanten vijanden binnen, zoals de noordelijke Balkanstammen, maar bovenal de Illyriërs, die grote delen van het noorden bezet en het zuiden geplunderd hadden en waarvan gedacht werd dat ze al snel heel Macedonië veroverd zouden hebben. Ook had de dood van Perdiccas ervoor gezorgd dat een aantal troonpretendenten weer hoop kregen: Argaeus, die tijdelijk koning was geweest en steun kreeg van Athene, en diens broer Pausanias, die steun kreeg van Cotys, de koning van Odrysië. Ook was Macedonië sinds de moord op Archelaüs I van Macedonië feitelijk verdeeld in een noordelijk deel, waar bergkoninkrijkjes lagen, en een laaggelegen zuidelijk deel, waar de koning wel de macht had en waar een hoop Macedonische stammen vrijwel volledig autonoom geworden waren en nog maar losjes verbonden waren met de koning.

Philippus de koning Na een paar maanden regentschap riep Philippus zich in 359 v.Chr. uit tot koning en stootte hij zijn neef van de troon. Datzelfde jaar nog werd hij erkend door de Macedonische legervergaderingen als nieuwe koning. Hij zag zijn jonge neef niet als bedreiging, en om hem tevreden te houden gaf hij hem de hand van zijn dochter. Op dit voor Macedonië cruciale moment toonde Philippus zich een kundig strateeg, bestuurder en diplomaat. Hij schakelde alle troonpretendenten uit, creëerde weer een sterk centraal bestuur, maakte een einde aan de invloed van lokale machthebbers, versloeg alle indringers, en wist na een aantal veldslagen waarin hij de Illyriërs compleet afslachtte deze helemaal naar huis te verdrijven. Ook versloeg en doodde hij Bardylis, die verantwoordelijk was voor de dood van zijn broer Perdiccas III, en bracht generaal Parmenion de Illyrische koning Grabus een zware nederlaag toe. Hij slaagde er ook in het noorden en andere grensgebieden weer bij het rijk te voegen, voor een sterke politieke eenheid te zorgen en een einde te maken aan de economische achteruitgang. Zelfs zorgde hij weer voor grote economische bloei en het weer vullen van de schatkist en probeerde hij om hiermee en met zijn kennis, veel hulpmiddelen en de hulp van zijn slimme generaals zoals Parmenion, het leger weer in net zo'n machtige oorlogsmachine te veranderen als uit de tijd van Archelaüs I van Macedonië. Philippus rekende ondertussen ook met de laatste twee troonpretendenten af: Cotys werd vermoord, en zijn opvolger liet in ruil voor geld Pausanias executeren. Athene stuurde Argaeus met een vloot en leger naar Macedonië, maar de expeditie liep uit op een ramp en Argaeus werd verslagen en gevangengenomen. Philippus was nu alleenheerser van een verenigd koninkrijk dat weer een sterke politieke eenheid vormde, een krachtig bestuurssysteem had en over grote rijkdom en een van de machtigste legers van de wereld beschikte. Hij liet ook de infrastructuur herstellen en maakte op alle andere punten Macedonië weer tot de grootmacht uit de tijd van Archelaüs I. Hij zette diens bewind en de bloei van destijds voort en zorgde voor een nog grotere groei van de rijkdom en macht van Macedonië. Zo werd Macedonië succesvoller en machtiger dan ooit tevoren. Philippus liet veel wegen aanleggen, bevorderde de handel en ontdekte ook verscheidene mijnen, waardoor hij veel munten kon laten slaan en zich nog meer rijkdom verwierf.

Philippus II versterkte ook de banden met alle Macedonische stammen, zorgde ervoor dat hij weer veel invloed op ze kreeg en dat ze hun autonomie verloren. Hij bevorderde ook de verstedelijking door verschillende steden te bouwen en door seminomadische stammen ertoe aan te zetten zich aan beroepen in de stad of aan het boerenbestaan te wijden. Philippus II zorgde ook voor minder misdaad, een goed rechtssysteem, goede wetten en rust en orde in Macedonië. Philippus brak ook de grote macht van de adel. Hij nam veel meer mensen in deze stand op, waardoor hun functies telkens minder waard werden. En hij liet de legers voortaan niet meer door de stamvorsten zelf leiden, maar stelde persoonlijk generaals aan. Philippus compenseerde zijn hervormingen door de adel (die als ruiters dienden in het leger) tevreden te stellen met oorlogsbuit.

Philippus II stond bekend als een groot feestganger, sportman en vrouwenliefhebber. Hij had een sterk lichaam en veel ambities, had veel humor, lachte vaak en kon mensen heel vriendelijk ontvangen. Ook was hij een groot drinker en was hij zeer intelligent.

Philippus gebruikte zijn kennis uit Thebe om het leger in een nog doeltreffender wapen te veranderen. Hij liet de troepen beter bewapenen en organiseren en voerde een nieuwe lans in, de sarissa. Dit ging echter wel ten koste van de beweeglijkheid van het leger. Daarom maakte Philippus tevens de cavalerie belangrijker. Veroverd land liet hij leiden door Macedonische adel. De overwonnenen werden dan pachters of horigen die belasting moesten betalen en ook als soldaat moesten dienen in het Macedonische leger. De adel waren de ruiters en de officieren, de bevolking van Macedonië diende als voetvolk. Daarnaast was er ook nog de garde infanterie, de Thessalische ruiters, de dienstplichtigen. Ook gebruikte Philippus zijn grote rijkdom om huurlingen te werven. De zonen van edelen werden pages aan het hof, en naarmate er meer succes was, waren des te meer edelen bereid hem te volgen.

Balkanoorlogen Hij slaagde erin om veel volkeren uit hoog- en laaglanden te verenigen en ze zover te krijgen dat ze met hem meevochten voor het Macedonische burgerrecht.

Met dit sterke leger én met zijn geld vestigde hij het Macedonische gezag over de omringende stammen en grensgebieden. Daarna viel hij Illyrië binnen en maakte ook dit tot onderdeel van zijn rijk. Ook maakte hij gebruik van het feit dat het rijk der Odrysen weer in verval was geraakt, veroverde heel dit rijk, en onderwierp ook alle andere Thracische stammen. Vervolgens onderwierp hij ook een hele hoop andere Balkanvolkeren en breidde het Macedonische rijk uit tot aan de Donau en de Adriatische kusten. Ten slotte probeerde hij de door onderlinge oorlogen fel verzwakte Grieken te onderwerpen.

Inval in de Griekse wereld Hij koos de kant van de Thessalische Bond in het onderlinge conflict in Thessalië en de kant van Delphi in de Derde Heilige Oorlog tegen Phocis. Op deze manier slaagde hij erin in 346 v.Chr. een zeer groot deel van Noord-Griekenland te bezetten, Phocis een zware schatting op te leggen en zich de volledige trouw te verwerven van Delphi en de Thessalische Bond. In de Griekse steden van het zuiden besteedde men weinig aandacht aan de opkomst van Macedonië. Slechts enkele vooruitziende politici doorzagen wat Philippus in zijn schild voerde. De Atheense redenaar Demosthenes wist met zijn spreekwoordelijk geworden filippica's een overtuigend vijandbeeld te schilderen, zodat het ten slotte lukte een coalitie tegen Philippus te smeden van Athene, Thebe, Achaea, de Boeotische Bond en vele kleinere zuidelijke Griekse steden. Deze coalitie vormde echter lang niet zo'n effectieve eenheid als die tijdens de Grieks-Perzische Oorlogen. Ze waren na een eeuw van onderlinge strijd militair nog tamelijk zwak, hun middelen waren uitgeput en hun schatkisten leeg. Een politieke eenheid was ver te zoeken, en in militair opzicht stelden ze niet veel voor. Ook al slaagden ze erin om Philippus' beleg van Byzantion te laten mislukken, toch trok hij in 338 v.Chr. zijn strijdkrachten samen en trok samen met zijn generaals en zijn zoon Alexander ten strijde tegen de verenigde Helleense legers. In de slag bij Chaeronea versloeg hij ze vernietigend, en bijna alle Griekse soldaten sneuvelden. Een kleine groep raakte gewond, een nog kleinere groep werd gevangengenomen en een minuscule groep ontsnapte. Hierna hoefde Philippus de steden alleen nog te belegeren en in te nemen. Tegen de traditie in zocht hij vriendschappelijke contacten en verenigde ze in de Korinthische Bond, waarin ze beloofden elkaar niet meer te bevechten en Philippus volledige steun te verlenen in de vorm van geld, voorraden en soldaten. Philippus werd hegemon (leider en bevelhebber) van de Griekse steden, waar ook Macedonische tirannen en garnizoenen werden gevestigd en ambtenaren een oogje in het zeil hielden. Sparta was de enige die dit verbond niet erkende, wat Philippus accepteerde. Als hegemon liet hij zich de opdracht geven Perzië te bestrijden. Officieel was dit om de Perzische Oorlogen te wreken, in werkelijkheid omdat zijn expansie in Thracië hem vroeg of laat toch met Perzië in conflict zou brengen en omdat hij de Ionische kuststeden onder zijn invloed wilde brengen. In 337 v.Chr. liet hij zijn generaals Attalus, Parmenion, Amyntas en Andromenes een inval doen in Azië. Ze werden echter verslagen en teruggedreven door de Perzische generaal Memnon van Rhodos, waarna Philippus een nieuwe invasie voorbereidde. Hij werd echter in 336 v.Chr. vermoord voordat hij klaar was met de voorbereidingen.