Onder kaartspel wordt zowel het kaartmateriaal (meervoud: kaartspellen) als de activiteit (meervoud: kaartspelen) verstaan. Kaartspelen zijn spelen die gespeeld worden met een set speelkaarten (dit in tegenstelling tot de bordspelen). De kaartspelen worden allereerst onderverdeeld in spelen die de welbekende speelkaarten (meestal met de kleuren (ook wel: kaartsymbolen) harten, ruiten, klaveren en schoppen) gebruiken en de overige spelen, die eigen sets kaarten hebben. De eerste groep wordt verder onderverdeeld in spelen met een kaartspel bestaande uit bijvoorbeeld 32, 52 of 54 kaarten. In de tweede groep bevinden zich allerlei kwartetten, tarot en Stap op, kaartspelen die zijn afgeleid van bordspelen zoals De Kolonisten van Catan en verzamelkaarten zoals Magic, Yu-Gi-Oh! en Pokémon, die aan het eind van de 20e eeuw een rage waren en die als spel gespeeld kunnen worden. thumb|De kaartspelers (Paul Cézanne) uit 1890-92
Geschiedenis China Het is niet bekend wanneer het kaartspel is ontstaan. Algemeen wordt aangenomen dat het kaartspel ontstaan is in China, enige tijd na de uitvinding van het papier. De spellen uit die tijd zijn verloren gegaan. Het oudst bekende Chinese kaartspel dateert uit de 17e eeuw, terwijl in China reeds in de zevende eeuw gespeeld werd met papieren speelkaarten. Zo wordt vermeld dat de keizer Mu-tsung met zijn vrouw "dominokaarten" speelde. De waarden bij Chinees domino komen overeen met de waarden op twee dobbelstenen (de nul komt niet voor). Een ander verschil met de westerse dominospellen is dat de positie van stenen in Chinese spellen geen rol speelt, dus de stenen worden als kaarten gebruikt. De Chinese kaarten schijnen in diverse richtingen geëvolueerd te zijn: zo komen de symbolen man, vis, kraai, fazant, antilope, ster, konijn en paard voor.
Chinese "geldkaarten" hebben zelfs een nog grotere gelijkenis met westerse speelkaarten. Er waren vier soorten, in waarden van 1–9 en 2–9.
Veel over de oorsprong van het kaartspel is onduidelijk. Zo ook de vraag of sprake is van overdracht van China naar Europa en zo ja, op welke wijze het Chinese kaartspel zou zijn geëvolueerd en overgebracht naar Europa. Er wordt wel gezegd dat Marco Polo het kaart-concept heeft meegenomen naar het westen, maar dit lijkt zeer onwaarschijnlijk aangezien hij zijn reizen uitgebreid heeft gedocumenteerd en hier nergens in schrijft over een kaartspel.
Nabije Oosten 100px 100px 100px 100px 100px 100px 100px
Fragmenten van een mammeluksspel dateren uit de 12e of 13e eeuw. Het Topkapi-paleismuseum in Istanboel bezit een uniek compleet mammelukskaartspel uit de vijftiende eeuw, aan de hand waarvan eerdere losse kaarten geïdentificeerd konden worden. Het mammeluksspel van rond 1400 heeft 52 kaarten met de symbolen zwaarden, polostokken, bekers en munten. De waarden zijn 1–10, waarnaast nog drie personen (koning, onderkoning en tweede onderkoning) voorkomen. De Spaanse naam van kaarten, naipes, en een oude Italiaanse naam, naibi, zijn waarschijnlijk van Arabische oorsprong.
Mogelijk bestaat er een relatie met het Indiaas-Perzische kaartspel Ganjifah, dat in de 15e en 16e eeuw in India en Perzië een rol speelde.
Europa thumb|right|Jean-Baptiste Siméon Chardin, het kaartenhuis, ca. 1734 De oudste sporen van het kaartspel in Europa dateren uit de periode 1370-1400, met één vroegere vermelding van kaarten in Italië in 1299. Een Spaans document uit 1371 refereert er aan als 'naipes', wat thans nog het Spaanse woord is voor speelkaarten. De Duitse monnik Johannes von Rheinfelden uit Bazel beschrijft in 1377 een spel. De stad Florence in 1376 en de Duitse stad Regensburg in 1378 stellen een verbod op kaartspelen in. De oudste vermelding in de Lage Landen dateert uit 1379.
De eerste Europese speelkaarten werden met de hand gemaakt. Deze kaarten waren duur en exclusief. Met de uitvinding van de boekdrukkunst werd het mogelijk goedkoper en in grotere hoeveelheden te produceren, wat dan ook meer en meer gebeurde. Daarbij bestond een grote variëteit aan speelkaarten, aantallen en gebruikte symbolen.
In zijn algemeenheid zijn steeds vier verschillende groepen symbolen te onderscheiden, die verondersteld worden de vier standen te symboliseren.
De bekers of harten symboliseren de geestelijke stand. De zwaarden, schoppen of pieken symboliseren de adel of militaire stand. De munten, cirkels, bellen, pompoenen, ruiten of koeken symboliseren de kooplieden. De polostokken, staven, knotsen, eikels of klaveren de boeren.
De thans in West-Europa en de Verenigde Staten gehanteerde set kaarten is gebaseerd op het Franse spel zoals dat circa 1480 werd vastgesteld. In het Franse standaardkaartspel zijn de eerder gebruikte ridders vervangen door vrouwen en wordt gebruikgemaakt van de vier tegenwoordig nog gebruikte gestileerde symbolen ♠ ♥ ♦ ♣. Het spel zit nog steeds vol middeleeuwse symboliek.
Spreekt men over Franse kaarten, dan bedoelt men de gebruikelijke kaarten met schoppen, harten, enz., of de Franse variant ervan, met de namen van de afgebeelde personen en de letters R (Roi), D (Dame), V (Valet). De Engelse (K (King), Q (Queen), J (Jack)), de Duitse K (König), D (Dame), B (Bube) en Nederlandse (H (Heer), V (Vrouw), B (Boer) met afbeeldingen van gebouwen op de azen) kaarten zijn varianten van de Franse kaarten.
In Engeland zijn vooral de "Engelse kaarten" in gebruik. Dit zijn de kaarten waarbij de personen meer gestileerd zijn. De afgebeelde personen zijn uit de Engelse geschiedenis, in tegenstelling tot de 'Franse kaarten', zie hieronder:
In Frankrijk is het sinds de zestiende eeuw gebruik dat de namen van de afgebeelde personen op de kaarten staan. Aanvankelijk was daar enige variatie in, maar sinds het einde van de zeventiende eeuw zijn het steeds dezelfde namen. Ze zijn gedeeltelijk afgeleid van de zogenaamde Negen Besten. In tegenstelling tot wat men zou verwachten zijn het geen historische echtparen: Rachel was niet de vrouw van Caesar en Hector was geen knecht van hen. Sterker nog: de vrouwen zijn geen koninginnen. Ook uit de afbeelding op Engelse kaarten valt iets af te leiden (Schoppenheer draagt een harp, het attribuut van David). Een korte (niet geheel onomstreden) uitleg van namen en symboliek, hieronder in Parijzer beeld:
BOEREN VROUWEN HEREN52px LahireÉtienne la Hire, gezelvan Jeanne d'Arc52px JudithVastberadenheid52px CharlesKarel de Groteof Karel VIIFranse Rijk52px HectorHeld van deTrojaanse Oorlogof broer van Lancelot52px RachelVroomheid52px CésarJulius CaesarRomeinse Rijk52px Ogier (of Hogier)vazal van Karel de Grote52px PallasPallas AtheneWijsheid52px DavidKoning DavidKoninkrijk Israël52px LancelotRidder van de Ronde Tafel52px ArgineAnagram van reginaVruchtbaarheid52px AlexandreAlexander de GroteGriekse Rijk
In de negentiende eeuw werd het gebruiksgemak van de speelkaarten vergroot door de koppen op de plaatjes dubbel uit te voeren, zodat deze niet op zijn kop kunnen staan. Verder werden de vermeldingen op de hoeken toegevoegd en de hoekpunten afgerond. In 1850 verschenen in Londen de eerste kaarten met bedrukte achterzijde. De joker is een Amerikaanse uitvinding uit 1865.
Het kaarten als gokspel Kaarten wordt vaak gedaan om geld. Door het kanselement is het dan deels een kansspel, maar behendigheid speelt, afhankelijk van het spel, ook min of meer mee. Juridisch wordt een kaartspel om geld vaak beschouwd als kansspel. Dit heeft consequenties voor legaliteit en kansspelbelasting.
Kaartspellen zijn altijd geschikt geweest om te gokken. Het hoogte- of dieptepunt van het gokken werd in het 18e-eeuwse Europa bereikt. Lodewijk XIV moedigde zijn hovelingen aan om grote bedragen te spelen. Kaartavonden, met de mogelijkheid om zich te ruïneren, kwamen in de mode. Dat trok beroepsspelers en valsspelers aan, een bekende speler was Giacomo Casanova. In zijn memoires wordt melding gemaakt van basset, piket, biribi, whist, quinze en vooral van het geestloze, maar zeer populaire faro. In zijn memoires noemt Casanova het kaartspelen "een kansspel dat iedereen ruïneert die eraan deelneemt".
De kaartmanie woedde ook aan de vorstenhoven en onder de hoogste geestelijken. Het was niet ongebruikelijk dat kardinalen en bisschoppen als "bank" optraden en hoge inzetten accepteerden. Voltaires vriendin, Mme. du Châtelet verloor in Fontainebleau aan de tafel van de Franse koningin op een avond 80.000 pond en Voltaire zei haar na afloop dat ze "niet door gehad moest hebben dat ze met schurken speelde". Tot 1789 werd er aan het Franse hof op grote schaal gegokt. Marie Antoinette was de laatste Franse koningin die met gokken op kaarten een vermogen verspeelde.
In Engeland ruïneerde de adel zich aan de kaarttafel. Voor de aan kaarten verslaafde lord Sandwich werd een speciaal broodje (de sandwich) bedacht dat hij, met de kaarten in de andere hand, kon eten. Sommigen hadden geluk; Charles Howard, derde graaf van Carlisle financierde Castle Howard voor een gedeelte met zijn gokopbrengsten.The Building of Castle Howard (pagina's 72-77), van Charles Saumarez Smith, via Google Books. Gearchiveerd op 12 augustus 2023.
De laatste periode waarin beroepsgokkers veel geld verdienden was op de grote oceaanstomers in het begin van de 20e eeuw. Op drijvende paleizen als de France en de Lusitania werden rijke reizigers vakkundig uitgeschud. Opvallend onder de valsspelers was "Graaf" Victor Lustig.
Tarot Tarotkaarten worden in Italië voor het eerst rond 1440 genoemd onder de naam Trionfi (later werd dit Tarocchi), ontstaan door aan een gewoon Italiaans kaartspel 21 troeven (genummerd van 1 t/m 21) en een extra kaart met een dwaas toe te voegen. Het kaartspel waarbij dit gebeurde kende reeds vier hofkaarten in iedere kleur, wat niet ongebruikelijk was voor die tijd, zodat er 78 kaarten in een standaard tarotspel zitten. Vanuit Italië verspreidde het spel zich naar onder andere Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, Nederland en Denemarken. In sommige landen en regio's werden de Italiaanse kleuren omgezet naar de ons bekende Franse kleuren, en tonen de troeven rustieke scènes in plaats van klassieke Italiaanse thema's die tegenwoordig bekend zijn uit moderne occulte tarot.
Hoewel tarot in onbruik raakte in Nederland, wordt er nog altijd een scala aan uiteenlopende soorten gespeeld in Europa. De spelen zijn vrijwel altijd slagenspelen waarbij sommige kaarten méér punten waard zijn dan anderen (bijvoorbeeld de hoogste troef, de laagste troef en koningen). Troeven is verplicht als men niet kan bedienen in de gevraagde kleur, de slag wordt gewonnen door de hoogste troef. Dit was de belangrijkste ontwikkeling voor Nederlandse kaartspelen; de manier van troeven in klaverjas is afgeleid van tarot. Een aantal 19e-eeuwse teksten gedrukt in Amsterdam geven regels voor een onderscheidende vorm van "Tarok". De benaming voor de dwaas verschilde per regio, maar was een afgeleide van het woord "excuus", zoals skis of skuus.