De geschiedenis van Zuid-Afrika is rijk en ingewikkeld omdat sinds de prehistorie verschillende volkeren en culturen naast elkaar voorkwamen. De cultuur van de Bosjesmannen is er minstens 25.000 jaar aanwezig en die van Bantoe 2.500 jaar. Deze twee culturen zouden volgens archeologische bronnen over het algemeen vredig samengewoond hebben. De geschreven geschiedenis begint met de komst van de Europeanen, eerst de Portugezen. Deze besluiten het gebied niet te koloniseren en laten het over aan de Nederlanders. De Britten betwisten het gebied vanaf het eind van de 18e eeuw, hetgeen een eeuw later leidde tot twee Boerenoorlogen. De 20e eeuw wordt gekenmerkt door de opkomst en ondergang van het apartheidsbewind.
thumb|De protea, de nationale bloem van Zuid-Afrika.
Voor de kolonisatie De geschiedenis voor de kolonisatie is door het ontbreken van beschavingen die het schrift beheersten moeilijk te achterhalen. Daarom zijn alleen de latere gebeurtenissen na de eerste Europese verkenningen bekend en dan vooral vanuit het perspectief van de Europeanen. De laatste decennia integreren historici de ontdekkingen van archeologen.
Prehistorie
Vele fossiele vondsten in grotten bij Sterkfontein, Kromdraai en Makapansgat wijzen er op dat gedurende de laatste drie miljoen jaar in Zuidelijk Afrika verschillende soorten Hominiden (zoals Australopithecus) leefden. Beroemde fossielen kregen namen als "het Taungkind", "Mevrouw Ples" en het onlangs gevonden "Little Foot"-skelet.
Deze Hominiden werden opgevolgd door de mens (het geslacht homo) waaronder Homo habilis, Homo erectus en de vroege moderne mens, Homo sapiens.
Rotstekeningen gevonden in het Drakensbergen-gebied zijn gedateerd op een ouderdom van 3000 jaar.
Volken met de kennis van ijzergebruik trokken rond de vierde of vijfde eeuw naar het gebied zuidelijk van de Limpoporivier. Ze waren landbouwers en herders en verplaatsten zich langzaam verder zuidelijk. Sporen van ijzerbewerking in de huidige provincie KwaZoeloe-Natal dateren van rond het jaar 1050. Het zuidelijkste punt dat door deze mensen werd bereikt ligt rond de Visrivier in de provincie Oost-Kaap. Deze Xhosapopulatie verving ten oosten van de Visrivier de oorspronkelijke jager-verzamelaars die verdreven werden.
Voor de komst van de Nederlandse kolonisten (1652) werd Zuid-Afrika bewoond door de Khoikhoi en San ten westen van de Visrivier, en door Xhosa, Zoeloes en anderen ten oosten van de Visrivier.
Eerdere Nederlandse vestiging thumb|Aankomst van Jan van Riebeeck De geschreven geschiedenis van Zuid-Afrika begon op 6 april 1652, toen Jan van Riebeeck namens de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) een bevoorradingsstation stichtte op Kaap de Goede Hoop. Deze VOC-vestiging stond onder bestuur van de VOC en niet van de Nederlandse staat.
Er werd de eerste jaren ruilhandel gedreven met de oorspronkelijke bewoners. Met name vee werd voor tabak en kralen geruild. Bij de Rondebosch waren succesvolle proeven gedaan met het telen van granen. In 1657 kregen de eerste tientallen Nederlandse en Duitse mannen toestemming om een eigen boerderij op te zetten langs de Liesbeek. Na een opstartperiode van 12 jaar moest er graan als belasting afgestaan worden. Eveneens dienden de boeren ten minste 20 jaar in Zuid-Afrika te blijven en hun producten met name aan de VOC verkopen.
Vanaf 1657 werd ook op het hoogste punt van Robbeneiland een vuur brandende gehouden, ten dienste van de scheepvaart.
In 1670 besloot de VOC de verversingspost flink uit te breiden. Een grootschalige uitbreiding naar het binnenland vond plaats onder Simon van der Stel. De Kaapkolonie werd bevolkt door Europese calvinisten, voornamelijk afkomstig uit Nederland, maar ook uit Duitsland, Frankrijk (hugenoten), Schotland en andere landen.
De nieuwkomers vernietigden grotendeels de cultuur van het Khoikhoi- en het San-volk, de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika, zowel door al dan niet onopzettelijk ingevoerde pandemische ziekten zoals de pokken als in drie oorlogen. Twee van deze oorlogen vonden plaats onder Johan Bacx van Herenthals (1676-1678).
Vanwege het gebrek aan arbeidskrachten werden slaven uit Madagaskar, India en Indonesië geïmporteerd. Afstammelingen van deze slaven, door huwelijk zowel vermengd met de Europese kolonisten als met de oorspronkelijke inheemse bevolking, werden later bekend onder de benaming Kaapse kleurlingen en Kaapse Maleiers. Ze maakten zo'n vijftig procent uit van de bevolking van de provincie Westelijke Kaap.
Britse machtsovername Groot-Brittannië kwam in 1795 naar het gebied van Kaap de Goede Hoop, om te verhinderen dat het een Franse kolonie werd. De Britten namen de macht over in 1795 na de slag om Muizenberg. Op dat moment was Nederland niet meer dan een satellietstaat van Frankrijk. De Britten trokken zich weer terug in 1803, maar in 1806 annexeerden ze het gebied.
De Oost-Kaap De oostgrens van de Nederlandse kolonie was de Visrivier geweest. Deels om de expansie van de Nederlandse boeren naar het oosten te blokkeren, begon het nieuwe Britse gezag ten oosten daarvan een nieuwe kolonie Brits-Kaffrarië te stichten in het land van de Amaxhosa. Deze poging een Engelstalig gebied te scheppen was echter verre van succesvol. De gehele 19e eeuw volgde er Grensoorlogen, zeven tussen Brit en Xhosa (negen in totaal inclusief de Nederlandse Grensoorlogen). Het gebied tussen Vis- en Keirivier (Ciskei) kwam uiteindelijk wel onder Britse controle. De Britse kolonisten die erheen gestuurd werden bleken al gauw niet geschikt om zich op het roerige en gevaarlijke platteland te vestigen en trokken zich terug in steden als Grahamstad. Het Britse gouvernement haalde daarop een aantal Duitse kolonisten uit Europa, die wel wilden boeren ondanks alle risico door de plaatselijke bevolking vermoord te worden. Er vestigden zich ook een aantal missionarissen in het gebied die een begin maakten met de educatie van de bevolking. Hieruit is later de Universiteit van Fort Hare ontstaan, de eerste instelling voor tertiair onderwijs toegankelijk voor Afrikanen in heel Afrika en de bakermat van het ANC. Het gebied ten noordoosten van de Kei (Transkei) werd uiteindelijk wel aan de Unie van Zuid-Afrika toegevoegd, maar vrijwel niet gekoloniseerd door blanken. De weinige blanken die er woonden werden bij de 'onafhankelijkheid' van het latere thuisland door de apartheidsregering onteigend. Ook een aantal nazaten van de Duitse kolonisten werden gedwongen hun biezen te pakken bij de 'onafhankelijkheid' van een sterk verkleind Ciskei.
De Grote Trek Toen door de overname van de Britten de Nederlandse boeren hun taal en cultuur onder druk kwam te staan en de Britten in 1835 in de Kaapkolonie de slavernij afschaften ontstond onenigheid. Velen van hen, beter bekend onder de naam Voortrekkers, trokken het binnenland in om hun eigen republieken te stichten: Oranje Vrijstaat en Transvaal oftewel de Zuid-Afrikaansche Republiek. Deze verhuizing wordt de Grote Trek genoemd. Toen de Voortrekkers het gebied van Natal binnentrokken werden ze teruggedreven door de Zoeloes onder leiding van Dingaan, broer, erfgenaam en vermoedelijk moordenaar van Shaka Zoeloe. De Zoeloes konden echter overwonnen worden in 1838 tijdens de Slag bij Bloedrivier.
Het Zoeloe-rijk werd later in 1879 door de Britten overwonnen tijdens de Zoeloe-oorlog.
De Boerenoorlogen De ontdekking van rijke diamant- (1867) en goudaders (1886) brachten rijkdom en nieuwe kolonisten naar de Kaapkolonie en beide Boerenrepublieken, en waren een aanleiding tot verdere onderwerping van de lokale bevolking.
De Boeren wisten een Britse overheersing van Transvaal terug te draaien tijdens de Eerste Boerenoorlog (1880-1881). De Boeren droegen kaki uniformen, en waren dus goed gecamoufleerd. De Britten droegen echter helder rode uniformen, waardoor ze een makkelijk doelwit vormden voor de Boerenscherpschutters.
De reeds gespannen verhouding tussen de Britten en de Boeren kwam nog meer onder druk te staan na de mislukte Jameson Raid, een inval in Transvaal vanuit het buurland Rhodesië. De troepen werden gesteund door de rijke diamanthandelaar en eerste minister van de Kaapkolonie Cecil Rhodes.
De Britten kwamen in grotere aantallen terug tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902), nu met minder opvallende uniformen. Hoewel de Britse Liberal Party in meerderheid tegen de Tweede Boerenoorlog was en deze als duur en onnodig beschouwde, was de belofte van rijke goud- en diamantaders in de Boerenrepublieken voldoende voor de Tories om de oorlog voort te zetten.
De Boeren verzetten zich hevig en konden de Britten zware klappen toedienen, door middel van guerrillatactieken en superieure kennis van het land. Uiteindelijk wonnen de Britten echter dankzij hun grotere troepenmacht en betere bevoorrading.
De Britten brachten Afrikaanse blanke vrouwen en kinderen van guerrillastrijders bijeen in concentratiekampen, waar ze ten prooi vielen aan ondervoeding en ziekten. Boerderijen en oogsten werden verbrand om de voedselvoorziening van de guerrilla's te verstoren. Door honger gedreven vielen de Boeren steden en dorpen aan om voedsel buit te maken. Dit deed de publieke opinie tegen de Boeren keren.
Veel Afrikaners vonden dat het tijd was geworden om vrede te sluiten met de Britten. Na nog een jaar te hebben doorgevochten accepteerden de "bittereinders" uiteindelijk dat hun Boerennatie volledig zou worden vernietigd als ze zouden doorvechten, en op 31 mei 1902 tekenden ze in Pretoria een vredesverdrag met de Britten.
Britse overheersing Het Verdrag van Vereeniging (1902) regelde volledige Britse soevereiniteit over de Boerenrepublieken, en de Britse regering nam hun oorlogsschuld van drie miljoen pond over. Het Nederlands kreeg een bijzondere wettelijke status. (Het Afrikaans werd nog niet als afzonderlijke taal erkend) Een belangrijke regeling was dat zwarten geen stemrecht kregen, met uitzondering van die in de Kaapkolonie.
Het Britse bestuur probeerde gedurende korte tijd de Boerenbevolking te verengelsen door het Engels op scholen verplicht te stellen, maar dit mislukte en vergrootte de woede van de Boeren alleen maar. Deze verplichting werd geschrapt toen de Liberalen in 1906 in het Verenigd Koninkrijk aan de macht kwamen. Rond deze tijd begon ook de eerste formele erkenning van het Afrikaans, als taal afwijkend van het Nederlands. Pas in 1925 zou het Afrikaans als synoniem van het Nederlands een officiële status krijgen. In de grondwet van 1961 werd de situatie omgedraaid waarbij het Nederlands een synoniem van het Afrikaans werd. Deze grondwettelijke bepaling zou tot 1983 standhouden, waarna het Nederlands zijn officiële status verloor.
Unie van Zuid-Afrika Na vier jaren onderhandelen werd op 31 mei 1910, precies acht jaar na het einde van de Tweede Boerenoorlog, de Unie van Zuid-Afrika gesticht. Deze unie bestond uit de republieken Kaapkolonie, Natal, Oranje Vrijstaat en Transvaal. De nieuwe Unie bleef een Brits dominion, maar de politieke macht lag in handen van de blanke minderheid.
In 1910 richtten Louis Botha en Jan Smuts de Zuid-Afrikaanse Partij (SAP) op, en gezamenlijk leidden ze de Unie tot de Nationale Partij onder Barry Hertzog hen afloste. In 1913 werd de Land Act aangenomen, die het grondgebied grotendeels aan de blanken toewees. Zeventig procent van de Zuid-Afrikaanse bevolking werd door de Land Act gedwongen te leven op zeven procent van de beschikbare grond.
In 1934 fuseerden de twee politieke partijen tot de Verenigde Partij. Deze partij streefde naar samenwerking tussen Afrikaans- en Engelssprekende blanken. De partij scheurde in 1939 in tweeën, toen de Unie actief werd in de Tweede Wereldoorlog als bondgenoot van het Verenigd Koninkrijk. De rechts-georiënteerde Nationale Partij streefde na de oorlog naar een grotere rassenscheiding, de apartheid.
Apartheid