Fianna Fáil (Iers-Gaelisch voor Soldaten van het Lot, uitspraak: ) was lang de grootste politieke partij in Ierland. De partij is sinds haar oprichting in 1926 vrijwel altijd aan de macht geweest. In de loop van de 20e eeuw verschoof zij van een radicale, ietwat linkse richting naar een conservatieve en centrumrechtse koers.
Geschiedenis Fianna Fáil werd opgericht op 23 maart 1926, en kreeg zijn naam op 2 april van dat jaar. De partij werd opgericht door Éamon de Valera, ex-Príomh-Áire, premier en president van de Dáil Éireann (april 1919-augustus 1921) en president van de Ierse Republiek (augustus 1921-januari 1922). De Valera had zijn functie neergelegd in januari 1922 uit protest tegen het Anglo-Iers Verdrag die een Ierse Vrijstaat zou creëren. Hij leidde de tegenstander Sinn Féin tijdens de Ierse Burgeroorlog (1922-23) voordat hij zich in 1926 uit de partij terugtrok, uit protest tegen het partijbeleid om de legitimiteit van de Vrijstaat en de Dáil Éireann te erkennen. Zijn nieuwe partij, Fianna Fáil, was ook tegen het akkoord, maar stond er pragmatischer tegenover. De partij streefde ernaar de Ierse Vrijstaat tot een echte republiek te maken, in plaats van aan te nemen dat alles wat tussen 1922 en 1926 was gebeurd niet uitmaakte en dat men simpelweg de klok kon terugdraaien naar de tijd van de Ierse Republiek.
Fianna Fáil weigerde in eerste instantie zitting te nemen in de Dáil Éireann van de Ierse Vrijstaat uit protest tegen de Eed van Trouw die alle leden van de Dáil moesten afnemen. Deze eed was in het Anglo-Iers verdrag van 1921 opgenomen en was opgesteld door Michael Collins die zinnen gebruikte uit de Irish Republican Brotherhood's Oath en suggesties van Éamon de Valera, de President van de Republiek. In de uiteindelijke versie van de eed belooft men "trouw" aan de "Ierse Vrijstaat" en dat "ik trouw zal zijn" aan Koning George V van het Verenigd Koninkrijk in zijn rol als koning van Ierland. De partij stapte hierom naar de rechter. De moord op de minister van Justitie Kevin O'Higgins bracht de regering ertoe een nieuwe wet in te voeren, waarin staat dat alle politieke kandidaten de eed moeten afleggen als ze gekozen zijn. Als kandidaten weigerden, was het onmogelijk om zich verkiesbaar te stellen. Fianna Fáil zag vervolgens af van de weigering de eed te zweren, verklaarde het een "lege belofte" en nam zitting in de Dáil.
De eerste partijleider was Éamon de Valera. Medeoprichters waren onder andere Sean Lemass (die de tweede leider werd), Sean T. O'Kelly en P.J. Ruttledge. In eerste instantie waren zij populair onder anti-'treaty'-aanhangers en arbeiders.
De jaren van de Valera, 1926-1959 Op 9 maart 1932 werd Éamon de Valera gekozen tot President of the Executive Council van de Ierse Vrijstaat. Hij zou deze positie 21 jaar behouden waarvan 16 achter elkaar. Tijdens zijn eerste ambtsperiode probeerde De Valera de verschillen tussen Ierland en Groot-Brittannië te benadrukken. Het verbod op de IRA werd opgeheven, de Eed van Trouw aan de Britse Kroon werd afgeschaft en de macht van de Gouverneur-Generaal werd beperkt.
De Valera begon ook een economische oorlog met Groot-Brittannië door annuïteitbetalingen op land in te houden en hoge tarieven te zetten op Britse importen. De Britten reageerden hierop door hoge tarieven op Ierse goederen te zetten. Dit oog-om-oog-beleid duurde tot in 1938 de Anglo-Ierse Vrije Handelsovereenkomst werd getekend.
In mei 1936 hief De Valera de Ierse Senaat op en maakte bekend dat hij een nieuwe grondwet wilde samenstellen. Op 1 juli 1937 nam het Ierse volk de nieuwe grondwet aan: de Bunreacht na hÉireann. Deze nieuwe grondwet claimde dat Ierland het hele eiland besloeg en dat de Gouverneur-Generaal werd opgevolgd door de President van Ierland.
Toen in 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak verklaarde De Valera dat Ierland neutraal zou blijven. Deze politiek werd niet gewaardeerd door de Britten, maar was sterk in het voordeel van de geallieerden.
In de Ierse parlementsverkiezingen van 1948 leed Fianna Fáil zware verliezen en verloor de partij de macht. Zij kwam in 1951 weer aan de macht, maar er kwamen geen nieuwe ideeën uit het kabinet. Sean Lemass wilde graag een nieuw economisch beleid opstellen, maar dat werd tegengehouden door de conservatievere leden van de regering. Fianna Fáil verloor opnieuw in 1954.
In 1957 werd De Valera voor de laatste keer gekozen als taoiseach (premier van Ierland). Hij was op dat moment 75 jaar oud en bijna blind. Hij liet Lemass doorgaan met zijn plannen voor economische uitbreiding. Dit mondde uit in het Programme for Economic Expansion in 1958. In 1959 werd Éamon de Valera gekozen als derde President van Ierland. Zijn opvolger als taoiseach was Sean Lemass, de tánaiste (vicepremier van Ierland).
De jaren van Lemass, 1959-1966 Sean Lemass werd de nieuwe partijleider en taoiseach op 23 juni 1959, dezelfde dag dat De Valera president werd. Als taoiseach concentreerde Lemass zich hoofdzakelijk op economische zaken. Hij had de opdracht om het eerste programma voor economische ontwikkeling in te voeren in 1958. Het protectionisme werd afgeschaft en vrije handel werd ingevoerd. Belastingvoordeel werd gegeven aan bedrijven die zich in Ierland vestigden. Als resultaat van dit programma groeide de Ierse economie met 4% per jaar. Een tweede, nog ambitieuzer Programme for Economic Expansion werd in 1963 opgestart.
Het succes van zijn economisch beleid leidde tot een overwinning in de verkiezingen van 1961. Lemass voelde dat hij nu meer steun had en begon meer veranderingen door te voeren. Onder meer Brian Lenihan, Charles Haughey, George Colley en Patrick Hillery namen zitting in het nieuwe kabinet. Hoewel het een minderheidskabinet was, wordt het gezien als de beste regering in de geschiedenis van de staat.
De jaren zestig waren, als ook elders in de wereld, een tijd van grote veranderingen voor Ierland. In 1961 begon RTÉ uit te zenden, wat ervoor zorgde dat een nieuwe wereld zich opende voor de Ierse bevolking. In 1963 bezocht Amerikaans president John F. Kennedy Ierland. In 1966 werd gratis middelbaar onderwijs aangekondigd door de minister van Onderwijs Donagh O'Malley.
Tijdens zijn ambtstermijn begon Lemass met een nieuw verzoeningsbeleid met Noord-Ierland. Op 9 januari 1965 reisde hij in het geheim af naar Stormont voor overleg met de Noord-Ierse premier Terence O'Neill. In februari kwam O'Neill vervolgens naar Dublin voor een vervolgoverleg. Later werden de bezoeken over en weer meer frequent. De uitbundige festiviteiten naar aanleiding van de 50e verjaardag van de Paasopstand in 1966 leken wat van Lamass zijn werk ongedaan te maken.
In november 1966 kondigde Lemass zijn aftreden aan als partijleider en taoiseach. Na vijftig jaar in dienst te zijn geweest van Ierland stappen Sean Lemass, Seán MacEntee en James Ryan, die zo lang de Ierse politiek hadden gedomineerd, van het politieke podium. Na zijn terugtrekking ontstond er een nieuw type politiek en politici, en volgde er een felle race om Lemass als taoiseach op te volgen.
De jaren van Lynch, 1966-1979 Jack Lynch werd gekozen als de derde partijleider van Fianna Fáil en taoiseach op 10 november 1966. Frank Aiken, de minister van Buitenlandse Zaken en het enige nog overgebleven lid van De Valera's eerste kabinet werd aangewezen als tánaiste. Tijdens zijn eerste termijn als taoiseach kwam hij in verschillende crises terecht. In 1969 braken The Troubles uit in Noord-Ierland. Lynch was erop gebrand dat het geweld niet naar de Republiek zou uitbreiden en een burgeroorlog zou veroorzaken. Op het hoogtepunt van de gewelddadigheden hield hij een beroemde toespraak op de radio- en televisiezender RTE: "[Irish] government could no longer stand by and watch innocent people be injured or perhaps worse." (de [Ierse] overheid kan niet langer aan de zijlijn staan en aanzien hoe onschuldige mensen gewond raken of erger.) Velen dachten dat de Republiek het Noorden zou binnenvallen, maar niets was minder waar. Dit zou namelijk betekenen dat het leger en vele nationalisten het leven zouden laten. Lynch was succesvol in zijn poging het geweld in te dammen. Het geweld bleef beperkt tot de zes county's in het noorden.
In 1970 ontdekte Lynch dat twee van zijn ministers, Charles Haughey en Neil Blaney, betrokken waren geraakt in een complot om wapens te importeren voor gebruik door Noordelijke nationalisten. Beiden werden ontslagen uit het kabinet. Deze crisis werd de Arms Crisis genoemd. Later moesten Haughey en Blaney voor de rechtbank verschijnen, maar beiden werden vrijgesproken van enige schuld. De crisis leidde lange tijd tot een scherpe scheiding binnen Fianna Fáil.
Op 1 januari 1973 werd Ierland lid van de EU. Dit was een van de grote mijlpalen uit de ambtstermijn van Lynch als taoiseach, alhoewel de eerste stap tien jaar ervoor door Lamass werd gezet. Na de verkiezingen van 1973 kwam de partij in de oppositie te zitten. Het was de eerste keer in zestien jaar. De coalitie van Fine Gael en Labour hield vier jaar stand.
Tijdens de verkiezingen van 1977 beleefde Fianna Fáil de grootste overwinning in haar geschiedenis, met een meerderheid van twintig zetels. De oorzaken van deze winst waren de populaire economische beleidsplannen die het had opgesteld, de ontevredenheid met de coalitie en de grote populariteit van Lynch als leider. Na twee jaar werd de regering echter steeds minder populair. Slechte resultaten in de Europese verkiezingen drukten zwaar op Lynch en hij trad af op 5 december 1979. De race om zijn opvolging ging voornamelijk tussen George Colley en Charles Haughey.
De jaren van Haughey, 1979-1992 Negen jaar nadat de Arms Crisis bijna zijn carrière had beëindigd, werd Charles Haughey gekozen tot de vierde partijleider van Fianna Fáil en taoiseach. Zijn eerste ambtstermijn als taoiseach stond in het teken van economische problemen. Na de oliecrisis was de Ierse economie in slechte vorm en groeiden de financiële schulden aan het buitenland sterk. Bij de verkiezingen van 1981 behaalde de partij haar slechtste resultaat in 20 jaar. Haughey en Fianna Fáil kwamen opnieuw in de oppositie te zitten.
1982 was een bijzonder jaar in de Ierse politieke geschiedenis. Er werden twee keer parlementsverkiezingen gehouden en er waren drie pogingen om Haughey als leider van de partij af te zetten. Bij de algemene verkiezingen in februari 1982 lukte het Haughey niet om een meerderheid te krijgen. Verschillende TDs (parlementsleden) onder leiding van Desmond O'Malley probeerden het leiderschap over te nemen van Haughey, maar traden op de dag van de verkiezingen terug. Haughey werd tot taoiseach gekozen met hulp van de onafhankelijke TDs. In oktober werd een tweede poging gedaan om Haughey eruit te zetten, dit keer door Charlie McCreevy. Haughey won de open stemming echter met gemak. Na de verkiezingen in november 1982 verloor Fianna Fáil de macht en een volgende leiderschapsstrijd deed zich voor in februari 1983. Een gesloten stemming leverde echter vrijwel hetzelfde resultaat op: 40 voor en 33 tegen Haughey. Fianna Fáil bleef vier jaar in de oppositie.
Na de algemene verkiezingen in 1987 kwam de partij opnieuw aan de macht, maar zonder een meerderheid. Haughey werd op het nippertje gekozen als taoiseach. Tijdens zijn ambtsperiode concentreerde Haughey zich hoofdzakelijk op economische problemen en probeerde hij de fiscale situatie van het land te keren. In 1989 dacht hij een meerderheid te kunnen winnen en organiseerde vervroegde verkiezingen. Maar in plaats van zetels te winnen, verloor de partij er een aantal en vormde een coalitie met de Progressive Democrats om aan de macht te kunnen blijven. Dit was het begin van het einde voor Charles Haughey.