Rechters of Richteren (Hebreeuws: ספר שופטים, Sefer Schoftim; in de Septuagint: (hè) tôn kritôn (bíblos); Latijn: (liber) Judicum) is het zevende boek van de Hebreeuwse Bijbel en valt onder de Profeten (Newi'iem). In de christelijke Bijbel maakt het boek deel uit van het Oude Testament.
Beschreven periode Het boek vertelt over de tijd tussen de verovering van het land Kanaän door de Israëlieten (waarover wordt verteld in het boek Jozua) tot het leven van de profeet Samuel, die aan het eind van zijn leven het koningschap instelde. Volgens de Bijbelse chronologie bestrijkt het boek dan de periode tussen ± 1404 v.Chr. en ± 1050 v.Chr.
De tijdrekening binnen de beschreven periode is onzeker. Hoewel Rechters suggereert dat de verschillende rechters elkaar telkens opvolgden, is het waarschijnlijker dat de perioden waarin de verschillende rechters optraden elkaar overlapten. Een rechter in het noorden kan gelijkertijd opgetreden zijn met een rechter in het zuiden. Als de rechters elkaar wel telkens opvolgden, zonder overlap, zou de in Rechters beschreven periode (van de inname van Kanaän tot de dood van Simson) 410 jaar geduurd hebben. Dit is moeilijk te rijmen met de meeste gangbare theorieën over de chronologie van de (voor)geschiedenis van Israël. Daarnaast is het de vraag in hoeverre de verhalen op historische feiten gebaseerd zijn. In Rechters treedt een twaalftal rechters op; het getal 12 heeft in de Bijbel een belangrijke symbolische waarde. Dit kan een aanwijzing zijn dat het meer om een ideologische dan een historische tekst gaat.
Betekenis van de term rechter Het Hebreeuwse woord שֹׁפְטִים (schoftim, 'rechter / richter') verwijst anders dan het Nederlandse woord 'rechter' niet enkel naar een juridische maar ook naar een militair-politieke rol, min of meer vergelijkbaar met suffeet dat is afgeleid van het Punische sptm. In Rechters overweegt deze militair-politieke betekenis. De vrouwelijke rechter Debora veroverde Hazor, de metropool in het noorden (Rechters 4 - afwijkend van het verhaal in Jozua 11 dat dit al door Jozua was gedaan), terwijl de zogenoemde 'kleine rechters' (Tola, Samgar, Jaïr, Ibsan, Elon en Abdon) een overwegend juridische rol hadden. Van een zuiver juridische rol, in de zin van rechtspraak, is hier dus nog geen sprake. Ook de aanduiding 'rechter van Israël' is onjuist omdat ze vaak maar werkten voor één stad of een van de twaalf stammen van Israël. De hoofdstukken van Rechters behandelen in verschillende delen de woongebieden van deze stammen.
De hoeveelheid informatie die over de verschillende rechters gegeven wordt loopt sterk uiteen. Over de 'kleine rechters' wordt weinig meer verteld dan hun naam, afkomst en woonplaats. De zakelijkheid van de korte mededelingen over deze rechters vormt een sterk contrast met de spannende en gedetailleerde verhalen over de 'grote rechters' (Otniël, Ehud, Debora, Gideon, Jefta en Simson). Over Simson wordt zelfs helemaal niet vermeld dat hij optrad als rechter of leider (hoewel hij in Rechters 16:31 wel rechter wordt genoemd). Zijn strijd tegen de Filistijnen lijkt vooral een persoonlijke missie. Het lijkt erop dat het bij de 'grote rechters' vooral gaat om heldenverhalen en dat deze verhalen en hun hoofdpersonen pas later zijn ingepast in het raamwerk van rechters.
Vanaf de instelling van het koningschap spelen rechters geen rol van betekenis meer in de Bijbel en wordt hun rol overgenomen door koningen enerzijds en profeten anderzijds.
Auteurschap en historiciteit Volgens de joodse traditie is Samuel de auteur van Rechters.Baba Batra 14b (Baba Batra 14b)
Het boek werd waarschijnlijk tijdens of na de periode van de koningen samengesteld, getuige onder andere een aantal verwijzingen naar het koningschap, zoals 17:6 en 19:1. In vers 18:30 wordt gesproken over de bevolking die 'weggevoerd' wordt. Dit zou een verwijzing naar de Babylonische ballingschap kunnen zijn, maar dat is niet zeker en er zijn ook een aantal alternatieve verklaringen. De bijlagen (hoofdstuk 17-21) worden door sommigen vlak na de dood van Jozua geplaatst, maar volgens anderen gaat het hier juist om later materiaal.
De vraag in hoeverre Rechters gebaseerd is op historische feiten kent geen eenvoudig antwoord. Waar het gaat om de verschillende manieren waarop de vestiging van de Israëlieten beschreven wordt in het boek Jozua enerzijds en het boek Rechters anderzijds, gaan de meeste onderzoekers ervan uit dat Rechters dichter bij de werkelijkheid komt dan Jozua. Daarnaast neemt men over het algemeen aan dat de meeste verhalen uit Rechters (aanzienlijk) ouder zijn dan het boek zelf. De samensteller heeft oudere overleveringen samengevoegd en presenteert deze als wat ze volgens hem waren: historische beschrijvingen met een theologische betekenis en functie.
Deuteronomistische geschiedenis Men heeft in het verleden wel geprobeerd de vier redactionele bronnen van de documentaire hypothese (Jahwist, Elohist, Deuteronomist en Priestercodex) ook in Rechters terug te vinden, maar tegenwoordig gaat men bij het ontstaan van Rechters meestal uit van de hypothese van de deuteronomistische geschiedenis. Er lijkt echter wel sprake te zijn van dubbele overleveringen, al zijn die niet terug te voeren op de bronnen van de documentaire hypothese. Een voorbeeld hiervan is de geschiedenis van Debora en Barak die twee keer verteld wordt: een keer in verhaalvorm en een keer in liedvorm.
Veel onderzoekers gaan ervan uit dat Jozua, Rechters, 1 en 2 Samuel en 1 en 2 Koningen samen een eenheid vormden met eenzelfde theologische achtergrond door een redactieproces dat eindigde in de 6e eeuw v.Chr. De samenstellers van de deuteronomistische geschiedenis maakten veelal gebruik van bestaande overleveringen en verhalen die zij in een theologisch raamwerk plaatsten.
Op verschillende plekken in Rechters staan toevoegingen van de deuteronomistische redacteur, vaak duidelijk te herkennen aan hun moraliserende karakter wat een scherp contrast vormt met de toon van de heldenverhalen waartussen ze geplaatst zijn. Deze redacteur geeft in 2:10-23 bijvoorbeeld bij wijze van inleiding zijn kijk mee op de periode van de rechters. Op diverse plaatsen zijn ook vaste formules ingevoegd: "maar de Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER", en: "er was in die tijd geen koning in Israël". In de verhalen zelf ontbreekt het terugkerende patroon van ontrouw, straf en redding waar de deuteronomist zo de nadruk op legt. Blijkbaar heeft de samensteller de verschillende overleveringen opgenomen zonder grote wijzigingen aan te brengen, waarvan het lied van Deborah waarschijnlijk de oudste overlevering is.
Inhoud Het boek beschrijft hoe het de Israëlieten verging in Kanaän na de inname van het land onder leiding van Jozua. De beschrijving van de situatie in Kanaän vormt in bepaalde opzichten echter een sterk contrast met die in het boek Jozua. Waar in Jozua de trouw van de Israëlieten aan God benadrukt wordt, is er in Rechters juist sprake van een telkens terugkerende ontrouw. En waar in Jozua gesuggereerd wordt dat de Israëlieten het hele land veroverd hadden, blijkt in Rechters dat dat bepaald niet het geval was en dat de Israëlieten voortdurend strijd moesten leveren met de oorspronkelijke bewoners. Deze oorspronkelijke bewoners kenden een systeem van stadstaten en gebruikten strijdwagens bij het oorlogvoeren.
Ook de eensgezindheid tussen de 12 stammen die er in de tijd van Jozua was, ontbrak in de periode van de rechters. Uit het lied van Deborah, het verhaal over Abimelech, en uit het verhaal over de strafexpeditie tegen de Benjaminieten blijkt dat de verschillende stammen geen eenheid vormen en soms zelfs onderling strijd leverden.
In Rechters keert telkens hetzelfde patroon terug. De Israëlieten werden God ontrouw en begonnen de goden van de plaatselijke bevolking te vereren. Hierop strafte God hen door hen over te leveren aan hun vijanden: vreemde volken die Israël aanvielen en onderdrukten. Wanneer het volk zich bekeerde en God om hulp riep, stuurde deze een rechter onder wiens leiding de Israëlieten hun vijanden versloegen. Hierop volgde een periode van rust en vrede, tot de rechter stierf en de Israëlieten zich weer naar afgoden richtten en de cyclus zich herhaalde. Pas in 1 Samuel komt er met de introductie van het koningschap een einde aan dit patroon.
Rechters 19–21
Het boek Rechters sluit af met twee min of meer losstaande verhalen waarvan het verband met de verhalen over de rechters niet direct duidelijk is. Het eerste is dat van de verhuizing van de stam Dan naar het noorden van het land. Het tweede gaat over een strafexpeditie van de overige stammen tegen de stam Benjamin nadat een Benjamitische stad het gastrecht geschonden had. Deze strafexpeditie had bijna het einde van de stam Benjamin tot gevolg, maar dit werd voorkomen door een soort in scène gezette maagdenroof. Voor de auteur van Rechters pasten deze twee verhalen wel bij die over de rechters omdat al deze verhalen laten zien dat de Israëlieten zich telkens weer misdroegen, dat er weinig eenheid tussen de stammen onderling was en dat er anarchie was in de periode dat de Israëlieten geen koning hadden.
Structuur Volgens de meeste oudtestamentici bestaat het bijbelboek Rechters uit drie delen; een proloog, een epiloog met daartussen het centrale deel. A. Proloog (1:1 - 3:6) 1. Overzicht van de verovering van het land (1:1 - 2:5) 2. De situatie in het land bij het begin van de rechtersperiode (2:6 - 3:4) B. De rechters (3:5 - 16:31) 1. Otniël ( (3:7 - 3:11) 2. Ehud (3:12 - 3:30) 3. Samgar (3:31) 4. Deborah en Barak (4:1 - 5:31) a. Debora en Barak verslaan het leger van koning Jabin en Jaël doodt Jabins legeraanvoerder (4:1 - 4:24) b. Het lied van Deborah (5:1 - 5:31) 5. Gideon en zijn zoon Abimelech (6:1 - 9:57) a. De roeping van Gideon (6:1 - 6:40) b. Gideon voert de Israëlieten aan in de strijd tegen de Midjanieten (7:1 - 7:25) c. Het verdere optreden van Gideon (8:1 - 8:35) d. De opkomst en ondergang van Abimelech als koning van Sichem (9:1 - 9:57) 6. Tola (10:1-2) 7. Jaïr (10:3-5) 8. Jefta (10:6 - 12:7) 9. Ibsan (12:8-10) 10. Elon (12:11-12) 11. Abdon (12:13-15) 12. Simson (13:1 - 16:31) a. Aankondiging en geboorte van Simson (13:1 - 13:25) b. De bruiloft van Simson en een Filistijnse (14:1 - 14:20) c. Simsons overwinningen op de Filistijnen (15:1 - 15:20) d. Simson en Delila, Simson wordt gevangengenomen (16:1 - 16:31) C. Epiloog (17:1 - 21:25) 1. Micha en de Danieten (17:1 - 18:31) 2. De inwoners van de Benjaminitische stad Gibea schenden het gastrecht, waarop de andere stammen een strafexpeditie ondernemen (19:1 - 21:25)
Theologie Inleiding Rechters begint met een paar inleidende hoofdstukken (1:1-3:6). Het eerste hoofdstuk begint direct na de dood van Jozua en sluit zo aan bij het boek Jozua, dat aan Rechters voorafgaat. De toon en inhoud van de inleiding wijken echter al gauw af van die in Jozua. De Israëlieten hebben verdragen gesloten met de oorspronkelijke bewoners van het land, hoewel God hen dit verboden had. Daarom besluit God om de oorspronkelijke bewoners niet voor Israël te verjagen.
Hiermee is een belangrijk thema van Rechters geïntroduceerd: Israël zal voortaan het beloofde land moeten delen met andere volken. Dit is een gevolg van hun ontrouw tegenover God, en tegelijk zal de voortdurende aanwezigheid van deze 'vreemdelingen' de oorzaak zijn van nieuwe ontrouw van Israël, omdat zij de Israëlieten telkens weer verleiden andere goden dan JHWH te dienen.
De dynamische en moeizame relatie tussen Israël en de andere bewoners van het beloofde land vormt niet alleen een thema in Rechters, maar ook in Jozua en de rest van de deuteronomistische geschiedenis.