Het eiland Amoras is het tweede stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en getekend door Willy Vandersteen. Het verhaal werd van 19 december 1945 tot en met 13 mei 1946 gepubliceerd in De Nieuwe Standaard.
Het werd oorspronkelijk uitgegeven onder de titel Op het eiland Amoras. De allereerste albumuitgave was in 1947, destijds in de Vlaamse ongekleurde reeks. Het verhaal kreeg hier albumnummer 1, omdat Rikki en Wiske in Chocowakije albumnummer 0 had gekregen.Suske en Wiske Overzichtscatalogus, p.5 In 1967 verscheen een geheel hertekende en nu ook ingekleurde versie in de toen pas gestarte Vierkleurenreeks, hier met albumnummer 68. De titel werd ingekort tot Het eiland Amoras.
De geheel oorspronkelijke verhaalversie is in 1993 nog eens opnieuw uitgekomen in Suske en Wiske Klassiek.
Locaties België en het fictieve eiland Amoras
Personages Wiske met Schanulleke en tante Sidonia en de Vetten en de Mageren
In dit verhaal maken diverse personages hun debuut, inclusief twee van de latere hoofpersonages: Suske, hier nog een vaste inwoner van Amoras Professor BarabasTer vervanging van ingenieur Wargaren Sus Antigoon, een dronken spook en voorouder van SuskeZie bijv. De zwarte madam, De zingende zwammen en Amoris van Amoras,... Jef Blaaskop, de leider van de VettenZie verder De stalen bloempot, Amoris van Amoras en De verdwenen verteller.
Uitvindingen De teletijdmachine De gyronef Beide toestellen maken in dit verhaal hun debuut.
Het verhaal
Wiske en haar tante Sidonia brengen een dag door op het strand. Terwijl Wiske naar krabben zit te vissen, haalt ze per toeval een oude kruik naar boven. Als Sidonia deze kruik weggooit, belandt die precies op het hoofd van een andere strandganger, professor Barabas. De professor is erg nieuwsgierig naar de herkomst van de kruik. Dankzij een speciale uitvinding van Barabas, de teletijdmachine, kunnen de vrienden de geschiedenis van de kruik bekijken. Door een fout van Wiske ontploft de machine. Hierdoor ontdekken ze dat er een stuk perkament in de kruik is verborgen. Ze besluiten de kruik stuk te gooien. Het perkament is beschreven door kapitein Sus Antigoon. Hij schrijft dat zijn galjoen Antverpia in 1541In de Vierkleurenreeks is dit jaartal veranderd in 1551. is gestrand op een onbekend eiland in de Stille Zuidzee, dat ze Amoras doopten. De drie besluiten hiernaartoe te reizen met behulp van een speciaal door de professor ontworpen helikopter: de gyronef.
Eenmaal aangekomen op het eiland maken ze kennis met de plaatselijke bevolking, de Vetten en de Mageren. De Vetten wonen in de stad en heersen over het eiland. De Mageren wonen op het platteland en moeten hard werken en iedereen van eten voorzien. Als Wiske in het water valt probeert een van de Mageren, een onstuimige jongen genaamd Suske, haar te redden. Ze maken nader kennis met elkaar. Suske vertelt dat hij de laatste levende nakomeling is van Sus Antigoon. Zijn vaste strijdkreet is "Seefhoek vooruit".
Barabas en Sidonia worden intussen in de stad gevangengenomen door de Vetten, die onder leiding staan van leenheer Jef Blaaskop. Suske en Wiske dringen de stad binnen en ontmoeten daar even later de geest van Sus Antigoon, die is bezweken aan alcoholisme maar als spook nog steeds rondwaart. Met behulp van Suskes voorvader kunnen ze Sidonia bevrijden, maar professor Barabas blijft achter in de stad. Samen met de Mageren bereiden de vrienden een opstand voor. Als de Vetten professor Barabas op de brandstapel zetten, lukt het Suske, Wiske en Sus Antigoon hem te redden. Als ze in het nauw gedreven worden door de Vetten, vallen de Mageren de stad net aan. Wiske weet de sleutel van de stad te bemachtigen na een achtervolging op de vluchtende Jef Blaaskop, waarna ze tot koningin van Amoras wordt gekroond.
Jef Blaaskop probeert de kruitkamer in de Schreierstoren tot ontploffing te brengen, maar Sus Antigoon weet dit te voorkomen, Jef ontsnapt met zijn galjoen De Galblaas en vestigt zich op een ander eiland. Hij laat enkele spionnen achter op Amoras om de Mageren in de gaten te houden. Wiske verheft Suske en tante Sidonia in de adelstand, Suske wordt bovendien minister van landsverdediging. Professor Barabas wordt benoemd tot minister van eten en drinken. Hij moet met de gyronef voedsel halen in Amerika, want de Vetten hebben de voedselvoorraden vernietigd en het volk heeft honger. Schanulleke wordt gestolen. Als professor Barabas terugkomt met de voedselpakketten lijkt de rust even weergekeerd, maar er blijkt alleen kauwgom in de pakken te zitten. Dat bevalt de inwoners niet.
's Nachts wordt er een bomaanslag op Wiske gepleegd, maar ze raakt niet gewond. De spionnen krijgen dan professor Barabas in handen en hij wordt naar de schuilplaats van Jef Blaaskop gebracht. De Vetten hebben een oorlogsvloot gebouwd en vallen Amoras aan. Suske en Wiske bekogelen de vloot vanuit de gyronef, maar dan blijkt professor Barabas aan boord aan een kanon gebonden te zijn. Suske kan hem bevrijden en brengt het schip tot ontploffing, maar hij kan zelf niet op tijd wegkomen. Hij raakt hierna vermist. Jef Blaaskop wordt overmeesterd en de Vetten geven zich over. Op het eiland wordt weer voedsel geproduceerd, maar Wiske treurt vooral om de verdwenen Suske. De Vetten worden veroordeeld tot een heropvoedingscursus en moeten afvallen tot een normaal gewicht. Na een tijdje krijgt Wiske Schanulleke terug van Jef Blaaskop, die inmiddels berouw heeft.
Sus Antigoon is door de Vakvereniging van Spoken van zijn straf om als spook te moeten rondwaren ontslagen en vertrekt nu naar het geestenrijk. Zijn fles geeft hij aan Wiske. Wiske besluit dat het tijd is om naar huis terug te keren. Dan blijkt Suske nog te leven. Ze pikken hem op van een klein eiland en nemen hem mee naar België. Suske leert hier al snel wat "beschaving" is als hij over de Vietnamoorlog hoort,Deze tekst is pas later toegevoegd in de kleurenversie uit 1967, die is gemaakt in de tijd dat de Vietnamoorlog aan de gang was. In de oorspronkelijke versie van het verhaal ziet Suske hier door een kijker een tentoonstelling van modern oorlogstuig. de wereld is hier 400 jaar verder dan op Amoras. De familie SnoekPersonages uit deze andere strip van Vandersteen komen ook in enkele andere albums van Suske en Wiske voor. is erbij als de vrienden worden gehuldigd.
Als ze weer thuis zijn, bekijken de vrienden met behulp van de teletijdmachine nogmaals hoe het nu is op Amoras. Alles blijkt er nu goed te gaan, iedereen leeft gelukkig en in vrede. De zwaarden zijn omgesmolten tot ploegen en hiermee wordt het land bewerkt. Jef Blaaskop is tandarts geworden.
Achtergronden Vandersteen schreef Rikki, Wiske's oudere broer die in het vorige verhaal een van de hoofdpersonages was, aan het begin van Het eiland Amoras uit de reeks. In de aankondigingsstrook van dit tweede verhaal wordt Rikki eropuit gestuurd met een schoenenbon, maar hij keert hier niet van terug.Het eiland Amoras, S&W de albums Een van de redenen was dat Rikki te veel op Kuifje leek. Bovendien was het leeftijdsverschil van Rikki met Wiske te groot om echt een volwaardige tegenspeler voor haar te kunnen zijn. Barabas vindt in dit verhaal de gyronef uit. Ook beschikt hij over een eerste versie van de teletijdmachine, die in heel veel latere verhalen is teruggekomen. De teletijdmachine wordt hier echter nog niet (zoals later) gebruikt om personen en voorwerpen fysiek van het ene tijdvak naar het andere te laten reizen, maar alleen om het verleden in beeld te brengen. Het verhaal heeft boven alles een sterk allegorische betekenis. Met name in de oorspronkelijke versie was Amoras in de eerste plaats een spiegel en/of karikatuur van zowel het eigentijdse als het 16e-eeuwse Antwerpen. Zo wonen de Mageren buiten de stadsmuren in de wijk Seefhoek, de Antwerpse volksbuurt waar Vandersteen zelf opgroeide.Op stap met Suske en Wiske in Antwerpen, De Perfecte Podcast Ook kent de stad diverse gebouwen die in Antwerpen echt bestaan. Eerder werd gedacht dat de naam Amoras een omkering was van Saroma, een merknaam van instantpuddingpoeder (in Nederland sinds 2002 verkocht onder de naam Kloppudding). Voor de "strijd tussen de Vetten en de Mageren" putte Vandersteen mogelijk inspiratie uit de "strijd tussen de Dikken en de Mageren" in Pieter Bruegel - zo heb ik uw werken geroken, een boek van Felix Timmermans.Versus nr. 128 Latere verhalen uit de serie die zich deels op het fictieve eiland Amoras afspelen zijn De stalen bloempot (1951), Het vliegende hart (1953), Amoris van Amoras (1984) en De verdwenen verteller (2002). Ook de spin-off serie Amoras speelt zich hier grotendeels af.
Latere aanpassingen Tekeningen Voor de introductie op de Nederlandse markt in 1959 werd een vrij verregaande hertekening noodzakelijk geacht. Amoras lijkt in deze versies van het verhaal bijgevolg soms eerder op Amsterdam dan op Antwerpen. Het strand waar de beginscène zich afspeelt, was door Vandersteen oorspronkelijk gesitueerd bij het Belgische plaatsje Doel. In latere edities wordt hier geen specifieke plaats meer genoemd. In de uiteindelijke Vierkleurenversie kwam een soort van "synthese tussen Vlaanderen en Nederland" tot stand. Zo is bijvoorbeeld het Steen uit de oorspronkelijke versie vervangen door de Schreierstoren.
In vergelijking met de sterk bijgeschaafde versie van Suske uit de meeste latere verhalen is hij hier in zijn debuutverhaal nog erg impulsief en geregeld zelfs agressief. Het woeste uiterlijk van Suske werd al vrij snel na zijn introductie in de strip drastisch gewijzigd. Bij de heruitgave in de Vierkleurenreeks in 1967 werd dit verhaal geheel hertekend, inclusief het uiterlijk van de hoofdpersonages. Zodoende is hier van de oorspronkelijke "woesteling" Suske niets meer terug te zien.
Bij zijn debuut in dit verhaal was professor Barabas nog een vrij dikke man, die bovendien stotterde. Vandersteen genas Barabas echter van deze spraakstoornis, omdat hij brieven kreeg van verontruste ouders die beweerden dat hun kinderen Barabas' gestotter imiteerden. Ook is van Barabas' dikke postuur later weinig meer terug te zien.
Tekst Daarnaast zijn vrij veel oorspronkelijke tekstballonnen zoals die in 1945-1946 in de Vlaamse kranten waren verschenen, later flink aangepast en soms kuiser gemaakt. Ook hier werd met name geprobeerd om het verhaal meer op een Nederlands lezerspubliek te richten. Suskes oorspronkelijke "puur Antwerpse" strijdkreet Seefhoek vooruit! werd gewijzigd in Antigoon vooruit!.Seefhoek vooruit!, Suske en Wiske op het WWW In de oorspronkelijke tekstballonnen waren veel dialogen nog in het Antwerpse dialect, of hadden duidelijke kenmerken hiervan. Dit is in vrijwel alle Suske en Wiske-verhalen aangepast naar Standaardnederlands, nadat de stripreeks ook in Nederland steeds meer bekendheid kreeg.
Vandersteen verwees geregeld naar zaken die destijds tot het dagelijks leven behoorden maar tegenwoordig minder bekend zijn, zoals eierpoeder. Daarnaast zijn bepaalde woordkeuzes met een voor velen te sterke gevoelswaarde (zoals bombarderen, dat in de eerste albumuitgave van 1947 nog wel gebruikt werd) later vervangen door minder heftige woorden. Vandersteen maakte in zijn oorspronkelijke teksten zelfs een rechtstreekse toespeling op de concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog (door Jef Blaaskop het hierover te laten hebben wanneer die zich bij zijn eerste kennismaking met Suske en Wiske zeer geringschattend uitlaat over de "westerse beschaving"). Bij latere uitgave is deze tekst geheel verdwenen. Suskes strijdkreet werd in deze edities veranderd in Jordaan vooruit!
De volksbuurt van de Mageren heet nu Antigoon.
Uitgaven
Achtergronden bij de uitgaven De publicatie in De Nieuwe Standaard begon met een aankondiging van 2 stroken op 19 december 1945, waarna het verhaal volgde in 220 stroken van 20 december 1945 tot en met 13 mei 1946.