De Mahabharata (Devanagari: महाभारत, Sanskriet: Mahābhārata), soms Bharata, is een omvangrijk religieus en filosofisch epos uit India. Samen met de Ramayana vormt het een belangrijke culturele hoeksteen van het hindoeïsme. De Mahabharata is het op twee na grootste literaire werk van de wereld na het epos van koning Gesar en Manas en bestaat uit achttien delen of parva's die elk weer onderverdeeld zijn in kleinere delen. De titel, met de klemtoon op bha, is afgeleid van maha (Sanskriet: groot) en bharata (Sanskriet: India/wereld/alles en in de stam bharat (de wereld) dragen)https://www.sanskrit-lexicon.uni-koeln.de/monier/. Gearchiveerd op 8 augustus 2020. Mahabharata betekent dus zoiets als het grote India, de grote of gehele wereld of grote stut. Het werk is onderdeel van de itihasa (letterlijk: dat wat gebeurd is) en bevat in zijn meest uitgebreide versie meer dan 100.000 verzen, waardoor het ongeveer vier keer zo lang is als de Bijbel en zeven keer zo lang als de Ilias en de Odyssee. Gedurende de 20e eeuw hebben onderzoekers de vroegst bewaard gebleven exemplaren van de regionale varianten van het werk gebruikt, om een referentiewerk samen te stellen, de Kritische Editie. Dit project werd voltooid in 1966 aan het Bhandarkar Oriental Research Institute in Poona (India).

De Mahabharata noemt zichzelf de vijfde Veda, (1985): 'India's Fifth Veda: The Mahabharata's Presentation of Itself' in Journal of South Asian Literature, Volume 20, Issue 1, p. 125–140 een manier om autoriteit te verkrijgen die ook wel is gehanteerd door verschillende Purana's en de Tiruvaymoli.

Achtergrond en geschiedenis thumb|Vyasa dicteert Ganesha de Mahabharata (17e-eeuwse illustratie uit Rajasthan) Volgens de overlevering werd de raamvertelling gedicteerd door de wijze Vyasa, die de strijd zelf mee zou hebben gemaakt en die zichzelf een plaats geeft als een van de grote dynastieke personages in het epos.

Hij is het die zelf zorgt voor het in standhouden van de dynastie: zie hieronder bij niyoga. Af en toe komt Vyasa zelf in het verhaal om het wat bij te stellen. Zo ontstaat er dus een vreemd soort deus ex machina. Die speelt met de causaliteit vanwege het feit dat de schrijver (als schrijver dus) zelf niet het verhaal anders maakt. Maar Vyasa als schrijver (in het verhaal dus) doorbreekt de verhaallijn die hij zelf heeft bedacht. Soms kijkt hij in het verhaal samen met andere hoofdfiguren naar de ontwikkelingen en merkt op dat het nu eenmaal moet gaan zoals het gaat en soms blijkt dat er veranderingen mogelijk zijn. Het lijkt er sterk op dat door deze narratieve techniek wordt gespeeld met de tegenstelling vrije wil en causaliteit.

In het eerste deel van de Mahabharata wordt duidelijk gemaakt dat het Ganesha (de hindoegodheid met het hoofd van een olifant) was, die in opdracht van Vyasa het epos op schrift stelde. Ganesha is altijd aanwezig als er iets nieuws tot stand komt en wanneer er keuzes moeten worden gemaakt. Op kruisingen van wegen in India staan er beeldjes van Ganesha.

Autograaf en archetype Met de Kritische Editie is gepoogd om het archetype te reconstrueren, de tekst die de gemeenschappelijke voorouder zou moeten zijn van de latere edities. Het archetype zou de hypothetische autograaf moeten benaderen, het handschrift van de originele auteur. Autografen in het Sanskriet zijn zeer zeldzaam, deze zijn veelal vergaan. Ook archetypes zijn zeldzaam, niet alleen omdat het reconstrueren zeer veel en gespecialiseerd werk is, maar ook omdat tussenliggende versies verdwenen zijn of dat meerdere versies gebruikt zijn voor een volgende kopie, waardoor er geen stamboom of stemma samengesteld kan worden. Deze moeilijkheden maken dat er een aanzienlijk verschil kan zijn tussen de autograaf en het archetype, ook in tijd.

De Mahabharata is overgeleverd in verschillende versies uit verschillende regio's. De Kritische Editie is in eerste instantie samengesteld uit de gemeenschappelijke delen van deze versies, waarbij de verschillen dus verwijderd zijn. In het geval van de Mahabharata is het onwaarschijnlijk dat er een enkele autograaf is geweest, maar waarschijnlijk in de 2e of 1e eeuw v.Chr. – tussen het uiteenvallen van het Mauryarijk en het begin van de jaartelling – werd een versie op schrift gesteld van een deel of het gehele verhaal. In de Ashtadhyayi van Panini worden in soetra 6.2.38 bhārata en de samenstelling mahābhārata aangehaald, wat erop zou kunnen wijzen dat de Mahabharata in enig vorm al in de 4e eeuw v.Chr. bekend was. Het is echter niet duidelijk of Panini verwees naar het epos, aangezien bharata ook in gebruik was om andere zaken aan te duiden. Albrecht Weber noemde de Rigvedische stam Bharata waar een belangrijk persoon Maha-Bharata genoemd kon zijn. Wel noemde Panini karakters die ook in de Mahabharata een rol spelen, zodat mogelijk delen van het verhaal al in zijn tijd bekend waren. Een ander aspect is dat Panini het toonaccent van mahābhārata vaststelde, terwijl de Mahabharata niet in Vedisch accent werd voorgedragen.

Het tijdsverschil tussen deze hypothetische autograaf en het archetype is moeilijk te bepalen. Een van de methodes om dit te bepalen, is het vaststellen wat de coherentie van een tekst is. De meningen of een tekst homogeen is, verschillen echter per persoon, wat dit een moeilijk te interpreteren methode maakt, zeker voor een werk met de omvang van de Mahabharata. Vergelijkingen met historische gebeurtenissen en met andere teksten kunnen ook een indicatie geven. Zo zou uit de vergelijking met de Manusmriti volgen dat een deel van de Mahabharata en daarmee de autograaf ouder is dan dit werk en een ander deel – en daarmee ook het archetype – jonger.

Vishnu Sitaram Sukthankar, de eerste hoofdredacteur van de Kritische Editie, beschouwde de versie van de Mahabharata zoals die was overgeleverd in manuscripten uit Kasjmir in het Sharadaschrift als de meest zuivere, aangezien de parva's hier het kortste zijn. Deze manuscripten missen echter een aantal parva's die wel zijn opgenomen in de Kritische Editie. Naast de drie kleine en minder belangrijke Mausalaparva, Mahaprasthanikaparva en Svargarohanaparva is dit vooral de Anushasanaparva. De Anushasanaparva is ook niet genoemd in het Spitzer-manuscript, een palmbladmanuscript van meer dan duizend palmbladeren dat onder meer een lijst van parva's van de Mahabharata bevat. Dat kan betekenen dat er de nodige tijd zit tussen autograaf en archetype, maar het kan ook betekenen dat ze wel dicht bij elkaar liggen en deze parva niet opgenomen had moeten worden in de Kritische Editie. In dat laatste geval zou de Kritische Editie een hyparchetype zijn, een versie na het archetype waar veel latere versies van zijn afgeleid. Dat het hyparchetype daarna zo succesvol werd, zou mogelijk kunnen duiden op een centrale macht als de Gupta's die deze versie voorschreef. Zelfs als de Kritische Editie een hyparchetype is, kan het archetype echter van later datum zijn dan de autograaf. Daarop duidt een passage in een vritti op de Vakyapadiya van Bhartrihari waarin een passage staat van de Ashvamedhikaparva die ouder lijkt dan alle andere bekende versies. Dat zou kunnen betekenen dat deze versie dichter bij de autograaf staat dan het archetype. (2016)

Betekenis Met zijn enorme filosofische diepgang en grote reikwijdte vormt de Mahabharata als het ware de belichaming van zowel Groot India (en de wereld) als van haar rijke spirituele traditie. In zijn reikwijdte is de Mahabharata meer dan slechts een verhaal over koningen en prinsen, heiligen en wijzen, demonen en goden. Vyasa zegt dat de Mahabharata zich onder andere richt op het verklaren van de vier levensdoelen: kama (begeerte), artha (rijkdom), dharma (spirituele doel), moksha (bevrijding). Het verhaal komt tot zijn hoogtepunt in moksha, wat door velen in India en daarbuiten wordt gezien als het ultieme menselijke levensdoel. Karma en dharma spelen een integrale rol in de Mahabharata.

De vele mythen in de Mahabharata staan vol met paradoxen. Door die paradoxen wordt een diepzinnige boodschap gegeven voor hen die de symboliek daarvan kunnen doorzien. Zo liegt iemand die niet kan liegen en wordt iemand die onoverwinnelijk is, overwonnen. Voor iemand die noch bij dag, noch bij nacht, noch in het water, noch in de lucht gedood kan worden, komen de goden bijeen en zij laten hem sterven door hem in de avondschemering in het schuim van de zee te laten stikken. Of iemand krijgt een onoverwinnelijk wapen in de vorm van een spreuk en daarna krijgt hij de vervloeking dat hij die spreuk op het moment dat hij hem nodig heeft, vergeet. Of een demon krijgt van de oppergod Shiva, als beloning voor zijn meditatie, de macht om iedereen te kunnen verbranden, bij wie hij zijn hand boven het hoofd houdt. Als dan de demon de oppergod Shiva zelf op die manier wil vermoorden, komt de god Vishnoe te hulp in de vorm van een verleidelijke vrouw die in een dans met die demon, in extase hemzelf zijn hand boven zijn eigen hoofd laat houden. Op deze onnavolgbare manier geeft de Mahabharata via vele paradoxen die in elkaar zijn vervlochten, onder andere een antwoord op de vraag of er predestinatie is of vrije wil. Beide zijn een werkelijkheid. Om dit in te voelen dient men door te dringen in de essentie van Dharma (de juiste actie in het leven op het juiste moment, dat uitgaat boven het duale van goed en kwaad) en Karma, de wet van oorzaak en gevolg, de causaliteit die niet alleen mechanisch maar ook emotioneel en spiritueel begrepen dient te worden. (Zoals: wie goed doet, goed ontmoet)

Verhaal De Mahabharata bestaat uit meerdere lagen, maar is vooral onder te verdelen in een dramatische vertelling en de moraliserende didactische uitleg daarop. In de kern is het een verhaal uit de vroege Vedische tijd over de Bharata-oorlog waarvan de historiciteit betwist is. Dit verhaal werd oorspronkelijk verteld door suta's, barden die vaak ook wagenmenners waren, maar met onder meer vertellingen over polyandrie en parricide paste dit niet in de latere brahmaanse samenleving. De brahmanen gaven het kernverhaal dan ook een didactische uitleg die deze uitwassen moesten verklaren.This story is in its details so abhorrent to the writers of the epic that they make every effort to whitewash the heroes, at one tune explaining that what they did would have been wicked if it had not been done by divinely inspired heroes; at another frankly stating that the heroes did wrong. It is not then probable that had the writers intended to write a moral tale they would have built on such material. Hence the tale existed as such before it became the nucleus of a sermon. There are then two elements in the epic, narrative and didactic. (1901): The Great Epic of India. Character and Origin of the Mahabharata, Motilal Banarsidass Publishers, p. 363

Deze brahmanisering werd versterkt door de brahmanen in de Mahabharata een onoverwinnelijke status te geven. Dit moest de luisteraars, waaronder ook Kshatriya's, ervan doordringen dat de macht van de brahmanen boven die van koningen ging.

De tijd en de voorgeschiedenis thumb|Brahma wordt geboren uit de navel van Vishnoe.