De roodwangschildpad of roodwangsierschildpad (Trachemys scripta elegans) is een waterminnende schildpad uit de familie van de moerasschildpadden (Emydidae). De roodwangschildpad is een ondersoort van de lettersierschildpad (Tracemys scripta). De schildpad heeft verschillende wetenschappelijke namen gehad, omdat de inzichten over de relatie van het dier met verwante soorten in de loop der tijd zijn veranderd. Een van deze synoniemen die in literatuur veel wordt gebruikt, is Pseudemys scripta elegans.
De roodwangschildpad komt van nature voor in het zuiden van de Verenigde Staten en in Mexico. De schildpad is een alleseter die zowel kleine dieren als plantaardig materiaal eet. Vijanden zijn grotere vleesetende reptielen zoals krokodilachtigen en rovende zoogdieren. De eieren en jonge schildpadjes worden door vele dieren gegeten, variërend van mieren tot vissen.
De schildpad dankt zijn naam aan de kenmerkende rode vlek op iedere zijkant van de kop. Rode vlekken komen ook wel voor bij andere schildpadden, maar zijn dan anders van vorm, grootte en positie op het lichaam. Het schild en de rest van het lichaam is groen van kleur, met opvallende, gele strepen. De buikzijde is geel van kleur en heeft enkele donkere vlekken.
Dit artikel geeft - tenzij anders vermeld - een overzicht van de roodwangschildpad onder de natuurlijke omstandigheden (in het wild). De informatie betreffende in gevangenschap gehouden dieren (huisdieren) is gebaseerd op verschillende bronnen en kan deels verouderd zijn.
Naamgeving en taxonomie thumb|left|Schets door Georges Cuvier uit 1834
De roodwangschildpad is door zijn bekendheid in veel publicaties beschreven. Hierbij zijn in de loop der tijd verschillende namen gebruikt, wat wel tot verwarring leidt. De verschillende namen zijn een gevolg van vernieuwde inzichten in de afstammingsgeschiedenis van de groep waartoe de roodwangschildpad behoort.
De wetenschappelijke naam van de roodwangschildpad werd gepubliceerd door Maximilian zu Wied-Neuwied in 1839. De geslachtsnaam Trachemys is een samensmelting van de Oudgriekse woorden τραχύς, trachus (ruw) en ἐμύς, emus (schildpad). De soortaanduiding scripta betekent geschreven of gemarkeerd en de ondersoortaanduiding elegans betekent 'sierlijk'.
De roodwangschildpad is een van de drie ondersoorten van de lettersierschildpad. De lettersierschildpad komt voor in grote delen van de VS. Vroeger werden er dertien verschillende ondersoorten toegekend aan de lettersierschildpad, maar de meeste hiervan worden tegenwoordig als aparte soort gezien. De oorspronkelijke naam van de lettersierschildpad was Testudo scripta en de wetenschappelijke naam is later veranderd in Crysemys scripta en nog later werd de wetenschappelijke naam Pseudemys scripta gebruikt. De roodwangschildpad is met name onder deze laatste naam bekend geworden en de verouderde wetenschappelijke naam Pseudemys scripta elegans is sterk ingeburgerd en wordt daarnaast in de literatuur vaak gebruikt.
Uiterlijke kenmerken thumb|Vooraanzicht van de schildpad thumb|Soms komen albino's voor; ze maken geen pigment aan en blijven geheel wit.
De schildpad bereikt een schildlengte van ongeveer 25 centimeter. De vrouwtjes worden aanzienlijk groter dan de mannetjes. De lichaamskleur is groen. Vooral jonge dieren hebben een complexe tekening van gele lijnen op de huid en het schild, die echter verdwijnt als de dieren ouder worden. Oudere exemplaren hebben vaak een donkerbruine kleur. De buikzijde is altijd geel met donkere vlekken. Op ieder buikschild is een vlek aanwezig. Bij oudere exemplaren zijn de vlekken vaak versmolten tot een enkele grote donkere vlek.
De roodwangschildpad kent net als sommige andere schildpadden een sterke seksuele dimorfie, dit betekent dat de geslachten er anders uitzien. Het vrouwtje wordt bijna de helft tot twee keer zo lang als het mannetje. Een mannetje heeft een schildlengte tot ongeveer 20 centimeter, terwijl een vrouwtje een schildlengte tot maximaal 30 cm kan bereiken. Omdat een vrouwtje groter wordt, is ze ook aanmerkelijk zwaarder; ze kan een lichaamsgewicht tot twee kilogram bereiken.Behalve door het kleinere lichaam zijn mannetjes van vrouwtjes te onderscheiden door de veel langere nagels aan de voorpoten, de dikkere staart en de meestal grotere en meer afstekende rode vlek, hoewel dit laatste niet altijd te zien is.
De volwassen exemplaren hebben een olijfgroene tot grijsgroene kleur, oudere dieren worden bruin tot grijs. De tekening van gele lijnen op de huid en de vlekken op het schild worden aanzienlijk vager. De juvenielen zijn heldergroen van kleur, de gele lijnen en de vlekken op het schild zijn zeer geprononceerd. Na enkele jaren wordt de tekening van de jonge dieren vager.
Bij de roodwangschildpad komen soms albino's voor, dit zijn exemplaren die geen pigmenten aanmaken en geheel wit van kleur zijn. Ook het tegenovergestelde komt voor: dieren die heel donker tot zwart van kleur zijn, dit wordt melanisme genoemd. Melanisme komt ook voor bij de andere ondersoorten van de lettersierschildpad en dergelijke donkere exemplaren zijn heel moeilijk op naam te brengen.
Kop De kop is net als bij andere schildpadden ovaalvormig met de welbekende rode vlek op de wang een brede basis en een concentrisch en snel toelopend uiteinde. Aan de voorzijde van de kop zijn de neusgaten gelegen, aan de bovenzijde van de neusgaten is een klein groefje aanwezig. De ogen zijn aan de bovenzijde van de kop gepositioneerd, ze puilen duidelijk uit aan de bovenzijde. Ze hebben een gele iris en een zwarte pupil. Door het oog loopt een zwarte oogstreep, die enigszins schuin geplaatst is ten opzichte van het lichaam. Omdat de schildpad zijn kop altijd schuin omhoog steekt, is de oogstreep bij actieve exemplaren altijd horizontaal.
Onder de kop is de keelzak gelegen die sterk uitgezet kan worden. De schildpad gebruikt de keelzak om een prooi in de keel te zuigen, terwijl hij zich onder water bevindt (zie ook onder voedsel).
De roodwangschildpad dankt de naam aan de duidelijk zichtbare, donker omzoomde langwerpige helrode vlek net achter het oog. Deze vlek wordt de postorbitale vlek genoemd; post betekent 'achter' en orbitaal betekent 'oog'.
Schild thumb|260px|Hoornplaten van het rugschild
Het schild is koepelvormig en het middendeel is verhoogd zodat het schild een aan beide zijden aflopende vorm heeft. Het schild bestaat uit een rugschild of carapax en een buikschild of plastron. Deze twee delen zijn aan weerszijden van het schild, tussen de poten, verbonden met een benen brug.Het rugschild is groen van kleur met een lichtere lijnentekening. De groene kleur wordt bij oudere dieren donkerbruin en de lijnentekening gaat verloren.
De roodwangschildpad beschikt net als andere schildpadden over een inwendig schild, bestaande uit vergroeid botweefsel en daarnaast hebben alle soorten een uitwendig schild bestaande uit verharde huidplaten, die de hoornplaten worden genoemd. De botten van het inwendige schild groeien met de schildpad mee, maar de huidplaten worden net zoals bij alle andere reptielen regelmatig afgeworpen. De onderliggende hoornplaat is zachter en vormt zich over het grotere lichaam, vervolgens hardt de plaat uit tot de volgende vervelling zich aandient.
De hoornplaten van schildpadden kennen een afwijkende structuur waardoor ze te herkennen zijn. De hoornplaten zijn verdeeld in verschillende typen, afhankelijk van de configuratie, en worden onderscheiden door verschillende namen. Op de afbeelding rechts zijn de hoorplaten van de schildpad weergegeven. Bij de roodwangschildpad zijn er vijf schildplaten aanwezig aan de bovenzijde die een lengterij vormen, dit zijn de wervelschilden of vertebrale schilden (V). Aan weerszijden van de wervelschilden zijn de ribschilden of costalen (C) gelegen, dit zijn er steeds vier aan iedere zijde. Aan de randen van het schild zijn de randschilden of marginaalschilden (M) aanwezig, dit zijn er altijd 12 aan iedere zijde van het schild. Op de afbeelding zijn niet alle marginalen weergegeven maar slechts de platen aan de rechteronderzijde van het schild. Aan de voorzijde van het schild, boven de nek, is het enkelvoudige nekschild (N) of nuchale schild gelegen.
Poten en staart thumb|260px|right|Mannetjes hebben opvallend lange nagels aan hun poten die gebruikt worden bij de balts.
De huid van de poten is groen van kleur en heeft gele strepen die afsteken tegen de groene kleur door een dunne, donkere omzoming. De poten van de roodwangschildpad zijn kort en breed, vooral de achterpoten zijn sterk verbreed. De poten worden voornamelijk gebruikt om te zwemmen. De roodwangschildpad is een goede zwemmer die geen moeite heeft met stromende wateren al hebben deze niet de voorkeur. De schildpad gebruikt de poten ook om zich op het land te hijsen om te zonnen, hierbij komen de klauwen van pas. Mannetjes gebruiken hun klauwen bij de balts (zie ook onder voortplanting). De poten worden bij het zonnen gedraaid om meer warmte op te nemen.
De staart van de schildpad heeft geen echte functie meer en is klein en dun. De staart is net als de poten olijfgroen van kleur en heeft gele strepen. De staart kan worden bewogen en wordt bij verstoring net als de kop en poten onder het schild gebracht. De staart kan echter niet worden ingetrokken zoals de ledematen en de kop, maar wordt zijwaarts gebogen onder het schild. De staart is een van de onderscheidende kenmerken tussen mannetjes en vrouwtjes. De staart heeft bij een mannetje een duidelijk bredere basis en is ook veel langer. Daarnaast is de cloaca van de schildpad buiten de schildrand gepositioneerd. De cloaca van een vrouwtje is altijd onder de schildrand gelegen.
Onderscheid met andere soorten thumb|260px|right|De geelbuikschildpad heeft een gele vlak aan iedere zijde van de kop.
De roodwangschildpad is door de aanwezigheid van de rode oorvlekken slechts met weinig andere schildpadden te verwarren. Een gelijkende soort is Trachemys callirostris, die eveneens een rode vlek achter het oog heeft, maar deze soort heeft een opvallende tekening aan de voorzijde van de snuit. Trachemys yaquia heeft een lichtere postorbitale vlek die kleiner is. De onechte landkaartschildpad (Graptemys pseudogeographica) lijkt ook enigszins op de roodwangschildpad, maar is te onderscheiden door de sterkere kiel bij de volwassen dieren en de zaagachtige hoornplaten op het midden van het rugschild van de jongere dieren.
Van de andere ondersoorten van de lettersierschildpad, de geelwangschildpad en de geelbuikschildpad is de roodwangschildpad gemakkelijk te onderscheiden. De geelwangschildpad heeft altijd twee gele strepen aan de zijkant van de kop die evenwijdig aan elkaar lopen en een geel buikschild met altijd meer dan vier donkere vlekken. De geelbuikschildpad heeft een wat boller schild en bezit een dwarsverbinding die een dikke, S-vormige streep vormt op de zijkant van de kop tussen de twee parallelle strepen achter het oog. Hij heeft eveneens een gele buik, maar deze heeft maximaal vier donkere vlekken."Houden van waterschildpadden - Complexer dan men denkt" op de KHK.be - An Beyens
De roodwangschildpad, de geelwangschildpad en de geelbuikschildpad zijn alle drie ondersoorten van dezelfde soort en kunnen dus met elkaar kruisen (hybridiseren). De nakomelingen van deze dieren zijn vaak moeilijk op naam te brengen, omdat ze de kenmerken van beide ouderdieren delen.
Levenswijze thumb| Zonnende roodwangschildpad
De roodwangschildpad is een dagactieve ondersoort die zich 's nachts terugtrekt in het water om te slapen. Overdag wordt zowel 's ochtends als aan het eind van de middag een zonnebad genomen. Op het heetst van de dag bevinden de dieren zich in het water. Het nemen van een zonnebad heeft verschillende doeleinden. Het belangrijkste is dat een opgewarmde schildpad veel sneller is dan een exemplaar dat lang in het water heeft gezwommen. Dit komt doordat schildpadden koudbloedig zijn. Ook werken de lichaamsprocessen sneller bij een hogere lichaamstemperatuur.