Een studentenclub is in Vlaanderen een vriendenkring van studenten. Studentenclubs verzamelen meestal leden naar streek van afkomst en/of politiek-maatschappelijk engagement. Een studentenclub is een studentenorganisatie die zich specifiek richt op het sociale aspect, zoals een studentengezelligheidsvereniging.

Het Nederlandse equivalent van een studentenclub is een dispuut, hoewel Vlaamse clubs beduidend zelfstandiger opereren, soms zelfs geheel zelfstandig.

Geschiedenis en geografie De studentenclubs zijn in het Nederlandstalige gebied vooral bekend in Vlaanderen en zijn geschoeid op het Duitse traditionele studentenleven. De eerste clubs in Vlaanderen dateren van het eind van de 19e eeuw: Ons Hageland 1874, L'Association Royale Générale des Etudiants Catholiques de Gand 1880, de Koninklijke Antwerpse Studentenkring (K.A.S.K.) 1881, Moeder Kortrijkse Leuven 1884, Nederlandse Studentenkring 1884, Hollandia Lovaniensis 1886, Moeder Brugse 1886 en Moeder Westland Leuven. Door de Eerste en Tweede Wereldoorlog enerzijds en door de nalatigheid van sommige presidia anderzijds zijn er onduidelijkheden over de oprichtingsdata van bepaalde clubs. De club Moeder Meense Leuven heeft zo een voorgeschiedenis die volgens geschriften al zou teruggaan tot de jaren 1879/1880. Dit zou Moeder Meense de oudste West-Vlaamse club maken en de op een na oudste na Ons Hageland uit de studentencodex. Zoals de naam aangeeft zijn clubs bijna altijd streekgebonden: ze verenigen studenten van een bepaalde regio (vaak colleges) en zijn vaak actief in de Vlaamse ontvoogding. Vanuit dit politiek-maatschappelijk engagement bestaan er ook studentenclubs zonder geografisch wervingsgebied, zoals het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond en de in 1976 daarvan afgesplitste Nationalistische Studentenvereniging. Deze zijn nog steeds actief in de Vlaamse beweging, waardoor het sociale aspect niet het enige doel is.

In de hoogtijdagen van de studentenclubs waren bijna alle studenten aangesloten bij een of meerdere clubs en bleef er een nauwe samenwerking tussen ex-leden in een later beroepsleven (sociaal netwerk). Sedert de jaren zestig is echter een gestage afbouw van de invloed en participatie van de studentenclubs te merken. Veel van de clubtradities leven nog in een of andere vorm bij studie-gerelateerde verenigingen (studentenkring), hoewel veel minder geformaliseerd dan bij daadwerkelijke clubs. Desalniettemin is er bij deze kleiner geworden clubs nog sprake van een sterke verticale werking, door middel van een hechte band met oud-leden.

Werking Bij de kennismakingsavonden of openclubavonden waarbij iedereen welkom is, traditioneel aan het begin van het nieuwe academiejaar, worden de niet-leden "feuten" of "foetussen" genoemd. Na enkele activiteiten kun je je als niet-lid laten dopen waarna je schacht (kandidaat-lid) wordt, meestal krijg je op deze avond, na succesvol de doop te hebben ondergaan, je clublint die je om de linkerschouder draagt. Als schacht kun je naar de cantussen en ook de activiteiten van de club, die na de doop enkel toegankelijk zijn voor (kandidaat-)leden, gaan. In clubs met veel leden hebben schachten meestal de taak om te helpen met het praesidium voor, tijdens en na de activiteiten hoewel in kleinere clubs ook vaak de commilitones helpen. Aan het einde van het academiejaar vindt de ontgroening plaats, een tweede doopritueel, die de overgang van schacht naar commilito symboliseert, hierna ben je volwaardig lid en draag je het clublint rond de rechterschouder.

De organisatie van een club is hiërarchisch, ook tussen clubs onderling: aan het hoofd van een club staat een praeses of senior en een praesidium (vice-praeses, Major Schachtorum of schachtenmeester/-temmer, ab-actis, quaestor, cantor …). Clubs van een provincie worden verenigd in een gilde. Deze gilden worden op hun beurt weer overkoepeld door een SeniorenKonvent (SK). Clubs die verbonden zijn aan de universiteit en haar bijhorende faculteiten worden overkoepeld door het FaculteitenKonvent (FK). Doop- en ontgroenningsrituelen worden sinds de dood van Sanda Dia sterk gereguleerd en gecontroleerd door de overkoepelende organistaties. Elke club dient dan het doopdecreet van haar overkoepelende organisatie te ondertekenen, na te leven en de belangrijkste punten mee te delen aan de feuten/schachten.

Omdat studentenclubs traditioneel niet gemengd waren, is als tegenhanger van het SK in Leuven een Meisjesseniorenkonvent (MSK) opgericht dat verschillende studentenclubs met uitsluitend vrouwen vertegenwoordigt. Met als eerste vrouwelijke studentenclub ooit: Status Nascendi (1981-1984) opgericht door Josee Leen, die wel zelf de functie van praeses niet bekleedde. In tegenstelling tot het SK, hebben clubs uit het MSK geen gilden. In Vlaamse studentensteden met een recentere studentencultuur wordt deze scheiding niet of slechts zeer gedeeltelijk nageleefd.

Elke club heeft traditioneel gezien ook haar eigen clubcafé waar de club meestal voor activiteiten afspreekt, vaak wordt het clubcafé buiten de activiteiten ook de afspreekplaats onder de leden. Het café wordt voorzien met het clubschild en eventuele foto's, cadeaus en andere attributen die een rol spelen in de club. Bekende clubcafés zijn: De Salamander (Gent), 't Kanon (Kortrijk), Den Bros (Kortrijk). In Leuven hebben vele faculteiten ook fakbars, die worden uitgebaat door studentenverenigingen, in Gent zijn de enige fakbars de Yucca op het Kramersplein, dat uitgebaat wordt door de VEK, en de Delta in het Stalhof, dat uitgebaat wordt door de VTK.

In de meeste studentenclubs worden regelmatig cantussen gehouden. Op deze avonden wordt er bier geschonken en worden liederen gezongen uit de codex, volgens een vaste code met veel rituelen. Deze "zangavonden" dienen in veel clubs ook om organisatorische zaken te regelen zoals de lintoverdracht na praesesverkiezingen, uitsluitingen van leden en dergelijke. Deze zaken worden vrijwel altijd democratisch bepaald d.m.v. een stemming waarbij de helft + 1 nodig is, of 2/3 +1 bij belangrijke onderwerpen.

De meeste clubs kiezen er voor om ook tijdens het jaar openbare activiteiten te organiseren, dit bijna altijd ten voordele van de clubkas. Zo wordt er bij vrijwel elke club die groot genoeg is en genoeg aanzien heeft een galabal georganiseerd, deze kunnen variëren van een kleine feestzaal tot een grote (boeren)loods/stal of zelfs een expo. Er kunnen ook gewone fuiven worden georganiseerd, soms om, bijvoorbeeld, het begin/einde van het academiejaar te vieren, maar evengoed kan dit zonder echte aanleiding. Daarnaast organiseren clubs o.a. ook: eetfestijnen, cocktailstandjes of jeneverstandjes op kerstmarkten, voetbaltoernooien, ... . Deze evenementen kunnen van enkele tientallen mensen tot duizenden mensen aantrekken, zo ontving Student Street Soccer in Gent meer dan 30.000 toeschouwers en is dit na de Gentse Feesten en Student Kick-off het grootste evenement in Gent en het grootste door studenten georganiseerde evenement in Gent. Sommige clubs die bijvoorbeeld een lid verloren organiseren ook benefiet momenten t.v.v. wetenschappelijk onderzoek, foundations of gewoon om het lid te herdenken. Tijdens een lustrumjaar wordt er eventueel voor extra evenementen gezorgd en de reeds bestaande worden vaak extravaganter aangekleed.

Uiterlijke kenmerken Uiterlijke kenmerken van veel studentenclubs zijn pet en lint in de kleuren van de club (wordt door schachten links over de schouder gedragen, ouderejaars dragen die rechts). Traditioneel kan de senior zich onderscheiden door een breed lint met afbeelding van het clubschild te dragen. Dit gebruik veranderde in sommige studentensteden naar het gebruik dat alle presidiumleden een breed lint dragen, onder het clubschild staat dan de functie die het presidiumlid bekleedt. In Leuven en Diepenbeek (evenzo Hasselt) is het echter zo gebleven dat enkel de senior en oud-senioren een breed lint dragen.

In Vlaanderen gebruiken bijna alle studentenclubs een monogram of zirkel om zich te onderscheiden. Het is de studentenclub Moeder Sinjoria, voor mannelijke studenten uit het Antwerpse te Leuven, die de zirkel invoerde in het Vlaamse studentenleven in 1931.

Weekendclubs Studentenclubs zijn hoofdzakelijk vertegenwoordigd in studentensteden zoals Leuven, Gent, Kortrijk, Brussel en Hasselt. Dit zijn weekclubs. De activiteiten vinden plaats tijdens de week in de studentenstad waar de club gelegen is. In Zuid-West-Vlaanderen zijn er ook tal van weekendclubs. Dit zijn clubs die ondergebracht zijn binnen hun gemeente. Het concept hierachter is dat veel studenten van eenzelfde gemeente in verschillende steden studeren. Wanneer deze de vrijdag terug thuis komen wordt er afgesproken in het clubcafé. Het is de bedoeling om de studenten van eenzelfde gemeente te verenigen. De activiteiten zijn dezelfde als clubs in de grote studentensteden, alleen vindt alles hier plaats in het weekend. Bekende streekclubs zijn o.a.: Moeder Baekelandt (Langemark), Moeder Westlandia (Ieper), Moeder Leentje (Ieper), Moeder Bladluis (Poperinge), ...

Zie ook Seniorenkonvent Leuven Antwerpse Gilde Brabantse Gilde West-Vlaamse Gilde FaculteitenKonvent Gent SeniorenKonvent Gent

Club