Meester van de zwarte molen (oorspronkelijke titel: Krabat)Meester van de zwarte molen: Krabat - Otfried Preußler, Google Boeken is een jeugdboek uit 1971 van de Duitse kinderboekenschrijver Otfried Preußler.
Het verhaal draait vooral om kwaadaardige magie. Het speelt zich af rond het begin van de 18e eeuw, in de nabije omgeving van Schwarzkollm (een klein dorp dat tegenwoordig een deel van de gemeente Hoyerswerda is) in het toenmalige Keurvorstendom Saksen. Meer zijdelings komt ook oorlog als thema aan bod.
Het is een bewerking van een oude Sorbische sage over de molenaarsjongen Krabat Krabat: Reise in eine magische Welt, goethe.de. Gearchiveerd op 2 maart 2024..
Het verhaal 200px|thumb|"Krabat als raaf" (beeldje op een muur in Schwarzkollm)
Eerste jaar De 14-jarige Krabat heeft zijn beide ouders verloren als gevolg van een pokkenepidemie. Samen met twee andere jongens trekt hij nu rond als bedelmuzikant. Kort voor Driekoningen krijgt Krabat een droom waarin elf raven op een balk hem oproepen om naar de molen aan het Koselmoeras te gaan, en hij besluit hieraan gehoor te geven. Krabat vindt de molen en treft binnen de molenaar aan, die hem direct aanneemt als nieuwe leerjongen. Krabat krijgt gedragen kleren die blijken te hebben toebehoord aan zijn voorganger, die om dan nog onduidelijke redenen niet meer op de molen is. Tijdens zijn eerste nacht op de molen maakt Krabat kennis met de elf gezellen.
Als leerjongen moet Krabat gedurende de eerste paar maanden alle zeer zware vervelende klusjes opknappen, totdat hij dankzij de zwarte kunst heeft geleerd zijn werk lichter te maken. De meesterknecht, Tonda, is vooralsnog Krabats enige vriend en vertrouweling op de molen. Tonda helpt Krabat heimelijk als de Meester of de verklikker Lyschko het niet ziet.
De molen blijkt een vermomde school voor zwarte kunst te zijn, en de elf 'knechten' van de molenaar (ofwel "de Meester") zijn in werkelijkheid zijn tovenaarsleerlingen. Elke vrijdag moeten alle twaalf de tovenaarsleerlingen zich in raven veranderen, waarna de Meester hen teksten laat nazeggen uit het toverboek de Koraktor. Niemand kan weglopen van de molen, want de toverkracht van de Meester zorgt ervoor dat men dan aan het eind van de dag altijd weer bij de molen terug is. Krabat komt hier zelf achter in een van zijn dromen. Slechts met toestemming van de Meester kan men plaatsen elders bereiken, maar dat heeft dan wel een bepaald doel. Op Goede Vrijdag woont Krabat zijn eerste les in de zwarte kunst bij. De eerste keer lukt het hem nog niet om een voorgelezen bezwering na te zeggen, maar de Meester maakt hier opmerkelijk genoeg geen enkel probleem van.
Tijdens de daaropvolgende Paasnacht moeten de molenaarsjongens in paren van twee de nacht doorbrengen op een plaats waar ooit iemand een bijzondere dood gestorven is. Krabat en Tonda horen, terwijl ze die nacht de wacht houden, de meisjes uit het nabijgelegen dorp zingend de Paasnacht intrekken om paaswater te halen. Krabat hoort nu voor het eerst de mooie stem van de voorzangeres, de Kantorka.Dit is een flashforward; pas veel later verneemt Krabat via Juro dat alleen de liefde van een meisje hem kan bevrijden uit de macht van de Meester.
Iedere nacht waarin het nieuwe maan is rijdt een kar voor met een vreemdeling op de bok. De vreemdeling is gehuld in een mantel, draagt een hoed met een hanenveer en wordt alleen "Peetoom" genoemd. Tijdens deze speciale nachten moet iedereen extra aan het werk en zwijgen, en er moeten zware zakken waar iets onduidelijks in zit worden gemalen op de "Dode Gang", die anders nooit gebruikt wordt. Zelfs de Meester lijkt bang voor Peetoom.
Op een dag in de herfst wordt de molen bezocht door een groep verdwaalde ronselaars die in dienst zijn van de Saksische keurvorst. Zij proberen de molenjongens te werven voor het leger, maar worden door hun toverkunsten misleid.
Tonda geeft op een dag aan Krabat een mes, en zegt erbij dat dit als aandenken is bedoeld (op dat moment is nog onduidelijk wat Tonda hiermee bedoelt). Het mes heeft de bijzondere eigenschap dat het lemmet meteen zwart kleurt als degene die het mes vasthoudt en het openknipt, op dat moment zelf in groot gevaar is. Bij Tonda was het lemmet inderdaad zwart.
Op Oudejaarsavond − precies om middernacht − komt Tonda om. Alles wijst op een gewoon ongeluk, maar de weken ervoor waren alle gezellen op de molen duidelijk bang omdat ze wisten dat er iets stond te gebeuren. Tonda wordt haastig en zonder enig omhaal of gedenkteken begraven op een plek die bekendstaat als de Woestenij. Wanneer Krabat het Onze Vader voor zijn overleden vriend wil bidden, blijkt hij de tekst hiervan helemaal vergeten te zijn.
Tweede jaar Begin januari arriveert er een nieuwe leerjongen, Witko, die de kleren van Tonda krijgt. Er wordt door iedereen op de molen gedaan alsof Tonda nooit heeft bestaan. Michal is nu op de molen de beste in de zwarte kunst en beschermt Witko tegen het afbeulen door de Meester en het gepest door Lyschko.
Krabat wordt korte tijd later benoemd tot gezel. Tijdens het ene jaar op de molen blijkt hij bovendien lichamelijk niet één, maar wel drie jaar ouder te zijn geworden.
Tijdens de Paasnacht van dat jaar, die hij samen met Juro doorbrengt, treedt Krabat uit zichzelf en ziet zo voor het eerst de Kantorka in het echt. Hij wordt net op tijd door Juro teruggehaald, voordat het ochtend wordt en Krabat niet meer naar zijn lichaam zou hebben kunnen terugkeren. Vanaf dat moment is Krabat helemaal verliefd op de Kantorka.
Inmiddels blijkt dat de Meester zich in zijn vrije tijd bezighoudt met het manipuleren van de Saksische keurvorst, die in oorlogGezien de tijd waarin het verhaal speelt, wordt hier waarschijnlijk verwezen naar de Grote Noordse Oorlog. is met Zweden.
De Meester probeert zich met een list van de lastige Juro te ontdoen; hij geeft Krabat de opdracht om Juro op de markt in Wittichenau als paard te verkopen, in de hoop dat Juro er niet in slaagt zichzelf vervolgens weer terug te toveren. Krabat en Juro besluiten hierop de rollen om te draaien, maar de Meester blijkt dit al te hebben voorzien. Voor straf takelt hij Krabat, terwijl die in paardengedaante is, vreselijk toe. De Meester komt via Lyschko ook te weten dat Michal Witko helpt, waarna hij Michal in diens ravengedaante foltert.
Op een dag in de zomer krijgt de molen bezoek van de rondreizende gezel Hobbezak, die een wakend oog houdt op alle molenaars. In een tweegevecht met hanen blijkt Hobbezaks toverkracht sterker te zijn dan die van de Meester. De Meester is hierover zo verbolgen dat hij dit afreageert op zijn leerlingen; hij laat hen zes weken lang zich elke nacht (als ze hun toverkrachten niet kunnen gebruiken) afbeulen, totdat Peetoom weer langskomt en de Meester tot de orde roept.
Michal is de gezel die dat jaar op Oudejaarsavond sterft, net als Tonda precies een jaar eerder. Vanaf dat moment is duidelijk dat de twee sterfgevallen onmogelijk toeval kunnen zijn.
Derde jaar Krabat is nu van alle molenjongen zelf de beste geworden in de zwarte kunst. Hij beschermt Lobosch, de nieuwe leerjongen die enkele dagen na de jaarwisseling in de plaats van Michal op de molen komt en diens oude kleren krijgt. Lobosch was ook een van Krabats vroegere metgezellen onder de bedeljongens. De twee herkennen elkaar, maar het valt Lobosch op dat het leeftijdsverschil tussen hen beiden groter lijkt dan vroeger.
Omdat het die winter te weinig sneeuwt, krijgt de molenaar op een dag bezoek van de schout en enkele boeren die hem smeken om voor sneeuw te zorgen zodat de oogst niet in de grond kapotvriest. Hoewel de meester dit makkelijk had kunnen regelen, weigert hij dit omdat hij zijn magie nooit voor goede doelen aanwendt. Korte tijd later gaat het onverwacht toch sneeuwen; nadien blijkt dat Juro de boeren stiekem heeft geholpen.
Nadat hij de Kantorka nog eens heimelijk heeft bekeken, besluit Krabat extra hard op de zwarte kunst te studeren teneinde zich te bevrijden van de tirannie van de Meester. Juro waarschuwt hem echter dat de Meester met zijn eigen wapens proberen te verslaan niet de goede manier is: ieder jaar moet er immers een jongen sterven en Krabat zal de volgende zijn als hij zo doorgaat. Dit staat in de Koraktor: in ruil voor het jaarlijks offer en de hulp aan Peetoom verkrijgt de Meester zijn krachten. Het heeft geen enkele zin zich door middel van zwarte kunst tegen de Meester te verzetten: dat is kwaad met kwaad vergelden en de Meester is hoe dan ook te machtig. Slechts de liefde van een meisje kan hem bevrijden. Het meisje moet namelijk op Oudejaarsnacht haar geliefde opeisen, maar dient hem uit de andere molenjongens te herkennen. Anderen zoals Tonda hadden het al op die manier geprobeerd, maar faalden. De Meester kan op allerlei manieren de proef manipuleren. Zo is eerder al bijvoorbeeld Worschula omgekomen, het meisje op wie Tonda verliefd was en met wier hulp hij de betovering had willen breken. Andere gezellen die het ook via deze weg probeerden (zoals Janko aan het begin van Juro's eigen tijd op de molen), zijn op dezelfde manier in de Oudejaarsnacht gestorven.
Merten, een van de andere gezellen en Michals volle neef, heeft sinds Michals dood geen woord meer gezegd. Na een paar mislukte vluchtpogingen probeert Merten zich in uiterste wanhoop van het leven te beroven, door ophanging. Dit mislukt, maar Merten houdt hier voor de rest van zijn leven een scheve nek aan over.
De Meester houdt Krabat inmiddels al een tijdje nauwlettend in de gaten, wellicht dankzij Lyschko die Krabats verliefdheid ook al doorheeft. Krabat en Juro werken nu een plan uit om de wil van de Meester te weerstaan en bij de confrontatie Krabat herkenbaar te houden voor zijn meisje, bijvoorbeeld door als raaf de kop onder de rechtervleugel te houden in plaats van de linker. De Meester krijgt iets in de gaten en probeert Krabat en Juro tegen elkaar uit te spelen, bijvoorbeeld door hen gezamenlijk een droom te laten beleven die zich afspeelt in de Grote Turkse Oorlog en waarin Krabat en Juro het als soldaten tegen elkaar moeten opnemen. Deze list van de Meester mislukt. Intussen kleurt ook het mes dat Krabat van Tonda had gekregen, nu ineens zwart op het moment dat Krabat het weer openknipt. Het is daarmee duidelijk dat de Meester het speciaal op Krabat voorzien heeft. De Meester laat Krabat een paar keer op een zondag de stad in gaan, zogenaamd omdat hij Krabat wat plezier gunt, maar in werkelijkheid met als doel dat hij Krabat daar kan bespioneren en zien wie Krabats geliefde is.
Met Kerstmis doet de Meester Krabat een voorstel: als Krabat de molen en de bijbehorende school voor zwarte kunst overneemt, kan hij zelf de nieuwe Meester worden. Na verloop van tijd zal hij als machtig tovenaar een van de machtigste mannen ter wereld worden. Krabat zwicht niet voor de verleiding en weigert zijn kameraden te verraden. Hij wil bovendien wraak voor Tonda en Michal en iedereen die al eerder is geofferd. Hierop neemt de Meester Krabat 8 dagen al zijn toverkracht af. De dagen daarna tracht hij Krabat opnieuw te beïnvloeden door hem − net zoals in het begin − boze dromen te sturen.