Subtekst is de impliciete betekenis van een geschreven of gesproken tekst: datgene wat niet wordt uitgesproken, maar uit de tekst kan worden opgemaakt. Daarnaast wordt het woord 'subtekst' ook in andere betekenissen gebruikt; zie met name onderaan dit artikel.

Verzamelbegrip Subtekst is dat wat slechts wordt gesuggereerd; wat in de structuur tot uiting komt; of wat blijkt uit beeldspraak die een toevoeging aan de tekst geeft of die tekst juist ondermijnt.Merriam Webster's Encyclopedia of Literature (1995), s.v. "Subtext". Voor deze literaire procedés is in de loop der eeuwen een eigen terminologie en een geheel kritisch begrippenapparaat ontwikkeld. "Subtekst" duidt dus een veelheid van (impliciet gehouden) verschijnselen aan; het is een verzamelbegrip.

Het begrip is echter vooral gericht op de (verborgen) boodschap die wordt gecommuniceerd, terwijl vele vroegere begrippen eerder van toepassing waren op de technieken om die boodschap over te brengen.

Aangenomen wordt dat het begrip “subtekst” aan het Russische подтекст (podtekst, letterlijk “ondertekst”) is ontleend, dat het medio twintigste eeuw zijn intrede deed bij de taalkundige beschouwing van (literaire) tekstenPodtxt (bezocht 8 aug. 2007) en vervolgens ook werd toegepast op politieke en andere uitingen.

In de taalkunde is er debat over de definitie van het begrip tekst. Volgens één opvatting kan deze term alleen betrekking hebben op taaluitingen; een andere opvatting geeft een ruimere uitleg, en verklaart het begrip ook van toepassing op de communicatieve inhoud van andere uitingen, waaronder de beeldende kunsten.International Encyclopedia of Linguistics, William J. Frawley, ed. in chief, 4 dln, Oxford 20033, s.v. "Text". Een vergelijkbare uitbreiding wordt aan het begrip subtekst gegeven, ook dat wordt wel toegepast op niet-talige uitingen.

Motieven De aanwezigheid van subtekst kan een aantal oorzaken en redenen hebben, waaronder: Risicomijding: Sommige onderwerpen worden als hachelijk, maatschappelijk ongewenst of anderszins riskant beschouwd. Dan is het voor de auteur of spreker veiliger om er een toespeling op te maken dan om ze expliciet te bespreken. Efficiëntie: Subtekst kan dusdanig in tekst verweven zijn dat die tekst in staat is meer dan een boodschap tegelijk over te brengen. Effectiviteit: Tekst kan opdringerig zijn (te agressieve poging tot verkoop, te zeer uitgekauwde pointe) terwijl subtekst door zijn implicietheid de lezer niet hindert, of zelfs fascineert. Complexiteit: Een onderwerp kan dermate complex zijn dat iedere eenduidige tekst er onrecht aan zou doen. Die complexiteit kan in subtekst worden geïllustreerd.

Scala aan subtiliteit; kracht Tussen de tekst zelf, zoals die expliciet wordt uitgesproken of is neergeschreven, en subtekst kan een brede scala aan krachtsverhoudingen bestaan. Weliswaar is subtekst per definitie onuitgesproken, maar soms scheelt het niet veel of hij treedt aan de oppervlakte. In de televisieserie Are You Being Served? (Wordt u al geholpen?), die in de laatste decennia van de twintigste eeuw populair was, komt het personage Mr Humphries voor. Hij heeft een wiegend loopje, spreekt met hoge stem, en maakt toespelingen op de lichamelijke aspecten van mannelijke klanten die het tafereel (de modeafdeling van een warenhuis) bezoeken. Iedere kijker weet dat Mr Humphries homoseksueel is, maar uitgesproken wordt dit nooit. Door de herhaling (ieder optreden van Mr Humphries is ondenkbaar zonder het genoemde gedrag) en door het beroep dat zijn gedragingen doen op bestaande beeldvorming over homoseksuelen, is de subtekst zeer krachtig: de 'verborgen' boodschap kan niemand ontgaan. In Louis Couperus' verhalenbundel Korte arabesken wordt herhaaldelijk “mijn vriend Orlando”, ook wel “mijn Italiaanse vriend” ten tonele gevoerd.Louis Couperus, Korte arabesken (1911); bijvoorbeeld het verhaal "Avond in het Casino". Niet alleen ontbreken hier alle verdere toespelingen op homoseksualiteit, ook is de verteller getrouwd, en over de aanwezigheid van subtekst die naar de geaardheid van de verteller verwijst, valt te twisten. De subtekst is zwak aanwezig. Een tussengeval is Multatuli's legende van “De Japanse steenhouwer” in Max Havelaar.Multatuli, Max Havelaar, of De koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij (1860). Het verhaal "De Japansche steenhouwer" komt in een eerdere versie voor in het Tijdschrift voor Neêrland's Indië (april 1842) onder het pseudoniem Jeronimus (= W.R. baron van Hoëvell). De ontevreden steenhouwer krijgt de kans van gedaante en functie te veranderen, maar na vele wederwaardigheden wordt hij toch weer steenhouwer, nu zonder morren. De tekst verhaalt van onvervuld verlangen en experiment; er wordt subtekst meegezonden (“wees tevreden met wat je bent”) die enige interpretatie vereist.

Literatuur Hoewel definities van het begrip “literaire kunst” uiteenlopen, is het niet omstreden dat literatuur door de lezer wordt geïnterpreteerd, en vaak wordt zelfs gezegd dat alle literatuur polyinterpretabel is.

Interpretatie veronderstelt subtekst (die door de uitleg bewust of onbewust aan het licht wordt gebracht); polyinterpretabiliteit veronderstelt het gelijktijdig opereren van meerdere vormen van subtekst. De opvatting dat naast de expliciete tekst slechts één set van implicaties, één subtekst, zou bestaan, is een oversimplificatie. Een tekst kan verschillende “lagen” van subtekst hebben, in interactie met elkaar en met de expliciete tekst. Daarnaast kan de auteur, zich bewust van het verschijnsel “subtekst”, ook nog met dat verschijnsel gaan spelen, bijvoorbeeld door tekst en subtekst nadrukkelijk tegenover elkaar te plaatsen.

Ondermijning De ondermijnende subtekst Zo kan subtekst de uitgesproken tekst ondermijnen. Dit procedé wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer een “onbetrouwbare verteller” ten tonele wordt gevoerd. Mevrouw X, de ik-persoon, vertelt ons dat haar echtgenoot zo'n handig zakenman is, zo intelligent en zo gerespecteerd door zijn collega's. Zij geeft echter voorbeelden waaruit blijkt dat die schranderheid vooral wordt aangewend ten nadele van zwakkere handelspartners; of in een ander hoofdstuk blijken de opinies van die collega's helemaal niet zo gunstig; of verderop gaat de “handige” zakenman failliet. Hier kan subtekst aanwezig zijn die het beeld van de heer X corrigeert, of die Mevrouw X als dom en verblind kenschetst, of juist als een (te) toegewijde echtgenote. In Herman Melvilles PierreHerman Melville, Pierre: or, The Ambiguities (1852), Chapter III wordt een preek weergegeven. De moralist wil ons doen geloven dat de voorschriften van de Bijbel in de praktijk niet houdbaar zijn: een mens kán niet altijd kwaad met goed vergelden, hij kán niet al zijn bezittingen aan de armen schenken:

For, does aught else completely and unconditionally sacrifice itself for him? God's own sun does not abate one tittle of its heat in July, however you swoon with that heat in the sun. And if it did abate its heat on your behalf, then the wheat and the rye would not ripen; and so, for the incidental benefit of one, a whole population would suffer. Want is er ook maar iets dat zich geheel en onvoorwaardelijk voor hém opoffert? Gods eigen zon tempert geen sprankje van zijn juli-hitte, hoezeer je ook in de zon neervalt bij die hitte. En als hij zijn hitte wél opgaf om jouwentwille, dan zouden tarwe en rogge niet rijpen, en zo zou voor het eenmalig voordeel van één mens een hele bevolking moeten lijden.

Maar Melvilles lezers waren vertrouwd met de Bijbel, en als ze ook nog voldoende geschoold waren in het interpreteren van tekst, ontwaarden zij hier een dubbele bodem (subtekst). “God's sun” klinkt precies zoals “God's son”: en de woordspeling was in de literatuur al eeuwen bekend. En “tittle” is verwant met “title”, dat als één betekenis heeft: “recht, aanspraak”. Maar “Gods eigen zoon” gaf nu juist wel zijn aanspraken op, en offerde zich geheel voor de mensheid. Daarbij gaf, aldus de Bijbel, de hogepriester Kajafas te kennen dat er beter één individu kon lijden dan het hele volk.Joh. 11:50 De laatste zin uit het citaat is hiervan een echo, en opeens blijkt de prediker in hetzelfde kamp te verkeren als de priester, nu juist een tegenstander van Christus. De tekst wordt door subtekst ondermijnd, en in dit geval zijn de instrumenten: woordspeling en intertekstuele verwijzing (naar de tekst van de Bijbel).

De ondermijnde subtekst Het omgekeerde is ook mogelijk: er fungeert juist subtekst, maar die wordt door de expliciete tekst gesubverteerd. Parodie en pastiche werken op deze manier. Het letterlijke verhaal doet de ervaren lezer steeds aan een bepaalde schrijfstijl of een bestaand werk denken, dat wordt bekritiseerd of waarmee de draak wordt gestoken. Het reeds bestaande werk fungeert als subtekst en wordt door het nieuwe werk ondermijnd. In de Renaissance kwam onder invloed van Petrarca de sonnetvorm in zwang. In deze gedichten werd de geliefde vaak hemelhoog geprezen: het vers vormde een catalogus van haar charmes en deugden. Als reactie hierop gingen de "antipetrarkisten" gedichten schrijven waarin de geliefde een heel gewoon mens bleek te zijn: My mistress' eyes are nothing like the sun (“Haar ogen hálen het niet bij de zon”).Shakespeare, Sonnet CXXX (1609) Deze tekst functioneert alleen als de lezer de subtekst (de bestaande traditie die erin doorklinkt) herkent, en onderkent dat de traditie wordt afgevallen.

Contrapunt Subtekst kan een geheel andere strekking hebben dan de expliciete tekst. Een historiestuk van Shakespeare kan worden gelezen als geschiedschrijving, al is die geschiedschrijving voor ons wellicht achterhaald. Daarnaast kan het stuk echter ook informatie verschaffen over de positie die de koning innam in de Renaissancemaatschappij. Een middeleeuwse allegorie is veelal didactisch van aard: zij wil de lezer kennis bijbrengen of hem moreel vormen. De lezer-tijdgenoot schotelt zij echter tegelijkertijd avontuur en vermaak voor, de hedendaagse lezer geeft zij informatie over ideeën en leefwijzen zoals die in de middeleeuwen golden.

Structurering De moderne literatuurtheorie gaat ervan uit dat in alle literatuur thematiek te onderkennen valt.Zie bijvoorbeeld: Cleanth Brooks, The Well-Wrought Urn (1947; vele herdrukken) De thema's zijn dan de centrale concepten van het literaire werk, datgene wat het werk wil overbrengen. (Het begrip “boodschap” wordt doorgaans van de hand gewezen.)

De thematiek is doorgaans impliciet aanwezig: weliswaar komt het voor dat de thema's expliciet worden gemaakt, maar dat wordt veelal beschouwd als remmend, neerbuigend en te zeer op uitleg gericht. Aldus structureert de thematiek het verhaal; de aaneenschakeling van gebeurtenissen vormen de plot, het thema brengt in die gebeurtenissen eenheid en samenhang. Wat hebben reuzen, een vliegend eiland, dwergen en sprekende paarden met elkaar te maken? Op het niveau van de plot lijken ze gezamenlijk niet meer dan een fantastische vertelling op te leveren, en mede daarom zijn gedeelten van Jonathan Swifts Gullivers reizen wel als kinderboek uitgegeven. Wie naar subtekst zoekt, ontwaart echter een thematische eenheid: satire, kritiek op het menselijk doen en laten. Vruchteloze debatten over het verorberen van een ei (kopje afslaan? pellen?) worden opeens een metafoor voor het menselijk politiek gekrakeel op-de-vierkante-centimeter; de Houynhnhms blijken bedoeld als nobeler alternatief voor een afschuwwekkende mensheid.Jonathan Swift, Travels into Several Remote Nations of the World, by Lemuel Gulliver, first a Surgeon, and then a Captain of Several Ships (1726)

Tijdelijke subtekst Wat onuitgesproken is, kan uitgesproken wórden. Nadat subtekst als toespeling in een tekst is opgetreden, kan de auteur hem expliciet maken, en dan wordt hij uiteraard tekst.