De Eerste Wereldoorlog, voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 nog de Grote Oorlog genoemd, was een wereldoorlog die in Europa begon op 28 juli 1914 en tot 11 november 1918 om 11:00 duurde. Elf november bleef bekend als Wapenstilstandsdag.

miniatuur|Kaart van Europa bij uitbraak van de oorlog Alle grootmachtenNederland, Spanje en Zweden waren neutraal. van de wereld waren bij deze oorlog betrokken en werden samengesteld in twee conflicterende allianties: de geallieerden (gecentreerd rond de Triple Entente van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland) en de centralen (oorspronkelijk gecentreerd rond de Triple Alliantie van Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië). Deze bondgenootschappen reorganiseerden zich (Italië liep in 1915 over naar de geallieerden) en breidden zich uit naarmate er meer landen meededen met de oorlog (Roemenië sloot zich aan bij de geallieerden, het Ottomaanse Rijk en Bulgarije kwamen bij de Centralen). Uiteindelijk werden er meer dan 70 miljoen militairen, onder wie 60 miljoen Europeanen op een bevolkingsgrootte van 460 miljoenHaythornthwaite, Philip J., The World War One Source Book Arms and Armour, London, 1993, ., gemobiliseerd in een van de grootste oorlogen in de geschiedenis. Meer dan 9 miljoen soldaten (13%) werden gedood, vooral als gevolg van de grote technologische vooruitgang in vuurkracht (het was de eerste oorlog waarin fabrieksmatig en snel geproduceerde middelen en de techniek de overhand kregen, zoals machinegeweren, gifgas, kanonnen en prikkeldraad, en waarin tanks en vliegtuigen algemeen in gebruik genomen werden) zonder overeenkomstige ontwikkelingen in mobiliteit (de gebruikte tactieken dateerden nog uit de 19e eeuw en dat was volgens polemologen een van de oorzaken van de enorme aantallen doden (meer dan 16 miljoen) en gewonden (meer dan 21 miljoen gewonde militairen (30%)).World War I casualties, Nadège Mougel, 2011, Centre européen Robert Schuman

Een andere belangrijke factor die ook bijdroeg aan de massale opoffering van mensenlevens was de mogelijkheid enkele jaren achtereen constant opeenvolgende lichtingen met duizenden jonge mannen als dienstplichtigen op te roepen, naar de fronten te voeren en daar in te zetten. Deze inzet werd vooral berucht doordat er door de verouderde tactieken vaak slechts futiele successen konden worden gemeld, ondanks de opoffering van zeer grote aantallen militairen. Dit uitte zich in de verovering van kleine stukjes veelal kapotgeschoten niemandsland, die vervolgens over en weer opnieuw moesten worden verdedigd of heroverd met even massale tegenaanvallen, de zogenoemde stellingenoorlog. Het was het op vijf na dodelijkste conflict in de wereldgeschiedenis, dat vervolgens de weg vrijmaakte voor politieke hervormingen en/of revoluties in de betrokken landen. In Frankrijk (in 1914 41 miljoen inwoners) stierf naar schatting 4,3% van de bevolking, in Verenigd Koninkrijk 2,1% (op 43 miljoen inwoners), in Duitsland (67 miljoen inwonersThe German Empire, 1871–1914; bezocht op 23 mei 2022, britannica.com) 3,8%, in de Oostenrijks-Hongaarse monarchie 3,7% (van de 51 miljoen inwonersAustria in 1914. bezocht op 23 mei 2022, spartacus-educational.com), in het Ottomaanse rijk (met een bevolking van 18,5 miljoen1914 Ottoman population, 1830-1914: demographic and social characteristics, Karpat K.H., 1985, University of Wisconsin, blz. 189 -190, 242) 14,5%, in het Russisch rijk 1,7% (van de 166 miljoen inwonersRussia in 1914, bezocht op 28 mei 2022, spartacus-educational.com).Ook zouden na deze oorlog ingrijpende grenswijzigingen plaatsvinden, die evenals een plicht tot herstelbetalingen aan de verliezende staten werden opgelegd middels diverse verdragen. Daarbij werd door de overwinnaars veel van hun grondgebied (en aan Duitsland tevens het overzees koloniaal bezit) ontnomen.

Op 28 juli begon het conflict met de Oostenrijks-Hongaarse invasie van Servië, gevolgd door de Duitse aanval op Frankrijk via België en Luxemburg en een Russische aanval op Duitsland. Nadat de Duitse opmars naar Parijs tot stilstand was gebracht, vestigde het westfront zich in een statische uitputtingsslag van een loopgravenoorlog die weinig veranderde tot 1917. In het oosten vocht het Russische leger met succes tegen de Oostenrijks-Hongaarse troepen, maar werd het teruggedrongen door het Duitse leger. Bijkomende fronten werden geopend nadat het Ottomaanse Rijk toetrad tot de oorlog in 1914, Italië en Bulgarije in 1915 en Roemenië in 1916. Het Russische Rijk ging ten onder in de Russische Revolutie van 1917, en Rusland stapte uit de oorlog na de Oktoberrevolutie later dat jaar. Na een Duits offensief langs het westfront in 1918, betraden Amerikaanse troepen de loopgraven en de geallieerden drongen de Duitse legers terug in een reeks van succesvolle offensieven. Duitsland, dat zijn eigen problemen had met revolutionairen op dat moment (de Novemberrevolutie), stemde in met een staakt-het-vuren op 11 november 1918, dat later bekend zou staan als Wapenstilstandsdag. De oorlog eindigde als een overwinning voor de geallieerden.

Tegen het einde van de oorlog waren vier van de imperialistische grootmachten – het Duitse, Russische, Oostenrijks-Hongaarse en Ottomaanse rijk – militair en politiek verslagen: de opvolgersstaten van de eerste twee verloren veel grondgebied, terwijl de laatste twee volledig ophielden te bestaan.Willmott, H.P. (2003), World War I, New York: Dorling Kindersley, , p.6 Uit het Russische Rijk ontstond de revolutionaire Sovjet-Unie, terwijl in Centraal-Europa allerlei nieuwe kleine staten werden gevormd.Keegan, 1988, p. 7 De Volkenbond werd gesticht in de hoop een dergelijk conflict in de toekomst te voorkomen. Maar uit deze oorlog kwam het Europese nationalisme voort en het uiteenvallen van de vroegere rijken. De gevolgen van de nederlaag van Duitsland en de Vrede van Versailles zouden op termijn bijdragen aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939.Keegan, 1988, p. 11

Overzicht De Eerste Wereldoorlog werd vooral in Europa gevoerd. De aanduiding 'wereldoorlog' slaat enerzijds op de vele Engelse en Franse troepen die vanuit de koloniën naar Europa werden gehaald, anderzijds op de gevechten die werkelijk in koloniën plaatsvonden zoals in Afrika, de Grote Oceaan en het Midden-Oosten. De schaal van deze buiten-Europese strijd viel echter in het niet bij de massaliteit en intensiteit van de gevechten in Europa zelf. Na drie jaar oorlog (in 1917) waren de Centralen vrijwel uitgeput. Dat gold echter ook voor de geallieerde Fransen, Russen, Britten en Italianen. In dat jaar deden de Verenigde Staten mee aan de strijd en dat gaf uiteindelijk de doorslag in het voordeel van de geallieerden.

Nadat de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije Frans Ferdinand en zijn vrouw gravin Sophie Chotek op 28 juni 1914 in Sarajevo waren doodgeschoten door de Bosnisch-Servische nationalist Gavrilo Princip, stelde keizer Frans Jozef van Oostenrijk-Hongarije, met steun van zijn bondgenoot het Duitse Keizerrijk, voor het juli-ultimatum aan Servië. Toen Servië, gesteund door een bondgenootschap met het tsaristische Rusland, dit ultimatum niet op alle punten aanvaardde, mobiliseerde Oostenrijk-Hongarije zijn legers en verklaarde Servië op 28 juli de oorlog. Dit veroorzaakte een kettingreactie: verschillende bestaande militaire verdragen traden in werking, andere staten die bondgenoten waren van Oostenrijk-Hongarije dan wel Servië mobiliseerden ook en verklaarden de oorlog aan staten van de tegenpartij, waardoor uiteindelijk de meeste Europese staten in het conflict betrokken werden.

De oorlog ging tussen de Centrale Mogendheden, onder leiding van Duitsland, en de Triple Entente die bestond uit Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en het Russische Rijk. Italië, dat een verdrag had met Duitsland, stelde zich neutraal op, omdat het land het niet eens was met de Duitse plannen betreffende de Balkan. Het neutrale België werd na een Duits ultimatum binnengevallen.

De oorlog werd een wereldoorlog door de Britse deelname. Het Ottomaanse Rijk voegde zich bij de Centralen, waardoor ook het Midden-Oosten een strijdtoneel werd.

Omdat in het westen een statische oorlog met loopgraven werd uitgevochten, trachtte Duitsland op zee een beslissing te forceren. Zo werd de U-bootcampagne belangrijk omdat het Verenigd Koninkrijk afhankelijk was van de import van goederen en voedsel. In 1915 werd voor het eerst de onbeperkte duikbotenoorlog ingevoerd. Deze werd tijdelijk stilgelegd na het zinken van de Lusitania.

Van 1914 tot en met 1917 verschoven de grenzen van het westfront nauwelijks. De strijd werd vooral gekenmerkt door bloedige offensieven die weinig terreinwinst opleverden. Voorbeelden zijn de slag bij Verdun en de slag aan de Somme, waarbij meer dan een miljoen doden vielen. Dat kwam onder meer doordat er weinig vernieuwende tactieken werden gebruikt.

In 1917 braken er rellen en onlusten uit in het Russische Rijk, hetgeen resulteerde in een revolutie. Aan het eind van dat jaar, in de Oktoberrevolutie, werd het regime van de Romanovs omvergeworpen waarna de bolsjewieken de Sovjet-Unie stichtten. De gevechten tegen de communisten bleven doorgaan en Lenin tekende begin 1918 een vredesverdrag, genoemd Vrede van Brest-Litovsk, met de Duitsers. In datzelfde jaar kwamen de Verenigde Staten na de herinvoering van de onbeperkte duikbotenoorlog en het Zimmermanntelegram in de oorlog en verscheepten elke maand minstens 25.000 nieuwe soldaten naar Frankrijk en België. Op zee werd het Duitse Rijk langzaam maar zeker teruggedrongen met nieuwe konvooitactieken.

Oorzaken en aanleiding De rechtstreekse aanleiding was de hiervoor genoemde moord op Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie Chotek. De werkelijke oorzaken lagen echter dieper. Sommige historici zien de toenemende populariteit van het militarisme en het radicaal-nationalisme in Europa als oorzaak. Deze bewegingen verweten hun regeringen passiviteit in het zicht van de externe bedreigingen en stimuleerden zo de wapenwedloop in 1912 en 1913. Andere analyses leggen de oorzaken bij het imperialisme, de economische problemen en de rusteloze territoriale uitbreiding van de grootmachten met hun onderlinge vriendschapsverdragen. Die verdragen waren weliswaar bedoeld als afschrikking om oorlogen te voorkomen, maar desalniettemin zouden ze juist leiden tot een escalatie. Uitzonderlijk zijn de analyses die de oorlog voor een belangrijk deel mede zien als een initiatief van de heersende klasse om een socialistische revolutie van het proletariaat te beteugelen.Zie hiervoor Jacques R. Pauwels. De Groote Klassenoorlog 1914-1918. Epo, Berchem, 2014.

De langlopende oorzaak van de oorlog was de imperialistische buitenlandse politiek van de meeste Europese naties, waaronder het Britse Rijk, Frankrijk, het Duitse Keizerrijk, het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, het Ottomaanse Rijk, het Russische Rijk, Italië en Servië. De onderlinge spanning en wedijver was al decennialang langzaam aan het oplopen tot aan het kookpunt en het was ten slotte wachten op een directe confrontatie tussen de grootmachten. De moord op Frans Ferdinand en zijn vrouw resulteerde in een Habsburgs ultimatum aan Servië, het zogeheten "Juli-ultimatum". Verschillende bondgenootschappen die waren gevormd tijdens de voorafgaande decennia werden ingeroepen, zodat binnen een paar weken de grootmachten in oorlog waren. Via hun koloniën verspreidde het conflict zich gauw over de wereld.