Viviparus glacialis is een uitgestorven kieuwslak.

Beschrijving Schelpkenmerken Een langgerekt slanke schelp met ongeveer 6¼ platte windingen gescheiden door een ondiepe sutuur, een schuin ovale aan de bovenzijde iets hoekig toelopende mondopening en een stomp gepunte top. De mondrand is niet verdikt en niet continu. De schelp is dikwandig. Het schelpoppervlak is glad en glanzend en vertoont vrij regelmatige groeilijnen. Onder hogere vergroting (ongeveer 50x) zijn uit puntjes bestaande spiraallijnen waarneembaar. De soms zeer goed geconserveerde schelpen zijn incidenteel nog in het bezit van resten van het periostracum. Deze resten hebben een lichtbruine maar soms ook zwarte kleur. Er is geen kleurpatroon op de schelp bekend. Er is een nauwe navel die ook bedekt kan zijn.

Afmetingen van de schelp hoogte: tot ongeveer 24 millimeter breedte tot ongeveer 13,5 millimeter

Dier Over het dier is niets bekend.

Voortplanting Hoewel alle Viviparidae ovovivipaar zijn, is over de voortplanting van deze soort niets bekend.

Levensduur Uit tellingen van jaarringen blijkt dat deze soort minstens 12 jaar oud kon worden., 1998. De Nederlandse zoetwatermollusken. Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water. Nederlandse Fauna 2. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 288 pp.

Habitat en levenswijze Uit de begeleidende niet uitgestorven fauna en de sedimentaire facies waarin schelpen zijn aangetroffen, kan afgeleid worden dat Viviparus glacialis geleefd heeft in rustige delen van rivieren. Uit dezelfde gegevens lijkt het dat de soort een lichte verhoging van het zoutgehalte kon verdragen.

Areaal Viviparus glacialis is alleen bekend uit Nederland en Engeland. Uit Engeland zijn slechts 6 exemplaren bekend (waaronder het holotype). De soort wordt daar aangetroffen in de Weybourn Crag, dit is een estuariene afzetting. In Nederland is de soort alleen bekend uit afzettingen van de Rijn. Ze werd aangetroffen in de kleigroeven in de omgeving van Tegelen en in enkele tientallen boringen, vooral in het Zuidelijke deel van Nederland. De soort kan lokaal zeer algemeen voorkomen. , 1990a. Notes on Quaternary freshwater mollusca of the Netherlands, with descriptions of some new species. Mededelingen van de Werkgroep voor Tertiaire en Kwartaire Geologie, 26(1989): 145-181.

Fossiel voorkomen In Nederland bekend uit interglaciale afzettingen uit het Tiglien en Pretiglien. In Engeland alleen in het Laat Tiglien aanwezig., 1944. Nieuwe lijst der Kwartaire land- en zoetwatermollusken in Nederland. Mededelingen Rijks Geologische Dienst, A(10): 24 pp. , 1991. Early and Early Middle Pleistocene correlations in the southern North Sea Basin. Quaternary Science Reviews 10: 23-52. , 1995. Malacological evidence relating to the insularity of the British Isles during the Quaternary. In Island Britain: a Quaternary perspective. Preece, R.C. (ed.) Geological Society Special Publication No. 96: 89-110. , 1998. The Lower Pleistocene fluvial (clay) deposits in the Maalbeek pit near Tegelen, The Netherlands. Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, 60: 35-70. Het jongste voorkomen valt samen met het eerste optreden in de Noordzee van het Nonnetje, een mariene schelpensoort. Gezamenlijk optreden van beide soorten is bekend uit de Weybourne Crag bij Sidestrand (East Anglia, Engeland) en uit een pulsboring bij Zuurland (Brielle)., 1988. The Zuurland-2 borehole Mededelingen Werkgroep voor Tertiaire en Kwartaire Geologie, 25: 1-106.

Gidsfossiel Viviparus glacialis kan in Nederland, hoewel al bekend uit het Pretiglien, als gidsfossiel voor het Tiglien beschouwd worden.

Zie ook Lijst van Mollusca Lijst van zoetwatermollusken in Nederland en België

Categorie:Viviparidae Categorie:Pleistoceen Categorie:Uitgestorven slakken