thumb|De Grote Kerk van Harlingen uit het zuidwesten. thumb|Voorgevel van het stadhuis van Weesp. thumb|Het koorhek in de Janskerk in Gouda. thumb|Voorgevel van Felix Meritis aan de Keizersgracht in Amsterdam. thumb|Het winnende ontwerp van Otten Husly voor het Stadhuis van Groningen uit 1775. thumb|Vereenvoudigd ontwerp van Otten Husly voor het Stadhuis van Groningen uit 1795.
thumb|Graftombe van Joan Derk van der Capellen tot den Pol in Gorssel. Prent naar tekening van Teunis Wittenberg.
(Hans) Jacob Otten Husly (Doetinchem, gedoopt 16 november 1738 – Oosterholt, 11 januari 1796) was een Nederlandse architect en stucwerker.
Familierelaties en levensloop Otten Husly was een zoon van Albert Otten en Anna Hendrica Huslij. Zijn veel oudere zus Catharina Maria Otten (1718–'86) was gehuwd met de Arnhemse stadstimmerman Hendrik Viervant (1718–'75), telg uit een bekend geslacht van bouwkundigen in de Gelderse hoofdstad.Voor stamboom zie: Quarles van Ufford 1972, p.17. Voor de familierelaties ook C.P.Briët, 'Otten-Husly', De Nederlandsche Leeuw, 91 (1974), kol.288. Otten Husly zou later regelmatig samenwerken met diens zoon Leendert Viervant de Jongere (1752–1801), de huisarchitect van de Teylers Stichting in Haarlem.Vgl. J.R.ter Molen, 'De Teylers Stichting te Haarlem en haar achttiende-eeuwse stichtingsgebouwen', in: "Teyler" 1778-1978. Studies en bijdragen over Teylers Stichting naar aanleiding van het tweede eeuwfeest (Haarlem 1978), p.131, 137, 186; P.Bouman en P.Broers, Teylers "Boek en Konstzael". De bouwgeschiedenis van het oudste museum van Nederland (Den Haag 1988), p.38, 52.
Al op jonge leeftijd verhuisde hij vanuit Doetinchem naar Amsterdam om daar onder leiding van zijn ooms, de toen befaamde stucdecorateurs Hans Jacob Huslij (1702–'76) en Hendrik Huslij (1706–'88), het stucwerkvak te leren.Voor de ooms Otten Husly en hun stucdecoraties Knoef 1933, p.36-39; Quarles van Ufford 1972, p.7-8, p.29-35, no.52-83. Mogelijk kwam hij dankzij hun bemiddeling in 1755 voor korte tijd bij de stucwerker Nicolaes Bruijnesteijn in dienst.Duisenberg 1998, p.6. Als een van de weinige bouwmeesters uit de Republiek heeft Otten Husly in zijn jonge jaren een tijdje in Parijs doorgebracht, vermoedelijk in 1761.De oude datering van dit verblijf in 1768. (Quarles van Ufford 1972, p.10, 12, 41 cat.nr.123) is door Meische 1995, p.95 en p.122 noot 350, na herbestudering van de archiefstukken uitdrukkelijk in 1771 gecorrigeerd.
Hoewel hij geboren was als Hans Jacob Otten, voegde hij vanaf ongeveer 1760 Husly (een variant van Huslij) aan zijn naam toe om deze familieband te onderstrepen, waarschijnlijk uit commerciële motieven. Otten Husly zou zijn hele werkzame leven als stucwerker actief blijven, ook nadat hij al als architect naam had gemaakt.Over Otten Husly als stuccadeur en interieur-ontwerper: Quarles van Ufford 1972, p.39-50 cat.no.116-184; Duisenberg, 1998, p.15-17, met oeuvre-catalogus op p.52-79. Daarbij voerde hij soms ook in de door hem ontworpen gebouwen zelf het stucwerk uit.Zo bijv. bij Felix Meritis; zie J.Knoef, 'Een Amsterdams beeldhouwer en een hoofdstuk uit de bouwgeschiedenis van Felix Meritis', Jaarboek Amstelodamum, 39 (1942), p.135.
Particulier werk in Amsterdam In Amsterdam was Otten Husly vooral voor particuliere opdrachtgevers werkzaam. Vanaf het begin van de jaren zestig kreeg hij veel opdrachten voor de aankleding van interieurs van bestaande grachtenpanden. Tot zijn clientèle behoorde ook de kunstverzamelaar Gerrit Braamcamp, voor wiens nieuw gekochte huis Herengracht 462 Otten Husly al rond 1760 een stucplafond ontwierp.Quarles van Ufford 1972, p.42, cat.nr.131; Duisenberg 1998, p.16.
Later zou hij ook enkele geheel nieuwe gevels ontwerpen, zoals Herengracht 382 (1775) voor de koopman Jan Scheerenbergh.Zie Luykx 1965; Duisenberg 1998, p.38-39, 87-88. Het pand brandde in 1888 uit en werd nadien gesloopt. Later volgden vermoedelijk ook Herengracht 40 (1790) en 547 (1793), waarvan het eerste gebouwd werd voor Tjeerd Anthony van Iddekinge, de zoon van de Groningse burgemeester Antony Adriaan van Iddekinge.Voor toeschrijving van beide gevels aan Otten Husly: Duisenberg 1998, p.100.
Ander particulier werk vormde een plafond voor de nieuwe Amsterdamse schouwburg van stadsbouwmeester Jacob Eduard de Witte (1774)Quarles van Ufford 1972, p.45 cat.nr.154; Duisenberg 1998, p.84., en mogelijk de verbouwing van het huis Herengracht 475 in 1792Voor die veronderstelling zie: P.Adriaanse, Het huis aan de bocht (Amsterdam 1967), p.25-27; T.H.Lunsingh Scheurleer, 'Het huis Herengracht 475 en zijn bewoners', Jaarboek Amstelodamum 59 (1967), p.87, 103. en een nieuw ingangshek voor het buiten Frankendael in 1778 ten behoeve van de kunstverzamelaar Jan Gildemeester Jansz..Zie Lunsingh Scheurleer 1967, p.105. Volgens Duisenberg 1998, p.95, dateert dit hek overigens pas van 1783. Ook ontwierp Otten Husly in deze jaren meermalen elegante neoclassicistische tuinprieeltjes.Vgl. Duisenberg 1998, p.90
In 1769–'71 was hij voorts betrokken bij de bouw van het door Coenraad Hoeneker ontworpen Lutherse Diaconiehuis aan de Nieuwe Keizersgracht.Quarles van Ufford 1972, p.10; Duisenberg 1998, p.83.
Directeur van de Stadstekenacademie In 1758 was hij mede-oprichter van de maatschappij Vriendschap vereenigt de Kunsten, een directe voorloper van de Amsterdamse Stadstekenacademie, een instelling die een belangrijke rol zou gaan spelen in het Amsterdamse culturele leven. Otten Husly was in 1765 samen met de kunstverzamelaar Cornelis Ploos van Amstel een van de oprichters van deze Stadstekenacademie, en werd vervolgens een van de directeuren.Voor Otten Husly's rol aan de stadstekenacademie: G.Ploos van Amstel, Portret van een koopman en uitvinder. Cornelis Ploos van Amstel. Maatschappelijk, cultureel en familieleven van een achttiende-eeuwer (Assen 1980), p.102-107, 114-118. Hij zou er in de komende decennia les geven en ook een aantal openbare lezingen verzorgen, waarvan er een aantal in druk zouden verschijnen.Voor zijn redes De Jong 1992, p.81-82; Duisenberg 1998, p.20-27, 102; Schmidt 2012; voor een overzichtslijst (van gedrukte en ongedrukte) Von der Dunk 2007, bijl.I, p.535-539. Ook als theoreticus verwierf Otten Husly zo een zekere naam.Voor Otten Husly als theoreticus: De Jong 1992; Duisenberg 1998, p.20-27.
Werk buiten Amsterdam Otten Husly wist al snel ook buiten Amsterdam opdrachten te verwerven. Reeds in 1764 was hij betrokken bij de bouw van de nieuwe Stadswaag in Arnhem, ontworpen door zijn zwager Hendrik Viervant.Over Otten Husly's rol: W.H.Tiemens, 'De restauratie van de Stadswaag te Arnhem', Bouw 16 (1961), p.1129-1130. In 1772–'75 verrees in Harlingen een nieuwe hervormde Grote Kerk met een plattegrond in de vorm van een Grieks kruis, waarvoor Otten Husly - in elk geval als maker van de stucversiering bij de bouw betrokken - vermoedelijk de plannen tekende.M.D.Ozinga, Protestantsche kerken hier te lande gesticht 1596-1793. Onderzoek naar hun bouw- en ontwikkelingsgeschiedenis (Amsterdam 1929), p.131-133 en 175-177; S.ten Hoeve, G.P.Karstkarel en R.Steensma, Kerken in Friesland. Gebouwen, inrichting en gebruik (Baarn 1985), p.38-39. Vrijwel tegelijk wist hij de opdracht te verwerven voor de bouw van het nieuwe raadhuis in Weesp (1772–'76).Stork 1959; A.J.Zondergeld-Hamer, Geschiedenis van Weesp. Van prehistorie tot de moderne tijd (Weesp 1990), p.107-109.
Tussen 1789 en 1793 ontwierp hij vermoedelijk voor Kasteel Hardenbroek bij Cothen een nieuwe achtergevel.Geheel zeker is Otten Husly's auteurschap niet. Vgl. B.Olde Meierink e.a. (red.), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht (Utrecht 1995), p.234. Ook als tuinarchitect werd Otten Husly tegelijk actief; in 1789 adviseerde hij de gewezen gouverneur van de Kaapkolonie, Joachim Plettenberg, bij de aanleg van zijn landgoed Huis Windesheim nabij Zwolle.Zie De Jong 1990, met publicatie van Otten Husly's advies op p.15-17; De Jong 1992, p.91-96; Duisenberg 1998, p.27-29, 100; Von der Dunk 2001, p.64-65. Volgens A.J.Mensema en A.J.Gevers, 'Het huis Windesheim', in: F.C.Berkenvelder e.a. (red.), Windesheim. Studies over een Sallands dorp bij de IJssel (Kampen 1987), p.156-158, vond de feitelijke aanleg overigens pas na Plettenbergs dood tussen 1793 en 1796 voor diens weduwe Cornelia Charlotte Feith plaats.
Rol bij stilistische vernieuwing Hoewel juist opvallend door zijn brede beheersing van verschillende stijlen, geldt Otten Husly als een van de belangrijkste en begaafdste vertegenwoordigers van de zogenaamde Lodewijk XVI-stijl in Nederland. Deze stroming, oorspronkelijk bedoeld als interieurstijl, vormde een reactie op de naar de smaak van sommigen al te lichtzinnig geworden 'nieuwe zwier' van de rococo, de daarvoor heersende mode. Vanaf 1770 krijgen zowel interieurs als architectuur langzaamaan een wat strenger en soberder aanzien. Een vroeg voorbeeld van deze stijl is Otten Husly's ontwerp voor het stadhuis van Weesp (1771–'76), dat zeer duidelijk is geïnspireerd op het classicistische Stadhuis van Amsterdam (1648–1664) van Jacob van Campen.Vgl. voor de overeenkomsten Meischke 1959, p.216-217. Hoezeer het in de bouwtijd gewaardeerd werd, blijkt uit de publicatie van de opstandtekening van de voorgevel als 'Proefstuk der Hedendaagsche Bouwkunde' met beschrijving in De Maandelykse Nederlandsche Mercurius in 1776, nog in het jaar waarin het bouwwerk werd voltooid.'Beschryvinge van het nieuwe Stadhuis te Weesp, 1776', De Maandelykse Nederlandsche Mercurius 41 (1776), p.158-164. Zie Von der Dunk 2007, p.187, 205.
Gewonnen prijsvragen Otten Husly won in het laatste kwart van de achttiende eeuw drie architectuurprijsvragen: in 1775 voor het Stadhuis van Groningen, in 1776 voor het koorhek in de Janskerk in Gouda (uitgevoerd 1782)Voor deze prijsvraag Rem 1989, p.3-10; en H.van Dolder-de Wit, De St.Janskerk te Gouda. Mensen en monumenten in een oude stadskerk (Gouda 1993), p.52-55., en in 1786 voor het genootschap Felix Meritis in Amsterdam. In het verlengde van zijn nieuwe koorhek in de Goudse Janskerk ontwierp hij daar later ook de herengestoelten.Rem 1989, p.13. Vgl. ook Van Dolder-de Wit 1993, p.79-80.
Zijn waarschijnlijk bekendste ontwerp is dat voor het nieuwe gebouw van het genootschap Felix Meritis (1787–'89) in Amsterdam.Voor deze prijsvraag Meischke 1959, p.252-262; Schmidt 2006, p.193-241. Voor het gebouw voorts Duisenberg 1998, p.39-42, 96-99. De winnende inzending, een ten opzichte van zijn omgeving enorm gebouw met kolossale halfzuilen aan de Keizersgracht, was van de hand van Otten Husly. Het diende vermoedelijk als voorbeeld voor de nieuwe voorgevel waarvan Roelof Roelofs Viervant (neef van Leendert de Jongere) in 1791 Kasteel Ter Horst in het Gelderse Loenen voorzag.Zie Von der Dunk 2007, p.271-273.
Het Stadhuis van Groningen