| style="background-color:#e3e3e3;" align="center" colspan="2"| Lanceercomplex 39 van Kennedy Space Center |- | colspan="2"| px |- | colspan="2" align="center" | Luchtfoto van lanceercomplex 39 |- ! Lanceerplaats: | Kennedy Space Center |- ! Korte naam: | LC-39 |- ! Eigenaar: | NASA |- ! Aantal lanceringen: | 13 Saturnus V4 Saturnus IB135 spaceshuttle1 Ares I-X55 Falcon 94 Falcon Heavy1 Space Launch System213 totaalPeildatum: 3 januari 2023 (na Starlink 4-37) Next Spaceflight |- ! aantal lanceercomplexen: | 3 |- ! Hoek van de baan: | 28° - 62° |- | style="background-color:#e3e3e3;" align="center" colspan="2"| Platform 39A |- ! Status van het lanceercomplex 39A: | In gebruik voor SpaceX Falcon 9 sinds 19 februari 2017 en Falcon Heavy sinds 6 februari 2018, geschikt voor Crew Dragon sinds 2 maart 2019 |- ! Aantal lanceringen: | 12 Saturnus V82 spaceshuttle55 Falcon 94 Falcon Heavy153 totaal |- ! Eerste lancering: | 9 november 1967Saturnus V(Apollo 4) |- ! Laatste lancering:

! Eerstvolgende lancering:

! Raket: | NASA Saturnus VNASA Saturnus INT-21NASA SpaceshuttleSpaceX Falcon 9SpaceX Falcon Heavy |- | style="background-color:#e3e3e3;" align="center" colspan="2"| Platform 39B |- ! Status van het lanceercomplex 39B: | In gebruik voor SLS en beschikbaar voor commerciële mobiele lanceerinrichtingen. |- ! Aantal lanceringen: | 1 Saturnus V1 Ares I-X4 Saturnus IB53 spaceshuttle 1 Space Launch System 60 totaal |- ! Eerste lancering: | 18 mei 1969(Apollo 10) |- ! Laatste lancering: | 16 november 2022, 06:47 UTCSLS-Orion, Artemis I |- ! Eerstvolgende lancering: | 6 februari 2026, SLS-Orion, Artemis II |- ! Raket: | NASA Saturnus V NASA Saturnus IB NASA Spaceshuttle NASA Ares I (alleen testvlucht X) NASA SLS |- | style="background-color:#e3e3e3;" align="center" colspan="2"| Platform 39C |- ! Status van het lanceercomplex 39C: | Opgeleverd en ongebruikt gedeactiveerd in 2016 |- ! Aantal lanceringen: | 0 |- ! Raket: | Geen

Lanceercomplex 39 (LC-39) is een groot lanceercomplex en onderdeel van het Kennedy Space Center op Merritt Island in Florida, Verenigde Staten. Het complex werd in de jaren 1960 gebouwd voor het Apolloprogramma met de draagraket Saturnus V, waarmee de historische vluchten naar de Maan werden gemaakt. Ook de Amerikaanse deelnemer aan het Apollo-Sojoez-testproject werd vanaf hier gelanceerd, evenals het Skylab-ruimtestation en de bemande vluchten daarheen. Daarna was het dertig jaar lang het lanceercomplex voor het spaceshuttleprogramma.

Heden ten dage wordt platform A gebruikt voor al dan niet bemande lanceringen van SpaceX’ Falcon 9 en Falcon Heavy terwijl platform B wordt gebruikt voor lanceringen van NASA’s Space Launch System en eveneens beschikbaar is eventuele andere commerciële raketten die een passend mobiel lanceerplatform gebruiken.

Planning en bouw Vanaf 1961 begon NASA met het aankopen van grond ten noorden en ten westen van de Cape Canaveral Air Force Station voor de aanleg van wat later het Kennedy Space Center zou worden. Dit om de enorme raketten die nodig waren voor president Kennedy's plan om op de Maan te landen te kunnen lanceren. De militaire complexen die voor eerdere NASA-lanceringen werden gebruikt, waren niet geschikt voor dit kaliber raketten. Toen midden jaren 1960 de plannen van het Apolloprogramma vorm hadden gekregen werd met de bouw van het lanceercomplex aangevangen.

In de originele ontwerpen werden vijf lanceerplatforms voorzien. De bouw van platforms A, B, en C werd ingepland en platforms D en E waren een optionele uitbreiding. Platforms B en C werden daadwerkelijk gebouwd. Platform A werd geannuleerd, waarna platform C hernoemd werd tot A. Het complex bestond lange tijd uit deze twee platforms. Dat er meer platforms gepland waren, is nu nog te zien aan de knik naar rechts in de Crawlerway richting platform B. In de originele plannen was dit geen knik, maar een afslag naar platform B. De Crawlerway liep rechtdoor naar het noordelijkst geplande platform (E) met afslagen naar wat toen platform A en D moesten worden. De locatie waar het oorspronkelijke platform A was gepland is sinds 2017 gereserveerd voor de eventuele bouw van een nieuw lanceercomplex dat LC-49 gaat heten. Hoewel de platforms A en B in hun oorspronkelijke vorm identiek leken is platform B een stuk hoger dan platform A.

Apollo miniatuur|Lancering van maanmissie Apollo 15 Voor het Apolloprogramma werden de Saturnus V-maanraketten vanaf LC-39 gelanceerd. Dit waren de krachtigste raketten die ooit succesvol gevlogen hebben. De Saturnus V, met de Apollo CSM en later ook de maanlander aan boord, werd in het Vehicle Assembly Building geassembleerd. Zo kon men in een beschutte omgeving werken. Dan werd de raket in verticale positie op een mobiel platform geplaatst, waarop ook de lanceertoren stond. Dit geheel werd vervolgens op een van de twee crawler-transporters geplaatst om naar lanceerplatform A of B te worden gereden.

Daar werd de Mobile Service Structure (MSS) tegen de raket aan geplaatst van waaruit technici de laatste voorbereidingen voor de lancering konden uitvoeren, zoals het plaatsen van ontstekingen in de motoren en veiligheidsexplosieven (die de raket konden opblazen wanneer de bemanningscapsule in geval van nood met zijn ontsnappingsmotor weg vloog van de draagraket). Na deze voorbereidingen werd de MSS weer weg gereden. Het verplaatsen van de MSS werd gedaan met behulp van een van de Crawler Transporters. miniatuur|De Mobile Service Structure (rechts) rijdt weg van de Saturnus V en de lanceertoren (links). Via een lift en een arm aan de lanceertoren kon de driekoppige bemanning dan op een hoogte van meer dan 100 meter de commandomodule binnengaan, waar ze in hun stoelen werden vastgesnoerd voor de lancering. Apollo 4 was de eerste lancering vanaf LC-39A en Apollo 8 was de eerste bemande lancering vanaf dit complex. Apollo 10 was de enige Apollovlucht vanaf platform B.

Na Apollo miniatuur|Met een aangepaste Saturnus V werd het Skylab-ruimtestation in een baan om de aarde gebracht miniatuur|Een Saturnus IB op de milk stool De vier bemande vluchten van de Skylab- en Apollo-Sojoezprojecten werden uitgevoerd met een Saturnus IB met daarop een Apollo-commandomodule. Omdat de eerdere lanceerinrichtingen voor de Saturnus IB op Cape Canaveral Air Force Station (LC-34 en SLC-37B) verlaten en ontmanteld waren en de Saturnus IB een stuk kleiner was dan de Saturnus V, moesten er wat aanpassingen op LC-39B plaatsvinden. Er werd een zogenaamde milk stool (vertaald melkkruk) op het mobiele lanceerplatform geplaatst om de Saturnus IB hoger te plaatsen, zodat de commandomodule en de tweede trap (die bijna identiek was aan de derde trap van de Saturnus V) zowel in het VAB als op de lanceerplaats op dezelfde hoogte als de aansluitingen en de toegangsarm van de lanceertoren kwamen.

Het ruimtestation Skylab werd vanaf LC-39A gelanceerd. Om het Skylab zelf te lanceren werd een van het Apolloprogramma overgebleven Saturnus V aangepast. De derde trap, die tijdens maanmissies was bedoeld om uit een baan om de aarde te geraken, werd verwijderd en vervangen door het Skylab, dat op zijn beurt een omgebouwde tweede trap van een Saturnus IB was. Doordat de tweede trap van een Saturnus IB en de derde trap van een Saturnus V vrijwel identiek waren, paste dit naadloos op elkaar.

Bijzonder was dat de raketten voor Skylab 1 en Skylab 2 gelijktijdig op platform A en B stonden. Er werden dan ook voor de gelegenheid Dual Countdown Demonstration Tests uitgevoerd om aan te tonen dat beide platforms en Firing Room-1 en -2 van het Launch Control Center gelijktijdig een aftelsequentie actief konden hebben.

Spaceshuttle miniatuur|Spaceshuttle Discovery op LC-39B Vanaf 1974, nadat de laatste Saturnus V (Skylab) vloog, begon de verbouwing van LC-39A voor de spaceshuttle die volgens de toenmalige planning al in 1979 had moeten vliegen. In 1975 werd de laatste Saturnus 1B voor het Apollo-Sojoezproject gelanceerd vanaf platform B. Er werd nog tot 1977 gewacht voor ook de verbouwing van platform B voor de spaceshuttle aanving. Dit was om een volgende president de ruimte te bieden de Saturnus-raketten weer in gebruik te nemen. In 1979 werd Spaceshuttle-prototype Enterprise voor het eerst op het complex 39A geplaatst voor een matingtest.

Waar voor de Saturnus-raketten de servicetorens en servicestructuur mobiel waren, werden voor het spaceshuttleprogramma uit twee delen bestaande, vaste torens geïnstalleerd, de zogenaamde fixed service structures, met de toegangsarm en de beany cap waarmee de externe tank van boven werd vastgehouden en de shuttle van externe elektriciteit werd voorzien. Delen van de fixed service structures werden overigens eerder gebruikt in de mobiele lanceertorens voor de Saturnus V en Saturnus IB. Opzij van de torens zat een draaibare constructie (de rotating service structure) die, wanneer er een shuttle op het platform stond, gebruikt kon worden om bij het vrachtruim te komen. De spaceshuttles werden op dezelfde mobiele lanceerplatforms, waarvan er drie waren gemaakt, geassembleerd, vervoerd en gelanceerd. Deze waren echter wel aangepast, met nieuwe vuurgaten en er stond geen toren meer op.

Op 12 april 1981 werd de eerste spaceshuttle, Columbia (STS-1), gelanceerd vanaf platform A. Na 23 succesvolle lanceringen werd in januari 1986 voor het eerst platform B gebruikt. Dat was voor de Challenger (STS-51-L), die 73 seconden na de lancering ontplofte als gevolg van een lekkende afdichtingsring in een van de boosters. De vluchten werden daarop tot september 1988 stopgezet. Daarna werd er opnieuw gelanceerd vanaf platform B. In januari 1990 werd platform A opnieuw in gebruik genomen.

Constellationprogramma miniatuur|Voor Ares I-X werden maar kleine aanpassingen aan LC-39B gedaan omdat het spaceshuttleprogramma nog niet was afgerond Een doel van het Constellationprogramma was het spaceshuttleprogramma te hervatten en gelijktijdig een opvolger voor de shuttle te ontwikkelen. Toen het spaceshuttleprogramma op zijn einde liep, werd platform B aangepast voor een combinatie van draagraket Ares I en ruimteschip Orion, die de opvolgers van de shuttle hadden moeten worden. De laatste spaceshuttlevlucht die vanaf platform 39B werd gelanceerd was STS-116 in 2006, die werd uitgevoerd met de Discovery. In mei 2009 stond de Endeavour lanceerklaar op LC-39B voor een eventuele reddingsvlucht STS-400 mocht er iets mis gaan tijdens de risicovolle vlucht STS-125.

In oktober 2009 werd de enige proefvlucht van de Aresraket, genaamd Ares I-X, er gelanceerd. Voor deze vlucht was de belangrijkste aanpassing dat de enkele bliksemafleider van de spaceshuttle-servicetoren werd verwijderd en vervangen door drie hogere bliksemafleiders. Bij deze lancering smolt een deel van de bedrading van het spaceshuttlelanceersysteem, dat op dat moment ook nog operationeel was.

In 2010 werd de Ares I samen met het Constellationprogramma wegens hoge kosten en verandering van doelen en inzichten geannuleerd. De sloop van de spaceshuttlegerelateerde constructies op platform B begon in september 2010. Platform A bleef tot en met de laatste shuttlelancering in 2011 in gebruik.

Bijzonder aan de nooit uitgevoerde Constellation-plannen voor LC-39B was dat de lanceertoren van de Ares I met een soort rollercoaster zou worden uitgerust waarmee astronauten in een noodsituatie naar de schuilbunker naast het platform hadden kunnen komen., NASA will build Rollercoaster for Ares I escape, NSF, 3 november 2006. Gearchiveerd op 4 januari 2022.

SLS/Orion en commercieel gebruik Na de beëindiging van het spaceshuttleprogramma in 2011 en het afblazen van het Constellationprogramma en de daarbij behorende Ares I een jaar eerder, gebeurde er enkele jaren niets op lanceercomplex 39. Inmiddels hebben beide lanceerplaatsen een nieuwe functie gekregen. Voor het eerst worden de lanceerplaatsen nu niet meer voor dezelfde rakettypes ingericht en zijn ze dus geen exacte kopieën meer van elkaar.

Platform A