miniatuur|Euromunten miniatuur|Eurobankbiljetten, zoals ze gedrukt worden per 2019miniatuur|Eurobankbiljetten uit de eerste serie De euro (symbool: €; Nederlands meervoud euro's)Euro: een bedrag in euro('s)?, Taaladvies.net. Gearchiveerd op 14 juni 2021. is de munteenheid van 21 lidstaten van de Europese Economische en Monetaire Unie. De officiële ISO-code van de munteenheid is EUR.

In 1992 werd in Maastricht door de lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap besloten tot invoering van de euro in de deelnemende landen. Hierbij zou de waarde van 1 euro gelijk zijn aan 1 ECU. Sinds 4 januari 1999 worden de koersen van aandelen, obligaties en opties aan de beurs in euro's weergegeven.

De munten en bankbiljetten werden op 1 januari 2002 gelijktijdig als betaalmiddel met chartaal geld ingevoerd in twaalf landen van de Europese Unie, alsmede in Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad, tijdens de grootste monetaire omwisselingsoperatie aller tijden. De productie van euromunten, om aan de toekomstige vraag te kunnen voldoen, begon in de meeste landen in 1999. Vijf van die landen hebben dan ook munten geslagen waarop de jaartallen 1999, 2000 en 2001 staan.Men was van mening dat op de munt het jaar van uitgifte moest staan, dus niet eerder dan 2002. Echter, als de beeldenaar van het staatshoofd op de munt staat, loopt men het risico dat er intussen een troonswisseling plaatsvindt, waardoor de beeldenaar niet meer overeenkomt met het jaartal. In die landen werd dus het jaartal van productie op de munt vermeld.

Geschiedenis Voorgeschiedenis Na het opheffen van het systeem van Bretton Woods zijn er twee pogingen geweest om een Europees monetair systeem op te bouwen met vaste wisselkoersen. Dit zijn: Plan-Werner (1970) van de Luxemburgse politicus Pierre Werner het Europees Monetair Stelsel (EMS)

De Amerikaanse econoom Robert Mundell had begin jaren 60 al een theoretisch kader gecreëerd voor een zogenaamd optimaal valutagebied. Hij had voor een goede werking van een valutagebied een aantal voorwaarden geformuleerd. Met de invoering van een eenheidsvaluta raken de individuele landen hun wisselkoersbeleid en een deel van hun monetaire vrijheid kwijt. Er moeten daarom alternatieve aanpassingsmechanismen zijn om schokken op te vangen, zoals een hoge mobiliteit van arbeid en kapitaal, een sterke mate van loon- en prijsflexibiliteit of een herverdelingsmechanisme tussen de deelnemende landen.

Er moest een set van economische omstandigheden zijn waardoor de integratie in de eurozone relatief probleemloos zou verlopen en de eenheid stabiel, ofwel voor een langere periode houdbaar, zou zijn. Er was een economische convergentie noodzakelijk, waarbij toetredende landen economisch vergelijkbaar moesten zijn met het eurogebied, zodat een eigen rente- en valutabeleid niet gemist zou worden. Verder moest worden voldaan aan een aantal formele convergentiecriteria. Dit waren elementen op het gebied van de overheidsfinanciën, inflatie, rente en wisselkoers.

In 1969 werd besloten tot de vorming van de commissie-Werner, die in 1970 met een plan kwam voor een Europese muntunie met vaste wisselkoersen, echter zonder een centrale bank. Dit plan kreeg meteen veel steun. Het sneefde uiteindelijk vanwege het uitbreken van de oliecrisis, onenigheid tussen de EEG-lidstaten en de felle oppositie van de Amerikaanse president Richard Nixon.

In de jaren 1980 werd besloten tot de daadwerkelijke oprichting van een Economische en Monetaire Unie (EMU), die in 1990 een feit werd. Het initiatief hiertoe kwam voornamelijk van Franse politici (met name Jacques Delors), die hoopten zo meer grip te krijgen op het monetaire beleid van de Deutsche Bundesbank, dat zij noodgedwongen al volgden. De Duitse politiek was aanvankelijk niet enthousiast over het plan, tot Helmut Kohl inzag dat hij monetaire eenwording kon gebruiken als politiek wisselgeld, om de Franse zorgen voor een Duitse hereniging weg te nemen.

miniatuur|Introductie van de Euro op persconferentie in 1998 met achter de tafel uit Nederland: Wim Duisenberg, Gerrit Zalm en uit België: Jean-Jacques Viseur

In het Verdrag van Maastricht (Verdrag betreffende de Europese Unie) van 1992 werd de Europese Unie (EU) opgericht en onder andere ook besloten tot stapsgewijze invoering van de euro. Treaty on the European Union (92/C 191/01), geraadpleegd op 29 februari 2016 Denemarken had om een uitzondering gevraagd op dit onderdeel van de samenwerking. Na het besluit kwam de EMU op gang, maar niet alle EU-lidstaten deden mee aan de EMU. Op 31 december 1998 werden de onderlinge wisselkoersen tussen de euro en de valuta van de toen elf deelnemende landen definitief vastgelegd. De voorbereiding voor de invoering van de euro in Nederland vond plaats vanuit het Nationaal Forum voor de introductie van de euro (NFE).

Sinds 1 januari 1999 is de euro een feit. Vanaf die datum waren de nationale bankbiljetten en munten van de landen die de euro hadden aanvaard nog slechts verschijningsvormen van de euro. De euro vertegenwoordigde in het gehele gebied dezelfde waarde. Die waarde werd vastgesteld, en zo nodig gecorrigeerd, door de Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main.

Op 1 januari 2001 voegde Griekenland zich als twaalfde land bij de eurogroep.

Naamgeving Aanvankelijk was het de bedoeling dat de Europese eenheidsmunt ecu zou heten. Dat zou tegelijkertijd de afkorting zijn van European Currency Unit en de naam van een oude Franse munt (écu = schild).

In Duitsland zou deze naam echter als "ekoe" worden uitgesproken en uit opiniepeilingen bleek dat veel Duitsers dat een belachelijk klinkende naam vonden. Daarom besloot men, op het laatste moment en op voorstel van Germain Pirlot, te kiezen voor de naam euro.

Op de bankbiljetten en munten wordt de munteenheid in het Griekse en Latijnse schrift als ΕΥΡΏ en EURO aangeduid. In het toetredingsverdrag van Bulgarije (in het cyrillische schrift) is ЕВРО gebruikt. Enkele van de tien in 2004 toegetreden landen hebben andere schrijfwijzen voor de euro voorgesteld (euró, eiro, euras), gebaseerd op een alternatieve schrijfwijze van het woord Europa. In de (afgewezen) Europese grondwet werden die schrijfwijzen geaccepteerd, mits de eerste drie letters "eur" waren. De ECB houdt echter de regel aan, dat in het Latijnse alfabet alleen de term euro is toegestaan.

De Académie française schrijft voor dat de kleinste munt "centime" heet. Het opschrift is echter "cent", ook voor de munten die in Frankrijk geslagen zijn. Académie française, Questions de langue, bezocht: 9 juli 2016 De meeste Fransen spreken van centime. Het woord "cent" betekent met een andere uitspraak ook "honderd".

Op de biljetten en munten staat geen meervoud. Dat werd onpraktisch gevonden, omdat de verschillende talen een verschillende meervoudsvorm hebben (bijvoorbeeld euros, euro's, eurot en euroer). In het Nederlands is een meervoudsvorm voor bedragen niet nodig.

In de meeste talen worden valuta niet met een hoofdletter geschreven (dollar, pond, kroon enz.). Dat geldt ook voor de euro, hoewel de naam van het continent Europa is afgeleid. In het Duits schrijft men alle zelfstandige naamwoorden, dus ook Euro, met een hoofdletter.

Officiële invoering miniatuur|Waarde van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar vanaf de girale invoering (1999) Per 1 januari 2002 zijn de euromunten en eurobiljetten in gebruik genomen en werd de euro het wettig betaalmiddel in de twaalf deelnemende eurolanden (zie onder). Indertijd werd verwacht dat uiteindelijk bijna alle EU-landen de euro zouden invoeren. Denemarken, het Verenigd Koninkrijk (VK) en Zweden verkozen bij de invoering hun bestaande munteenheid boven de euro; Zweden is wel verplicht de euro in te voeren. Denemarken en het VK bedongen een uitzonderingsclausule, de zogenaamde opt-out.

In december 2001 kregen Nederlandse burgers een gratis setje euromunten en konden pakketten euro's ter waarde van ƒ 25,- bij de banken worden gekocht. In België en in de andere eurolanden konden burgers ook in het bezit komen van eurogeld. De invoering van de euro is in de nacht van 31 december 2001 op 1 januari 2002 in onder andere Maastricht, Brussel en Berlijn feestelijk gevierd.

Op 1 januari 2007 werd de euro ook in Slovenië het wettig betaalmiddel; op 1 januari 2008 volgden Cyprus en Malta, op 1 januari 2009 Slowakije, op 1 januari 2011 Estland, op 1 juli 2013 Andorra, op 1 januari 2014 Letland, per 1 januari 2015 Litouwen, op 1 januari 2023 Kroatië en op 1 januari 2026 in Bulgarije.

Gevolgen voor het internationale geldverkeer miniatuur|Geïndexeerde wisselkoersen tussen de euro enerzijds en de dollar, yen en Britse pond anderzijds, waarbij het basispunt op 1 januari 1999 (de girale invoering van de euro) ligt Internationaal gezien heeft de euro het geldverkeer binnen de Europese Unie aanzienlijk vereenvoudigd; waar vroeger met minstens tien verschillende valutawaarden gerekend werd, geldt er nu een. Veel wisselkantoren in eurolanden moesten, na de invoering van de euro, om economische redenen hun deuren sluiten. Deze wisselkantoren hadden voornamelijk Europese klanten. Wereldwijd heeft de Amerikaanse dollar aan invloed verloren door de komst van de euro.

Europese staatsschuldencrisis

De kredietcrisis bracht, na Duitsland en Frankrijk in het begin van deze eeuw, veel landen ertoe zich niet aan de afspraken van het stabiliteitspact te houden. Staatsschulden liepen op en het vertrouwen in de euro verminderde. De financiële markten hadden aangenomen dat de staatsschuld van de individuele eurolanden de gezamenlijke verantwoordelijkheid was van alle eurolanden, hoewel dit expliciet uitgesloten was (geen steun van de Europese Bank aan individuele landen). Hierdoor konden alle eurolanden geld lenen voor een slechts weinig hoger percentage dan het meest kredietwaardige euroland Duitsland. Toen echter bleek dat de financiële cijfers voor Griekenland niet klopten en het land er veel slechter voor stond dan was aangenomen, verdween het vertrouwen van de financiële markten en kon Griekenland geen geld meer lenen. De crisis was begonnen. Later kwamen andere landen zoals Ierland en Portugal (overigens om volstrekt andere redenen) in de problemen. In 2011 zitten ook Italië en Spanje (wederom door andere oorzaken) in de problemen. De oplossing dat de probleemlanden uit de euro stappen en hun eigen munt herinvoeren is bijna onmogelijk. Dit geeft landen weliswaar de mogelijkheid om hun munt te devalueren en daardoor concurrerender te worden, maar de staatsschuld is opgebouwd in euro's en blijft dus onveranderd hoog.

Munten, biljetten en digitaal De euro heeft 15 coupures: acht euromunten en zeven eurobankbiljetten. Omstreeks 2028 wordt de introductie van de digitale euro verwacht.

Munten

De munten hebben een Europese zijde (de "munt"-zijde"), ontworpen door Luc Luycx, van de Koninklijke Munt van België. Het gaat om drie ontwerpen die verschillende kaarten van Europa tonen, met de 12 sterren van de EU op de achtergrond. Daarnaast heeft elk euroland de vrijheid eigen symbolen en tekst op de nationale zijde (de "kruis"-zijde) en op de buitenrand van de euromunten te plaatsen. Alle varianten, met uitzondering van meerwaardeherdenkingsmunten, zijn in alle deelnemende landen te gebruiken. De nationale zijde diende om de overgang naar de euro voor de Europese burgers in emotioneel opzicht iets te vergemakkelijken.

Finland heeft spoedig besloten de munten van 1 en 2 cent niet in het betalingsverkeer te gebruiken. Deze munten werden dan ook alleen in de begintijd geslagen met een Finse nationale zijde. De munten van 1 en 2 cent werden in 2020 afgeschaft. Bedragen worden afgerond op 5 of 10 cent.