miniatuur|Helena Blavatsky, de Sfinx, Enrico Resta, 8 januari 1889. Er werden voor de Theosophical Society duizenden afdrukken van gemaakt. Helena Petrovna Blavatsky (Russisch: Елена Петровна Блаватская, Jelena Petrovna Blavatskaja), geboren als Jelena Petrovna von Hahn-Rottenstern (Jekaterinoslav, 12 augustus (31 juli OS) 1831 – Londen, 8 mei 1891) was een occultist, medium en auteur van Duits-Russische aristocratische afkomst, geboren in huidig Oekraïne. Zij schreef honderden artikelen en een aantal boeken, waarvan Isis Ontsluierd en De Geheime Leer de bekendste zijn. Dit laatste boek werd het standaardwerk van de theosofische beweging, waarvan zij de grondlegger was. Blavatsky was tijdens haar leven de belangrijkste theoreticus van die beweging. Zij was medeoprichter van de Theosophical Society. Blavatsky beschreef theosofie als een synthese van wetenschap, religie en filosofie en stelde dat die gebaseerd was op een oude wijsheidsreligie, die de basis was van de huidige wereldreligies.

Blavatsky was al tijdens haar leven een zeer controversiële vrouw, bewonderd door de aanhangers van haar ideeën en verguisd door haar critici. Zij werd beschuldigd van onder meer bedrog in het manipuleren en in scène zetten van occulte fenomenen, plegen van massaal plagiaat en het verzinnen van een occulte broederschap die brieven verzond die zij zelf zou schrijven.

Ook de meest kritische biografen erkennen echter dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de opkomende westerse belangstelling in de negentiende eeuw voor hindoeïsme, boeddhisme en filosofisch gedachtegoed uit het Oosten meer in het algemeen., (1994) West Turns Eastward:Madame Blavatsky and the Transformation of the Occult Tradition Journal of The American Academy of Religion Haar ideeën waren inspiratie voor latere westerse spirituele bewegingen als New Age. Ook had haar esoterie een enorme impact op het racistische denken in zowel Duitsland als Oostenrijk. Enkele decennia na haar overlijden versplinterde de theosofische beweging in meerdere stromingen. De meeste daarvan erkennen echter het werk van Blavatsky als de kern van hun opvattingen.

Ontvankelijkheid in het culturele klimaat Veel biografen zetten de ontvankelijkheid voor de ideeën van Blavatsky bij sommige groepen in, met name, de Amerikaanse en Britse samenleving in onder meer het kader van de nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen van de negentiende eeuw. James Hutton en daarna Charles Lyell hadden de geologische ouderdom van de aarde honderden miljoenen jaren verder gezet. Charles Darwin en Thomas Huxley hadden nieuwe wetenschappelijke inzichten over het ontstaan van het leven geformuleerd. Er waren nieuwe inzichten op het gebied van kritische Bijbelexegese, zoals van David Friedrich Strauss.

Bij een aantal groepen in de samenleving leidde dat tot het verdwijnen van traditionele Bijbelse opvattingen, maar tegelijkertijd tot de overtuiging dat veel van de nieuwe inzichten te materialistisch van aard waren. In dat klimaat ontstond nieuwe interesse voor andere spirituele aspecten. Die uitte zich in belangstelling voor andere leraren naast Jezus, zoals Gautama Boeddha, Confucius en Manu alsmede oosterse kosmologie. Er was hernieuwde belangstelling voor stromingen als het swedenborgianisme en mesmerisme.

In zowel Groot-Brittannië als de Verenigde Staten was bij enkele groepen uit de gegoede middenklasse een sterk toenemende interesse in spiritualisme, omdat de georganiseerde seances enige gelijkenis leken te hebben met methoden van wetenschappelijk onderzoek., , (2004) Spiritualism and a Mid-Victorian Crisis of Evidence. Gearchiveerd op 3 februari 2020.

In de Verenigde Staten was al vanaf de stichting van het land een sterke traditie van zichzelf besturende religieuze gemeenschappen. Christian Science en de mormonen zijn voorbeelden uit de negentiende eeuw. Die hadden ook aangetoond dat er ruimte was voor nieuwe religieuze bewegingen met een aanzienlijke omvang. Sommige biografen menen bij die groepen in de samenleving een drang te ontdekken om in die spirituele diversiteit een uniforme sleutel te zoeken die de mysteries van het universum duidelijk zou maken. Dat zou een belangrijke voedingsbodem voor de opkomst van de theosofische beweging zijn.

Biografie Blavatsky werd geboren als Helena Petrovna von Hahn in Jekaterinoslav in het huidige Oekraïne. Haar vader was Pyotr Alexeyevich von Hahn, afkomstig uit een Duitse aristocratische familie. Haar moeder was Helena Andreyevna de Fadayev en afkomstig uit een van de oudste Russische adellijke families, de Dolgorukov. De grootmoeder van de kant van haar moeder was prinses Helena Pavlovna Dolgorukov. Haar vader was beroepsmilitair en als gevolg daarvan was er sprake van frequente verhuizingen en verplaatsingen naar andere delen van het Russische rijk. In 1835 verhuisden de moeder en Helena naar Odessa waar haar grootvader Andrei Fadeyev een bestuurlijke functie had gekregen. In dat jaar werd daar ook haar zuster Vera Petrovna geboren.

Jeugd In 1836 kreeg Pyotr Alexeyevich von Hahn een functie in Sint-Petersburg en het gezin verhuisde naar die stad. De vader kreeg daarna opnieuw een functie in Oekraïne. De rest van het gezin bleef in Sint-Petersburg, maar werd in 1838 weer herenigd in Poltava. Haar moeder bevond zich inmiddels in slechte gezondheid en verhuisde met haar twee dochters terug naar Odessa en daarna naar Saratov, waar een zoon Leonid werd geboren. Via Polen werd teruggekeerd naar Odessa, waar haar moeder in 1842 op de leeftijd van achtentwintig jaar overleed aan tuberculose.

De drie kinderen werden verder opgevoed door de grootouders in Saratov en later in Tbilisi. Blavatsky kreeg de klassieke aristocratische opleiding in onder meer Frans, muziek- en dansles. In haar latere geschriften vermeldde zij, dat ze in deze periode veel tijd doorbracht in de bibliotheek van haar grootvader die veel boeken over esoterie bevatte. Hier zou ze ook de eerste visioenen ontvangen waarin ze een mysterieuze Indiër ontmoette, die zij later als de Mahatma Morya leerde kennen.

Eerste huwelijk en reisprogramma miniatuur|Blavatsky omstreeks 1850 Op de leeftijd van zeventien jaar huwde zij in juli 1847 met Nikifor Vladimirovich Blavatsky, een man die toen 43 jaar was en vicegouverneur van de provincie Jerevan. Het huwelijk was vanaf het begin een fiasco en zij vluchtte na enkele weken naar familie in Tbilisi. Die zond haar naar haar vader in Odessa, maar Helena wist aan de aandacht van haar begeleiders te ontsnappen en Constantinopel te bereiken. Ze ontmoette er gravin Sofia Kiselyova (1801-1875), die ze zou vergezellen op haar reis naar Egypte, Griekenland en Oost-Europa. Na een verblijf daar vertrok zij naar Caïro en in 1851 kwam zij aan in Frankrijk. In dat jaar zou in Londen haar eerste ontmoeting plaatsvinden met Mahatma Morya, de personificatie van de mysterieuze Indiër uit haar visioenen. Er zijn ook theosofische bronnen, die deze ontmoeting in Ramsgate plaatsen. Morya drong er bij haar op aan de Theosophical Society op te richten en vertelde hoe die zou moeten functioneren. Morya vroeg haar naar Tibet te reizen voor een langdurig verblijf om zich op die taak voor te bereiden.

In haar latere geschriften is in de ruim twee decennia daarna sprake van een intensief reisprogramma. Ze zou enkele keren de wereld rond gereisd hebben en daarbij meerdere malen een aantal gebieden in Azië en Noord- en Zuid-Amerika hebben bezocht. Zij bezocht ook enkele malen Rusland om haar familie te ontmoeten. Voor het grootste deel van dit reisprogramma bestaan, buiten de periodes in Rusland, geen andere bronnen dan haar eigen beweringen in latere geschriften. Alle biografen, ook uit theosofische kring, vermelden dat er in die geschriften chronologische onmogelijkheden en tegenstrijdigheden zijn. Enkele biografen gaan ervan uit, dat zij in deze periode, behalve een kort verblijf in Egypte, Europa niet verlaten heeft.

Wel is duidelijk dat zij in 1860 weer in het huis van haar grootvader in Tbilisi aanwezig was. Zij woonde daar samen met haar echtgenoot, met wie zij zich enigszins verzoend had, alsmede met de spiritualist Nicholas Meyendorff, een baron uit Estland, en een operazanger Agardi Metrovich. Begin 1861 kreeg Blavatsky de zorg voor een kind met de naam Yuri. In publicaties uit theosofische kringen is er sprake van een geadopteerd kind. Een aantal auteurs buiten theosofische kringen komt op basis van onderzoek tot de conclusie, dat het hier een kind van Blavatsky zelf betreft, geboren uit een relatie met Metrovich. Het kind was bij de geboorte al gehandicapt. In 1866 reisde Blavatsky met Yuri en Metrovich naar Bologna voor een medische behandeling van het kind. Die reis was tevergeefs en kort daarna moet Yuri zijn overleden.

Een periode in Caïro van oktober 1871 tot april 1872 is feitelijk het enige verblijf buiten Europa van Blavatsky dat in deze periode onomstreden is. Zij reisde met Metrovich op de SS Eumonia naar Alexandrië. Op 4 juli 1871 ontplofte in de Golf van Napels het kruitmagazijn van het schip. Metrovich kwam om, maar Blavatsky behoorde tot de slechts zeventien overlevenden. In Caïro waren enkele Europese mediums aanwezig. Blavatsky was van opvatting dat dit slechts amateurs waren, en besloot een eigen sociëteit op te richten die zich richtte op onderzoek naar spiritualistische verschijnselen. Dat werd de Société Spirite, die gebaseerd zou moeten zijn op de uitgangspunten van Allan Kardec. Zij zou bedoeld zijn als een serieuze studiegroep. Tijdens de seances werden de opgeroepen geesten ondervraagd over onderwerpen als wetenschap, geschiedenis en filosofie. Al na enkele seances werd Blavatsky door aanwezigen beschuldigd van het manipuleren van occulte fenomenen en het bezoek aan de Société nam sterk af.

Het was ook hier in Caïro, dat zij voor het eerst Emma Cutting ontmoette, die later in India als de inmiddels gehuwde Emma Coulomb verantwoordelijk zou zijn voor de beschuldigingen inzake onder meer de Mahatmabrieven. Blavatsky leefde in deze periode in armoedige omstandigheden en Cutting gaf haar enige financiële ondersteuning.

Het meest omstreden in dit reisprogramma is haar meerdere keren herhaalde bewering dat zij in deze periode enige malen in Tibet voor een duur van in totaal zeven jaar is geweest. Gedurende de perioden in Tibet bestudeerde zij onder leiding van de Mahatma's onder meer de stanza's van Dzyan, geschreven in de geheime taal Senzar. Dit werk zou de basis vormen voor haar standaardwerk in de theosofie, De Geheime Leer. Biografen buiten de theosofische beweging houden deze bewering voor onhoudbaar. Tibetologen die over dit aspect hebben gepubliceerd, achtten de kans dat zij ooit een stap op Tibetaanse bodem heeft gezet, voor zeer onwaarschijnlijk tot volstrekt uitgesloten.

Periode in de Verenigde Staten Vanaf 1873 bestaan er betrouwbare bronnen over haar verblijfplaatsen. In dat jaar vertrok zij in opdracht van Morya naar New York. Zij werd actief in de spiritualistische beweging, die in Noord-Amerika een grote verspreiding had en was medium bij seances. In 1874 ontmoette zij Henry Steel Olcott, een advocaat maar ook actief als journalist bij The Daily Graphic en schrijver over spiritualisme. Blavatsky begon ook zelf artikelen over het onderwerp te schrijven. Zij was van opvatting, dat het spiritualisme zoals dat in Noord-Amerika werd beoefend wel nuttig was als tegenwicht tegen de overheersende materialistische opvattingen, maar dat dit echte occulte kennis ontbeerde. In 1875 schreef zij een aantal artikelen voor het in Boston gevestigde tijdschrift Spiritual Scientist. In die artikelen handelde het vooral over westerse esoterie. Haar bronnen waren afkomstig uit werk van de rozenkruisers, de hermetische kabbala en auteurs als Robert Fludd, Paracelsus en Éliphas Lévi.