thumb|De 13e-eeuwse luidklok van de kluiskerk te Warfhuizen, een van de oudste van Nederland. De klok is opgehangen aan een krukas. thumb|Klokkenwiel thumb|De klepel
Een klok is een metalen, meestal bronzen kelkvormig object, dat door ertegen te slaan een klank voortbrengt. Klokken hangen doorgaans in een (kerk)toren en dienden (en dienen soms nog) om de omwonende bevolking ergens op te attenderen of voor te waarschuwen, zoals een evenement of onraad. Vanouds werden kerkklokken gebruikt om de mensen op te roepen voor de kerkdienst – in sterk kerkelijke landen en streken kan men soms nog zien dat de mensen hun huis uit komen zodra de kerkklok begint te luiden; elders geschiedt het luiden alleen uit traditie. Ook wordt de klok gebruikt om de tijd aan te geven. Doorgaans worden klokken opgehangen in torens om als beiaard (of carillon), een muziekinstrument, dienst te doen.
Klokken kunnen tot klinken gebracht worden door er met een hamer tegen te slaan of voorzien zijn van een klepel, een soort hamer die middenin de klok hangt. Beiaardklokken hangen stil en worden alleen door het bewegen van de klepel of door de hamer van het automatisch speelwerk tot klinken gebracht. Veel andere klokken zijn beweegbaar opgesteld en worden tot klinken gebracht door de klok te luiden, te bewegen waarbij de klepel tegen de klok komt te slaan. Een beiaard wordt niet geluid, maar bespeeld (via een stokkenklavier en klepels in de klok) of speelt automatisch (via hamers aan de buitenzijde van de klok).
Klokken zijn kostbare symbolen en veel klokken zijn eeuwenoud. Vroeger werden ze gegoten door klokkengieters, die in tijd van oorlog ook kanonnen goten en ook vijzels maakten.
Geschiedenis Sommige historici zien vruchten met rammelende zaadjes zoals kalebassen of granaatappels als de voorloper van de klok. Zij verwijzen naar archeologische vondsten van bronzen klokjes in Lorestan, West-Iran, die bovenaan versierd waren met granaatappelblaadjes.
De vroegste archeologische bewijzen voor het bestaan van klokken dateren uit de laatste fase van de Yangshaocultuur van rond 3000 v.Chr. (Chinese steentijd). Aardewerken klokken met klepels zijn gevonden bij verschillende archeologische opgravingen.Huang, H. (2002), "Prehistoric Music Culture of China," in: Cultural Relics of Central China, Nr. 3: p. 20-27. Deze aardewerken klokken werden later vervangen door ijzeren klokken. Hiervan is een exemplaar gevonden in Taosi (Chinese provincie Shanxi) en een viertal exemplaren in Erlitou (Henan), die alle dateren van rond 2000 v.Chr.Falkenhausen (1994), p. 132, Appendix I, p. 329, 342. Waarschijnlijk speelden deze ijzeren klokken een belangrijke rol in de culturen van die tijd. Toen in de Shang-dynastie (ca. 1600-ca. 1050 v.Chr.) andere soorten klokken ontstonden, kregen de ijzeren klokken een meer ondergeschikte rol; zo werden ijzeren klokken op archeologische vindplaatsen uit de Shang- en Zhou-dynastie (ca. 1050-256 v.Chr.) aangetroffen op strijdwagens en als hondenbellen.Falkenhausen (1994), p. 134. In de Shang-dynastie werd ook de bianzhong uitgevonden, een muziekinstrument dat bestaat uit in serie opgestelde bronzen klokjes en gebruikt werd in ceremoniële en hofmuziek. De bekendste is de bianzhong van markies Yi van Zeng uit circa 433 v.Chr. met 65 klokken.
Rond 1000 v.Chr. duiken ook de eerste klokken op in West-Azië. Uit de 2e eeuw v.Chr. zijn in Klang (Maleisië) en Battambang (Cambodja) twee bijzondere, vaasvormige bronzen klokken gevonden die waarschijnlijk werden gebruikt voor ceremoniële doeleinden. Die uit Klang bevindt zich nu in het Brits Museum.
In Europa werden in de 4e of 5e eeuw de eerste klokken gegoten.Milham, Willis I. (1945). Time and Timekeepers, p. 313-318. Meestal ging het hierbij om kerkklokken of stadsklokken die in een toren werden opgehangen. Een van de oudste afbeeldingen van luidklokken uit de Nederlanden bevindt zich op een miniatuur uit het evangeliarium van Egmond waarop de kloosterkerk van Egmond gestileerd staat afgebeeld. Het miniatuur stamt uit circa 975.
Johan Huizinga omschreef de betekenis van de klokken in de middeleeuwse samenleving als volgt:Herfsttij der Middeleeuwen, 1919, p. 13
Er was één geluid, dat al het gedruisch van het drukke leven steeds weer overstemde, en dat, hoe bont dooreen-klinkend, toch nooit verward, alles tijdelijk ophief in een sfeer van orde: de klokken. De klokken waren in het dagelijksch leven als waarschuwende goede geesten, die met bekende stem dan rouw, dan blijdschap, dan rust, dan onrust kondigden, dan opriepen, dan vermaanden. Men kende hen bij gemeenzame namen: de dikke Jacqueline, klokke Roelant; men wist de beteekenis van kleppen of luiden. Men was ondanks het overmatig klokgelui niet verstompt voor den klank.
Typisch werden klokken in Europa vervaardigd door ambulante klokkengieterijen, teneinde vervoer over grote afstanden uit te sparen.Dik Nas, Zoet gelui en bars gebulder. Encyclopedie van klokken- en geschutgieterijen in Nederland, Vrije Uitgeverij 'Arbeid en Werkstad', 2023, Van Aswoensdag tot Allerheiligen trokken de meester-klokkengieters en hun medewerkers rond. Wanneer ze een opdracht kregen, vestigden ze hun atelier in de nabijheid van het gebouw waar de klokken moesten komen. Als gereedschap hadden ze weinig meer bij dan een maatstok en enkele gietvormen. Ze bouwden ter plekke een oven en smolten daar de klokspijs. Een dergelijk atelier is in 2019 opgegraven in het Belfort van Gembloux.Un atelier de fonte de cloches du 18e siècle découvert sous le beffroi de Gembloux, RTBF, 12 april 2019
Sommige klokken zijn echte stadssymbolen, zoals de Klokke Roeland in Gent of de Triomfklok in Brugge; zij worden alleen geluid bij koninklijke of kerkelijke hoogfeesten.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond in Nederland en België een grote klokkenroof plaats; honderden klokken werden door de bezetter opgeëist en omgesmolten. Historische klokken van voor de 18e eeuw konden echter meestal behouden blijven.
Oudste klokken Een van de oudste nog bestaande kerkklokken is de Deense klok van Hedeby (nu Duitsland) die in 1978 werd opgegraven en dateert van rond 950. Een klok die nog gebruikt wordt, is de Lullusglocke in de stiftsruïne van Bad Hersfeld. Het opschrift maakt vrijwel zeker dat de klok in het jaar 1038 werd gegoten.
De oudste klok van Nederland hangt voor zover bekend in de toren van de Sint-Agathakerk in Oudega en dateert, afgaande op de vorm, van rond 1200. Deze bronzen klok wordt anno 2022 nog wekelijks geluid. De oudste gesigneerde luidklok van Nederland die nu nog bestaat, is gemaakt in 1285 en werd geluid in de eerste kerk van Hekelingen. Deze luidklok bevindt zich sinds 1916 in het Rijksmuseum te Amsterdam.Gemeente Spijkenisse: Gemeentelijke voorlichtingskrant Spijkenisse. 30e jaargang, nummer 8, 20 augustus 2007 Dat in Nederland al in de vroege middeleeuwen klokken werden gegoten blijkt uit de ontdekking van een klokgietkuil uit de 9e eeuw, aangetroffen bij de opgraving van de Karolingische abdij te Susteren (Limburg). In de kuil bevond zich een stookplaats en een basement voor een van was en leem gemaakte mal. Na het smelten van de was werd het brons in de mal gegoten.
De oudste klok van België dateert uit 1245 en bevindt zich in het Gruuthusemuseum van Brugge.Oudste klok van Vlaanderen (bijna 800 jaar oud) herontdekt in overwoekerde achtertuin in Brugge, VRT NWS, 25 maart 2026 Ze is afkomstig uit de Begijnhofkerk. Tot 2026 gold de Mariaklok van Pulle als de oudste van het land. Ze dateert uit 1309 en hangt in de Westertoren van de Sint-Pieter-en-Pauluskerk.
Legeringen Klokkenbrons
thumb|Uit Duitsland teruggekeerde klokken worden op toon geproefd (1946) Klokken worden meestal gegoten uit brons: een legering van 76-80% koper en 20-24% tin. Deze legering wordt klokspijs genoemd en wordt gezien als de ideale legering voor klokken. Het materiaal is vrijwel niet onderhevig aan corrosie, heeft voldoende sterkte en draagt bij tot een maximale klankrijkdom. Hoe hoger het tingehalte is hoe beter de klokken klinken. Dit komt tot uiting door een zilverachtige warme klankkleur en een lange uitklinktijd (nagalm).
Doordat het materiaal van klokken bruikbaar is voor de oorlogsindustrie, hebben kerken vele eeuwen tijdens verschillende bezettingen hun klokken zien verdwijnen. De Nederlandse Klokken- en Orgelraad stelde in 1937 een lijst op van kerkklokken die in tijd van oorlog 'geofferd' zouden worden. Rond 1940 waren ongeveer 9000 torenklokken ingedeeld, met een totaal gewicht van ongeveer 3.500.000 kg. De Inspectie Kunstbescherming voorzag de klokken van een stempel: A, B, C, M of P. M stond voor een monumentale klok. Slechts 25 procent kon blijven hangen; de rest zou in geval van oorlog worden afgevoerd. De Duitse bezetter maakte dankbaar gebruik van de lijst. In 1945 waren er 4660 klokken afgevoerd en omgesmolten. Dit betrof een totaal gewicht van 1.918.000 kg, 55,6% van de geregistreerde klokken. Veel andere landen hielden dat niet zo precies bij. Geschat wordt dat er in Duitsland in de Eerste Wereldoorlog zo'n 65.000 klokken zijn omgesmolten en in de Tweede Wereldoorlog ongeveer 45.000,W. Finke, Die Tragödie der deutschen Kirchenglocken. Gearchiveerd op 4 juni 2023. dat is ongeveer tachtig procent van het totale aantal.Fritz Schilling, Unsere Glocken - Thüringer Glockenbuch. Gabe der Thüringer Kirche an das Thüringer Volk., Jena 1954, p. 45 geeft het exacte aantal omgesmolten klokken in één Duitse deelstaat. Wat het hele plaatje betreft, blijft het gissen. In de Eerste Wereldoorlog werden in Duitsland alleen klokken omgesmolten die waren gegoten ná 1860.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog was het klokkenbrons van mindere kwaliteit en slechter verkrijgbaar. Klokkengieters in Nederland maakten daarom gebruik van een laag tinpercentage waardoor deze klokken slechter klinken dan normaal is bij bronzen klokken. Ook werd vaak lood toegevoegd, wat funest is voor een goede klankkwaliteit. Pas vanaf de jaren zeventig was weer klokkenbrons van hoge kwaliteit beschikbaar.
Het gieten van klokken is een ambacht: voor elke klok moet een vorm worden gemaakt, en het gieten vereist veel geduld en vakmanschap. Klokkengieters voorzien hun werk vaak van een randschrift waarin met enige trots wordt vermeld wie de maker is.
Schiller heeft een gedicht geschreven (Das Lied von der Glocke) waarin de vorming van een mens wordt vergeleken met het gieten van een klok.
Klokken uit gietstaal Van 1851 tot 1970 werden in Bochum (Duitsland) door Bochumer Verein klokken gegoten uit gietstaal. Tot midden in de jaren vijftig werden meer dan 20.000 staalklokken gegoten en over de gehele wereld verspreid. De populariteit van staalklokken nam vooral toe in Duitsland na de oorlogsjaren doordat veel bronzen klokken toen omgesmolten waren en vlak na de oorlog brons moeilijk verkrijgbaar was. Hierdoor was een staalklok een goedkoper alternatief dan een bronzen klok. Na de jaren zestig nam de vraag naar staalklokken zover af dat Bochumer Verein uiteindelijk gestopt is met de productie. Staalklokken worden vanwege slechte klankkwaliteit en roest steeds meer vervangen door bronzen klokken.
Staalklokken bezitten een zogenoemde flenskroon. De klankkwaliteit van een staalklok is beduidend minder dan bij bronzen klokken. Vooral de uitklinktijd is opvallend kort. Om tot een beter klankresultaat te komen wordt de klepel vaak voorzien van een bronzen stift. Verder zijn staalklokken in hoge mate gevoelig voor corrosie waardoor ze maar een korte levensduur hebben. Doordat staalklokken voor dezelfde toonhoogte een grotere diameter hebben dan bronzen klokken hebben ze een langzamer luidtempo dan bronzen klokken. Een goed voorbeeld van een staalgelui hangt in de dom van Osnabrück.
Gietijzeren klokken