thumb|Bioscoopjournaal uit 1948. In de duinen bij Den Haag houdt de Haagse Luchtvaartclub internationale wedstrijden met modelvliegtuigen. thumb|Bioscoopjournaal uit 1949. Op het vliegveld Ypenburg worden wedstrijden gehouden met modelviegtuigen, georganiseerd door de Haagse Luchtvaartclub. Een modelvliegtuig is een al dan niet op schaal gebouwd klein onbemand vliegtuig, dat dient als kinderspeelgoed of als hobbymateriaal voor volwassenen.
Bouwmateriaal Het gebruikte materiaal moet zo licht mogelijk zijn. Daarom wordt voor de houtgebouwde modellen balsahout en dun berken triplex gebruikt. De meeste modellen bestaan uit hout met uitzondering van indoor toestellen, die bestaan uit depron. Tegenwoordig worden veel modelvliegtuigen gemaakt van piepschuim zoals EPP of EPO: het voordeel van dit materiaal is dat het sterk, goedkoop, licht en eenvoudig te repareren is.
Categorieën thumb|model Tulura met brandstofmotor Een modelvliegtuig kan een vrijevluchtmodel of een lijnbestuurd model of een radiobestuurd model zijn.
Vrijevluchtmodelvliegtuigen Vrijevluchtmodelvliegtuigen zijn niet uitgerust met een besturingsinstallatie. Na de start kan de piloot dan ook geen enkele invloed meer uitoefenen op het model. Deze modellen beschikken over een grote mate van eigen stabiliteit zodat ook onder turbulente vliegomstandigheden het model weer snel in zijn normale vliegstand terugkomt.
Vrijevluchtmodellen kunnen we onderscheiden in vier hoofdgroepen: zweefmodellen rubbermotormodellen indoor modellen modellen met verbrandingsmotor
Zweefmodellen Deze modellen worden gestart met behulp van een 50 meter lange startlijn. De piloot moet het model zelf door lopen optrekken. De kunst is het model te ontkoppelen in stijgwind (thermiek). Na het ontkoppelen wordt het richtingsroer vrijgegeven zodat het model in een constante bocht terechtkomt. Door middel van een mechanische- of elektronische timer wordt de vluchtduur beperkt tot maximaal drie minuten (onder andere afhankelijk van de windsterkte en de terreinafmetingen). Na de ingestelde vluchttijd wordt het stabilo onder een hoek van circa 35 graden gezet waarna het model overtrekt en in een (vlakke) vrille (tolvlucht) naar beneden komt. De modellen wegen minimaal 410 gram (meestal tussen de 415 en 425) waardoor bij de landing geen schade ontstaat.
Rubbermotormodellen Deze modellen (minimumgewicht: 200 gram) worden aangedreven door een zogenaamde rubbermotor die bestaat uit een aantal strengen van rubber met een totaal gewicht van maximaal 30 gram. Deze strengen worden met behulp van een boortol opgewonden tot circa 400 omwentelingen van de streng. De rubbermotor drijft een relatief grote propeller aan, die het model in een motorlooptijd van ongeveer 40 seconden naar zo'n 60 tot 70 meter hoogte brengt. Nadat de rubbermotor is afgelopen vouwt de grote propeller zich langs de romp teneinde de luchtweerstand te verminderen. De vluchtduur wordt op dezelfde wijze beperkt als bij de zweefmodellen met een mechanische- of elektronische timer. thumb|left|Brandstof
Indoormodellen thumb|Indoormodelvliegtuig thumb|6 grams indoormodelvliegtuig Dit zijn kleine en zeer lichte (enkele grammen) modellen, meestal aangedreven door een rubbermotor die een grote langzaam draaiende propeller aandrijft. Met dit type modellen kan alleen worden gevlogen in gesloten ruimtes die nagenoeg vrij zijn van turbulentie. Vluchttijden van meer dan 30 minuten zijn in deze klasse geen uitzondering. Deze modellen zijn niet in de handel verkrijgbaar, zelfs niet als bouwdoos, en moeten dus eigenhandig worden gebouwd. Gezien de fragiele constructie vereist dit een grote vaardigheid van de bouwer.
Modellen met verbrandingsmotoren (power-modellen) thumb|Gloeiplug nr. 8 (OS)
Deze modellen worden aangedreven door een zogenaamde gloeiplugmotor. Deze hoogtoerige motoren (30 000 RPM) jagen het model in maximaal 5 seconden naar zo'n 60 tot 80 meter hoogte. Tijdens wedstrijden mag de motorloop niet langer dan vijf seconden duren. Dit wordt door middel van een timer geregeld. Nadat de motor is gestopt gaat het model nog even verticaal verder en nadat de neus voorover wordt gedrukt gaat het toestel als zweefvliegtuig verder. Ook hier wordt de maximale vluchtduur beperkt door middel van een timer. Deze klasse wordt in Nederland en België nauwelijks nog gevlogen, voornamelijk omdat men niet (meer) beschikt over terreinen van voldoende grote afmetingen. De terreinen waar gevlogen wordt zijn meestal ook natuurgebieden waar het gebruik van verbrandingsmotoren niet is toegestaan.
Wedstrijden met vrijevluchtmodellen Vrije vlucht is een typische wedstrijdsport die zowel op nationaal als internationaal niveau wordt gevlogen. Er worden dan ook zowel Europese als wereldkampioenschappen in georganiseerd. In grote lijnen ziet een vrijevluchtwedstrijd er als volgt uit: Zeven vluchten van maximaal 3 minuten levert maximaal 180 punten per vlucht op (1 punt per gevlogen seconde). Men moet echter wel eerst die 3 minuten zien te halen en dat kan alleen door thermiek te vinden en dus tactisch te vliegen; dat is beslist niet eenvoudig. De zeven vluchten worden in zogenaamde rondes van 1 uur gevlogen. Men is dus echt de hele dag op het veld. Als na de wedstrijd meerdere deelnemers 'vol' staan (dat wil zeggen zeven vluchten met een maximale score van 180) worden er beslissingsvluchten gemaakt, waarbij de maximale vluchtduur steeds met twee minuten wordt verhoogd. Deze 'Fly off' rondes duren slechts tien minuten, dus er mag niks mis gaan, want veel tijd om een herstart te maken is er niet. Vaak worden er in deze rondes andere, slankere, modellen gebruikt dan tijdens de rondes overdag. Tegen de avond zijn de luchtcondities immers kalmer en kan men 'kritischer' vliegen.
Vrije vlucht is dus een echte sport. De modellen moeten vaak na de vlucht van grote afstanden (soms 2 kilometer of meer afhankelijk van de windsterkte) lopend of op de fiets worden opgehaald. Goede conditie is dus belangrijk.
Lijnbestuurde modellen thumb|Bioscoopjournaal uit 1976. Wedstrijd met lijnbestuurde modelvliegtuigen. In deze tak van de modelvliegsport, meestal aangeduid met LBWat is lijnbesturing, vliegen de modellen in een cirkel rond de -meedraaiende- piloot die het model bestuurt door middel van een stuurhandvat, verbonden met het model door twee superdunne (roestvrij)stalen lijnen (en géén touwtjes zoals een hardnekkig fabeltje wil doen geloven). Deze lijnen komen het model binnen door de linker (=binnenste) vleugeltip en zijn verbonden met een mechanisme -de tuimelaar- dat op zijn beurt het hoogteroer en soms ook vleugelkleppen doet bewegen. Hierdoor kan het model omhoog en omlaag worden gestuurd. In het begin wordt bijna iedereen duizelig, maar na zo’n vlucht of 10 is dit meestal verdwenen. Een ervaren LB-piloot kan tegelijkertijd zowel het model als de omgeving waarnemen en, als het nodig is, tijdens het sturen ook nog andere taken uitvoeren. Als dit alles was, dan zou men er waarschijnlijk snel op uitgekeken raken. Maar door de combinatie van vliegsnelheid en de daarbij passende lijnlengte ontstaat er een trekkracht op de lijnen die groter is dan het modelgewicht. Hierdoor kan het model -afhankelijk van het ontwerp- alle punten bereiken op de denkbeeldige halve bol met de lijnlengte als straal. Hiermee ligt de weg open naar het spectaculaire kunstvliegen.
Radiobestuurde modellen thumb|servo's In radiografisch bestuurbare (RC) modellen bevindt zich in het modelvliegtuig een ontvanger. Deze ontvanger verwerkt de stuursignalen, die door de piloot op de grond door middel van een zender worden uitgezonden, en stuurt deze signalen door naar de zogenaamde servo's. Dit zijn kleine elektromotortjes die onder eenzelfde hoek verdraaien als de stuurknuppel op de zender. Door middel van stootstangen of stuurkabels wordt de beweging van de servo's overgebracht op de roeren.
Radiografisch bestuurde modellen kunnen worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieën: zweefvliegtuigen motorvliegtuigen helikopters
Zweefvliegtuigen Ook binnen de categorie zweefvliegtuigen kan men weer onderscheid maken tussen twee hoofdgroepen: zweefvliegtuigen zweefvliegtuigen met hulpmotor
Zweefvliegtuigen zijn niet voorzien van een aandrijving. Om deze modellen in de lucht te krijgen moeten ze worden gelanceerd. Dit kan op een aantal manieren gebeuren: Handstart: Hierbij wordt het model uit de hand gestart, bijvoorbeeld van een heuvel of berghelling, waarna het model in de zogenaamde hellingstijgwind kan blijven vliegen. Bungee-start: Het model wordt gestart met een nylonlijn van ongeveer 120 meter lengte, die aan het uiteinde (het einde dat aan de grond wordt verankerd), is voorzien van ongeveer 30 meter elastiek. Lierstart: Het model wordt opgelierd met behulp van een elektrische lier en zo'n 150 meter nylonlijn. Vliegtuigsleepstart: Hierbij wordt het model gestart met behulp van een motormodelvliegtuig dat het zweefmodel op de gewenste hoogte brengt.
Bij zweefvliegtuigen met hulpmotor dient de motor uitsluitend om het model te starten en op hoogte te brengen. Deze motor kan een elektromotor of een verbrandingsmotor zijn. Elektromotoren hebben het voordeel schoon en geluidsarm te zijn en ze kunnen op elk gewenst moment worden gestart en worden afgezet. Nadat het model op hoogte is gekomen wordt de motor afgezet en begint de eigenlijke zweefvlucht.
thumb|zweefvliegtuig met elektromotor
Motorvliegtuigen De motorvliegtuigen en helikopters kunnen voorzien zijn van een elektromotor, zuigermotor of een gasturbine.
Elektromotoren Veel modelvliegers kiezen tegenwoordig voor elektromotoren. Er zijn legio redenen om dit te doen:
Goedkoop: Elektromotoren zijn al te koop vanaf ca. 10 euro, zuigermotoren zijn vaak een flink stuk duurder. Klein: De afmetingen zijn ook kleiner dan die van zuigermotoren. De maten worden onder andere weergegeven als bijvoorbeeld 3530: de diameter is dan 35 mm en de lengte 30 mm. Sterk: Moderne elektromotoren kunnen een behoorlijk vermogen leveren tot wel 2500 watt. Daarnaast kan de middels de KV-aanduiding een motor met veel trekkracht of juist een hoog toerental gekozen worden. Geluid: Een elektromotor maakt een stuk minder geluid dan bijvoorbeeld een zuigermotor. Veilig: Elektromotoren worden veel minder heet dan benzinemotoren, met name bij een crash is dit duidelijk een voordeel. Daarnaast hoeven ze niet stationair te draaien dus staan ze volledig uit zodra je het gas volledig terugneemt. Makkelijk: Doordat je de motor volledig stil kan zetten kan je elektromotoren goed gebruiken voor motorzwevers. Daarnaast kan het landen voor beginners met de motor helemaal uit makkelijker zijn dan landen met een draaiende propeller. Eenvoud: Borstelloze elektromotoren worden middels drie aansluitingen aan de speed-controller verbonden. De volgorde van de aansluitingen maakt niet uit: ze zitten altijd goed. Als de propeller de verkeerde kant op draait, is het simpelweg een kwestie van twee draden omwisselen. Brandstof: In plaats van licht ontvlambare brandstoffen worden vaak LiPo accu's gebruikt. Deze accu's zijn klein, licht en niet duur. Ze moeten wel met zorg behandeld worden: LiPo-accu's kunnen bij verkeerd gebruik exploderen. Desondanks dat zijn ze toch aanzienlijk minder gevaarlijk dan ontvlambare brandstoffen.
Clubs De meeste beoefenaars van deze sport zijn verenigd in clubs, die een eigen vliegveldje beheren. Iemand die met deze sport wil beginnen kan het vliegen eerst van een gevorderde vlieger leren, omdat de bediening niet eenvoudig is en het model gemakkelijk stuk gevlogen kan worden. Modelluchtvaart is erkend als sport door het B.O.I.C, Koninklijke Belgische Aëro club, het Internationaal Olympisch Comité en BLOSO.
Het kan voorkomen dat er wachtlijsten zijn bij de clubs. Advies is om toch geduldig te wachten daar zelf "wild" vliegen grote schade aan eigen en andermans spullen kan veroorzaken. Hiervan kan zelfs de gehele modelvliegsport in Nederland en België ernstig te lijden hebben.
België