Apollo 12 was de tweede missie van het Apolloprogramma waarbij op de maan werd geland. De lancering vond plaats op 14 november 1969. De bemanning bestond uit Pete Conrad (commandant), Alan Bean (piloot maanlander) en Richard Gordon (piloot commandomodule).
Verloop Door onweer ten tijde van de lancering verloor de bemanning van Apollo 12 tweemaal het radiocontact met de vluchtleiding. De eerste onderbreking was tijdens het doorbreken van de wolken, er was toen een contactonderbreking van 37 seconden. De tweede was door een bliksemschicht die insloeg, hierdoor werd het contact voor 52 seconden verloren.
Nadat het contact met de vluchtleiding in Houston weer hersteld was, rapporteerden de astronauten dat hun gehele computer oplichtte door gelijktijdige alarmmeldingen. In Houston kregen de ingenieurs die de toestand van de raket en de computersystemen in de gaten hielden stilaan data op hun schermen. De toen 24 jaar jonge ingenieur John Aaron merkte bij de instromende data een patroon op dat hij bij grondtesten al eerder had gezien. Hierop raadde Aaron de Capcom Gerald Carr aan dat de crew de SCE-switch naar de auxiliarystand moest zetten. Hierop sprak Carr de tot op vandaag bekende zin uit: "Apollo 12, Houston, try SCE to AUXILIARY". Lunarmodulepiloot Alan Bean wist waar deze knop zich bevond en met het omzetten naar de AUX-stand waren de problemen verholpen. Het feit dat de astronauten nog nooit zoveel waarschuwingslichten zagen op eenzelfde moment, zorgde gedurende de gehele vlucht naar de maan nog voor spottende opmerkingen., How Curiosity, Luck, and the Flip of a Switch Saved the Moon Program, Vice, 19 november 2014. Gearchiveerd op 6 december 2018.
Conrad: "I think we need to do a little more all-weather testing." Carr: "A-men," Conrad: "That's one of the better sims, believe me." Carr: "We've had a couple of cardiac arrests down here too, Pete." Carr: "There wasn't any time for that up here,". Gearchiveerd op 23 december 2016.Alex Pasternack, How curiosity, luck, and the flip of a switch saved the moon program, vice.com, 19 november 2014. Gearchiveerd op 20 september 2020.
De rest van de vlucht verliep feilloos.
De maanlanding was gepland ten zuidoosten van krater Lansberg in Mare Insularum, waar twee en een half jaar eerder de onbemande sonde Surveyor 3 was geland. De maanlander kwam op een afstand van bijna 200 meter, dus loopafstand, van de sonde neer.
De twee astronauten die voet aan grond zetten op de maan, hebben daar twee maanwandelingen van bijna vier uur gemaakt en een seismometer geplaatst om maanbevingen te registreren. Ze hebben naast maanstenen ook delen van de Surveyor 3 meegenomen.
De afgestoten stijgtrap van de maanlander sloeg op 20 november in op het maanoppervlak.
Bij terugkeer op aarde werd de bemanning opgepikt door de USS Hornet. De capsule wordt tentoongesteld in het Virginia Air and Space Center te Hampton, Virginia.
Landingsplaats De landingsplaats van Apollo 12 is de westelijkste van alle zes bemande landingen van het Apolloprogramma. Apollo 12 landde, evenals Apollo 11, in een equatoriaal gebied, 3 graden ten zuiden van de maanequator, in tegenstelling tot Apollo 11 die op minder dan 1 graad ten noorden ervan landde. De landingsplaats van Apollo 12 ligt op ongeveer 100 kilometer ten zuidoosten van de geprononceerde en tevens telescoopvriendelijke krater Lansberg in Mare Insularum. In 1967 kwam op diezelfde landingsplaats de onbemande lander Surveyor 3 in een komvormige krater terecht die Surveyorkrater werd genoemd.
Van de zes Apollo-landingsplaatsen is deze van Apollo 12 de lastigste om op te sporen tijdens een kijkavond in een volkssterrenwacht. De gemakkelijkste landingsplaatsen zijn deze van Apollo 15 aan Rima Hadley en Apollo 17 in de Taurus-Littrow vallei.
Sneeuwman Surveyor 3 en maanlander Intrepid van Apollo 12 bevinden zich in een groepje komvormige kraters dat de Snowman werd genoemd vanwege de vorm ervan, die doet denken aan een menselijke gestalte bestaande uit een bolvormige romp, bolvormige benen en een bolvormig hoofd. Men kan er, met wat verbeelding, ook een Bibendum in zien (het Michelinmannetje). De Surveyorkrater (de grootste krater van het groepje) is de romp van de sneeuwman, waarin Surveyor 3 landde. De LM van Apollo 12 landde iets ten noorden van het midden tussen het hoofd en de romp van de sneeuwman. De sneeuwman en de exacte landingsplaatsen van Surveyor 3 en LM Intrepid van Apollo 12 zijn goed te zien op de hoge-resolutiefoto's afkomstig van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), waar tevens de sporen van beide astronauten (Conrad en Bean) op te zien zijn. De bijnamen van de kratertjes in de buurt van de landingsplaats, alfabetisch gerangschikt: Bench, Block, Bright Crater, Crescent, Dos, East, Halo, Head (hoofd van de sneeuwman), Left Foot (linkervoet van de sneeuwman), Middle Crescent, North, Right Foot (rechtervoet van de sneeuwman), Sharp-Apollo (zo genoemd om onderscheid te maken met de geprononceerde noordelijke krater Sharp nabij Sinus Iridum), Small, South Crater, Surveyor (de romp van de sneeuwman en tevens de landingsplaats van Surveyor 3), Tri Pt.
De vierde ster De vierde ster in de Mission Patch van Apollo 12 De oorspronkelijke maanlanderpiloot van Apollo 12 zou Clifton Curtis "C.C." Williams Jr. geweest zijn. Doordat deze astronaut omkwam bij een vliegtuigcrash moest hij worden vervangen door Alan L. Bean. De vierde ster in de Mission Patch van Apollo 12 verwijst naar het oorspronkelijke bemanningslid.
Trans Lunar Coast (TLC) Wegzwevend paneel van kegelvormig gedeelte S-IVB-trap Foto AS12-50-7326 toont een gedeelte van de aarde met een van de vier wegzwevende panelen van de S-IVB-trap (het kegelvormig deel ervan waar de maanlander in zat opgeborgen). In heel het arsenaal aan Apollofoto's is AS12-50-7326 de enige foto die zo'n wegzwevend paneel toont.
Zo'n paneel is waarschijnlijk de verklaring van een dubieuze waarneming van de bemanning van Apollo 11 in juli 1969. Gedurende hun tocht naar de maan zagen ze een onbekend object op enige afstand van hun eigen CSM-LM-combinatie. De algemene veronderstelling is dat ze een wegzwevend paneel zagen dat toebehoorde aan hun eigen S-IVB-trap.
De tweede bemande landing op de maan Whoopie! Man, that may have been a small one for Neil, but that's a long one for me Dat was meteen de toon die gezet werd door CDR Charles Conrad kort voor hij zijn eerste stap zette op het maanoppervlak. Toen zijn moonboot het maanoppervlak raakte zei hij: “Oooh, is that soft and queasy”. Apollo 12 was dan ook de minst formele van alle zes bemande maanlandingen. Deze missie stond bol van gebeurtenissen die niet voorzien waren, beginnend met een blikseminslag tijdens de lancering van de Saturn V te Cape Kennedy en eindigend met een 16 mm filmcamera die op het hoofd van LMP Alan Bean viel tijdens de splash-down van capsule Yankee Clipper.Het moment dat CDR Charles Conrad als derde aardbewoner voet zette op de maan staat beschreven in Eric M. Jones' Apollo Lunar Surface Journal, Apollo 12 – That may have been a small one for Neil, 115:22:16 (ground elapsed time).
Gelande LM Intrepid stond eerder westnoordwest georiënteerd Tijdens de landing van LM Intrepid werd gedurende de laatste seconden van de afdaling niet echt gelet op de westelijke oriëntering van de voorkant ervan. Daardoor keek de LM van Apollo 12 uit in westnoordwestelijke richting. Dit is goed te zien op de foto's waar LMP Alan Bean van de ladder afdaalt, genomen door CDR Charles Conrad die hem vanaf het maanoppervlak vanuit noordwestelijke richting fotografeerde. Tijdens het verlaten van de porch vangen Alan Beans linkerkant en helm zonlicht op. Zie foto's AS12-46-6727 en 6728.
Moeilijkheden tijdens het opstellen van de vlag Het opstellen van de vlag van de Verenigde Staten verliep niet zoals gepland. Op foto's is te zien dat de horizontale stang waaraan de vlag moest hangen niet in positie kon gehouden worden, waardoor de vlag geen fiere indruk gaf. Zie foto's AS12-46-6737, 6738, 6752, AS12-47-6953, 6954, 6955. Vlag met astronaut: AS12-47-6896 en 6897.
De eerste zingende astronaut op de maan In tegenstelling tot de eerder droge gesprekken van CDR Neil Armstrong en LMP Edwin Aldrin van Apollo 11, zorgde CDR Charles Conrad van Apollo 12 voor een vrij ludieke sfeer door af en toe wat te zingen. Hoewel het bij een neurieachtig “Dum-Dum-Da-Dum-Dum” bleef, klonk het in de oren van velen alsof hij in beschonken toestand op de maan liep. CDR Gene Cernan en LMP Harrison Schmitt van Apollo 17 (december 1972) sloten het Apolloprogramma af door eveneens te zingen op de maan, ditmaal waren het bekende liedjes met begrijpelijke teksten (o.a. “I was strolling on the moon one day, in the merry merry month of ... december”).
Maanmuseum Op het onderstel van maanlander Intrepid zou zich volgens de Amerikaanse kunstenaar Forrest "Frosty" Myers een piepklein maanmuseum moeten bevinden. Dit maanmuseum is een rechthoekig keramisch steentje ter grootte van 1,9 bij 1,3 centimeter. Op dit steentje werden zes eenvoudige kunstwerkjes (tekeningetjes) aangebracht, afkomstig van de kunstenaars John Chamberlain, Forrest Myers (de bedenker van het maanmuseum), David Novros, Claes Oldenburg, Robert Rauschenberg en Andy Warhol. Of het maanmuseum een werkelijk feit is, is onbekend.
Playboyplaymates in de cuff checklists In de checklists aan de polsen van de ruimtepakken van CDR Charles Conrad en LMP Alan Bean waren reeds voor de lancering op aarde enkele foto's toegevoegd van schaars geklede dames afkomstig uit het tijdschrift Playboy.
Hasselbladfoto AS12-48-7071 toont een closeup van CDR Charles Conrad met een foto van een schaars geklede dame in zijn cuff checklist.
Geen televisiebeelden Van de maanwandelingen van Apollo 12 bestaan geen of nauwelijks televisiebeelden, dit komt doordat maanlanderpiloot Alan Bean de televisiecamera tijdens het begin van de maanwandelingen toevallig op de zon richtte en onklaar maakte. Tijdens de voorafgaande oefeningen op aarde werd de televisiecamera vervangen door een houten blok, hetgeen resulteerde in het verkeerdelijk opstellen van de echte camera op het maanoppervlak. Een close-upfoto van de televisiecamera: AS12-46-6756.
Caramelkleurige of chocoladekleurige Surveyor 3 CDR Charles Conrad en LMP Alan Bean rapporteerden dat de door hen bezochte Surveyor 3 een opmerkelijke karamelachtige of chocoladeachtige kleur vertoonde en er ietwat stoffig uitzag. De zonnepanelen zagen er gitzwart uit. Het zou kunnen dat het stoffige voorkomen van Surveyor 3 toe te schrijven was aan Lunar Dust Levitation (LDL) of Lunar Dust Migration (LDM). Dit verschijnsel was ontdekt op foto's afkomstig van andere Surveyor-landers, genomen kort voor zonsopkomst en kort na zonsondergang. Boven de horizon waar de onzichtbare zon zich bevond was een dunne horizontale lichtstreep te zien, mogelijk toe te schrijven aan microscopisch kleine (elektrostatisch geladen) stofkorreltjes zwevend boven het maanoppervlak. Dit zou ook de verklaring kunnen zijn van verschillende telescopische waarnemingen van een soort mist in maankraters (obscuraties, zie Transient Lunar Phenomena, TLP).
Mound Het maanoppervlak rondom de landingsplaats van LM Intrepid had, apart van de relatief grote komvormige Surveyorkcrater en de kleinere kraters die de Snowman uitbeeldden, niet echt veel te bieden. Op enige afstand westwaarts van de maanlander lag er een kleine heuvelachtige verhoging (een mound), die dan ook uitvoerig werd gefotografeerd. De foto's van deze mound zijn verspreid over geheel Magazine 46-Y (zie Apollo Image Atlas, Lunar and Planetary Institute). Foto AS12-46-6793 toont de mound als een opmerkelijk geprononceerd detail aan de westelijke horizon, badend in de Heiligenschijn van het gereflecteerd zonlicht.
Bench Crater meteorite