Apollo 15 was in juli 1971 de vierde missie van het Apolloprogramma van de NASA, waarbij in de jaren 70 astronauten op de maan landden en deze verkenden.

De bemanning bestond uit David Scott (commandant), James Irwin (piloot van de maanlander) en Alfred Worden (piloot van de commando-module).

De landing op de maan was bijna verkeerd afgelopen omdat er aan de rand van een kleine krater is geland, die bij de daling niet zichtbaar was. De lander helde bij stilstand 8,6 graden naar links en 6,9 graden naar achteren, daardoor kreeg de maanlander de bijnaam "Scheve toren van Pisa".

Apollo 15 bracht 76,7 kg aan monsters van de maan mee terug naar de Aarde, waaronder de "Genesis Rock", en er werd een seismometer op de Maan geplaatst om maanbevingen te registreren.

Nadat de astronauten van de maan terugkeerden bij het moederschip sloeg de stijgtrap van de maanlander op 3 augustus 1971 in op het maanoppervlak, deels om er een kunstmatige maanbeving mee te veroorzaken die door de achtergelaten seismometers werd geregistreerd.

Bij de landing terug op aarde klapte een van de drie parachutes in na de ontplooiing, waardoor de bemanning een hardere splash-down ondervond dan gepland. Na deze splash-down in de Stille Oceaan, 530 km ten noorden van Hawaï, werden ze opgepikt door de USS Okinawa. Omdat eerdere vluchten hadden aangetoond dat er geen leven op de maan voorkwam, werden de astronauten, in tegenstelling tot de eerdere maanreizigers, niet in quarantaine gebracht na hun terugkeer op aarde.

De capsule wordt tentoongesteld in het United States Air Force Museum, Wright-Patterson Air Force Base te Dayton, Ohio.

Embleem Het embleem van de missie was een ontwerp van de Italiaanse modeontwerper en voormalige gevechtspiloot Emilio Pucci. Het embleem bevat een gestileerde Romeinse XV. Alleen de kleuren van Pucci werden gewijzigd in blauw, wit en rood van de Amerikaanse vlag.

Meegenomen voorwerpen Aan boord van de capsule Endeavour was een klein stukje hout aanwezig, afkomstig van het gelijknamige schip Endeavour van de ontdekkingsreiziger James Cook.

Om het zwaartekracht-experiment van Galileo Galilei op een ander hemellichaam dan de aarde uit te voeren, had CDR David Scott een valkenveer meegesmokkeld naar de maan. Toen hij op het maanoppervlak stond liet hij de valkenveer en een metalen geologiehamer tezelfdertijd vallen. Beide objecten raakten het maanoppervlak gelijktijdig, en daarmee werd aangetoond dat op een hemellichaam zonder atmosfeer en zonder luchtweerstand elk object, licht of zwaar, steeds met dezelfde snelheid daalt. Foto AS15-88-11890 toont de valkenveer liggend op de regolithlaag van het maanoppervlak.

De maanwandelende astronauten van Apollo 15 plaatsten het allereerste en enige kunstwerk op een niet-aards oppervlak. Het gaat om een aluminium beeldje Fallen Astronaut van de Belgische kunstenaar Paul Van Hoeydonck, met een gedenkplaat ter nagedachtenis van alle tot dan toe omgekomen ruimtevaarders, Amerikaanse zowel als Sovjet-Russische.

LMP James Irwin liet een kleine portretfoto van een man genaamd J.B. Irwin achter op het maanoppervlak. Zie discussie omtrent foto AS15-88-11870 in Eric M. Jones' Apollo Lunar Surface Journal (ALSJ).

Een bijbel van LMP James Irwin werd door CDR David Scott op de maanjeep (de Lunar Roving Vehicle, LRV) gelegd toen die op diens finale parkeerplaats werd achtergelaten (de VIP-site).

De landingsplaats thumb|De landingsplaats van Apollo 15 De landingsplaats van Apollo 15 is de noordelijkste van de zes bemande maanlandingen van het Apolloprogramma. Er werd voor het eerst een landing uitgevoerd tussen maanbergen, wat het risico op mislukken aanzienlijk verhoogde. De maanlander van Apollo 15 (Falcon) landde op een vlak en ietwat donkerkleurig terrein tussen de bergen Mons Hadley en Hadley Delta in het noordelijke gedeelte van de Montes Apenninus. Ten westen van de landingsplaats loopt Rima Hadley, en verder westwaarts Palus Putredinis (het oostzuidoostelijke onderdeel van Mare Imbrium). Het vlak terrein waar de landing plaatsvond werd destijds The Plain genoemd. Het oostelijke gedeelte van Rima Hadley waar de astronauten een bezoek aan brachten heette The Terrace. Het gedeelte van het Apennijnengebergte ten oosten van The Plain werd de Swann range genoemd. Een relatief grote krater aan de voet van Hadley Delta, tegen de 'bocht' of 'elleboog' in Rima Hadley, kreeg de benaming Saint George. Deze landingsplaats is, evenals deze van Apollo 17, vrij gemakkelijk op te sporen met een amateurtelescoop. Foto's AS15-87-11751 en 11754, genomen tijdens de Stand-Up EVA van CDR David Scott, tonen de Saint George krater op het lager gelegen gedeelte van de noordelijke helling van Mount Hadley Delta. Lunar Topographic Orthophotomap 41B4 (LTO-41B4) toont het noordelijke gedeelte van Montes Apenninus, met de landingsplaats van Apollo 15 rechts op de kaart.

Julienne Lunar Topophotomap 41B4S1(50) toont de wijde omgeving rond de landingsplaats van Apollo 15, alsook het pindanootvormige kratertje Julienne ten westen van Rima Hadley. Dit merkwaardig langgerekte kratertje kan m.b.v. een niet al te kleine telescoop en aangekoppelde webcam worden gedetecteerd. Dit pindanootvormige kratertje mag niet verward worden met de veel grotere komvormige tweelingkraters ten westen van het zuidelijke gedeelte van de Fresnel ridge (Hill 305). Deze tweelingkraters zijn vrij gemakkelijk waarneembaar met amateurtelescopen. Deze twee kraters kunnen fungeren als testobjecten om te proberen elk van hen van elkaar te scheiden, net zoals bij een dubbelster waarvan beide componenten zeer dicht bij elkaar staan.

Béla, Carlos, Jomo, en Taizo Deze vier voornamen werden gegeven aan langwerpige boogvormige depressies aan het zuidwestelijke uiteinde van Rima Hadley. Deze vier depressies waren niet bereikbaar gedurende de maanwandelingen van CDR David Scott en LMP James Irwin, maar werden wel gefotografeerd door CMP Alfred Worden vanuit het rondcirkelende moederschip Endeavour. Van praktisch alle orbitale foto's genomen door Alfred Worden, alsook deze door CMP Ken Mattingly (Apollo 16) en CMP Ron Evans (Apollo 17) werden na het afsluiten van het Apolloprogramma zéér gedetailleerde maankaarten gemaakt (de Lunar Topophotomaps), en ontstond aldus een reeks voornamen voor uniek uitziende depressies. Lunar Topophotomap 41B4S3(50) (Rima Hadley South) toont de ligging van de vier langwerpige boogvormige depressies met hun (door de I.A.U. officieel erkende) voornamen. Hoe deze vier boogvormige depressies ontstonden is nog steeds een onopgelost raadsel. Op kaart 22 in Antonín Rükl's Atlas of the Moon, die onder andere de landingsplaats van Apollo 15 toont, is enkel de voornaam Béla toegevoegd.

Mons Hadley Delta (Mons Hadley δ) De benaming Hadley Delta (Mons Hadley Delta / Mount Hadley Delta) komt van het feit dat vroegere selenografen (zoals onder andere Mary Adela Blagg, 1858-1944) aan prominente maanbergen Griekse letters gaven. Dit deden ze om onderscheid te maken met kraters en andere oppervlakteformaties die gewone letters kregen. De Griekse designaties worden tegenwoordig niet meer officieel gebruikt, maar de benaming Mons Hadley Delta (Mons Hadley δ) is veruit de bekendste door de landing van Apollo 15 in de buurt.

Chesley Bonestell Hoewel de maanlander van Apollo 15 tussen twee maanbergen landde, werd dit gebeuren met gemengde gevoelens onthaald. Enerzijds door het feit dat maanbergen er helemaal niet uitzien als de bekende aardse bergen met steile hellingen en scherpe pieken. Maanbergen zijn eerder flink uit de kluiten gewassen heuvels. De panoramafoto's die genomen werden door CDR David Scott en LMP James Irwin laten dit duidelijk zien, en fungeren als ontnuchterend antwoord op de schilderijen van "typische" maanbergen gemaakt door onder anderen de Amerikaanse illustrator Chesley Bonestell (1888-1986). Anderzijds was het de allereerste keer dat er een landing werd uitgevoerd tussen maanbergen, wat de landingen van Apollo 11, Apollo 12 en Apollo 14 enigszins deed vergeten.

Apparaten Stand-Up EVA Kort na de landing van LM Falcon op The Plain ten oosten van de Hadley-rille, opende CDR David Scott het bovenste luik van de stijgtrap om Stand-Up ExtraVehicular Activity te verrichten. Net zoals bij de oefenmissie van Apollo 9 in 1969 stond hij nog voor de aanvang van de eigenlijke maanwandelingen (van Apollo 15) half buiten het ruimteschip om onder andere panoramafoto's te nemen van de schaduwrijke omgeving. Op deze foto's zijn alle nabije kratertjes nog goed zichtbaar dankzij de laagstaande zon. Zie kleurenfotoreeks AS15-87-11730 tot en met 11758 (Magazine 87-KK), alsook zwart-wit fotoreeks AS15-85-11353 tot en met 11382 (Magazine 85-LL).

Apollo Lunar Surface Experiments Package (ALSEP) Net als bij de missies van Apollo 12 en Apollo 14 werd tijdens de missie van Apollo 15 op het maanoppervlak een ALSEP-groep opgesteld. Deze ALSEP-groep bevatte een centraal ontvangststation omringd door een diversiteit aan wetenschappelijke meetinstrumenten, allen met het ontvangststation verbonden via kabels. De ALSEP-groep stond (en staat nog steeds) op enige afstand oostwaarts van de landingsplaats. De verschillende meettoestellen zijn: Cold Cathode Ion Gauge (CCIG) Heat Flow Experiment (HFE) Laser Ranging RetroReflector (LRRR) (deze was niet echt een onderdeel van de ALSEP-groep, maar werd wel in de buurt ervan geplaatst) Lunar Surface Magnetometer (LSM) Passive Seismic Experiment (PSE) Suprathermal Ion Detector Experiment (SIDE) Solar Wind Spectrometer Experiment (SWS)

Maanwagen Bij deze missie werd voor het eerst een maanwagen meegenomen (de Lunar Roving Vehicle / LRV). Door dit voertuig kon een groter oppervlak worden verkend dan bij eerdere missies. Met de wagen is ruim 27 km afgelegd met een maximumsnelheid van rond de 13 km/h. Door de maanwagen en de bemanning werd Apollo 15 met 48 599 kg het zwaarste voorwerp dat de aarde verliet. Daardoor kwam Apollo 15 in een lagere baan om de aarde dan de vorige vluchten. De baan was onstabiel, maar liet wel toe om van daar naar de maan te vertrekken uit het zwaartekrachtsveld van de aarde. Op de maanwagen van Apollo 15 staat vermeld: MAN'S FIRST WHEELS ON THE MOON DELIVERED BY FALCON JULY 30 1971 (met de handtekeningen van de bemanning van Apollo 15) (zie de HiRes scan van Hasselbladfoto AS15-88-11862).

Fotografie en optische verschijnselen Gedurende de maanwandelingen van CDR David Scott en LMP James Irwin werden vele reeksen hogeresolutiefoto's van de maan genomen vanuit de Scientific Instruments Module (SIM-bay) opzij van de Service Module van het rond de maan cirkelende moederschip Endeavour. Deze hogeresolutiefoto's werden genomen met behulp van apparatuur die ontworpen was om spionagefoto's te nemen vanuit vliegtuigen. De Fairchild- en ITEK-fototoestellen werden gedurende de drie wetenschappelijke missies van Apollo 15, Apollo 16 en Apollo 17 gebruikt. Op sommige van deze hogeresolutiefoto's zijn de raadselachtige schachtvormige kratertjes reeds te zien die pas vele jaren later in (nog meer) detail zouden worden gefotografeerd met de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). Om gedurende de maanwandelingen detailrijke foto's te kunnen maken van fragmenten van de omliggende bergen Mount Hadley, Hadley Delta, Silver Spur, Swann Range, Big Rock Mountain, Hill 305, Bennett Hill, het heuvelachtige North Complex, en Hill 22, werd gebruik gemaakt van een 500 mm-telelens op de Hasselbladcamera.

De chocoladekleurige maan