thumb|Een nullijn met nog 23 andere meridianen De nulmeridiaan is van alle mogelijke meridianen diegene die als nullijn is aangewezen. Deze nullijn is van belang bij cartografie, navigatie en landmeetkunde, omdat ze samen met de evenaar de oorsprong geeft van geografische coördinaten voor plaatsbepaling op aarde. Waar de evenaar een geografisch vanzelfsprekende keuze is, aangezien deze haaks staat op de aardrotatie en precies in het midden tussen de polen ligt, is de keuze voor een bepaalde nulmeridiaan arbitrair en eerder politiek of praktisch dan geografisch bepaald.

In 1884 werd de Meridiaan van Greenwich gekozen als wereldwijd geldende nulmeridiaan, zij het dat in de praktijk meestal de IERS-referentiemeridiaan gehanteerd wordt, die daar iets van afwijkt.

Introductie Een meridiaan is een denkbeeldige lijn over het aardoppervlak, haaks op de evenaar, tussen noordpool en zuidpool. Het aantal meridianen is oneindig groot, maar slechts eentje daarvan is de nulmeridiaan. Elk geografisch coördinatensysteem heeft een nullijn en dus een ijkpunt nodig. Naar het noorden en zuiden telt men in breedtegraden, vanaf de evenaar, naar het oosten en westen in lengtegraden, vanaf de nulmeridiaan. Met deze twee eenheden (plus eventueel de hoogte) kan elke plaats op aarde eenduidig worden aangegeven in een stelsel van geografische coördinaten.

In de loop der eeuwen zijn er meerdere nulmeridianen, soms zelfs gelijktijdig, in gebruik geweest. De Oud-Griekse astronoom en geograaf Eratosthenes (derde eeuw v.Chr.) heeft zich als eerste beziggehouden met het berekenen van geografische lengte en breedte en hij hanteerde daarvoor een nullijn door Alexandrië. Daarna hebben vele cartografen en astronomen, maar ook politici, vorsten en andere belanghebbenden, gemeend er één te moeten aanwijzen. Het belang (of niet) van een specifieke nulmeridiaan is gelegen in de mate waarin hij gebruikt en geaccepteerd wordt. Aangezien het daarbij gaat om plaatsbepaling op de hele aarde is internationale ondersteuning doorslaggevend gebleken. Vanaf midden negentiende eeuw heeft men zich ingespannen voor het hanteren van een wereldstandaard en voor die rol werd niet lang daarna de meridiaan van Greenwich aangewezen.

De meridianen die ooit als nulmeridiaan fungeerden, worden in het Nederlands doorgaans niet met die term aangeduid, maar met de constructie "meridiaan van (Plaatsnaam)". Bij wetenschappelijke en technische systemen wordt heden ten dage de term "referentiemeridiaan" gebruikt.

Opmeten van de aarde thumb|Lijnen van lengte en breedte op een bol miniatuur|De rode bal van de sterrenwacht van Greenwich viel precies om één uur 's middags naar beneden, zodat schepen op de Theems hun chronometer gelijk konden zetten. Voor geografische coördinaten wordt een stelsel van rechte lijnen als uitgangspunt genomen. Op een bol(vorm) als de aarde betekent dit dat de grootste breedtecirkel over het oppervlak de evenaar is en dat de breedtecirkels naar de polen toe steeds kleiner worden. Haaks daarop staan de lengtecirkels, die naar de polen toe steeds dichter bij elkaar komen. Lengte en breedte worden aangeduid in booggraden. De breedtecirkels tellen alle 360° (graden), ongeacht hun grootte. De lengtegraden (of meridianen) tellen elk 180°, en met hun spiegelbeeld aan de andere kant van de planeet dus weer 360°. Een graad telt 60 boogminuten, een boogminuut 60 boogseconden.

De 360° die de omtrek rond de aardbol meet, worden uitgezet door vanaf de nulmeridiaan in beide richtingen tot en met 180 te tellen. Op de 180e graad komen deze tellingen weer bij elkaar en zodoende is de aardbol in twee helften verdeeld, westelijk en oostelijk halfrond. Van een nulmeridiaan is er maar een, en hetzelfde geldt voor zijn spiegelbeeld, de 180°-lijn. Van de andere lengtegraden zijn er altijd twee, naar het westen aangeduid met westerlengte (WL), naar het oosten met oosterlengte (OL).

Amsterdam ligt op 4 graden en 53 minuten ten oosten van de nulmeridiaan (4° 53' OL), Brussel ligt iets minder ver naar het oosten, op 4° 21' 17" OL (4 graden, 21 minuten en 17 seconden). Een verschil in (kilo)meters is met deze methode lastig aan te geven, daar de lengtegraden over een bol naar de polen toe steeds dichter bij elkaar komen.

Afstand is tijd, tijd is afstand Aangezien de aarde in een etmaal om haar as draait, verstrijkt er per 15° geografische lengte (360/24) één uur. Andersom geldt dat als men tussen twee plaatsen een uur tijdsverschil waarneemt, deze dus 15 graden in de lengte uit elkaar liggen. In de Griekse oudheid gebruikte men onder meer maansverduisteringen om deze berekening te maken. Deze en andere astronomische verschijnselen kunnen op onderling ver van elkaar gelegen plaatsen gelijktijdig worden waargenomen. In later eeuwen produceerden astronomen nauwkeurige tabellen van voorspelbare verschijnselen aan de hemel, efemeriden genaamd. Hiermee kon op afgelegen plaatsen, zoals op open zee, een berekening gemaakt worden van het tijdsverschil en dus van de lengte. Deze methode was echter verre van nauwkeurig en had niet zelden rampzalige gevolgen.

Dit probleem werd in de achttiende eeuw verholpen met de uitvinding van de chronometer, die onder alle omstandigheden gelijk bleef lopen met de tijd op de nulmeridiaan. Een tweede klok, de scheepsklok, werd dagelijks aangepast aan de plaatselijke tijd, zodat het verschil meteen te zien was en de lengte te berekenen. Die scheepsklok werd afgesteld om 12.00 uur, als de zon op haar hoogste punt aan de hemel stond. Een meridiaan wordt ook vastgesteld aan de hand van die specifieke stand van de zon; de naam is afgeleid van het Latijnse woord voor middag, meridies. Zodoende was de nulmeridiaan vanaf de achttiende eeuw niet alleen de nullijn in afstand, maar ook in tijd.

Landmeetkunde Vanaf eind zeventiende eeuw hebben diverse (nationale) organisaties inspanningen verricht om landen of delen daarvan met wetenschappelijke precisie op te meten. Daarbij werd gebruikgemaakt van de principes van de driehoeksmeting en zo'n stelsel had belang bij een nulpunt of nullijn. In veel gevallen hebben bestaande, geaccepteerde nulmeridianen die rol vervuld.

Eerste nulmeridianen thumb|Negentiende-eeuwse reconstructie van de wereldkaart van Eratosthenes, ca. 194 v.Chr. Aswan, Alexandrië en Rhodos liggen -abusievelijk- op dezelfde meridiaan. thumb|Wereldkaart (gereconstrueerd) van Ptolemaeus

Alexandrië en Rhodos Het geografische concept "lengte" vindt zijn oorsprong in de Oud-Griekse wetenschap ten tijde van de hellenistische periode (323-146 v.Chr.). Naast het op basis van waarnemingen schatten van de omtrek van de aarde in 240 v.Chr. moet de astronoom en geograaf Eratosthenes zich als eerste bezig hebben gehouden met het berekenen van de onderlinge afstand van toentertijd bekende steden. Hij hanteerde daarbij een nullijn door de plaats van zijn leven en werk: Alexandrië. Van deze meridiaan nam hij abusievelijk aan dat deze ook door Rhodos en Syene (Aswan) liep.A multiplicity of prime meridians, privésite van een Nieuw-Zeelandse geograaf, geraadpleegd 24 juli 2013.

De eveneens oud-Griekse astronoom, geograaf en wiskundige Hipparchus (ca. 190-120 v.Chr.) bouwde voort op het werk van Erathostenes met betrekking tot het berekenen van afstanden en daarvoor introduceerde hij twee belangrijke vernieuwingen. Ten eerste bedacht Hipparchus de methode van de maansverduisteringen om geografische lengte te schatten. Ten tweede hanteerde hij voor het eerst een systeem van graden, minuten en seconden om de aarde mee te verdelen. Als nullijn gebruikte hij een meridiaan van Rhodos, mogelijk dezelfde misrekening makend als zijn voorganger.American Prime Meridians, Geographical Review, april 1942.

Het was de Romeinse historicus, filosoof en geograaf van Griekse afkomst Strabo (ca. 64 v.Chr.–19 n.Chr.), van wie een groot deel van onze kennis over voornoemde twee wetenschappers stamt.In de oudheid was het niet ongebruikelijk in wetenschappelijke verhandelingen kritiek te leveren op het werk van voorgangers. Zo moet Hipparchus onder andere het boek Tegen de Geografie van Eratosthenes geschreven hebben, waarnaar Strabo weer verwijst. Dat deed hij met zoveel details dat werk en ideeën van beide anderen eruit herleid kunnen worden.Dueck, D.; Lindsay, H.; Sarah Pothecary, S. (2005); Strabo's Cultural Geography, p. 31, geraadpleegd via GoogleBooks, 21 oktober 2014. In Boek II van zijn encyclopedie van de toenmalige bekende wereld, Geographika, geeft Strabo de tot dan toe opgebouwde kennis van onder andere meridianen weer. Verder geeft hij voor veel toen bekende steden een geografische lengte op basis van de meridiaan van Alexandrië.

De Grieks-Romeinse astronoom, wiskundige en geograaf Claudius Ptolemaeus (ca.90-168) schreef verscheidene verhandelingen over uiteenlopende wetenschappelijke onderwerpen. Hij hanteerde deels een meridiaan van Alexandrië als nullijn,Almagest Ephemeris Calculator, een website van de universiteit van Utrecht, geraadpleegd 12 juni 2013. maar nam ook de meridiaan van de "gezegende eilanden" over van de wiskundig-geograaf Marinus van Tyrus. Almagest is het eerste van de drie meest bekende werken van Ptolemaeus en gaat hoofdzakelijk over astronomie, maar het verwijst al naar zijn latere Geographia. In boek 2, sectie 13 van Almagest schrijft hij: "[..] daar zullen we vermelden wat van elk van die steden de afstand in graden is [..] van de meridiaan door Alexandrië, ten oosten of westen gemeten langs de equator, want [Alexandrië] is de meridiaan waarvoor we de tijden van de posities [van hemellichamen] vaststellen."O. A. W. Dilke, The Culmination of Greek Cartography in Ptolemy, via website Universiteit van Chicago, geraadpleegd 12 juni 2013.

Ferro thumb|Detail van een kaart van Silezië uit 1746. Het onderschrift vermeldt: "Longitudines a Primo Meridiano per Insula Ferri."

In het genoemde Geographia, een rond het jaar 150 gemaakte atlas en verhandeling over de geografie, introduceerde Ptolemaeus een nieuwe nullijn, die net ten westen liep van wat de "fortunatae insulae" (gezegende eilanden) werd genoemd.Ptolemy (or Claudius Ptolemaeus), encyclopedia.com, geraadpleegd 12 juni 2013.Ptolemaeus definieerde deze lijn als gelegen op 62½° ten westen van Alexandrië. Het wordt daarom wel betoogd dat het in feite geen echt nieuwe nullijn was. Voor deze eilanden, die in de Griekse mythologie ook met het paradijs werden geassocieerd, hebben verschillende eilanden(groepen) kandidaat gestaan. Bij de herontdekking van de Canarische eilanden rond 1300 werd vrijwel meteen aangenomen dat dit de gezegende eilanden van Ptolemaeus waren. De eerste drukkers van het werk van Ptolemaeus, aan het eind van de zestiende eeuw, meenden dat de Griekse geograaf specifiek het eiland Ferro bedoelde, omdat dit het meest westelijke van die eilanden is. Zij moeten dan ook beschouwd worden als de naamgevers van de meridiaan van Ferro. Deze nulmeridiaan is tot ver na deze periode in (algemeen) gebruik geweest en op sommige landkaarten zelfs tot in de eenentwintigste eeuw.Die chaotische Vernetzung der Erde, ZEIT ONLINE, geraadpleegd 9 februari 2015.

Kaap Verde en Kaapverdië