Het hondenparadijs is het zesenvijftigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en grotendeels getekend door Willy Vandersteen. Het werd gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 26 oktober 1961 tot en met 6 maart 1962.
De eerste albumuitgave was in 1962, in de toenmalige Vlaamse tweekleurenreeks met nummer 45. In 1969 verscheen het verhaal opnieuw in de Vierkleurenreeks met albumnummer 98.
Locaties Vlaanderen, het "hondenparadijs"
Personages Suske, Wiske met Schanulleke, tante Sidonia, Lambik, Jerom, mannen met houten maskers, de honden Tobias, Dolly en een schoothondje, dierenarts, nachtwaker/stroper
Het verhaal
Suske, Wiske en Lambik hebben een voorstelling van Pats' Poppenspel bezocht. Op de terugweg rijdt Lambik een straathond aan. Het dier wordt tegen zijn zin door Suske en Wiske meegenomen naar tante Sidonia. Wiske besluit het hondje te houden en ze noemt hem Tobias. Lambik ziet twee onbekende mannen rond het huis van tante Sidonia sluipen, en er wordt een briefje door het raam naar binnen gegooid. Sidonia is intussen erg zenuwachtig over iets, en ze krijgt een complete zenuwinzinking als ze op de radio berichten over de atoombom hoort.
Sidonia loopt een hersenschudding op doordat ze struikelt over een kat die door Tobias achterna gezeten werd. Lambik en Jerom blijven enige tijd bij haar in huis. Tobias moet van Lambik – die het dier van meet af aan niet kan uitstaan – per se weg. Wiske verstopt het hondje in haar kamer. ’s Nachts dringen de twee onbekende mannen met houten maskers het huis binnen, op zoek naar iets. Ze zorgen dat Tobias de schuld krijgt van de troep die zij veroorzaken. Tobias verlaat het huis als hij ziet dat Wiske de mantel wordt uitgeveegd.
De vrienden worden door de mannen met de houten maskers tijdelijk verdoofd met slaapgas. Tobias ziet hoe Sidonia door de mannen uit het huis wordt gehaald. Lambik en Jerom achtervolgen even later de auto waarin Sidonia is ontvoerd. Ze komen Tobias weer tegen en hun auto raakt van de weg. Lambik vraagt een nachtwaker/stroper op een bouwterrein om nu echt af te rekenen met de hond. Wiske redt Tobias opnieuw, maar Tobias heeft niet alles zien gebeuren en hij denkt dat Wiske degene is die op hem heeft geschoten. Wanhopig zwerft hij over straat. Hij ontmoet een schoothondje, dat naar de Hondenhemel verlangt omdat ze ziek is door al het eten dat ze van haar rijke maar domme bazin heeft gekregen. Eén keer per week komt er namelijk een sprookjeswagen om alle ongelukkige honden op Aarde naar het Hondenparadijs te brengen, en die nacht kunnen de honden bovendien even spreken. Tobias hoort ook van dit schoothondje dat Wiske niet degene was die op hem schoot. Daarop besluit Tobias dat hij zelf niet naar het Hondenparadijs wil, maar bij Wiske wil blijven.
Tobias komt bij Verkoopzaal K&K, waar ook Sidonia samen met haar ontvoerders is. Tobias wordt door een samenloop van omstandigheden dronken. ’s Nachts, op het moment dat hij even kan spreken, belt hij Wiske. Als het gesprek niet goed verloopt, besluit Tobias dat hij toch maar naar het Hondenparadijs wil vertrekken. Hij springt uit het raam en raakt gewond. Wiske gaat naar hem toe, maar ze valt in een vijver. Tobias redt Wiske uit het water, en ziet dan net de sprookjeswagen met daarin Dolly vertrekken. Wiske brengt Tobias naar een dierenarts en de vrienden besluiten uit medelijden zelf een hondenparadijsje voor Tobias te maken. De houten maskers vertellen dat 5.X.17 zich op het veldje achter het ziekenhuis bevindt, de plek waar de vrienden het paradijs willen maken. De vrienden horen de gemaskerde mannen daar praten over 5.X.17. Tobias is dolgelukkig met zijn eigen plekje. Lambik praat intussen in de kroeg voluit over Tobias de sprekende hond, en het verhaal komt in de krant.
Tante Sidonia hoort dat de houten maskers de hond – die te veel over hen te weten is gekomen – willen doodmaken. Ze belt Wiske om haar te waarschuwen. Suske, Wiske en Jerom gaan op weg naar Tobias, maar worden gevolgd door de mannen met de houten maskers. Als ze in het paradijsje aankomen, blijkt Tobias nergens te vinden. Lambik heeft zich verstopt in de kofferbak en komt in de schuilplaats van de mannen met de houten maskers terecht. Hij vindt hier ook Sidonia terug, maar zij wil nog steeds niet zeggen wat er allemaal aan de hand is. Lambik krijgt een pistool in handen en wil nu per se weten wie de mannen zijn. Ze vertellen dat ze Russische en Amerikaanse ruimtevaartdeskundigen zijn die onderling samenwerken (ondanks de Koude Oorlog). Er is een satelliet uit de ruimte gevallen, die door kosmische invloeden explosief en daardoor zeer gevaarlijk is geworden. De satelliet ligt precies op het terrein achter het ziekenhuis en de mannen met de maskers willen het ding ontmantelen, voordat het ontploft. Deze satelliet is ook de 5.X.17 waar ze eerder over praatten.
De satelliet ligt ook precies op de plek van het ingerichte hondenparadijs. Tobias zit erop samen met zijn nieuwe vriendinnetje, het hondje Dolly. De mannen zien dit en om te voorkomen dat de satelliet zal ontploffen, proberen ze Tobias neer te schieten. In plaats daarvan raken ze Dolly. Tobias sleept Dolly naar de plaats waar de sprookjeswagen zal vertrekken. Wiske smeekt Tobias om de ontsteking onklaar te maken; niemand van de ruimtevaartdeskundigen lukt dit, terwijl Tobias in de satelliet kan kruipen. Uiteindelijk doet Tobias wat er van hem gevraagd wordt, ook al betekent dit dat hij Dolly (die net vertrekt met de wagen van het Hondenparadijs) voorgoed kwijt zal raken. De satelliet wordt dankzij Tobias dus alsnog ontmanteld, maar Tobias zelf is hierna weer verdwenen.
Suske en Wiske nemen aan dat Tobias hen nu nooit meer wil zien. Ze willen het hondenparadijs afbreken, maar dan zien ze Tobias een eind verderop ineens weer samen met Dolly. De twee honden kunnen intussen niet meer praten. Suske en Wiske zijn blij voor hen en gaan naar huis, alhoewel ze niet snappen wat er is gebeurd. Dolly vertelt Tobias dat ze spontaan genezen was van de schotwond op het moment dat ze in de sprookjeswagen sprong. Toen besloot ze op het laatste moment om toch niet met de wagen mee te gaan, maar om in plaats daarvan op Aarde bij Tobias te blijven.
Achtergronden bij het verhaal In dit verhaal maakt het hondje Tobias zijn debuut, die later nog herhaaldelijk in de serie zou terugkomen (in het eerstvolgende verhaal, De kaartendans, is hij ook al even te zien). Tobias noemt K&K in een dronken bui "Kroutnedy" en "Kennetjev". Dit zijn verwijzingen naar Nikita Chroesjtsjov/Kroetsjov (partijleider van de Communistische Partij in de toenmalige USSR van 7 september 1953 tot 14 oktober 1964) en John F. Kennedy (president van de Verenigde Staten van 1961 tot november 1963). Dit is een van de Suske en Wiske-verhalen waarin de (destijds behoorlijk actuele) dreiging van het uitbreken van een kernoorlog op de achtergrond meespeelt (net als in bijvoorbeeld De speelgoedzaaier).
Uitgaven
Vertalingen Dit verhaal is ook in het Drents vertaald, door Martin Koster. In samenwerking met het Nieuwsblad van het Noorden werd het uitgegeven als Het hondenparadies.
Externe links Het hondenparadijs, Suske en Wiske op het WWW
Categorie:Stripverhaal van Suske en Wiske Categorie:Stripverhaal uit 1962