Karel VII (Parijs, 22 februari 1403 – Mehun-sur-Yèvre, 22 juli 1461) was koning van Frankrijk van 1422 tot aan zijn dood. Zijn koningschap stond in het teken van de Honderdjarige Oorlog. Hij wist een groot deel van zijn koninkrijk te heroveren op de Engelsen en de koninklijke autoriteit te versterken.

Levensloop Hij was de enige nog overlevende zoon van de mentaal gestoorde Karel VI uit het huis Valois en Isabella van Beieren. Na de dood van zijn twee oudere broers werd hij in 1417 dauphin van Frankrijk. In 1420 werd, met het verdrag van Troyes, Karel onterfd en zou de troon na de dood van zijn vader gaan naar Hendrik V van Engeland. Beide koningen stierven kort daarna in 1422.

Hij oefende aanvankelijk slechts het feitelijk gezag uit over een beperkt deel van het koninkrijk, en moest zich verzetten tegen de aanspraken van de zich eveneens koning van Frankrijk noemende Engelse kindvorst Hendrik VI en zijn oom-regent Jan van Bedford, die met de steun van de Bourgondiërs het gebied ten noorden van de Loire en Gascogne in het zuiden beheerste. Daarom werd hij ook spottenderwijs koning van Bourges genoemd. De Honderdjarige Oorlog met de Engelsen en de machtsstrijd om de troon, de burgeroorlog tussen Armagnacs en Bourguignons woedde volop. Yolande van Aragón, de hertogin van Anjou, stelde hem onder haar bescherming en zou grote invloed op hem en de Franse politiek uitoefenen. In 1422 trouwde hij met haar dochter, Maria.

De eerste jaren van zijn koningschap verliepen moeizaam. Het tij keerde vanaf 1427 door het optreden van Jeanne d'Arc. Er werden een aantal spectaculaire militaire successen behaald in de Loire-vallei en Orléans werd in 1429 met succes verdedigd tegen de Engelsen. Karel liet zich door Jean d'Arc ertoe overhalen zich volgens de traditie tot koning te laten kronen, wat gebeurde in Reims op 17 juli 1429. Karel viel evenwel spoedig daarna terug in zijn apathie. Hij deed geen enkele poging om zijn weldoenster Jeanne d'Arc uit handen van de Engelsen te redden.

Hij slaagde er pas in het Franse gezag te herstellen, nadat in 1435 de Bourgondische hertog Filips de Goede zich door de Vrede van Atrecht met hem had verzoend en tegelijkertijd interne tegenstellingen de Engelse weerbaarheid gebroken hadden. In 1436 werd Parijs ingenomen. In 1444 waren Île-de-France en Gascogne opnieuw onder Karels controle gekomen, in 1449/1450 ook Normandië, en in 1451 Bordeaux en Bayonne.

Belangrijker nog dan het territoriale herstel vormde zijn reorganisatie van leger en financiën de basis van het latere vorstelijk absolutisme. Karel kon hiervoor op uitstekende medewerkers een beroep doen: Pierre de Brézé, Jacques Coeur e.a., terwijl ook zijn maîtresse, Agnès Sorel, zijn aandacht vestigde op de problemen waarmee zijn koninkrijk worstelde, en hem tot energieker reageren aanmoedigde. Op militair gebied werkte hij aan de oprichting van een staand beroepsleger, dat de uitspattingen van de vroegere ongedisciplineerde legerbenden moest uitschakelen. Om deze onderneming te financieren, creëerde Karel belastingen (tailles) die niet onderworpen waren aan de voorafgaande toestemming van de Staten. Op kerkelijk terrein betekende de Pragmatieke Sanctie van Bourges (1438) eveneens een stap in de richting van het vorstelijk absolutisme, omdat daardoor de Franse kerk rechtstreekser onder het gezag van de koning werd geplaatst. Verzet tegen de groeiende koningsmacht rees vooral onder de adel, die onder meer revolteerde in 1428 in Berry en in 1440 (de Praguerie), terwijl Karel na 1456 vaak had af te rekenen met de intriges van zijn zoon Lodewijk. In 1454 vaardigde Karel in Montils-lès-Tours de ordonnantie uit dat alle costumen in Frankrijk in de lokale taal moesten worden gecodificeerd. Karel VII liet in Parijs een nieuw paleis bouwen, het Hôtel des Tournelles, in de wijk Le Marais op de site van de huidige Place des Vosges. , La place des Vosges, coeur battant de Paris, L'Éventail, oktober 2018

Bang om vergiftigd te worden door handlangers van zijn zoon Lodewijk, waarmee hij voortdurend hooglopende ruzie had, at hij vanaf juli 1461 nauwelijks meer en was, toen hij stierf op 58-jarige leeftijd, uitgehongerd., De Bourgondiërs, p. 259-286.

Beoordeling miniatuur|Miniatuur van Jean Fouquet uit 1459-1460; Karel VII zit het Cour des Pairs voor tijdens het proces tegen Jan II van Alençon wegens majesteitsschennis in Vendôme. Door geschiedschrijvers werd Karel traditioneel afgeschilderd als karakterloos en apathisch, waarbij de rol van Jeanne d'Arc in de verf werd gezet. Hij zou hebben geleden aan een bipolaire stoornis: hij werd onder meer verteerd door dwanggedachten over zijn afkomst, omdat het losbandige gedrag van zijn moeder, Isabella van Beieren, schandalen had veroorzaakt.

Moderne geschiedschrijvers als Philippe Contamine benadrukken de coherentie in zijn politiek die gericht was op de herovering van zijn koninkrijk en de versterking van de koninklijke macht. Ondanks de moeilijkheden op zijn pad bleef hij deze politiek doelgericht voeren.

Huwelijk en kinderen Karel huwde in 1422 met Maria van Anjou (1404-1463), dochter van Lodewijk II van Anjou, en werd de vader van: Lodewijk XI (1423-1483) Jan (1425-1425) Radegonde (1425-1445) Catharina, in 1440 gehuwd met Karel de Stoute Jacob (1432-1437) Yolande (1434-1478), in 1452 gehuwd met Amadeus IX van Savoye Johanna (1435-1482), in 1452 gehuwd met Jan II van Bourbon Filips (1436-1436) Margaretha (1437-1438) Johanna (1438-1446) Maria (1438-1439) Magdalena (1443-1495), in 1462 gehuwd met Gaston van Foix-Viane Karel (1446 - 1472).

Kwartierstaat (voorouders)

Categorie:Koning van Frankrijk Categorie:Huis Valois Categorie:Graaf van Poitiers Categorie:Persoon in de Honderdjarige Oorlog Categorie:Persoon in de 15e eeuw