De Oostzee, in het Nederlands minder gebruikelijk Baltische Zee, is een binnenzee van de Atlantische Oceaan die tussen Zweden, Finland, Rusland, de Baltische staten, Polen, Duitsland en Denemarken ligt. In het noorden en oosten bevinden zich als uitlopers de Botnische Golf, de Finse Golf en de Golf van Riga. Via de Sont, Grote Belt en Kleine Belt staat de zee in verbinding met het Kattegat, Skagerrak en de Noordzee.
Ontstaan
Miljoenen jaren geleden lag op de plek van de huidige Oostzee een rivier, de Eridanos. Later ontstond er in koude perioden (glacialen) in Scandinavië meerdere keren een dikke ijskap. Het bewegende ijs stroomde door het bekken naar het zuiden, waarbij het steeds verder uitschuurde. Het afgevoerde materiaal vinden we nu zuidelijker terug als zwerfstenen, ook in ons land. Ook drukte het gewicht van het ijs de aardkorst een stukje in. Door deze oorzaken veranderde de rivier uiteindelijk in een zee.
Nadat de Scandinavische ijskap zich aan het eind van het laatste glaciaal (het Weichselien) weer terugtrok, heeft de Oostzee zich in in een aantal stappen opnieuw gevormd. Eerst in de vorm van een zoetwatermeer, het Baltische IJsmeer. Na het eind van het Jonge Dryas vormde zich in Midden-Zweden op de lijn Göteborg-Stockholm een zeestraat, waardoor het ijsmeer zout werd en de Yoldiazee ontstond. Door postglaciale opheffing sloot de zeestraat zich na verloop van tijd weer en werd het opnieuw een geïsoleerd zoetwatermeer, dit keer Ancylusmeer geheten. Door het stijgen van het globale eustatische zeeniveau, kwamen de zeestraten in Denemarken, de Grote Belt en de Sont onder water te staan. Hierdoor ontstond geleidelijk aan de Littorinazee; de directe voorloper van de huidige Oostzee.
Kenmerken miniatuur|upright=1.5|Waterdiepten van de Oostzee in meters De gemiddelde diepte van de Oostzee ligt tussen de 70 en 100 meter,Sovjet Union: a geographical survey, uitgever: Progress Publishers, Moskou, 1976, blz 47-48 en het diepste punt, de Landsortsdiepte, op 459 meter onder de zeespiegel. De waterinhoud is zo’n 22.000 km³.
De Oostzee is brakker dan de Noordzee ten gevolge van de grote aanvoer van rivierwater en de geringe verdamping. Ongeveer 250 rivieren monden uit in de Oostzee en deze brengen zo’n 470 km³ zoet water in. Per jaar stroomt zo’n 1600 km³ water uit de Oostzee via de straten tussen Denemarken en Zweden naar de Atlantische Oceaan. Een tegenstroom van zouter en zwaarder water brengt ongeveer driekwart hiervan terug, anders had de Oostzee allang zoet water gehad. Nabij de Belten wisselt het zoutgehalte van het oppervlaktewater, afhankelijk van de wind, tussen 10‰ en 22‰. In de uiteinden van de Botnische en de Finse Golf daalt het tot minder dan 3‰;Density and Absolute Salinity of the Baltic Sea 2006–2009, Ocean Scie op grotere diepte in de bekkens is het zoutgehalte echter aanzienlijk hoger. 's Winters daalt de oppervlaktetemperatuur op vele plaatsen tot beneden het vriespunt en treedt vooral langs de kusten en in het noorden en oosten veel ijsvorming op.
Het waterniveau in de Oostzee varieert met de luchtdruk. In het algemeen leidt een daling van de luchtdruk met 1 hectopascal (hPa) tot een stijging van het waterniveau met 1 centimeter. Het gemiddelde niveau van de zeespiegel is 0 centimeter bij een gemiddelde luchtdruk van 1013 hPa. In de regio varieert de luchtdruk tussen de 950 en 1050 hPa gedurende het jaar,BalticSeanow.info: Effect van luchtdruk op het waterniveau , geraadpleegd op 18 januari 2013 waardoor het waterniveau tussen 63 centimeter hoger en 37 centimeter lager kan komen te liggen. De zeespiegel kan binnen de regio ook sterk variëren: een lagedrukgebied in de Botnische Golf gecombineerd met een hogedrukgebied in het zuiden van de Oostzee kan tot een hoogteverschil leiden van maximaal 2 meter. Gedurende een jaar is de zeespiegel hoog in de herfst en winter wanneer lagedrukgebieden frequent voorkomen en de westenwind krachtig is. In de lente en zomer is de wind zwakker en de luchtdruk veelal hoger.
De Oostzee heeft slechts een gering getijdeverschil: tot enkele decimeters hoogteverschil bij de Sont tot ongeveer 10 centimeter verder naar het oosten. In de zomer kan het waterpeil hoger staan als het smeltwater de zee bereikt. Een aanhoudende wind uit het westen kan het waterpeil in de Finse Golf doen stijgen met overstromingen tot gevolg. Sint Petersburg leed onder grote overstromingen in 1824 en september 1924. In 1924 werd het waterpeil van de Neva zo met bijna 4 meter opgestuwd en grote delen van de stad kwamen onder water te staan. Om de stad hiertegen te beschermen is de Sint-Petersburgdam aangelegd.
De enkele grote en vele kleine meren die in Rusland tussen Sint-Petersburg en Belomorsk liggen, maken via enkele rivieren en een groot aantal kanalen een alternatieve waterweg tussen de Oostzee en de Barentszzee.
Geografie Begrenzing miniatuur|upright=1.5|Fytoplankton woekert in de Oostzee in de zomer van 2005. Opname door de MERIS-spectrometer van de Envisat-satelliet. Met de wijzers van de klok meegaand, grenzen de volgende landen aan de Oostzee: (Bornholm en Ertholmene)
(Sint-Petersburg en omgeving)
(oblast Kaliningrad)
Tot de Oostzee in ruime zin behoren ook de Botnische Golf, de Finse Golf, de Golf van Riga en kleinere baaien ('bochten') en haffen langs de kust van Duitsland, Polen, Rusland en Litouwen.
Voor Letland, Litouwen, Rusland en Polen ligt de Oostzee in het geheel niet ten oosten van dat land. Zij noemen in hun taal deze zee dan ook de Baltische Zee, wat ook de Engelse naam is (Baltic Sea). De zee ligt ook ten westen en zuiden van Finland, maar in het Fins gebruikt men toch de naam Oostzee ("Itämeri").
Estland is hier echter de grootste uitzondering: in het Ests heet deze zee namelijk de Westzee ("Läänemeri").
Afwatering en rivieren Estland, Letland, Litouwen en Polen wateren voor 100% af op de Oostzee, de andere landen gedeeltelijk. Ook Tsjechië, Slowakije, Oekraïne en Wit-Rusland lozen deels hun oppervlaktewater indirect in de Oostzee.
De belangrijkste rivieren die op de Oostzee afwateren zijn de Weichsel in Polen, de Oder nabij de Pools-Duitse grens, de Westelijke Dvina in Letland en de Neva in Rusland. Naam Gemiddelddebiet Lengte Stroomgebied Staten Langste stroomweg Newa 2500 m³/s 74 km (nominaal)860 km (hydrologisch) 281.000 km² Rusland, Finland (Vuoksi, stroomt in het Ladogameer) Suna (280 km) → Onegameer (160 km) →Svir (224 km) → Ladogameer (122 km) → Newa Wijssel 1080 m³/s 1047 km 194.424 km² Polen, zijrivieren van Wit-Rusland, Oekraïne, Slowakije Westelijke Dvina 678 m³/s 1020 km 87.900 m² Rusland (bron), Letland Memel 678 m³/s 937 km 98.200 km² Wit-Rusland (bron), Litouwen, Rusland Kemijoki 556 m³/s 550 km (Hoofdrivier) 600 km (riviersysteem) 51.127 km² Finland, Noorwegen (bron van de Ounasjoki) langere zijrivier Kitinen Oder 540 m³/s 866 km 118.861 km² Tsjechië (bron), Polen, Duitsland Lule älv 506 m³/s 461 km 25.240 km² Zweden Narwa 415 m³/s 77 km (nominaal) 652 km (hydrologisch) 56.200 km² Rusland (bron van de Velikaja), Estland Velikaja (430 km) → Peipusmeer (145 km) → Narwa Torne älv 388 m³/s 520 km (nominaal) 610 km (hydrologisch) 40.131 km² Noorwegen (bron boven de Torneträsk),Zweden, Finland Válfojohka → Kamajåkka → Abiskojaure → Abiskojåkka(samen 40 km)→ Torneträsk (70 km) → Torne älv
thumb|alt=Kaart van de Oostzee|Een aantal havens en eilanden aan en in de Oostzee
Eilanden De grootste eilanden in de Oostzee zijn: Gotland (Zweden) Öland (Zweden) Saaremaa (Estland) Hiiumaa (Estland) Rügen (Duitsland) Bornholm (Denemarken) Archipel van Åland (Finland)
Havens Grote havenplaatsen direct of indirect aan de Oostzee zijn:
Handelsfunctie De Oostzee heeft vanaf de middeleeuwen (o.a. de Duitse Hanze) een belangrijke functie vervuld als waterwegverbinding tussen de omliggende landen, een functie die versterkt is met de opening van het Nord-Ostsee Kanal in 1895.
Al rond 1500 voeren jaarlijks honderden Nederlandse schepen naar Danzig en andere Oostzeehavens om graan te kopen. Het graan was daar goedkoop omdat adellijke grootgrondbezitters op grote schaal graan lieten verbouwen door horige boeren. Deze handel werd de Moedernegotie genoemd omdat het de belangrijkste handel was van de Republiek in de 16e en 17e eeuw.
Natuur en milieu Er zijn slechts vier soorten zoogdieren in de Oostzee: drie zeehonden en een bruinvis die tot de tandwalvissen behoort. De Baltische ringelrob verschilt zo veel van zijn voorouder dat hij nu wordt geclassificeerd als zijn eigen ondersoort. Geringelde zeehonden en grijze zeehonden kwamen in de vroege jaren 1900 nog veel voor, maar hun aantal daalde als gevolg van jacht en vervuiling.
De Baltische visfauna is een mengsel van mariene soorten zoals kabeljauw, haring, heek, schol, tong, schorpioenvis en tarbot, en zoetwatersoorten zoals baars, snoek en witvis.
Volgens de Finse zoöloog Marko Reinikainen worden veel soorten leven in de Oostzee met uitsterven bedreigd. Er zou steeds minder vers oceaanwater de Oostzee instromen. Het Kattegat, de smalle toegang tot de Oostzee, wordt steeds ondieper doordat de zeebodem daar stijgt. Door deze natuurlijke drempel gedijen in de Oostzee steeds meer blauwe en groene algen. De algen verstikken andere soorten leven in de zee, waaronder de kabeljauw, die inmiddels zeldzaam is geworden. Marko Reinikainen zegt dat grote gedeelten van de zee ecologisch dood zijn.NOS.nl, 16 mrt 2007 - Leven in Oostzee aan het uitsterven
Extreem winterweer in 2010-2011 thumb|IJs in de haven van Ystad, februari 2011 Ieder jaar raakt een gedeelte van de Oostzee bevroren. In de winter van 2010-2011 raakte ongeveer 2/3 van de Oostzee bevroren, iets dat sinds de jaren 80 niet meer was voorgekomen. Niet alleen de grote oppervlakte, maar ook de dikte van het ijs (50–60 cm) was extreem. Bij een dergelijke dikte kunnen ijsbrekers zelfs niet meer voor doorvaart zorgen. In Finland en Estland konden wegen op het ijs aangelegd worden, zodat ook de eilanden voor de kust bereikbaar bleven. Voor de kust van Gdańsk, toch een van de meest zuidelijk gelegen havens, kon op het ijs gelopen worden. Een van de oorzaken van het extreme weer was een harde wind, die er tevens voor zorgde dat er stuwijs ontstond, soms met brokken ijs van 20 meter hoog.Gegevens NOS-Nieuws 25 februari 2011.
Ook in het zuidwesten leverde het ijs problemen op. Zo waren de havens van Køge en Ystad door een harde westenwind moeilijk bevaarbaar geworden door ijsvorming, waardoor de veerdienst van en naar Bornholm alleen nog met de Povl Anker bediend kon worden.Povl Anker is een I 3/3 E, Deep Sea Car Ferry ICE II, een veerboot en Klasse II ijsbreker. Ook de havens van Trelleborg en Simrishamn waren moeilijk bereikbaar geworden.Bornholms Tidende, 24 februari 2011
Externe links
Baltic Sea Now website Baltic Sea Portal - itameriportaali.fi Europese Unie Maritime Spatial Planning (MPS) Oostzee
Categorie:Randzee