Rosalie Loveling (Nevele, 19 maart 1834 – aldaar, 4 mei 1875) was een Vlaams schrijfster.
Leven Frederica Rosalie Loveling, de oudere zus van Virginie Loveling, werd geboren in het Oost-Vlaamse Nevele, waar ze ook opgroeide. Haar moeder was Marie Comparé en haar vader was Anton Loveling, die uit Nedersaksen afkomstig was.
Rosalie en Virginie waren dichteressen en prozaïsten die opgroeiden als jongsten in een groot gezin waar aandacht voor cultuur, lezen en de kennis van verschillende talen vanzelfsprekend was. Een andere zuster, Pauline, was de moeder van Cyriel Buysse.
Samen met Virginie verbleef Rosalie enkele jaren in Gent bij hun halfbroer Cesar Fredericq, zoon uit het eerste huwelijk van hun moeder. Ze ontmoetten er diverse progessieve intellectuelen.
Rosalie stierf in Nevele maar wilde in Gent begraven worden. Het ‘Geuzenkerkhof’ van de Brugse Poort was noch voor haar moeder, noch voor zus Pauline een optie, het Campo Santo kerkhof van Sint-Amandsberg wel. Haar graf vindt men in park C, graf 31b, rij 1, 12de graf.
Werken
Rosalie en Virginie waren al heel snel beroemde figuren in letterkundige kringen in Noord en Zuid.
Samen met Virginie debuteerde Rosalie met realistische en observerende poëzie. Met hun gezamenlijk uitgegeven Gedichten (1870) lieten de gezusters Loveling zich meteen opmerken in het Nederlandse literaire landschap. De realistische gedichten waren ongecompliceerd en beschrijvend van aard, af en toe met een sociale ondertoon.
Ze brachten ook novellen en schetsen uit, die zowel het landelijk milieu met zijn boerenbevolking als de stadsburgerij tot onderwerp hadden. Via vertalingen van Nederduitse verhalen van de Duitse dichter Klaus Groth kwamen ze tot het schrijven van eigen novellen die ze samen uitbrachten: Novellen (1874), Nieuwe Novellen (1876).
Zelf vertaalde Rosalie Trina (1864) van Klaus Groth. Daarna volgde de novelle Meester Huyghe (ca. 1866).
Volgende werken ontstonden in samenwerking met Virginie: Gedichten, Rosalie en Virginie Loveling (1870) (Digitale versie) Novellen, Rosalie en Virginie Loveling (1874) (Digitale versie) Nieuwe novellen, Rosalie en Virginie Loveling (1876) (Digitale versie) Gedichten (Groningen, 1877 - tweede vermeerderde druk) Gedichten (Gent, 1889 - derde vermeerderde druk) Polydoor en Theodoor en andere novellen en schetsen, Rosalie en Virginie Loveling (1883) (Digitale versie)
Het geschenk uit 1870 (ook bekend als Grootvaders horloge) is een van de populairste en bekendste gedichten van Rosalie's hand. De tekst ervan is weergegeven als straatpoëzie aan de Lange Munt 8 te Nevele.
Rosalie Loveling en Gent Na de zelfmoord van hun vader in 1846 belandden Rosalie en Virginie in de Sleepstraat in Gent bij hun halfbroer Cesar Fredericq, zoon uit het eerste huwelijk van hun moeder. Rosalie en Virginie bleven er enkele jaren en ontmoetten er een aantal vooraanstaande figuren uit de Vlaamse Beweging. Het huis van Cesar Fredericq in de Sleepstraat was een verzamelplaats van progressieve intellectuelen rond de sociaal en politiek vooruitstrevende Franse hoogleraar François Huet. Onder hen: Gustave Callier, Emile de Laveleye, Constant Leirens en Jean Stecher. De sfeer was Franssprekend, liberaal en Vlaamsgezind. In deze 'Cercle Huet' werd De Broedermin (1848-1859) opgericht, een voor Vlaanderen uitzonderlijk hoogstaand blad waarin volksverheffing, de rol van het onderwijs, solidariteit en zedelijke bewustwording centraal stonden. Rosalie zou de naam van het tijdschrift hebben bedacht. De meisjes, hoewel erg vroegrijp, waren uiteraard te jong om aan de gesprekken deel te nemen, maar de cultureel-intellectuele sfeer in het huis heeft hen diepgaand beïnvloed.
Terug thuis in Nevele behielden ze de contacten die ze in Gent maakten. Ze keerden er vaak terug en bezochten er de zittingen van het Wetenschappelijk Internationaal Congres in 1863.
Externe link
Categorie:Vlaams schrijver Categorie:Vlaams dichter Categorie:Vertaler naar het Nederlands Categorie:Persoon binnen de Vlaamse Beweging in de 19e eeuw Categorie:Literatuur in Gent