thumb|kuboctaëder in een kubus
Een kuboctaëder of halfregelmatig veertienvlak is een archimedisch lichaam, dus ook een halfregelmatig veelvlak. Het is een van de twee convexe veelvlakken, die niet zijvlaktransitief zijn, maar wel ribbetransitief. Het andere is de icosidodecaëder. Het heeft 14 zijvlakken, waarvan 8 driehoeken en 6 vierkanten, 12 hoekpunten en 24 ribben. Het is de coördinatiepolyeder in de kristalstructuur van indium.
Een kuboctaëder ontstaat door de acht hoekpunten van een kubus af te knotten, net zoals bij de afgeknotte kubus, maar dan zo dat van elk zijvlak slechts een gedraaid vierkant overblijft in plaats van een achthoek, of door de zes hoekpunten van een regelmatig achtvlak af te knotten. Het is daarmee een figuur tussen de kubus en het regelmatige achtvlak in. In ieder hoekpunt van een kuboactaëder snijden twee regelmatige zeshoeken elkaar, die de kuboactaëder omschrijven. Dat zijn vier regelmatige zeshoeken.
De oppervlakte en inhoud van een kuboctaëder waarbij de lengte van een ribbe is, worden gegeven door:
Er zijn verschillende manieren, waarop kuboctaëders zonder ruimteverlies zijn te stapelen, samen met regelmatige achtvlakken, kubussen en romboëdrische kuboctaëders en afgeknotte octaëders en afgeknotte tetraëders.
Toepassingen in de kunst De Barbarossaluchter in de Dom van Aken bevat vier kuboctaëders. Deze bevinden zich op de punten waar de ophangkabels zich splitsen. De vierkanten van het veelvlak zijn versierd met halve bollen en verguld. Het is niet duidelijk of ze, net als de kroonluchter zelf, uit de 12e eeuw dateren. Leonardo da Vinci maakte tekeningen van verschillende veelvlakken, waaronder een kuboctaëder, afgebeeld in Luca Pacioli's De divina proportione (1509). In M.C. Eschers houtgravure Sterren (1948) verschijnt een kleine kuboctaëder in de linkerbenedenhoek, naast tal van andere veelvlakken.
Categorie:Archimedisch lichaam