Het stads- en streekvervoer in Zuid-Holland geeft een overzicht van alle veer-, (water)bus-, tram- en metrolijnen die gereden worden in de provincie Zuid-Holland, inclusief regionale R-net-treinen (MerwedeLingelijn en Gouda - Alphen aan den Rijn). Het gaat hier om de lijnen die zich in de provincie begeven, maar ook lijnen die de provincie doorkruisen.

De schuingedrukte plaatsnamen bevinden zich buiten de provincie Zuid-Holland. Bij lijnen die horen bij concessies die niet uit Zuid-Holland komen, is tevens de opdrachtgevende ov-autoriteit vermeld.

Geschiedenis Tot in de jaren 90 werd het openbaar streekvervoer nationaal gestuurd, door de VSN-groep. De exploitanten waren private bedrijven, waarvan de aandelen in handen waren van VSN. In Zuid-Holland waren dit in de jaren 90 onder andere NZH, Westnederland, Zuid-West-Nederland, ZWN-Groep (Fusiebedrijf Zuid-West-Nederland en Westnederland) en Connexxion (Fusiebedrijf van ZWN-groep en NZH, maar ook Midnet en Oostnet). De reden voor deze fusies was de nieuw in te voeren Wet personenvervoer 2000, waarmee marktwerking in het Nederlandse openbaar vervoer werd geïntroduceerd.

Na de invoering van de Wet personenvervoer 2000 op 1 januari 2001 wordt het openbaar vervoer in Nederland per regio of per verbinding na een bepaalde periode opnieuw aanbesteed. De winnende vervoersmaatschappij krijgt het exclusieve, maar tijdelijke recht op het verrichten van het openbaar vervoer binnen een regio. Hierdoor hebben andere bedrijven ook de mogelijkheid gekregen om kans te maken om in een regio te mogen rijden.

Sinds 2001 hebben onder andere bedrijven als Qbuzz en Arriva hun intreden kunnen maken in het streekvervoer in Zuid-Holland. Lange tijd werd het stadsvervoer in Den Haag en Rotterdam niet aanbesteed, maar geëxploiteerd door de gemeentelijke vervoersbedrijven HTM (Den Haag) en RET (Rotterdam). Op 9 december 2012 werd voor het eerst een concessie ingegaan in Den Haag waar een ander bedrijf dan HTM het recht op heeft; in plaats van HTM kreeg HTMbuzz (een joint venture tussen HTM en Qbuzz) de concessie voor Haagse stadsbussen. Dit was tot 15 december 2019. HTM werd weer de enige vervoerder die de busconcessie mocht verzorgen.

Vervoer over water De provincie Zuid-Holland is erg waterrijk, hetgeen ervoor heeft gezorgd dat dit een belangrijke rol speelde binnen het openbaar vervoer in de provincie.

In de eerste helft van de zeventiende eeuw ontstonden vanuit Den Haag, Amsterdam, Leeuwarden en Groningen netwerken van speciaal gegraven kanalen met daarnaast een zandpad. Op de zandpaden liepen paarden, die vanaf de kant varende trekschuiten trokken. Leiden en Delft hadden de primeur in Zuid-Holland; toen ze in 1637 gezamenlijk de Vliet voor trekschuiten geschikt maakten, een aansluiting naar Den Haag volgde een jaar later. In 1642 ging de trekvaart Den Haag-Loosduinen open en in 1646 die tussen Delft en Maassluis. Na de opening van de trekvaart tussen Leiden en Haarlem in 1657 ontstond een landelijk netwerk. Er ontstonden verbindingen tussen onder meer Delft en Rotterdam (de Schie, 1655), Uithoorn en Gouda (Gouwe en Aarkanaal, 1658) Vianen en Gorinchem (Merwedekanaal, 1658), en tussen Leiden en Utrecht (Oude Rijn, 1664). Duurde de reis van Haarlem naar Leiden eerst nog acht uur, was dit na de opkomst van de trekvaart nog maar vier uur. Op het hoogtepunt, rond 1670, namen trekschuiten 68 procent van al het personenvervoer voor hun rekening. In de anderhalve eeuw daarna daalden de reizigersaantallen door een verslechterende economie en oorlogen.

De trekschuit kreeg in het begin van de negentiende eeuw een belangrijke concurrent bij: de stoomboot. In Holland ontstonden verbindingen naar verschillende grote steden. In 1817 was er al een stoombootverbinding tussen Rotterdam en Antwerpen, en slechts zes jaar later voeren op regelmatige basis schepen vanuit de Rotterdam naar Nijmegen, Veere, Düsseldorf en zelfs Londen. In totaal waren er vanuit Rotterdam 49 verbindingen, maar ook Leiden (12 verbindingen) en Gorinchem (8) waren goed verbonden. De hoogtijdagen van de stoomvaart lagen tussen 1880 en 1915.

Sinds enkele jaren wordt openbaar vervoer te water weer populairder. Om de files in en om Rotterdam mede te bestrijden, kunnen reizigers sinds 1999 de Waterbus nemen. Dit snelle veer vaart een halfuurdienst tussen Rotterdam Willemshaven, Ridderkerk, Zwijndrecht en Dordrecht. Na een uitgebreide testfase heeft de provincie in 2010 een vergunning voor 12 jaar afgegeven.

Regionale tram Aan het eind van de negentiende eeuw ontstond een grotere vraag naar transport. Stad en platteland dienden dichter bij elkaar gebracht te worden. Den Haag had als eerste stad in 1864 een tramverbinding gekregen, op het traject Den Haag - Scheveningen, maar in 1879 besloot de gemeente tot de aanschaf van de eerste stoomtram in Nederland. De stoomtram was een licht type stoomtrein, dat zowel op als naast de openbare weg mocht rijden. De stoomtrams bekortten door hun hogere snelheid de reisduur tussen stad en het platteland.

Dankzij relatief lage investeringskosten ontstond in korte tijd een groot netwerk van regionale verbindingen. De nieuw aangelegde tramlijnen deden voornamelijk plaatsen aan die per trein slecht bereikbaar waren. Zo werden er bijvoorbeeld op de Zuid-Hollandse eilanden tramlijnen aangelegd door de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM). Deze eilanden hadden ook tramverbindingen naar het vasteland, de trams maakten hiervoor gebruik van veerdiensten en bruggen. Andere grote trambedrijven waren Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM) voor het Westland en de Noord-Zuid-Hollandsche Stoomtramweg-Maatschappij (NZH) voor verbindingen tussen Den Haag, Scheveningen, Leiden, Katwijk aan Zee en Noordwijk. Ook het stadstrambedrijf de Haagsche Tramweg-Maatschappij kende regionale tramlijnen naar Delft en Leiden. Daarnaast waren er Gouda nog drie tramlijnen. Alleen de NZH tramlijnen werden geëlektrificeerd.

De uitbreiding van het tramnetwerk in Zuid-Holland vond met name plaats in de periode 1895-1935. Vanaf 1935, verloor de tram geleidelijk terrein. De grootste oorzaak hiervan was de concurrentie van de autobus. In deze periode werd de bus steeds comfortabeler, waardoor dit een goed alternatief werd voor de tram. De stoomtrams werden voor de reizigersdienst vervangen door motortrams of door de autobusdiensten van de trammaatschappijen. Na de Watersnood van 1953 keerden veel tramlijnen van de RTM niet meer terug. De laatste RTM tramlijn, tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis werd in 1966 opgeheven. De elektrische "Blauwe Tram" van de NZH, tussen Leiden en Den Haag werd in 1961 opgeheven. Bij de WSM was het personenvervoer per stoomtram al in 1932 beëindigd. De WSM lijnen zijn nog veel langer voor het goederenvervoer gebruikt. Pas in 1970 stopte NS het gebruik van goederentreinen op de voormalige WSM-lijnen.

Regionale spoorlijnen In 1908 werd de elektrische regionale spoorlijn Rotterdam Hofplein - Scheveningen, de Hofpleinlijn, geopend. De tak naar Scheveningen werd in 1953 gesloten en het vroegere eindpunt in station Den Haag HS werd in 1975 verlegd naar station Den Haag Centraal. Deze spoorlijn is nu opgenomen in RandstadRail.

Vanaf Leiden Herensingel en station Alphen a/d Rijn vertrokken de Haarlemmermeerspoorlijnen. Andere spoorlijnen met hoofdzakelijk regionaal vervoer zijn de spoorlijnen Rotterdam - Hoek van Holland (Hoekse Lijn) en Gouda - Alphen aan den Rijn.

In 1977 werd het eerste deel van de Zoetermeer Stadslijn geopend, een stadsgewestelijke treinverbinding tussen Zoetermeer en Den Haag. De lijn werd bereden door relatief hoogfrequente sprinters, maar kreeg door het ontbreken van een conducteur al snel een slechte naam door zwartrijden, overlast en vandalisme.

In recentere tijden zijn voor veel regionale spoorlijnen in Zuid-Holland voorstellen gedaan tot ombouw naar lightrail. De Zoetermeer Stadslijn en de Hofpleinlijn. De Hoekse lijn is omgebouwd voor de Rotterdamse metro. Voor de spoorlijn Gouda - Alphen aan den Rijn is gedurende een lange tijd ombouw tot tramexploitatie overwogen, in het kader van het project RijnGouwelijn. Na een proefbedrijf met lightrail-trams tussen 2003 en 2009 is het project in 2012 definitief geschrapt.

Stadstramnetten In de twee grootste steden van Zuid-Holland, Den Haag en Rotterdam, en in Leiden is in de negentiende eeuw het tramvervoer tot ontwikkeling gekomen: Eerst de paardentram en de stoomtram voor sommige lijnen. De tramlijnen werden geëlektrificeerd begin van de twintigste eeuw. De eerste bussen kwamen op aanvullende lijnen tussen de twee wereldoorlogen. Sommige tramlijnen in de steden werden na de Tweede Wereldoorlog opgeheven en meestal vervangen door busdiensten.

Zie ook: Haagse tram, Rotterdamse tram en Leidse stadstram

In Rotterdam verdrong de metro veel tramlijnen en was er geen tramverbinding meer over de Nieuwe Maas, waardoor het tramnet in twee werd opgesplitst. De verbinding werd hersteld met een tramverbinding over de Erasmusbrug waar nu veel tramlijnen volgens het TramPlus concept rijden. Het zuidelijk tramnet werd flink uitgebreid evenals de tramlijnen in Schiedam. De uitbreiding verdrong ook het streekvervoer die nu zijn eindpunten heeft bij metrostations ver buiten het centrum, in plaats van op het centraal station waar nu geen streeklijnen meer stoppen. De huidige eindpunten voor streeklijnen zijn: Spijkenisse Centrum: Lijnen naar Voorne-Putten (er was vroeger de lijn 104 die helemaal tot Vlissingen reed) Station Schiedam Centrum: Lijnen naar het Westland Kralingse zoom: Lijnen naar het Zuidoosten Capelsebrug: Lijnen naar het Oosten Rodenrijs: Lijnen naar Zoetermeer en omgeving Zuidplein: Lijnen naar het zuiden inclusief de langeafstandlijnen naar Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland.

In Den Haag is de grote ontwikkeling de bouw van de Haagse tramtunnel in combinatie met RandstadRail die doorgaande verbindingen van Zoetermeer naar de Haagse binnenstad en verder mogelijk maakt. In Den Haag zijn de bussen vanuit het Westland nu beperkt tot het ov-knooppunt Leyenburg vanwaar de reizigers kunnen overstappen op RandstadRaillijn 4, tramlijn 6 en de buslijnen. De in 2010 geopende nieuwe tramlijn 19 heeft een grotendeels regionale functie en verbindt Leidschendam, Leidschenveen, Nootdorp en Delft met elkaar. Deze lijn wordt nog verlengd naar de universiteit van Delft. Samen met de veel eerdere verlenging van tramlijn 1 naar Delft Tanthof, zal Delft een aardig tramnet krijgen.

Omschrijving Het stads- en streekvervoer in Zuid-Holland is vandaag de dag onderverdeeld in 12 concessiegebieden, variërend in grootte van alleen de Rotterdamse tram en metro, tot het busvervoer in Zuid-Holland Noord. Daarnaast rijden er in de provincie ook bussen rond uit concessiegebieden in andere provincies.

Het busvervoer in Zuid-Holland wordt momenteel geregeld door de HTM, RET, Aquabus, Connexxion, Transdev, EBS en Qbuzz. Het tramvervoer in Zuid-Holland wordt geregeld door HTM en RET.

Het stads- en streekvervoer bestaat in Zuid-Holland uit: de stadsvervoernetten van Den Haag (HTM) en Rotterdam (RET) met een historisch eigen tram- en busbedrijf. Rotterdam heeft tevens een metronet. de kleinere stadsbusnetten van Alphen aan den Rijn, Delft, Zoetermeer, Gouda, Gorinchem, Leiden, Spijkenisse en Dordrecht. de streekbuslijnen de buurtbussen de ParkShuttle tussen Kralingse Zoom en Capelle aan den IJssel de RandstadRail die Den Haag, Zoetermeer en Rotterdam met elkaar verbindt de Waterbus Rotterdam-Drechtsteden de gedecentraliseerde treindiensten: Dordrecht - Geldermalsen (MerwedeLingelijn) (Qbuzz) (in opdracht van provincie Zuid-Holland) Gouda - Alphen aan den Rijn (NS/project RijnGouwelijn) (in opdracht van provincie Zuid-Holland)

Huidige concessies