Wilfrid Stalker Sellars (Michigan, 20 mei 1912 – Pittsburgh, 2 juli 1989) was een Amerikaans filosoof en professor aan de Universiteit van Pittsburgh. Sellars heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de filosofie, in het bijzonder aan de filosofie van de geest, de kennisleer en de metafysica. Hierbij vertegenwoordigde hij het standpunt van het naturalistisch realisme.

Sellars is het best bekend als criticus van foundationalistische epistemologie, maar zijn filosofische geschriften zijn vooral gericht op de verzoening van de intuïtieve of manifeste beschrijving van de wereld met een meer naturalistisch, wetenschappelijk beeld van de wereld. Sellars was wellicht de eerste die elementen van het Amerikaans pragmatisme combineerde met elementen uit de analytische filosofie en het logisch positivisme. In zijn werk vindt men ook een sterk verwantschap met het traditioneel Duitse transcendentaal idealisme, voornamelijk in zijn werk Science and Metaphysics: Kantian Variations (1968).

Robert Brandom, Sellars' jongere collega in Pittsburgh, noemt Sellars samen met Willard Van Orman Quine de belangrijkste filosofen van hun generatie. Sellars' poging om een systematische filosofie uit te werken die zowel de alledaagse als de wetenschappelijke kijk op de werkelijkheid trachtte te verenigen, kan beschouwd worden als de grondlegging van wat men soms de "Pittsburghse School" noemt, met onder anderen Robert Brandom, John McDowell en John Haugeland als leden.

De verdere invloed van Sellars strekt zich uit over verscheidene gebieden in de hedendaagse Anglo-Amerikaanse wijsbegeerte, van neopragmatisme (met Richard Rorty) en eliminatief materialisme (met Paul Churchland) tot rationalisme (met Laurence BonJour).

Biografie Sellars werd geboren op 20 mei 1912 in Ann Arbor, Michigan. Zijn vader was de Amerikaans-Canadese filosoof Roy Wood Sellars, een vooraanstaand filosofisch naturalist in de eerste helft van de twintigste eeuw. Op negenjarige leeftijd verbleef Sellars voor een jaar met zijn familie in New England, een zomer in Oxford en het volgende jaar in Parijs. Later keerde hij terug naar Ann Arbor, waar hij zijn middelbare school afmaakte. Hier ontwikkelde hij een diepe interesse in de wiskunde.deVries, Williem A., Wilfrid Sellars, p. 3. Hierop keerde hij nogmaals naar Parijs terug, waar hij werd ingewijd in de filosofie en waar er een sterk marxistische sfeer hing. Zo begon hij oorspronkelijk zijn carrière als Frans marxist, met Boris Souvarine en Lev Trotski als grote inspiratiebronnen. Als zijn vader echter die zomer ook naar Parijs afzakt, en met zijn zoon over filosofie begint te discussiëren, liet Wilfrid het continentale aspect meer en meer achter zich, en de invloed van zijn vaders filosofie kwam ervoor in de plaats. Ook verbleef hij rond die tijd een periode in München, waar hij zijn Duits bijschaafde.

Vervolgens vloog hij weer over naar de Verenigde Staten, waar hij zijn studie filosofie verderzette. Daar kwam hij onder andere in contact met het werk van G. E. Moore en de logica van Bertrand Russell en Alfred North Whitehead, en in het verlengde daarvan C.I. Lewis. Tijdens de Grote Depressie was Sellars ook betrokken met de linkse hoek in Amerika, en was verbonden met de socialist Norman Thomas. Zijn Master legde hij af aan de universiteit van Buffalo in New York, waar hij vooral het werk van Edmund Husserl en Immanuel Kant bestudeerde.

Hij zet zijn studie dan weer verder aan de universiteit van Oxford, waar hij zijn dissertatie schrijf over Kant. Daar ontmoet hij ook zijn eerste vrouw, de Engelse literatuurstudente Mary Sharp, waar hij in 1938 mee trouwde. Pas getrouwd, werd Sellars een baan aangeboden aan de Iowa State University bij Herbert Feigl. Daar hield hij zich vooral bezig met de geschiedsfilosofie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog moet hij zijn carrière onderbreken, en diende bij de Amerikaanse marine van 1943 tot 1946. Na de oorlog, spande hij zichzelf in om te publiceren en spendeerde talloze uren aan pogingen om zijn gedachten op papier te zetten, iets dat uiteindelijk zou resulteren in Realism and the New Way of Words (1948).deVries, W., Wilfrid Sellars, p. 6.

In 1946 verhuisde Sellars naar de universiteit van Minnesota, waar Feigl ondertussen ook verbleef. Samen publiceerden zij verschillende teksten in Philosophical Analysis (1949) en richtten ze Philosophical Studies op, een toonaangevend tijdschrift in de analytische filosofie. Met zijn collega John Hospers, publiceerde Sellars Ethical Theory (1952). Sellars bleef in Minnesota tot 1959.

In de jaren vijftig legde Sellars de fundamenten voor zijn systematische benadering van de filosofie in essays als Some Reflections on Language Games (1951, uitgebreid in 1963) en Empiricism and the Philosophy of Mind (1956). In 1959 verhuisde hij weer naar de Yale-universiteit, waar hij al snel door de interne politiek vertrok richting de universiteit van Pittsburgh. Daar bleef hij tot zijn dood in 1989, hoewel hij tijdens die periode wel verscheidene andere universiteiten bezocht waar hij lezingen gaf. Hij werd in 1970 verkozen tot president van de (oostelijke divisie) van de American Philosophical Association. Uiteindelijk stierf hij op 2 juli 1989.

Zijn werk werd tegen het einde van zijn leven steeds invloedrijker, onder andere door het onder de aandacht brengen ervan door filosofen als Richard Rorty, Robert Brandom en John McDowell.

Filosofie Sellars is vooral bekend als criticus van de zogenaamde foundationalistische epistemologie. Het uiteindelijke doel van zijn filosofisch oeuvre kan algemeen omschreven worden als een poging om meer intuïtieve manieren om de wereld te beschrijven (zowel gezond verstand als traditionele filosofie) te verzoenen met een strikt wetenschappelijke, naturalistische benadering. In zijn essay Philosophy and the Scientific Image of Man (1963) beschrijft hij de taak van de filosofie als volgt: The aim of philosophy, abstractly formulated, is to understand how things in the broadest possible sense of the term hang together in the broadest possible sense of the term. Under 'things in the broadest possible sense' I include such radically different items as not only 'cabbages and kings', but numbers and duties, possibilities and finger snaps, aesthetic experience and death. To achieve success in philosophy would be, to use a contemporary turn of phrase, to 'know one's way around' with respect to all these things, not in that unreflective way in which the centipede of the story knew its way around before it faced the question, 'how do I walk?', but in that reflective way which means that no intellectual holds are barred.Sellars, W., "Philosophy and the Scientific Image of Man" in Science, Perception and Reality, 1963, p. 1.

Filosofie is voor Sellars een praktische bezigheid, het is "je weg weten te vinden" en dus een vorm van "weten hoe" (knowing how). Filosofie onderscheidt zich van andere vakgebieden doordat het geen specifiek onderzoeksobject heeft. Het is daarentegen reflectief, in de twee betekenissen van de term: enerzijds omdat het een kennisvorm van de tweede orde is (zij reflecteert over de andere kennisgebieden) en anderzijds ook omdat zij zelf kritisch en reflectief tot stand moet komen.

Kenmerkend voor de geschriften van Sellars is het ogenschijnlijk ontbreken van een heldere en uitgelijnde argumentatie, i.e. geen duidelijke lijst van argumenten voor een thesis en tegenargumenten tegen de alternatieven. Daarentegen poogt Sellars, in de lijn van een soort fenomenologie, de lezer aan te zetten om het probleem op een bepaalde manier te bekijken. Hij tracht ons te overtuigen van de vruchtbaarheid van een bepaald model. Willem deVries beschrijft Sellars verantwoording hiervoor als volgt: [...] at the highest level in philosophy there is no argument; one paints the best, most coherent picture one can of how things hang together and hopes that its power to illuminate, to help us know our way around, answers our questions and needs, and withstands the tests of time, experience and reflective scrutiny.deVries, W., Wilfrid Sellars, p. 15.

Verder typeerde Sellars zijn eigen positie ook als een vorm van naturalisme, zich bewust van de ambiguïteit van die term. Dit naturalisme zat immers in de familie, dat blijkt bijvoorbeeld uit het boek van Sellars' vader: Evolutionary Naturalism (1922). Sellars zag zichzelf als naturalist omdat hij vond dat er een nieuw soort niet-reductionistisch materialisme nodig was. Sellars distantieerde zich dan ook van de standpunten die in zijn tijd met het materialisme werden geassocieerd. Het naturalisme wat Sellars aanhangt, stelt dat alles wat bestaat een element is van de "spatiotemporele causale nexus", i.e. het moet in tijd en ruimte gelokaliseerd zijn en het moet ingeschakeld zijn in de oorzakelijke ketens. Wat hij daarmee verwerpt zijn zaken die op iets bovennatuurlijks of metafysisch gefundeerd zijn, zoals op God, de ziel of vorm.

Samen met dit naturalisme heeft hij ook een sterk realisme geërfd van zijn vader. Ook deze term is niet eenduidig, maar het wordt hier bedoeld in zijn epistemologische betekenis. Voornamelijk kwam dit op de afwijzing neer van alle soort niet-natuurlijke inmengingen in het kennisverwervingsproces. Hiermee samenhangend zag hij zichzelf ook als een nominalist. Deze standpunten worden alle drie sterk uitgewerkt in Naturalism and Ontology (1980).

Sellars wordt traditioneel een radicaal epistemologisch standpunt toegeschreven (als anti-empirist en anti-foundationalist), maar dit komt voornamelijk door het contrast met de epistemologie van zijn tijdgenoten. In feite kan men Sellars' filosofie het best beschrijven als een "centralistische" filosofie: hij zocht steeds de middenweg op om zo de waardevolle ideeën van beide kanten te bewaren.Zie bijvoorbeeld & , Knowledge, Mind, and the Given: Reading Wilfrid Sellars's "Empiricism and the Philosophy of Mind", Indianapolis, IN, Hackett, 2000, p. xxi-xxxii.

Taalfilosofie thumb|200px|right|Ludwig Wittgenstein Sellars' onderzoek naar het begrip van "betekenis" staat centraal in zijn filosofie, niet omwille van zichzelf, maar omdat het methodologisch nuttig is voor de metafysica en kenleer. Sellars is van mening dat taal onvermijdelijk verbonden is met het menselijke leven en handelen. Men kan taal niet correct begrijpen onafhankelijk van de "form of life" (Wittgenstein). Hoewel hij, in navolging van J. L. Austin en de latere Wittgenstein, veel belang hecht aan het alledaags taalgebruik, is hij van mening dat de gewone taal die wij gebruiken nog niet volledig in orde is. Hiermee wil hij niet zeggen dat we de taal moeten vervangen, maar net de onderliggende structuren blootleggen om zo filosofische problemen op te lossen. Sellars is van mening dat vele van onze filosofische problemen voortkomen uit onze taal die onder druk wordt gezet door ontdekkingen die wij doen in de wereld (via de wetenschap). Zo is het lichaam-geestprobleem een probleem dat voortkomt uit de confrontatie tussen enerzijds onze mentale en anderzijds onze fysicalistische taal die we erover hebben ontwikkeld.

Sellars' onderzoek naar taal splitst zich op in twee gebieden: enerzijds een onderzoek naar de structuren van een taal, opgevat als formeel systeem dat regelgebonden is. Anderzijds het onderzoek naar hoe dat systeem empirisch wordt gerealiseerd in talig gedrag. In dit verband wilde Sellars de taalfilosofie tot een nieuwe fase brengen: waar het zich eerst had gefocust op de syntaxis, en daarna - door toedoen van Rudolf Carnap en Alfred Tarski - zich toelegde op de semantiek, moest het zich nu gaan concentreren op de pragmatiek,, Pure Pragmatics and Epistemology, 1947, p. 182. i.e. de relatie tussen taal en de spreker van de taal.